Euthanasie in België

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

België is (na Nederland) het tweede land ter wereld waar euthanasie is gelegaliseerd. De Wet betreffende de euthanasie werd tijdens de paarsgroene Regering-Verhofstadt I in het parlement gestemd en op 28 mei 2002 afgekondigd.[1]

Voorwaarden[bewerken]

De voorwaarden voor euthanasie in België zijn: het moet gaan om aanhoudend ondraaglijk en uitzichtloos fysiek of psychisch lijden, dat het gevolg is van een ernstige en ongeneeslijke, door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening (waaraan de patiënt evenwel niet noodzakelijk binnen afzienbare tijd wordt verwacht te overlijden). Het verzoek tot euthanasie dient vrijwillig, overwogen en herhaald te zijn, en niet tot stand gekomen als gevolg van enige externe druk. Ook de verder in de wet beschreven voorwaarden en procedures moeten nageleefd worden.[1]

België kent geen 'recht' op euthanasie. Een arts kan weigeren te euthanaseren en kan niet gedwongen worden tot euthanasie over te gaan[2]. Een rechtspersoon (ziekenhuis, zorginstelling) kan euthanasie verbieden binnen hun instelling.[3]

Bijkomende voorwaarden en procedure[bewerken]

Deze verschillen naargelang de patiënt op het ogenblik dat de euthanasieaanvraag aan de orde komt bewust is dan wel onomkeerbaar buiten bewustzijn verkeert, en naargelang hij of zij zoals de wet zegt "kennelijk binnen afzienbare tijd" zal sterven ('terminaal') of "kennelijk niet binnen afzienbare tijd" ('niet-terminaal').

Bewust en terminaal[bewerken]

Wanneer de patiënt bewust en terminaal is - wat het meest voorkomt - moet de patiënt zijn vraag niet alleen mondeling maar ook onder de vorm van een 'schriftelijk verzoek' bevestigen. Dit is een handgeschreven euthanasieverzoek - bijvoorbeeld: "Ik, [voornaam familienaam], vraag dat de arts euthanasie op mij uitvoert." Indien de patiënt niet meer kan schrijven mag een meerderjarige derde die door de patiënt gekozen is en geen materieel belang heeft bij het overlijden dit neerschrijven in aanwezigheid van een arts. Het schriftelijk verzoek wordt bewaard in het medisch dossier. Tussen de vraag en de uitvoering voorziet de wet dat de arts “meerdere gesprekken voert met de patiënt die, rekening houdend met diens gezondheidstoestand, over een redelijke periode worden gespreid” [28 mei 2002, art. 3.§2 2°]. Een andere arts, onafhankelijk en bevoegd om over de aandoening te oordelen, vergewist zich ervan dat het gaat om aanhoudend ondraaglijk fysiek of psychisch lijden dat niet gelenigd kan worden. Iedere arts kan deze rol opnemen. In de praktijk zijn het vaak artsen bekwaam in palliatieve zorg[4] en artsen van de pressiegroep LEIF[5][6].

Bewust en niet terminaal[bewerken]

Indien de patiënt bewust maar niet terminaal is, kan de euthanasie ten vroegste een maand na de datum van het schriftelijk verzoek worden uitgevoerd. Bovendien moet in dat geval nog een derde arts geraadpleegd worden, eveneens onafhankelijk van de patiënt en de behandelende arts, en psychiater of specialist in de aandoening in kwestie.

De arts moet zowel de terminale als de niet terminale patiënt inlichten over zijn gezondheids-toestand en zijn levensverwachting, met hem overleg plegen over zijn verzoek en met hem de eventueel nog resterende therapeutische mogelijkheden bespreken, alsook die van de palliatieve zorg. Hij moet met de patiënt tot de overtuiging komen dat er geen redelijke andere oplossing is.

De arts moet de naasten die de patiënt aanduidt op de hoogte brengen. Als de patiënt dat echter niet wil, moet de arts dat niet doen, zelfs niet bij chronisch depressieve personen[7].

