Gaswinningsproblematiek in Groningen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Aardgasvelden in Nederland. Een deel van de velden op zee is niet afgebeeld. De grote cirkel is het aardgasveld van Slochteren.
Aardgaswinning in Groningen, Polygoonjournaal 1968

De gaswinningsproblematiek in Groningen omvat alle schadelijke gevolgen van bodemdaling en geïnduceerde aardbevingen veroorzaakt door de aardgaswinning in het Groningenveld.

Locatie[bewerken | brontekst bewerken]

In de volksmond en in de politiek wordt er vaak gesproken over "Groningen (provincie)" als zijnde de locatie van de gaswinningsproblematiek, maar dat is feitelijk niet juist en slechts een pars pro toto.

De locatie in het horizontale vlak[bewerken | brontekst bewerken]

Het gebied waar men te kampen heeft met de gaswinning problematiek, is niet alleen in Groningen, maar ook aan de randen van de provincie in Friesland en Drenthe. In de kop van Drenthe bevindt zich het Balloërveld, waar eveneens aardbevingen voorkomen, zij het in veel mindere mate. Het gebied met de zwaardere aardbevingen is gelokaliseerd in het noorden van de provincie Groningen, in het gebied tussen de stad Groningen en de Eemshaven.[1]

De locatie in het verticale vlak[bewerken | brontekst bewerken]

De diepte van het gasreservoir ligt tussen de 2600 en 3200 meter diepte. Door de gaswinning ontstaat daar een drukverlaging, van 347 bar in het begin naar zo'n 95 bar begin 2016.[2]

Oorzaak[bewerken | brontekst bewerken]

Als gevolg van de winning van het gas treedt in de regio bodemdaling op, die soms gepaard gaat met aardbevingen.[3]

Bodemdaling[bewerken | brontekst bewerken]

De bodemdaling wordt veroorzaakt door de daling van de druk in het zandsteen, waarin het gas is opgeslagen. Deze druk is voor het Slochterenveld gezakt van oorspronkelijk 350 bar in 1960 tot 70 bar in 2018.[4] De door TNO en NAM voorspelde bodemdaling in 2050 als gevolg van de gaswinning, is maximaal 40 à 50 cm bij Loppersum,[5][6] in 2013 bedroeg de gemeten bodemdaling bij Loppersum 30 cm.[5]

Aardbevingen[bewerken | brontekst bewerken]

Tot 1986 zijn er in Noord-Nederland geen aardbevingen waargenomen. De eerste aardbeving vond plaats bij Assen op 26 december 1986. Dit zou veroorzaakt zijn door aardgasveld Eleveld. Sindsdien zijn er door het KNMI in dit gebied een paar honderd aardbevingen geregistreerd, met een maximale magnitude van 3,5. 2013 was het zwaarste jaar met 133 aardbevingen van 1,5 of hoger, waarvan 119 in de provincie Groningen.[7] De aardbevingen in Noord-Nederland worden veroorzaakt door de gaswinning. Dit worden geïnduceerde bevingen genoemd. Een typisch kenmerk van door gaswinning veroorzaakte aardbevingen is de ondiepe ligging van het hypocentrum op ongeveer 3 kilometer beneden het maaiveld.[8]

Ontwikkeling tot 2018[bewerken | brontekst bewerken]

De aardbevingen zijn over de jaren langzaamaan in sterkte toegenomen. De eerste 20 jaar van de gaswinning (vanaf 1970) uit het Slochterenveld zijn daar vrijwel geen bevingen geregistreerd. Hierbij moet wel bedacht worden dat de gasproductie vanaf 1965 zeer laag was en pas rond 1975 op volle sterkte van tegen de 100 miljard m³ per jaar kwam. Vanaf 1991 vinden er kleine bevingen plaats boven het Slochterenveld met magnitudes rond de 2,0 (Richter), als de beving in Assen (dat meer dan 20 km van het Slochterengasveld ligt, maar dicht bij aardgasveld Eleveld) in 1986 buiten beschouwing wordt gelaten. Zo is er bij Middelstum op 5 december 1991 een beving geregistreerd met kracht 2,4.[9] Er zijn 3 grote bevingen geweest met kracht 3,4 of meer, met tussenpozen van telkens ongeveer 6 jaar.

