USS Baltimore (CA-68)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag
USS Baltimore
Vlag
De Baltimore voor anker in Guantánamo Bay, Cuba op 22 september 1954
De Baltimore voor anker in Guantánamo Bay, Cuba op 22 september 1954
Geschiedenis
Kiellegging 26 mei 1941[1]
Tewaterlating 28 juli 1942[1]
In dienst gesteld 15 april 1943[1]
Uit dienst gesteld 31 mei 1956[1]
Algemene kenmerken
Waterverplaatsing 13.600 ton[1]
Afmetingen 206,3 x 31,4 x 18 meter[1]
Bemanning 1.142 koppen[1]
Techniek en uitrusting
Machinevermogen 120.000 pk [1]
Snelheid 33 knopen[1]
Bewapening 3 x 3 8"/55 kanon[1]
12 x 5"/38 kanon[1]
48 x 40 mm luchtafweergeschut[1]
24 x 20 mm luchtafweergeschut[1]
vliegtuigen
4 x OS2U Kingfisher[1]
Portaal  Portaalicoon   Marine

De USS Baltimore (CA-68), het vijfde schip vernoemd naar de stad Baltimore, was een kruiser en naamgever van de Baltimoreklasse. De Baltimore werd op 28 juli 1942 te water gelaten door bij de Bethlehem Steel Company in Fore River, Massachusetts, en gedoopt door mevrouw Howard W. Jackson, echtgenote van de toenmalige burgemeester van Baltimore. Het schip werd in dienst genomen op 15 april 1943 onder commando van kapitein-ter-zee W. C. Calhoun. Gedurende de Tweede Wereldoorlog is het schip actief geweest in de Grote Oceaan.

De Baltimore tijdens de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Tussen november 1943 en juni 1944 diende de USS Baltimore (CA-68) bij de ondersteunende eenheden bij verschillende landingen in de Grote Oceaan. Haar taak was doorgaans vuurondersteuning en dekking. Zij was actief bij:

Na deze actieve periode keerde de Baltimore in juli 1944 terug naar de Verenigde Staten. De kruiser nam daar president Franklin D. Roosevelt en zijn gevolg aan boord en voer met deze delegatie naar Pearl Harbor. Na de ontmoeting met admiraal Chester Nimitz en generaal Douglas MacArthur werd de Amerikaanse President naar Alaska gebracht waar de Baltimore op 9 augustus 1944 weer vertrok.[2]

De Baltimore keerde hierna terug naar het oorlogsgebied waar het, in november 1944, werd ingedeeld bij het 3e Vlooteskader. Als onderdeel van het 3de vlooteskader nam de Baltimore deel aan de aanvallen op Luzon (14 tot 16 december 1944 en op 6 en 7 januari 1945), Formosa (3 en 4, 9, 15, en 21 januari), de Chinese kust (12 januari en 16 januari) en Okinawa op 22 januari.[2]

Op 26 januari 1945 werd de Baltimore toegevoegd aan het 5de vlooteskader en nam deel aan de aanval op het eiland Honsgu op 16 en 17 februari en raids ter ondersteuning van de aanval op Okinawa op 18 maart tot 10 juni.[1]

Onderscheidingen[bewerken]

Voor de verdiensten in de Stille Oceaan gedurende de Tweede Wereldoorlog ontving de Baltimore negen Battle Stars.[1]

De Baltimore na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Na de beëindiging van de vijandelijkheden met Japan diende de kruiser als eenheid van de "Magic Carpet"-vloot om Amerikaanse soldaten terug te brengen naar de Verenigde Staten. Daarna vormde zij een deel van de bezettingsmacht in Japan (29 november 1945 tot 17 februari 1946. De USS Baltimore vertrok op 17 februari 1946 vanuit het Verre Oosten en keerde terug naar de Verenigde Staten om daar, op 8 juli 1946, op non-actief gesteld te worden en te worden op genomen als reserve te Bremerton, Washington.[2]

De Baltimore werd weer in dienst gesteld op 28 november 1951 en ingedeeld bij de Amerikaanse Atlantische Vloot. Het schip werd toegevoegd aan het 6de vlooteskader in de Middellandse Zee tijdens de zomerperiodes van 1952, 1953 en 1954.[2]

In juni 1953 vertegenwoordigde Baltimore de Amerikaanse marine tijdens de Coronation Naval Review te Spithead in Groot-Brittannië. Op 5 januari 1955 werd het schip overgeplaatst naar de Pacifische vloot en werd het ingedeeld bij het 7e Vlooteskader in het Verre Oosten, tussen februari en augustus 1955.[2]

Na terugkeer in de Verenigde Staten werd de Baltimore gereviseerd en weer toegevoegd aan de reservevloot in Bremerton op 21 mei 1956. De Baltimore werd op 13 februari 1971 geschrapt uit het register van de Amerikaanse marine. Op 10 mei 1972 werd het schip verkocht voor de sloop en definitief geschrapt uit het register van de Amerikaanse marine.[2]

De tentoongestelde minionderzeeboot die zogezegd de Baltimore tot "zinken" had gebracht
Noord-Koreaanse propagandaposter met de bewering van het tot "zinken" brengen van de USS Baltimore

Noord-Koreaanse propaganda[bewerken]

Een museum in het Noord-Koreaanse Pyongyang bewaart een propaganda affiche waarop vermeld staat dat de Baltimore,op 2 juli 1950, tot zinken werd gebracht door de Noord-Koreaanse marine. De minionderzeeboot die de Baltimore tot zinken zou hebben gebracht is daar ook tentoongesteld. In feite werd de Baltimore nooit ingezet in de Koreaanse Oorlog, evenmin nam ze nog ooit deel aan strijdacties na de Tweede Wereldoorlog.[2]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties