Cognitieve bias

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Psychologie
Psy logo.jpg

Basisdisciplines
functieleer
sociale psychologie
ontwikkelingspsychologie
gedragsanalyse
cognitieve psychologie
biologische psychologie
klinische psychologie
neuropsychologie
persoonlijkheidsleer

Andere disciplines
humanistische psychologie
arbeids- en organisatiepsychologie
psychologie van arbeid en gezondheid
leerpsychologie
rechtspsychologie
dieptepsychologie
gestaltpsychologie
ethologie
culturele psychologie
psychometrie
psychonomie
psycholinguïstiek
evolutionaire psychologie
psychohistorie

Gerelateerde onderwerpen
lijst van psychologen
psychologie van A tot Z

Portaal  Portaalicoon  Psychologie

Cognitieve bias of cognitieve fout of cognitieve vertekening is in de psychologie een irrationele, foutieve gedachtegang. Het is vooringenomen of bevoordelend zijn wat het leren (her)kennen betreft, zoals voorkomt in kennis, inzicht, onderzoek en beoordeling. Het is een bevooroordeling die zowel bewust als onbewust kan voorkomen, dat vanuit psychologisch- of cognitief proces voortkomt.

Beschrijving[bewerken | brontekst bewerken]

Een cognitieve bias is een afwijking ofwel vertekening in de beoordeling, waarbij conclusies over andere mensen of situaties op een onlogische manier worden getrokken. Individuen creëren hun eigen 'subjectieve sociale realiteit', met behulp van enkel hun eigen waarneming[1]: een individu’s constructie van de sociale werkelijkheid, niet de objectief bepalende. Dit kan in hun eigen sociale wereld een bepalende factor zijn.[2] Op die manier kan een cognitieve bias soms leiden tot een vertekend beeld, bevooroordeling, verkeerde interpretatie, of wat in grote lijnen ook wel irrationaliteit wordt genoemd.[3][4][5] Sommige cognitieve biases zijn vermoedelijk aangewend.[6] Een andere oorzaak van cognitieve biases zijn de menselijke verwerkingsprocessen (heuristieken) die geëvolueerd zijn om snelle beslissingen te nemen, ook al zijn dat niet altijd de juiste beslissingen. Vooral in het geval van beperkte tijd om ergens over na te denken, kunnen cognitieve biases als het gevolg hiervan optreden.[7] Deze ontstaan vanuit een gebrek aan mentale capaciteit, begrensde rationaliteit, of vanuit een beperkte capaciteit wat verwerking van informatie betreft.[8][bron?]

Overzicht van processen waardoor cognitieve biases ontstaan[bewerken | brontekst bewerken]

Er wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar menselijk oordelen in besluitvormingstheorie in de cognitiewetenschap, de sociale psychologie en de gedragseconomie. Hierdoor worden processen geïdentificeerd waardoor cognitieve biases ontstaan, bijvoorbeeld:

  • heuristieken, zoals het gebruikmaken van geheugensteunen (ezelsbruggetje).[9]
  • Beperkte verwerkingscapaciteit: bijvoorbeeld informatie die ontoereikend is vanwege complexiteit.[10]
  • Sociale invloed: de impact van beïnvloeding, of beoordeling door andere mensen, bijvoorbeeld door conformisme.[11]
  • Irrelevantie: bijvoorbeeld enkel gemotiveerd qua emotionele- of moralistische voorkeur.[12]
  • Mentale ruis: communicatiestoornissen zowel in- als extern, intentioneel of non-intentioneel.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Het begrip ‘cognitieve bias’ (Engels: cognitive bias) werd geïntroduceerd door Amos Tversky en Daniel Kahneman in 1972.[13] En is ontstaan vanuit hun ervaring van mensen met ongecijferdheid, of hun onvermogen om intuïtief te redeneren met de grotere orde van grootte. Zij tweeën en collega's demonstreerden verschillende repliceerbare manieren, wat menselijke beoordeling en besluitvorming betreft ten opzichte van de rationele-keuzetheorie. Tversky en Kahneman verklaarden menselijke verschillen in beoordeling en besluitvorming in termen van de heuristiek. De heuristiek betrekt mentale snelkoppelingen, een kortere alternatieve route, voorzieningen van snellere inschattingen, qua mogelijkheden bij onzekere voorvallen. Heuristieken zijn eenvoudig voor de hersens te berekenen, te computeren, maar soms qua uitvoer ontstaan er "ernstige en systematische fouten" – Aldus, Tversky & Kahneman, 1974.[14]

Cognitieve therapie[bewerken | brontekst bewerken]

De Amerikaanse psychiater Aaron T. Beck heeft een reeks cognitieve biases in kaart gebracht die volgens hem depressies veroorzaken of in stand houden, waaronder arbitraire of willekeurige gevolgtrekking, absoluut dichotoom denken (zwart-witdenken), catastrofaal denken of rampdenken, emotioneel redeneren, magisch denken of verzoeking van de goden, onderwaardering, onderschatting of overschatting, overgeneralisatie of overhaaste generalisatie, personalisatie en selectieve abstractie. Hij ontwikkelde de cognitieve therapie om patiënten te helpen dergelijke disfunctionele denkwijzen bij zichzelf op te sporen en op basis daarvan hun denken en gedrag aan te passen.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]