Niet meer bij bewustzijn[bewerken]

Hoe zit het nu met euthanasie bij patiënten die volgens de huidige stand van de wetenschap onomkeerbaar ‘niet meer bij bewustzijn zijn’ zijn (bv. vegetatieve toestand na ongeluk of cerebrovasculair accident)? Euthanasie is bij deze patiënten enkel mogelijk indien de persoon voordien een ‘voorafgaandelijke wilsverklaring betreffende euthanasie’ heeft opgesteld. Deze wilsverklaring dient mede ondertekend te zijn door twee meerderjarige getuigen (waarvan minstens één geen materieel belang mag hebben bij het overlijden) en geldt alleen indien zij minder dan vijf jaar vóór het moment waarop de betrokkene zijn wil niet meer kan uiten, is opgesteld of bevestigd. In deze wilsverklaring kunnen één of meer meerderjarige vertrouwenspersonen aangewezen worden, die de behandelende arts in dat geval op de hoogte zullen brengen van de wil van de patiënt. Dit document kan – maar hoeft niet – geregistreerd te worden bij de dienst bevolking van de stad of gemeente. Belangrijker dan registratie is dat relevante personen een exemplaar van dit document ontvangen: de huisarts en/of behandelende arts-specialist, familieleden of vertrouwenspersoon, of dat dit gevoegd wordt bij het medisch dossier van de instelling waar men verblijft.

Deze ’Voorafgaande wilsverklaring ingeval ik onomkeerbaar buiten bewustzijn ben’ is niet vereist voor een euthanasie bij een bewuste patiënt. Daar volstaat het schriftelijk verzoek zoals hierboven beschreven. Met dergelijke wilsverklaring euthanasie kan men ook geen euthanasie verkrijgen wanneer men onomkeerbaar verward is maar wel nog bewust, bijvoorbeeld in geval van dementie.

Bij alle euthanasievragen, terminaal of niet, comateus of niet, bespreekt de arts deze met het verplegend team indien dit er is en in regelmatig contact staat met de patiënt, alsook met de vertrouwenspersoon en de naasten indien de patiënt dit wenst. Te allen tijde blijft elke arts vrij om al of niet op een euthanasieverzoek in te gaan. Hij dient hierover tijdig en open te communiceren.

Na de euthanasering is er ten slotte een toetsing voorzien door de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie: de arts is verplicht elke uitgevoerde euthanasie aan te geven aan deze commissie door middel van een registratiedocument.[8]

Het UZ Brussel (Jette) introduceerde in december 2011 de eerste 'levenseindekliniek' in België. Er wordt geen euthanasie uitgevoerd maar wel bemiddeld rond mogelijke vragen over het levenseinde. Het nieuwe centrum biedt ruimte voor consultatie en hospitalisatie voor die gevallen waar in andere zorginstellingen werd geoordeeld dat euthanasering niet geoorloofd was.[9]

Goedkeuring van de euthanasiewet van 2002[bewerken]

Het wetsvoorstel van Philippe Mahoux (PS), Jeannine Leduc (PVV/VLD), Philippe Monfils (MR), Myriam Vanlerberghe (SP), Marie Nagy (Ecolo) en Jacinta De Roeck (Agalev) werd op 16 mei 2002 door een paarsgroene meerderheid in de Kamer goedgekeurd met 86 stemmen voor, 51 stemmen tegen en 10 onthoudingen.[10] De leiding van de Waalse liberalen verbood hierbij haar fractie volgens het eigen geweten te stemmen, zoals het in dit soort ethische kwesties gebruikelijk is. In de Senaat werd het wetsontwerp eerder al goedgekeurd op 25 oktober 2001[11] met 44 stemmen voor, 23 tegen en 2 onthoudingen. De CD&V en het Vlaams Blok stemden samen met drie Franstalige liberalen (Olivier de Clippele en Christine Cornet d'Elzius van de PRL en Nathalie de t'Serclaes van het MCC) tegen. Een andere PRL’er (Alain Destexhe) en Paul Galand van Ecolo onthielden zich.

Op 28 mei 2002 werd de wet door Koning Albert II bekrachtigd. Hiermee werd België na Nederland het tweede land ter wereld met een euthanasiewet die euthanasie onder bepaalde voorwaarden depenaliseert.

De wet bestaat uit zes hoofdstukken:

  • Hoofdstuk I - Algemene bepalingen
  • Hoofdstuk II - Voorwaarden en procedure
  • Hoofdstuk III - De wilsverklaring
  • Hoofdstuk IV - Aangifte
  • Hoofdstuk V - De Federale Controle- en Evaluatiecommissie
  • Hoofdstuk VI - Bijzondere bepalingen

De ethici Hugo Van den Enden (1938-2007, UGent; Recht op Waardig Sterven), Etienne Vermeersch (°1934, UGent), medicus Wim Distelmans (°1952, VUB) en spa-politicus Fred Erdman waren belangrijke protagonisten bij het legaliseren van euthanasie in België.

De Federale Controle- en Evaluatiecommissie[bewerken]

De wetgeving die euthanasie in België legaliseerde heeft ook een zestienledige controle- en evaluatiecommissie voorzien die bestaat uit 8 artsen, 4 hoogleraars in de rechten of advocaten en 4 leden afkomstig uit "kringen die belast zijn met de problematiek van ongeneeslijk zieke patiënten".