De "Klap bij Huizinge" in de Groningse gemeente Loppersum had een magnitude van 3,6, de sterkste ooit gemeten in Noord-Nederland. In het Groningenveld is een toename van het aantal bevingen te zien. Dit lijkt een samenhang te hebben met de toegenomen gasproductie. Op basis van de statistiek is het echter niet mogelijk gebleken om de maximaal mogelijke magnitude voor aardbevingen in het Groningenveld te schatten. Hier moet nog verder onderzoek naar worden gedaan met behulp van geologische data en geomechanische modellen.

Het aantal door het KNMI geregistreerde bevingen met kracht 1,5 of hoger bedroeg in 2016: 13 en in 2017: 18.[10] Het aantal bevingen met kracht 3 of meer is de laatste 6 jaar is afgenomen, maar het aantal kleine bevingen en daarmee ook het totaal aantal bevingen is toegenomen: gemiddeld 20 bevingen per jaar met kracht 1,5 of meer van 2012 tot en met 2017, en gemiddeld 15 bevingen per jaar met kracht 1,5 of hoger in de periode 2006 tot en met 2011.[11]

Chronologisch overzicht van zwaarste bevingen in Groningen[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook Lijst van zwaarste aardbevingen in Nederland. Het volgende overzicht betreft de aardbevingen van 3 of meer op de schaal van Richter. Ter indicatie volgt eerst een overzicht wat 0 tot 7 op de schaal van Richter normaal gesproken inhoudt, maar omdat onder meer de aardbevingen in Groningen zo dicht onder de oppervlakte liggen en door de samenstelling van de bodem, zijn de effecten in Groningen heftiger.[12]

Cijfer op schaal Beschrijving Omschrijving v.d. effecten, gemiddeld genomen. (Situatie in Groningen is heftiger) Energie
ton TNT joule
0 tot 1,9 Minuscuul Wordt niet gevoeld door de mens, maar wel geregistreerd door seismografen. Zal nooit schade veroorzaken. 0,001–0,7 (handgranaat) (4–4000)·106
2 tot 2,9 Zeer licht Meetbaar; wordt slechts door weinig mensen waargenomen onder gunstige omstandigheden; hoogstens enkele (zeer) lichte objecten kunnen bewegen; vrijwel nooit enige vorm van schade. 1–22 (bom uit de late Tweede Wereldoorlog, Blockbuster) (4–90)·109
3 tot 3,9 Licht Veel mensen nemen trillingen als van een voorbijrijdende vrachtwagen waar; tegen elkaar staande glazen rinkelen; hooguit zeer lichte schade mogelijk, zoals losse dakpannen. 30–700 (MOAB, kernramp van Tsjernobyl) (0,1–3)·1012
4 tot 4,9 Gemiddeld Door vrijwel iedereen gevoelde trillingen als van zwaar voorbijrijdend verkeer; vrije slinger beweegt duidelijk; deuren, glazen en borden rammelen, raamluiken klapperen; geparkeerde auto's schommelen; lichte schade mogelijk aan bijvoorbeeld schoorstenen; in wegdek of oude en zwakke gebouwen kunnen kleine scheuren ontstaan. (1–22)·103 (klein kernwapen) (4–90)·1012
5 tot 5,9 Vrij krachtig Heftige trillingen, die door iedereen met schrik worden waargenomen; meubels bewegen; voorwerpen vallen om; klokken blijven stilstaan; schoorstenen kunnen instorten; scheuren in wegdek; lichte tot matige schade aan gewone gebouwen, zoals scheuren in stucwerk; oude en zwakke gebouwen kunnen zware schade oplopen of (gedeeltelijk) instorten; veel mensen verlaten in paniek hun huizen; over het algemeen geen sprake van levensgevaar, wel gevaar van verwondingen. (30–700)·103 (middelgroot kernwapen zoals Fat Man) (0,1–3)·1015
6 tot 6,9 Krachtig Wordt door alle betrokkenen met grote schrik ervaren; ook in een rijdende auto voelbaar; paniek; mensen verlaten snel hun huizen; grote scheuren in wegdek; veel gebouwen lopen matige tot zware schade op; oude en zwakke gebouwen kunnen helemaal instorten; bomen zwaaien heen en weer als bij sterke wind; tientallen doden en gewonden mogelijk; aan de kust kunnen tsunami's optreden; grote schade mogelijk binnen een straal van meer dan 150 kilometer. (1–22)·106 (groot kernwapen) (4–90)·1015

