Robrecht III van Vlaanderen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Robrecht III
1249-1322
Graf van Robrecht
Graf van Robrecht
Graaf van Nevers
Periode 1272-1280
+ Yolande van Bourgondië
Voorganger Jan Tristan van Frankrijk
Opvolger Lodewijk I van Nevers
Graaf van Vlaanderen
Periode 1305-1322
Voorganger Gwijde van Dampierre
Opvolger Lodewijk II van Nevers
Vader Gwijde van Dampierre
Moeder Mathilde van Béthune
Coat of Arms of Flanders (according to the Gelre Armorial).svg
Wapen als graaf van Vlaanderen
Robert III.

Robrecht van Béthune / van Dampierre (1249Ieper, 17 september 1322), bijgenaamd De Leeuw van Vlaanderen was 1272-1280 graaf van Nevers door zijn huwelijk en 1305-1322 (als Robrecht III) graaf van Vlaanderen als opvolger van zijn vader.

Biografie[bewerken]

Robrecht was de oudste zoon van Gwijde van Dampierre en diens eerste vrouw, Mathilde van Béthune. Hij huwde in 1265 met Blanca van Anjou, dochter van Karel van Anjou (die later koning van Napels en van Sicilië zou worden). Zij overleed reeds in 1269 en hun zoontje Karel stierf op elfjarige leeftijd. Hij hertrouwde in 1272 met Yolande, gravin van Nevers en weduwe van Jan Tristan van Frankrijk, die hem vijf kinderen schonk, onder wie Lodewijk I van Nevers en Robrecht van Kassel.

Robrecht van Béthune verwierf militaire roem in Italië, toen hij aan de zijde van zijn schoonvader, Karel van Anjou, streed (12651268) tegen de laatste Hohenstaufens, Manfred en Konradin. Samen met zijn vader nam hij in 1270 deel aan de Achtste Kruistocht naar Tunis, onder de leiding van Lodewijk de Heilige. Na zijn terugkeer van de kruistocht, bleef hij, zowel op militair, politiek als bestuurlijk gebied, steeds een trouw medewerker van zijn vader in diens strijd tegen de pogingen van de Franse koning Filips de Schone om Vlaanderen weer bij het kroondomein te voegen.

Hoofdzakelijk onder zijn invloed verbrak Gwijde van Dampierre alle feodale banden met zijn leenheer op 20 januari 1297. Toen het verzet hopeloos bleek, liet Robrecht zich, samen met zijn vader en zijn broer Willem van Crèvecœur, gevangennemen en naar de Franse koning voeren in mei 1300. Kort daarvoor had hij in feite het bewind overgenomen van zijn vader. Hij werd opgesloten in het kasteel van Chinon. Zo nam hij dan ook geen deel aan de Guldensporenslag, in tegenstrijd met de romantische voorstelling van Hendrik Conscience in zijn roman De Leeuw van Vlaanderen.

Na de dood van Gwijde van Dampierre in gevangenschap mocht Robrecht naar zijn graafschap terugkeren in juli 1305. De uitvoering van het voor Vlaanderen zeer nadelige Verdrag van Athis-sur-Orge zou zijn stempel drukken op heel het bewind van graaf Robrecht. Aanvankelijk boekte hij wel enig succes bij zijn pogingen om zowel de steden als het platteland tot nakoming van de aangegane verplichtingen te bewegen. Vanaf april 1310 ging hij echter resoluut in het verzet, gesteund door de bevolking en zijn familieleden, en zo hield hij, zowel op diplomatiek als op militair vlak, stand tegen de Franse koning. Toen hij in 1319 naar Rijsel oprukte, weigerden de Gentenaars hem over de Leie te volgen. Mede onder druk van zijn kleinzoon Lodewijk II van Nevers gaf de vermoeide Robrecht de strijd op, en ging hij in april 1320 in Parijs leenhulde brengen aan de koning.

Maar zelfs na die datum zou hij nog de uitvoering van het Verdrag van Athis-sur-Orge en de daaropvolgende overeenkomsten saboteren. Robrecht van Béthune overleed in september 1322 en werd opgevolgd door zijn kleinzoon Lodewijk II van Nevers. Zijn zoon, Lodewijk I van Nevers, was immers net in juni al overleden.

Op zijn uitdrukkelijke wens werd hij in Vlaamse aarde begraven in de Sint-Maartenskathedraal in Ieper. Zijn lichaam mocht enkel naar de Abdij van Flines (nabij Dowaai) worden overgebracht als Rijsel en Dowaai weer bij het graafschap hoorden. In deze abdij werden ook zijn eerste vrouw en zijn vader begraven.

Status[bewerken]

In bepaalde Vlaamsgezinde kringen wordt Robrecht van Béthune, alias "de Leeuw van Vlaanderen", wegens zijn onenigheid met Frankrijk en de vertekende voorstelling door Hendrik Conscience, vaak gezien als een symbool voor de Vlaamse ontvoogding. In werkelijkheid sprak "de Leeuw van Vlaanderen" hoogstwaarschijnlijk niet eens de toenmalige Vlaamse (streek)taal. Toch speelde hij een belangrijke rol in het behoud van de zelfstandigheid van het graafschap in de tijd vóór en na zijn gevangenschap.


Voorouders[bewerken]

De voorouders van Robrecht III van Vlaanderen
Robrecht III van Vlaanderen
(1249-1322)
Vader:
Gwijde van Dampierre
(1226-1305)
Grootvader:
Willem II van Dampierre
(1196-1231)
Overgrootvader:
Gwijde II van Dampierre
(?-1216)
Overgrootmoeder:
Mathilde I van Bourbon
(1165-1228)
Grootmoeder:
Margaretha II van Vlaanderen
(1202-1280)
Overgrootvader:
Boudewijn I van Constantinopel
(1171-1205)
Overgrootmoeder:
Maria van Champagne
(1174-1204)
Moeder:
Mathilde van Béthune
(?-1263)
Grootvader:
Robrecht VII van Béthune
(1200-1248)
Overgrootvader:
Willem II van Béthune
(?-1214)
Overgrootmoeder:
Machteld van Dendermonde
(?-1224)
Grootmoeder:
Elisabeth van Morialmez
Overgrootvader:
Arnaud de Morialmez
Overgrootmoeder:
Johanna van Bailleul

Zie ook[bewerken]