Hofkapel (Den Haag)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hofkapel
Hofkapel gezien vanaf de hofvijver met de uitbouw uit 1688 voor de verbouwing van 1879
Hofkapel gezien vanaf de hofvijver met de uitbouw uit 1688 voor de verbouwing van 1879
Locatie
Locatie Binnenhof 20
Coördinaten 52° 5′ NB, 4° 19′ OL
Status en tijdlijn
Oorspr. functie hofkapel
Huidig gebruik kantoren Eerste Kamer
Start bouw 13e eeuw
Verbouwing 1879
Erkenning
Monumentstatus onderdeel Rijksmonument
Monumentnummer 17477
Detailkaart
Hofkapel (Den Haag) (Binnenhof (Den Haag))
Hofkapel (Den Haag)
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde
Interieur in 1879
Hofkapel op het Binnenhof (tekening Albertus Frese, 1777)

De Hofkapel is een voormalige kapel op het Binnenhof in Den Haag. Tegenwoordig bevinden zich in dit deel van het Binnenhof fractie-, commissie- en werkruimtes van de Eerste Kamer.

Oprichting[bewerken]

De kapel werd in de dertiende eeuw gesticht door Willem II of graaf Floris V als een hofkapel bij de Grafelijke zalen. De kapel was gewijd aan de heilige Maria en werd daardoor ook wel de kapel van Maria ten Hove genoemd. Het gebouw was 7,5 meter breed en 22 meter lang. In de veertiende eeuw schonk koning Karel V van Frankrijk een stuk van het heilig kruis en de doornenkroon aan Albrecht van Beieren, graaf van Holland, als relikwieën voor zijn hofkapel.[1] In 1367 zou graaf Albrecht er een kapittel stichten, waarop hij twee jaar later een kapittelhuis liet bouwen naast de kapel.[2]

Vele landsheren voegden iets toe aan de grafelijke kapel. Al in 1326 was er in de kapel een orgel aanwezig en in 1373 werd er na de stichting van het kapittel een oksaal in de kapel geplaatst. Daar tegenaan was een serie van houten gravenbeelden bevestigd. Wanneer een graaf van Holland overleed werd zijn beeltenis hieraan toegevoegd. Toen Margaretha van Brieg in 1386 overleed, werd er in de kapel een grafmonument opgericht, waar ook haar echtgenoot Albrecht van Beieren zijn laatste rustplaats in zou vinden. Ook zijn zoon Willem VI van Holland en Jacoba van Beieren werden in deze kapel begraven. Karel V was de laatste graaf van Holland die werd geëerd met een houten beeld aan de oxaal. In 1452 schonk Filips de Goede een gebrandschilderd raam aan de kapel. De kapel werd een jaar later in de lengte met een travee uitgebreid naar 28 meter. Maximiliaan I zou in 1494 een gebrandschilderd raam schenken.[2]

Vanaf 1580 werd de kapel gebruikt voor de Hervormde kerkdienst en van 1591 tot 1807 door de Waalse kerk.[2] De kapel liep in 1644 grote brandschade op waarbij alleen de muren gespaard werden. Het werd daarna voorzien van een nieuwe grenenhouten gotische kap naar ontwerp van Pieter Noorwits. De kapel is in 1688 vergroot in de breedte waarbij de oude muur aan de Hofvijverzijde uitgebroken werd, vervangen door pilaren en een extra parallelle zijbeuk met een schilddak werd aangelegd. Hoewel deze de brand van 1644 had overleefd, was van het grafmonument van graaf Albrecht en Margaretha volgens Jacob de Riemer in 1730 niet veel meer over.[2]

Waalse kerk[bewerken]

Vanaf 1591 hield de Waals-Hervormde gemeente haar diensten in deze kapel, hernoemd tot de Franse Kerk. Lodewijk Napoleon Bonaparte, de eerste koning van het Koninkrijk Holland van 1806 tot 1810, heeft tot september 1807 op het Binnenhof gewoond. Zodra hij in 1806 het Binnenhof als residentie betrok, moesten in de hofkapel katholieke diensten worden gehouden. Aan de Waals-Hervormden gaf Lodewijk Napoleon een bijdrage om aan het Noordeinde de huidige Waalse kerk te bouwen.

Rijksbestemming[bewerken]

Verbouwing in 1879

De kapel werd in 1879 aan de Rijksoverheid verkocht. Na een ingrijpende verbouwing door architect Ferdinand Nieuwenhuis kreeg het gebouw een andere bestemming. De kerk werd onherkenbaar verbouwd tot kantoor in neorenaissance-stijl. Nieuwenhuis deelde de ruimte op in verdiepingen met een middengang met aan weerszijden kamers. In het verbouwde pand vond het toen nog jonge ministerie van Verkeer en Waterstaat onderdak. Het ministerie verliet het gebouw in 1970. Het pand werd in 1977 na een grondige renovatie in gebruik genomen door het Kabinet van de Minister-president en de Rijksvoorlichtingsdienst.[3]

Op de zolder is nog het oude houten gotische plafond te zien.

Grafkelders[bewerken]

Onder de hofkapel bevindt zich de gedeeltelijk ingestorte grafkelder van de graven van Holland. De buitenmuur bevat een ingemetselde steen die daarnaar verwijst:

De
voormalige hofkapel
in
MDCCCLXXIX
verbouwd.

In de kelders dezer kapel
zijn de grafsteden
van
Graven en Gravinnen
van
Holland
en werd het lijk
van
Johan van Oldenbarneveld
den XIV Mei
MDCXIX
bijgezet.
Albrecht van Beieren, graaf van Holland, en zijn vrouw Margaretha van Brieg, stichtten in 1367 een kapittel in de Hofkapel (Archief van het Kapittel van St. Marie op het Hof, bewaard in het Nationaal Archief)