Hoeksmeer / Garrelsweer 2003[bewerken | brontekst bewerken]

Op 24 oktober 2003, 40 jaar na het begin van de aardgaswinning, vindt er voor het eerst een beving plaats met kracht 3,0 bij Hoeksmeer, wat later herzien wordt tot Garrelsweer.[13] Daarna vinden bevingen met kracht 3 of meer plaats met tussenpozen van 1 à 3 jaar.

Stedum 2003[bewerken | brontekst bewerken]

Op 10 november 2003 was er een beving met een kracht van 3,0 bij Stedum.[13]

Westeremden 2006[bewerken | brontekst bewerken]

Op 8 augustus 2006 was er een beving met een kracht van 3,5. Het epicentrum lag in de driehoek Middelstum, Westeremden en Loppersum. 414 mensen meldden schade.[14] De aardbeving mat 3,5 op de schaal van Richter.[13] Daarmee is het de op een na krachtigste aardbeving die ooit gemeten is in de provincie Groningen. Alleen de aardbeving bij Huizinge op 16 augustus 2012 was met 3,6 op de schaal van Richter krachtiger.

Westeremden / Loppersum 2008[bewerken | brontekst bewerken]

Op 30 oktober 2008 was er een beving met een kracht van 3,2 bij Westeremden, wat later door het KNMI bijgesteld wordt naar Loppersum.[13]

Zeerijp 2009[bewerken | brontekst bewerken]

Op 8 mei 2009 was er een beving met een kracht van 3,0 bij Zeerijp.[13]

Garrelsweer 2011[bewerken | brontekst bewerken]

Op 27 juni 2011 was er een beving bij Garrelsweer, 3 kilometer ten zuidwesten van Appingedam. Aanvankelijk meldde het KNMI dat de beving een kracht had van 2,7, maar na een nieuwe berekening werd dat naar boven bijgesteld tot 3,2 op de schaal van Richter.[13]

Huizinge 2012[bewerken | brontekst bewerken]

De zwaarste aardbeving als gevolg van de gaswinning in Groningen vond op 16 augustus 2012 plaats bij Huizinge en had een kracht van 3,6 op de schaal van Richter.[13] Daarmee is dit de krachtigste aardbeving die ooit gemeten is in de provincie Groningen. Er kwamen na de aardbeving veel schademeldingen binnen uit een vrij groot gebied rondom het epicentrum.

De aardbeving wordt geweten aan de aardgaswinning door de NAM. De aardbeving vormde de opmaat voor een grote discussie over aardgaswinning in Nederland, waarbij onder andere een schaderegeling in het leven werd geroepen voor eigenaren van woningen die door bodemdaling als gevolg van aardgaswinning beschadigd geraakt waren.

Zandeweer 2013[bewerken | brontekst bewerken]

Op 7 februari 2013 waren er twee bevingen in een uur tijd met respectievelijk een kracht van 2,7 en 3,2 bij Zandeweer.[13]

Leermens / Het Zandt 2013[bewerken | brontekst bewerken]

Op 13 februari 2013 vond er een beving plaats bij Leermens, wat later herzien wordt tot Het Zandt. De beving had een sterkte van 3,0.[13]

Garrelsweer 2013[bewerken | brontekst bewerken]

Op 13 juli 2013 was er een beving met een kracht van 3,0 bij Garrelsweer.[13]

Hellum 2015[bewerken | brontekst bewerken]

Op 30 september 2015 was er een beving met een kracht van 3,1 bij Hellum.[13]

Zeerijp 2018[bewerken | brontekst bewerken]

Op 8 januari 2018 was er een beving met kracht 3,4 op de schaal van Richter bij Zeerijp.[15]

Gelet op de magnitude was de beving iets lichter dan die bij Huizinge op 16 augustus 2012. Het Staatstoezicht op de Mijnen meldde echter dat de beving een grotere grondversnelling had dan die van Huizinge en dat deze daarom ook als zwaarder kon zijn ervaren in het getroffen gebied.[16]