Ze komt één keer per maand samen en heeft tot taak de registratiedocumenten te onderzoeken en na te gaan of de euthanasies zijn uitgevoerd onder de voorwaarden en volgens de procedure bepaald door de wet.

De commissie moet ook om de twee jaar een rapport uitbrengen dat uit drie delen bestaat:

  • een statistisch verslag waarin de informatie uit het tweede deel van het registratiedocument is verwerkt
  • een verslag waarin de toepassing van de wet wordt toegelicht en geëvalueerd
  • eventuele aanbevelingen die kunnen leiden tot een wetgevend initiatief en/of andere maatregelen inzake de uitvoering van de wet.

De commissie bestond aanvankelijk uit de volgende effectieve leden: Roger Lallemand, Wim Distelmans, co-voorzitters, Sabien Bauwens, Dominique Bron, Walter De Bondt, Marc Englert, J. Herremans, Yves-Henri Leleu, Philippe Maassen, Raymond Mathys, J. Ter Heerdt, Jacqueline Vandeville, Fernand Van Neste, J. Vermylen en plaatsvervangende leden: J. Bury, Fernand Keuleneer, Margaretha Van Emelen. In 2007 waren de effectieve leden in de hoedanigheid van doctor in de geneeskunde: Wim Distelmans, Etienne De Groot, Marc Englert, Raymond Mathys, Margaretha Van Emelen, Dominique Bron, P. Maassen en Jacqueline Vandeville; in de hoedanigheid van hoogleraar in de rechten aan een Belgische universiteit, of advocaat: Fernand Van Neste, Walter De Bondt, Roger Lallemand en Yves-Henri Leleu; als leden afkomstig uit kringen die belast zijn met de problematiek van ongeneeslijk zieke patiënten: Sabien Bauwens, Margrit De Maegd, G. Magnette en Jacqueline Herremans. De plaatsvervangende leden waren in de hoedanigheid van doctor in de geneeskunde: S. Van Belle, B. Van den Eynde, François Damas, Luc Proot, P. Claes, J-M. Thomas, B. Figa en M. Desmedt; in de hoedanigheid van hoogleraar in de rechten aan een Belgische universiteit, of advocaat: Fernand Keuleneer, Michel Magits, Christian Panier en Gilles Genicot; als leden afkomstig uit kringen die belast zijn met de problematiek van ongeneeslijk zieke patiënten: A. Geuens, Willeke Dijkhoffz en C. Laurent.

Op de werking van de controle- en evaluatiecommissie is er zowel vanuit België als het buitenland kritiek geuit. Zo stelden Casteur en Mortier dat voorzitter Distelmans zich als rechter en partij profileert[12] en gaf Theo Boer aan dat de positie van Distelmans in andere landen onhoudbaar zou zijn, omdat de toetsing van euthanasie in België lijkt op de slager die zijn eigen vlees keurt[13]. Het feit dat in de eerste 13 jaar werking van de commissie slechts 1 casus werd doorgestuurd naar het parket roept bij sommige artsen vragen op[14]. Critici vinden dan ook dat de commissie vervangen zou moeten worden door een college van magistraten, al dan niet geadviseerd door artsen, omdat ze de taak heeft te bepalen of handelingen eventueel onder de strafwet vallen.

Aantal euthanasiegevallen 2003-2013[bewerken]

Volgens het Nationaal Instituut voor de Statistiek deed tussen 2003 en 2013 de volgende trend zich voor op vlak van euthanasieregistraties:

2003: 235 2009: 822 (+17 %)
2004: 349 (+49 %) 2010: 953 (+16 %)
2005: 393 (+13 %) 2011: 1133 (+19 %
2006: 429 (+9 %) 2012: 1432 (+26 %)
2007: 495 (+15 %) 2013: 1807 (+26 %)
2008: 704 gevallen, bijna drie keer hoger dan in 2003[15][16][17]

Alle rapporten van de euthanasiecommissie bevestigen de trend dat er veel meer registraties zijn door Vlaamse artsen dan door Franstalige artsen: 81 procent in Vlaanderen, tegenover slechts 19 procent Franstalige aangiften (periode 2012-2013). De rapporten geven geen verklaring voor deze opvallende, aanhoudende discrepantie tussen de taalgemeenschappen. Professor Wim Distelmans (VUB), oncoloog en voorzitter van de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie, beweerde in 2006 dat het werkelijk aantal gevallen van euthanasering in Franstalig België hoger ligt en Franstalige artsen veel minder aangifte zouden doen. Hij weet dat aan socioculturele verschillen tussen de artsen aan beide zijden van de taalgrens.[18]

