Gebouw van de Hoge Raad (Plein)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Gebouw van de Hoge Raad
Hoge Raad aan het Plein in 1936
Hoge Raad aan het Plein in 1936
Locatie Plein 2, Den Haag
Coördinaten 52° 5′ NB, 4° 19′ OL
Oorspr. functie rechtsgebouw
Start bouw 1858
Bouw gereed 1862
Sluiting 1988
Verbouwing 1938
Status afgebroken
Architect W.N. Rose
Detailkaart
Gebouw van de Hoge Raad (Plein)
Gebouw van de Hoge Raad (Plein)
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het gebouw van de Hoge Raad aan het Plein in Den Haag was van 1860 tot 1988 de huisvesting van de Hoge Raad der Nederlanden. Het heeft daarna plaatsgemaakt voor de uitbreiding van de Tweede Kamer.

Vanaf 1838 was de Hoge Raad gevestigd aan het Binnenhof. Het nieuwe gebouw werd gebouwd tussen het Ministerie van Koloniën en het Departement van Justitie in de tuin van het voormalige Huygenshuis. Het was ontworpen door rijksbouwmeester W.N. Rose. Door zijn aanzicht van pilaren met ronde bogen kreeg het de bijnaam het hondenhok[1].

Renovatie[bewerken]

Het slopen van de gevel in 1938
Het gebouw in 1983

Het gebouw had veel gebreken. Uiteindelijk werd in 1938 het gebouw gestript en door G.C. Bremer gerenoveerd waarbij zowel het interieur als de voorgevel vervangen werden. Ook werden door beeldhouwers bronzen beelden gemaakt van zes bekende juristen en voor het pand geplaatst, namelijk Cornelis van Bijnkershoek, Ulrik Huber, Hugo de Groot, Simon van Leeuwen, Johannes Voet en Joan Melchior Kemper.

In de zittingszaal werd naar een ontwerp van Richard Roland Holst in groen marmer met gouden letters een uitspraak van Hugo de Groot aangebracht. Hierboven stonden afbeeldingen van historische wetgevers: de Bijbelse Mozes (de Tien geboden), de Griek Solon (Atheense grondwet), de Byzantijnse keizer Justinianus (Corpus Iuris Civilis) en de Franse keizer Napoleon (Code Civil, Code Pénal).

De spreuk “UBI IUDICIA DEFICIUNT INCIPIT BELLUM” (Waar het recht ophoudt begint de oorlog) is ontleend aan het boek De iure belli ac pacis van Hugo de Groot uit 1625.[2] De Groot wordt onder meer door dit werk gezien als één van de voornaamste grondleggers van het moderne volkenrecht. De Hoge Raad gebruikt de spreuk tegenwoordig nog steeds als haar officiële motto. Ook de zes standbeelden zijn onlosmakelijk verbonden gebleven met de Hoge Raad en verhuisden telkens met haar mee. Tegenwoordig staan ze opgesteld vóór het nieuwe gebouw van de Hoge Raad der Nederlanden aan het Korte Voorhout.[3]

Sloop[bewerken]

De achterwandpanelen van Richard Roland Holst in de Statenpassage van de Tweede Kamer, door Lex Wechgelaar herschikt tot een nieuw kunstwerk in 1991.

De Raad zetelde tot 1988 in het gebouw, daarna is het gesloopt voor de Statenpassage en hoofdingang van de Tweede Kamer. De wand van de zittingszaal is in de Statenpassage als kunstwerk opgesteld op ongeveer dezelfde plek waar het zich vroeger bevond. De Raad nam in 1988 zijn intrek in Huis Huguetan aan het Lange Voorhout 34-36, de beelden werden meeverhuisd en geplaatst bij de ingang aan de Kazernestraat.