Er raakten geen personen gewond. Bij het Centrum Veilig Wonen, het aanspreekpunt bij aardbevingsschade, werden na één dag ruim 600 schademeldingen geregistreerd.[17] Het aantal schademeldingen liep op tot bijna drieduizend.[18][19][20] Een van de getroffen gebouwen was de Jacobuskerk in Zeerijp.[21] Zelfs in het vijfentwintig kilometer van Zeerijp gelegen Universitair Medisch Centrum Groningen werd schade geconstateerd.[22]

Westerwijtwerd 2019[bewerken | brontekst bewerken]

In de vroege morgen van 22 mei 2019 was er ondanks genomen maatregelen toch weer een voor Nederlandse begrippen zware aardbeving met een kracht van 3,4 op de schaal van Richter, aldus het KNMI.[23] Volgens de meteorologische dienst lag het epicentrum van de beving in het Noord-Groningse dorp Westerwijtwerd (gemeente Loppersum). Dat ligt hemelsbreed ongeveer achttien kilometer ten noordoosten van de provinciehoofdstad Groningen. Groningers werden geschrokken wakker en er bleek weer nieuwe schade te zijn aangericht aan woningen en gebouwen. Boeren demonstreerden en zetten hun tractoren in een cirkel om het epicentrum te symboliseren. Premier Rutte sprak van "een nachtmerrie"[24] en commissaris van de Koning René Paas sprak van "een ramp die maar doorgaat".[25]. Op 22 mei alleen al waren er 593 schademeldingen tegen anders gemiddeld 30 p.d.; 19 daarvan betroffen acuut onveilige situaties, die directe actie vergen (Website Tijdelijke Commissie); 28 mei waren het er meer dan 2000.

Kans op zwaardere bevingen: instortingsgevaar en doden[bewerken | brontekst bewerken]

In januari 2013 gaf het KNMI aan dat als er een vergelijking zou worden gemaakt met gas- en olievelden elders in de wereld, dat de maximale sterkte van deze bevingen dan zou kunnen variëren tussen 4,2 en 4,8 ('gemiddeld').[26] In april 2013 gaf NAM-directeur Bart van de Leemput echter aan dat niet uitgesloten is dat er ook bevingen met een magnitude van meer dan 5 ('vrij krachtig') zouden kunnen plaatsvinden in het gebied, wat instortingsgevaar met zich mee zou kunnen brengen in sommige gevallen.[27]

Veiligheidsregio Groningen[bewerken | brontekst bewerken]

De hulpdiensten, gemeenten, provincie, waterschappen, defensie en het openbaar ministerie hebben in 2014 gezamenlijk het Incident Bestrijdingsplan Aardbevingen' opgesteld om voorbereid te zijn op (zwaardere) aardbevingen.[28] De rol van defensie hierbij is het leveren van bijstand, waarbij kan worden gedacht aan:

  • personele capaciteit - algemene ondersteuning;
  • verbindingen bij uitval telefonie;
  • hulpposten en noodhospitaal;
  • ziekenauto’s;
  • voeding, tenten, bad- en was gelegenheid;
  • transport algemeen en personen;
  • opvanglocaties;
  • noodvoorzieningen voor infrastructuur;
  • military trackers (onderdeel korps mariniers) / search-teams / Urban Search & Rescue;
  • bewaken en beveiligen.[29]

Worstcasescenario 2016[bewerken | brontekst bewerken]

Het RIVM schetst in het Nationaal Veiligheidsprofiel 2016 het worstcasescenario van een ernstige beving als gevolg van de gaswinning.[30] De kans dat dit tussen 2016 en 2021 gebeurt, wordt als zeer onwaarschijnlijk geacht en is vergelijkbaar met de kans op een chemisch ongeval of overstroming. Mocht zo'n beving zich voordoen, dan is het aanzienlijk gevolg dat het aardbevingsgebied (<100 km²) meerdere weken niet toegankelijk is. Men schat dat er tientallen tot meer dan 100 doden (105) kunnen vallen en enkele honderden ernstig gewonden en chronisch zieken, ook door psychische klachten. Het gebrek primaire levensbehoeften zal tijdelijk zijn, daar wordt snel in voorzien. De kosten van het herstel van 1100 woningen en infrastructuur (spoor, weg), plus de gezondheidskosten worden ruwweg geschat op een totaal meer dan een miljard euro. Het veiligheidsbelang op sociaal-politiek vlak zal mogelijk aanzienlijk tot ernstig aangetast worden. Denk aan:

  • verstoring van het dagelijks leven van enkele duizenden mensen (<10.000) die meerdere weken/maand de gevolgen voor het dagelijks leven ondervinden;
  • de aantasting democratische rechtsstaat doordat de getroffen bevolking in grote mate de nationale overheidsinstanties wantrouwt en zich op alle vlak genegeerd voelen. Bestuurlijke processen worden daardoor bemoeilijkt.
  • Sociaal-maatschappelijke impact doordat er een ernstige mate van angst, woede en apathie binnen de getroffen bevolking is.

Directe gevolgen van de bevingen en bodemdaling[bewerken | brontekst bewerken]

Er is ten gevolge van de gaswinning schade ontstaan aan (funderingen van) gebouwen, en de hogere waterstand noopt bijvoorbeeld tot de aanleg van nieuwe sluizen, dijken of gemalen. De NAM, die het aardgas wint, compenseert dergelijke schade via de Commissie Bodemdaling.[31] Men is het niet altijd eens over de te treffen maatregelen.[32]

Schade aan woonhuizen door aardbevingen of bodemdaling dient sinds 2015 opgegeven te worden bij het Centrum Veilig Wonen in Appingedam.[33] De woningschade wordt opgenomen in opdracht van de Nationaal Coördinator Groningen Hans Alders, die sinds 2015 werkzaam is in Groningen. Aanvankelijk werd ook de woningschade in opdracht van de NAM opgenomen. Begin 2018 was er een grote achterstand in het opnemen van de schades. Minister Eric Wiebes van Economie en Klimaat zegde op 10 januari 2018 bij een bezoek aan het gebied toe, dat er snel een goed schadeprotocol zal komen.

De grote spelers[bewerken | brontekst bewerken]

  • NAM
  • Overheid
  • Staatstoezicht op de Mijnen
  • Centrum Veilig Wonen
  • Tijdelijke commissie mijnbouwschade
  • Erfgoedloket
  • Nationaal Coördinator Groningen
  • Belangen-/ maatschappelijke organisaties

Tijdlijn[bewerken | brontekst bewerken]

Hier volgt een tijdlijn m.b.t. het actief worden van de grote spelers

Belangenconflicten[bewerken | brontekst bewerken]

Aanvankelijk handelde de NAM zelf de schade af, maar liet dat later over aan de door hen opgerichte Centrum Veilig Wonen. Omdat de schade hierdoor niet onafhankelijk afgehandeld werd van de veroorzaker, werd onder politieke druk en druk uit de media (met name Zondag met Lubach[34]) de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade opgericht.

Wetgeving en (geheime) afspraken[bewerken | brontekst bewerken]

In de Mijnbouwwet is geregeld dat alle delfstoffen in de ondergrond van Nederland en onder het Nederlands deel van het continentaal plat eigendom zijn van de Staat der Nederlanden. Zodra ze zijn gewonnen worden ze eigendom van de vergunninghouder, dus degene die ervoor zorgt dat de delfstoffen naar boven worden gehaald.

Oprichting Nederlandse Gasunie en voorbeschouwing consequenties voor de aardgaswinning in Nederland, Polygoonjournaal 1963

Voor de situatie in Groningen werd in 1963 onder goedkeuring van minister De Pous van Economische Zaken van het kabinet-De Quay een geheime gasdeal gesloten door de Staatsmijnen, de NAM en de voorlopers van Shell en Exxon. De deal was vanaf het begin omstreden: Albert Beerman, minister van Justitie, was tegen de deal en noemde het "wetsontduiking, slechts bedoeld om de Tweede Kamer niet te hoeven informeren".[35]