De euthanasiewet: het debat[bewerken]

Kritiek[bewerken]

Hoewel in de lage landen de meerderheid van de bevolking pro euthanasie is, wordt er vanuit bepaalde christelijke groeperingen kritiek geuit op de wet.[19] De bisschoppen van de Belgische Kerkprovincie publiceerden op 16 mei 2002 een gezamenlijke verklaring[20] waarin euthanasie afgekeurd wordt en palliatieve zorg als enige mogelijke optie naar voren wordt gebracht. Volgens een studie uit 2008 van de Vrije Universiteit Brussel, gepubliceerd in het medisch tijdschrift British Medical Journal, zijn euthanasie en palliatieve zorg in België niet antagonistisch, maar wederzijds versterkend geweest.[21]

Kardinaal Danneels verklaarde in de Braambosuitzending van 13 april 2008 in verband met de wet m.b.t. euthanasie en de eventuele uitbreiding ervan "... dat het gaat om een keuze tussen twee beschavingen, een beschaving van de mensen die van zichzelf helemaal meester (willen) zijn en een beschaving waar er voor een God en het bovenmenselijke nog plaats is ... ik denk dat het een uitwas is van een typische ontwikkeling, ik zou bijna zeggen van een kankerachtige groei van het bewustzijn dat in de renaissance gelukkig ontwaakt is maar dat nu bijna kankerachtige proporties heeft aangenomen, dat nu op hol slaat."

Critici zoals advocaat Ferdinand Keuleneer vinden dat men in België de oorspronkelijke bedoeling van de euthanasiewet ver voorbij is gegaan en dat euthanasie er in een aantal gevallen neerkomt op 'dood op bestelling'[22].

In 2015 drongen 65 professoren, psychiaters en psychologen in een open brief in De Morgen erop aan om het toelaten van euthanasie op basis van louter psychisch lijden uit de wetgeving te schrappen omdat de uitzichtloosheid van psychisch lijden onmogelijk te objectiveren is.[23][24]

Repliek[bewerken]

In katholieke ziekenhuizen is euthanasie meer aanvaard dan men op grond van het standpunt van de Katholieke Kerk in België zou verwachten.[25][bron?] Dat betekent echter niet dan men er ook ontvankelijk tegenover staat. Volgens professor Wim Distelmans, oncoloog en voortrekker van het LEIF-netwerk, zijn vertragingsmaneuvers in katholieke ziekenhuizen en rusthuizen schering en inslag: "Zeker oudere en erg zieke patiënten hebben nood aan een doorverwijsplicht. Nu moet een patiënt zelf op zoek naar een andere arts wanneer zijn/haar behandelende arts niet wenst in te gaan op een euthanasievraag. Instellingen plukken iets uit de wetgeving dat niet van toepassing is, zoals de dertigdagenregel. Die moet enkel worden toegepast als de patiënt niet op korte termijn vanzelf zou sterven. Of men schuift de aanvraag op de lange baan door te verwijzen naar de ethische commissie of naar een stappenplan dat gevolgd moet worden. Er zijn ook doodzieke patiënten of zelfs rusthuisbewoners die te horen krijgen dat ze daarvoor naar huis moeten gaan. Mensen die geen eigen huis meer hebben, moeten dan onderdak vragen aan familie om te kunnen sterven. Het komt ook nog vaak voor dat dokters pijnstillende dosissen eigenhandig gaan verhogen, zonder overleg, of dat men de familie een “alternatief” opdringt. Artsen die tegen euthanasie zijn, hebben daar blijkbaar geen probleem mee. Ze vinden het psychologisch gezien makkelijker om iemand van een machine los te koppelen of in slaap te doen. Ze hebben dan de indruk dat ze niet zelf de hand in het overlijden hebben gehad. Ethisch is die spreidstand natuurlijk totaal verwerpelijk. Distelmans verwacht maar een brede attitudewijziging wanneer alle artsen in hun basisopleiding een verplicht vak over alle aspecten van het levenseinde krijgen. Zoals nu alleen aan de VUB gebeurt. Ook zouden rusthuizen en ziekenhuizen die de wet niet naleven, financieel gestraft moeten kunnen worden."[26][27]

