Geschiedenis van FC Barcelona

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hieronder volgt een beschrijving van de geschiedenis van Futbol Club Barcelona.

Beginperiode[bewerken]

Oprichting[bewerken]

FC Barcelona werd op 29 november 1899 door de Zwitser Hans Joan Gamper opgericht. Via een advertentie in lokale dagbladen wierf Gamper de eerste leden. De Engelsman Walter Wild werd de eerste voorzitter van de club. De eerste wedstrijd vond plaats op 8 december 1899: er werd met 1-0 verloren van een elftal van Engelse immigranten.

Het begin van de twintigste eeuw[bewerken]

De eerste jaren speelden vooral Zwitsers, landgenoten van Gamper, en Engelsen in het eerste elftal van FC Barcelona. In 1902 won de nieuwe voetbalclub de eerste prijs: de Copa Macaya, de eerste Catalaanse competitie. Een jaar later speelde FC Barcelona de eerste wedstrijd buiten Catalonië. Ter gelegenheid van de kroning van Alfonso XIII speelde Barcelona in de Spaanse hoofdstad Madrid tegen Madrid CF en won met 3-1. Het was het eerste van vele beladen duels met de Madrileense club. De wedstrijd tussen beide clubs staat wel bekend als de Derby van het Heelal. In 1908 dreigde opheffing voor de club vanwege financiële problemen en teruglopende publieke belangstelling. Gamper voorkwam dit door voorzitter te worden. In maart 1909 werd aan de Carrer Indústria het eerste eigen stadion geopend met de naam La Escopidora. Dit stadion had een capaciteit van 6.000 plaatsen.

De eerste succesperiode[bewerken]

Begin jaren twintig van de twintigste eeuw beleefde Barça de eerste succesvolle periode met diverse prijzen. Josep Samitier, Paulino Alcántara, Sagi-Barbá en Vicenç Piera waren in die tijd de grote sterren, aangevuld met doelmannen Ricardo Zamora en later Franz Platko. In 1922 werd het stadion Camp de Les Corts in gebruik genomen. In deze succesperiode won FC Barcelona vier keer de Copa de España (1920, 1925, 1926, 1928), negen keer de Campionat de Catalunya (1919-1922, 1924-1928) en als slotstuk de eerste landstitel in 1928/1929. De grote rivaal in deze periode was vooral stadsgenoot RCD Espanyol met de Derbi de Barcelona als één van de belangrijkste wedstrijden van het seizoen.

Onderdrukking[bewerken]

Primo de Rivera en de Burgeroorlog[bewerken]

Met de militaire coup van Miguel Primo de Rivera in 1923, het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 en het aan de macht komen van Francisco Franco in 1939, was er lange tijd sprake van een sterke onderdrukking van de nationalistische gevoelens bij bevolkingsgroepen als de Catalanen. Franco veranderde de naam van FC Barcelona zelfs in het Spaanse Club Futbol de Barcelona. Juichen voor de eigen club FC Barcelona was voor veel Catalanen een manier om hun gevoelens te uiten.

In 1925 werd Joan Gamper er door de dictatuur van Primo de Rivera van beschuldigd het Catalaanse nationalisme aan te wakkeren als president van FC Barcelona. Direct aanleiding was het gefluit waarmee de supporters (culés) tijdens een wedstrijd de Marcha Real, het Spaans volkslied, hadden begeleid. Als straf werd het stadion Les Corts zes maanden gesloten en werd Gamper gedwongen af te treden als voorzitter. Gamper werd vervolgens uit Spanje verbannen en hij keerde terug naar zijn geboorteland Zwitserland, waar hij in 1930 zelfmoord pleegde.

Begin jaren dertig kreeg FC Barcelona te maken met de dreiging van onteigening van de club door anarchistische groeperingen en later marxisten. Om onteigening te voorkomen trad het clubbestuur af en het werd vervangen door een arbeiderscomité, waarin echter onder meer de clubsecretaris, de terreinknecht en enkele oud-bestuurders als vertegenwoordigers van de leden plaatsnamen, waardoor de continuïteit van de club gegarandeerd bleef. In 1936 kreeg FC Barcelona een nieuwe reden voor haat jegens Madrid in de vorm van de moord op clubvoorzitter Josep Sunyol. Sunyol was extreem links en vertegenwoordigde ook de politieke partij Esquerra Republicana de Catalunya in Madrid. Op 6 augustus 1936, enkele weken na de start van de Spaanse Burgeroorlog, reden Sunyol en een journalist zonder het te weten een verboden gebied binnen, de Sierra de Guadarrama. Zonder een vorm van gerechtelijk proces werd hij door het leger van Francisco Franco gearresteerd en ter dood gebracht. Pas een week later hoorde men in Barcelona wat er was gebeurd: Franco had de voorzitter van hun club vermoord. De haat jegens Madrid nam grote vormen aan.