In alle jaren daarna werd, ondanks Wob-verzoeken, verzoeken van Kamerleden en de welwillendheid van minister Eric Wiebes de overeenkomst niet openbaar, omdat dat, volgens Wiebes, contractueel vastgelegd is, totdat een deel van de stukken in handen kwam van een Groningse boer en diens advocaat Kalmijn, die beiden streden tegen de NAM, EBN en de Staat. Hoe de boer en diens advocaat aan de stukken gekomen zijn, willen zij niet zeggen, maar de reden dat zij de stukken begin 2018 onthuld hebben is dat "de vele gedupeerden in Groningen en Drenthe recht hebben op duidelijkheid over de rol van de Nederlandse Staat sinds 1963 in de aardgaswinning."[36] Het Dagblad van het Noorden kreeg de stukken in handen en publiceerde ze online.[37]

De stukken gaan onder meer over de oprichting van een maatschap, wat een vorm van samenwerking is die niet hoeft te worden ingeschreven in het handelsregister. Opvallend is dat deze maatschap opgevat moet worden als een concessionaris-naamloze vennootschap met twee aandeelhouders, namelijk de Staatsmijnen en de NAM. Hoogleraar Herman Bröring concludeert dat als de Staat der Nederlanden in feite een aandeelhouder is van een vennootschap die het gasveld exploiteert, de rol van de overheid in de gaswinning beduidend groter dan tot dan toe werd gedacht. Advocaat Kalmijn hierover: De Staat dient in feite samen met de NAM een winningsplan in en de Staat keurt het vervolgens goed. Nou, dat is lekker. De slager keurt zijn eigen vlees. Het is een opzetje. Hoe objectief is een minister die zelf voor 50 procent een plan indient?” In hoeverre de staat aansprakelijk is, moet uit rechtszaken blijken.[37]

Veiligheid speelde geen rol bij de besluitvorming[bewerken | brontekst bewerken]

Tot 2013 zijn de veiligheidsrisico's voor de inwoners van het gebied op of rond het Groningenveld niet erkend bij de besluitvorming over de winning van het aardgas uit Groningen. Men richtte zich bij de bij de gaswinning op een maximale opbrengst, het optimaal gebruik maken van de Nederlandse bodemschatten en continuïteit in de gasvoorziening, waarbij het schaderisico erkend werd maar het veiligheidsrisico niet. De onderzoeksraad voor de veiligheid publiceerde begin 2015 dan ook een vernietigend rapport onder de titel ‘Aardbevingsrisico’s in Groningen’[38] Hieruit blijkt dat het ook bij de toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen tot de beving bij Huizinge ontbrak aan een actief kritische houding.

Indirecte gevolgen van de bevingen en bodemdaling[bewerken | brontekst bewerken]

Er heerst sinds 2012 toenemende onvrede onder de bevolking van Noordoost-Groningen over de houding van de NAM met betrekking tot het vergoeden van aardbevingsschade.[39][40] Er werden fakkeltochten gehouden in de stad Groningen om de aandacht te vragen voor de aardbevingsproblematiek. De optocht van 19 januari 2018 trok naar schatting 12.000 deelnemers.[41]

Waardedaling van huizen[bewerken | brontekst bewerken]

Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (2018) blijkt dat woningen in het Groningse aardbevingsgebied tot 2015 gemiddeld 9,3% in waarde zijn gedaald: 3% in 2009, 5,2% in 2012 en 9,3% in 2014. De verschillen tussen gemeenten zijn groot: Loppersum kent een gemiddelde waardedaling van 22,23%, Veendam 5,01% en Leek 1,99%. Hierbij geldt dat hoe meer fysieke schades er in een gemeente gerapporteerd worden, des te groter de waardedaling is. In plaatsen met minder schademeldingen blijkt de woning ook makkelijker te verkopen. Uit het onderzoek blijkt ook dat het gebied waarin waardedaling plaatsvindt veel groter is dan wat het gebied waar men rekening mee hield in beleidsstudies en het door overheid vastgestelde aardbevingsgebied: de stad Groningen en enkele gemeenten in Drenthe kampen ook met waardedaling.[42]

Gezondheidsklachten en doden door stress[bewerken | brontekst bewerken]