Zorgnet Vlaanderen kan zich niet vinden in de kritiek die door onder meer Distelmans wordt geuit: "De Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging houdt ervan de oude tegenstellingen tussen katholieken en vrijzinnigen nieuw leven in te blazen. Katholieken weigeren euthanasie. Zij betuttelen de patiënt, ontnemen hem zijn recht op zelfbeschikking en laten hem afzien om het heilige respect voor het leven maar niet te hoeven schaden. Dat is volstrekte onzin. De voorzieningen aangesloten bij Zorgnet Vlaanderen passen de euthanasiewet wel degelijk toe. Het is onjuist te blijven verkondigen dat onze voorzieningen verboden worden de wet toe te passen. Het is bovendien unfair tegenover de honderden zorgverstrekkers, artsen, verpleegkundigen, ethische commissies die in de concrete praktijk gestalte geven aan menswaardige zorg bij het levenseinde." [28]

Recente ontwikkelingen[bewerken]

Anders dan in Wallonië is in Vlaanderen euthanasie zo goed als algemeen aanvaard. De Unie van Vrijzinnige Verenigingen (UVV) vroeg 1.916 Vlamingen en Brusselaars naar hun houding in belangrijke ethische kwesties. 85 procent van de ondervraagden beschouwt euthanasie zonder meer als aanvaardbaar. Ook in uitbreiding naar kinderen en dementen (die hun wilsbeschikking reeds vooraf hebben neergelegd) wenst 60 tot 84% van de ondervraagden een overheidsreglementering voor deze specifieke groepen (pasgeborenen, ernstig dementerenden en minderjarigen).[29][30][bron?]

Sinds 2002 zijn er echter al wel verschillende wetsvoorstellen ingediend om de wetgeving voor minderjarigen en dementerenden uit te breiden. Uit recent onderzoek (2011) blijkt dat twee derde van de Belgen euthanasie voor minderjarigen ook steunt. Meer bepaald: 68 procent van de Belgen vindt dat 12- tot 16-jarigen die ondraaglijk en ongeneeslijk lijden met toestemming van hun ouders om euthanasie moeten kunnen vragen. Ook blijkt 62 procent een uitbreiding van de huidige euthanasiewet naar dementerenden te steunen. Dat blijkt uit een enquête over euthanasie in de Benelux door de Nederlandse opiniepeiler Maurice De Hond bij zeshonderd Belgen, duizend Nederlanders en vierhonderd Luxemburgers. De resultaten van de peiling werden op 2 december 2011 in de Senaat gepresenteerd.[31][bron?]

Euthanasie op minderjarigen[bewerken]

Met de wet van 28 februari 2014 werd de huidige euthanasiewet uitgebreid naar minderjarigen. Voorwaarden zijn dat de minderjarige "oordeelsbekwaam" is en dat de ouders of wettelijke vertegenwoordigers akkoord gaan met het verzoek. De wet voorziet de mogelijkheid tot euthanasie bij minderjarigen enkel in het geval van ondraaglijk en uitzichtloos fysiek lijden. De minderjarige kan geen verzoek indienen op basis van psychologisch lijden, wat bij verzoeken van volwassenen wel mogelijk is.

Het voorstel was ingediend door Philippe Mahoux (PS) in de Senaat. In de Kamer stemden alle aanwezige parlementsleden van SP.A, PS, Open VLD en Groen voor, samen met Jean-Marie Dedecker (LDD) en de meesten van MR en Ecolo. De N-VA stemde verdeeld: 13 voor, 8 onthoudingen en één tegen. Naast de 8 N-VA'ers waren er ook onthoudingen van het FDF, Fouad Lahssaini (Ecolo) en Jacqueline Galant (MR). Alle aanwezige parlementsleden van CD&V, cdH en Vlaams Belang stemden tegen, samen met Peter Luykx (N-VA), Alexandra Colen, Ronny Balcaen (Ecolo), Thérèse Snoy (Ecolo), Philippe Collard (MR), Corinne De Permentier (MR), Marie-Christine Marghem (MR) en Laurent Louis.[32]

In oktober 2015 werd een euthanasiedokter voor het eerst naar het gerecht doorverwezen door de Federale Controle- en Evaluatiecommissie die toezicht houdt op de euthanasiewetgeving. Het betrof de Antwerpse arts en voorzitter van de pressiegroep Recht op waardig sterven, Marc Van Hoey, die op 22 juni 2015 een 85-jarige vrouw had geëuthanaseerd die na de dood van haar dochter verklaard had levensmoe te zijn. Normaal moest een psychiater daarmee instemmen, maar dat gebeurde niet. Het dossier kwam aan het licht nadat de Australische televisiezender SBS World News over dit geval in september 2015 een documentaire had uitgezonden.[33][34]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Voor euthanasie[bewerken]

Tegen euthanasie[bewerken]