Uit onderzoek van Gronings Perspectief (een samenwerking tussen de Rijksuniversiteit Groningen, GGD Groningen en Onderzoek en Statistiek van de Gemeente Groningen) blijkt dat met name mensen met meervoudige schade aan hun woning, stressgerelateerde gezondheidsklachten vertonen en psychisch ongezonder zijn. Uit de Gezondheidsmonitor van de GGD (2016) blijkt dat er een significante verhoging van is van het huisartsbezoek onder mensen met meervoudige schade en onder mensen die recent een beving hebben meegemaakt. Ook is er een significante verhoging van het bezoek aan GGZ, vrijgevestigd psycholoog of psychiater, maar kleiner dan die van het bezoek aan de huisarts. Uit het onderzoek blijkt dat het percentage mensen met een slechtere ervaren gezondheid 21% is verhoogd, het percentage met veel gezondheidsklachten zelfs met 80% is verhoogd en het percentage met een hoog risico op een angst- of depressiestoornis is 39% verhoogd.[43] Onderzoekers van de Rijksuniversiteit hebben in 2018 in de Tweede Kamer verklaard dat de gezondheidsklachten dermate ernstig zijn dat minimaal 5 doden per jaar te verwachten zijn. De onderzoekers stellen dat niet de aardbevingen en het directe gevaar voor mensenlevens zijn de belangrijkste oorzaak van de ramp in Groningen, maar dat het de inadequate reactie op veel schade en veel onrust is die heeft geleid tot de huidige maatschappelijke onrust.[44]

Rechtszaken[bewerken | brontekst bewerken]

Inmiddels (oktober 2019) zijn er meerdere rechtszaken aanhangig met betrekking tot door bewoners en bedrijen in het gebied geleden schade, onder meer ook met betrekking tot de waardedaling van gebouwen en over immateriële schade. De Stichting Waardevermindering door Aardbevingen Groningen (WAG) diende een schadeclaim van 122 miljoen euro in bij de NAM. De betreffende eis tot schadeloosstelling vloeit voort uit de rechtszaak die WAG namens 5000 gedupeerden voerde tegen de NAM bij de rechtbank in Assen in 2015 en staat los van de door het ministerie van Economische Zaken toegezegde compensatie voor waardedaling in het aardbevingsgebied, waarvoor alle betrokken huishoudens in aanmerking zouden komen. [45] [46] [47]

Oplossen van de problemen[bewerken | brontekst bewerken]

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) krijgt binnen 48 uur na een beving met magnitude > 2,5, als vastgelegd in het Meet- en regelprotocol Aardbevingen,[48] een rapport van de NAM met voorgestelde maatregelen. Zo bracht de NAM op 10 januari 2018 naar voren: Reductie van de gasproductie met 10% vermindert het aantal jaarlijkse bevingen (magnitude>1,5) in het Slochterenveld met 2 à 3, maar de bevingen zullen niet minder krachtig worden. Dit is in tegenspraak met de resultaten van de laatste 12 jaar registratie van bevingen, zoals hierboven uiteengezet.[49] Een vermindering met 10% komt begin 2018 neer, als het eerdere advies om naar 21,6 miljard m³ per jaar te gaan wordt meegerekend, op een productie van 19,4 miljard m³ per jaar. Er kunnen echter bevingen blijven ontstaan, zelfs als de gaswinning volledig wordt gestaakt, tot een of enkele jaren na stoppen van de gaswinning.[50]

Op 1 februari 2018 richtte minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat een brief aan de Tweede Kamer, met daarin voorstellen, zoals gegeven door het SodM en GTS (Gasunie Transport Services). Belangrijke voorstellen waren het reduceren van de gasproductie tot 12 miljard m³ per jaar en de onmiddellijke sluiting van het Loppersumcluster: Ten Post, Overschild, De Paauwen, ’t Zandt en Leermens.[51]

Op 29 maart 2018 besloot de Nederlandse regering, dat uiterlijk in 2030 een einde moet komen aan de aardgaswinning in Groningen.[52]

Op 5 maart 2019 werd bekendgemaakt dat de Tweede Kamer een parlementaire enquête naar de gaswinning in Groningen en de problematiek daaromomtrent zou gaan houden. Het initiatiefvoorstel van GroenLinks en de PvdA om dit zwaarste middel dat het parlement ter beschikking heeft, werd met unanieme steun van de Tweede Kamer aanvaard. Daarbij werd wel verklaard dat deze parlementaire enquête op zijn vroegst in 2020 zou gaan beginnen.[53][54]