De Mexicaanse Tour[bewerken]

In 1937 vertrok FC Barcelona op rondreis naar Mexico en de Verenigde Staten, toen voetbal vanwege de Spaanse Burgeroorlog onmogelijk was geworden. In Mexico speelde de club veertien wedstrijden tegen onder andere Club América, CF Atlante en Necaxa. FC Barcelona verbleef in september 1937 in New York, waar de club deelnam aan het New York Tournament. Alle vier wedstrijden werden gewonnen van achtereenvolgens Brooklyn Hispano (4-2), Saint Mary’s Celtic (4-3), American League Stars (2-0) en Jewish All-Stars (3-0). Slechts vier spelers, Argemí, Babot, Heros en Rafa, zouden met de technische staf terugkeren naar Barcelona. Aanvaller Martí Ventolrà was al eerder in Mexico achtergebleven nadat hij verliefd was geworden op het nichtje van de toenmalige Mexicaanse president. Ook Urquiaga, Fernando García, Gual, Iborra, Bardina, Munlloch, Pagès en Esteve Pedrol kozen voor Mexico, terwijl Domènec Balmanya, Josep Escolà, Josep Raich en Ramón Zabalo naar Frankrijk vluchtten. Raich, Escolà, Pedrol (1940), Balmanya (1941) en Zabalo (1944) zouden later terugkeren bij FC Barcelona, hoewel ze wel een jaar schorsing kregen voor het verlaten van Spanje.

De jaren veertig[bewerken]

In 1943 nam FC Barcelona het in de halve finale om de Copa del Generalisimo op tegen Real Madrid. De thuiswedstrijd werd met 3-0 gewonnen. Voorafgaand aan de return in Madrid, kwam José Finat y Escríva de Romani, directeur van de staatsveiligheidsdienst van Franco, de kleedkamer binnen en bedreigde de blaugranas. "Vergeet niet dat sommigen van jullie alleen maar mogen spelen bij de gratie van het regime dat jullie je gebrek aan vaderlandsliefde heeft vergeven," verkondigde Finat y Escríva de Romani. Ook de scheidsrechter maakte duidelijk dat hij zwaar zou optreden bij iedere vorm van ongedisciplineerd gedrag. In het stadion heerste een uiterst dreigende sfeer en door de fysieke en pschychische bedreigingen waren de spelers van Barcelona als versteend. Na acht minuten stond het 4-0, met rust 8-0 en na afloop 11-1 voor Real Madrid. De Madrileense pers was euforisch, maar de meer objectieve pers wist wel dat niet het goede spel van Real maar de bedreigingen hadden geleid tot deze enorme nederlaag van FC Barcelona. Zeven jaar later zou FC Barcelona thuis min of meer wraak nemen voor deze nederlaag. Met een 7-2-overwinning (met een hattrick van de Argentijn Mateo Nicolau) revancheerde de Catalaanse club zich en het betekende de grootste overwinning op Real Madrid ooit.

De gouden jaren vijftig[bewerken]

Pas in jaren vijftig en begin jaren zestig kende Barcelona weer grote successen. De komst van Ladislao Kubala, een vluchteling uit Hongarije, leidde deze nieuwe glorieperiode in. In 1952 won FC Barcelona vijf bekers: de Spaanse landstitel, de Spaanse beker, de Copa Latina, de Copa Eva Duarte en de Copa Martini Rossi. Deze prestatie leverde dit succesteam onder leiding van trainer Fernando Daucik de bijnaam Barça Cinc Copes (Barça van de Vijf Bekers) op. FC Barcelona leek in 1952 nog sterker te worden met het contracteren van Alfredo Di Stéfano. De komst van de Argentijnse aanvaller liep door inmenging van dubieuze tussenpersonen en de politiek echter mis en in plaats van FC Barcelona was het Real Madrid die Di Stéfano uiteindelijk contracteerde. Ook zonder Di Stéfano domineerde FC Barcelona samen met Real Madrid in Spanje met een elftal bestaand uit onder meer Kubala, Luis Suárez, Antoni Ramallets, Joan Segarra en Evaristo. Onder de Argentijnse trainer Helenio Herrera werd tweemaal de Europacup III gewonnen. In 1957 werd het nieuwe stadion Camp Nou geopend en werd de club kampioen van het Mundialito de Clubes. FC Barcelona was in 1960 de eerste club die Real Madrid in de Europacup I, na vijf titels op rij, wist uit te schakelen. De finale werd dat seizoen gehaald, maar daarin verloor Barcelona met 3-2 van Benfica. Het betekende het einde van deze succesperiode. In de jaren zestig won FC Barcelona nog wel de Copa del Generalísimo (1963 en 1968) en de Europacup III (1966).

Komst van Johan Cruijff[bewerken]

De jaren zeventig en tachtig[bewerken]

De komst van Rinus Michels, Johan El Flaco Cruijff en Johan El Toro Neeskens in de jaren zeventig brachten nieuwe successen met zich mee voor FC Barcelona, met als hoogtepunt de landstitel van 1974. Bovendien werd met 5-0 gewonnen van Real Madrid in het Estadio Santiago Bernabéu, de grootste uitoverwinning ooit op de aartsrivaal. Twee Europa Cups voor Bekerwinnaars volgden in 1978 en 1982. De jaren tachtig verliepen wisselend voor Barça. Wel werd onder leiding van de Engelse trainer Terry Venables in 1985 de landstitel behaald. Een jaar later verloor FC Barcelona na strafschoppen van Steaua Boekarest in de Europacup I-finale. Sterren bij Barça in de jaren tachtig waren onder andere de Argentijn Diego Maradona en de Duitser Bernd Schuster.

Het Dream Team[bewerken]

Toen Johan Cruijff in 1988 terugkeerde als coach bij de club, begon de tot dan toe succesvolste periode uit de geschiedenis van FC Barcelona met een team dat bekendstond als het Dream Team. Santi Nolla, hoofdredacteur van de Spaanse sportkrant El Mundo Deportivo introduceerde de benaming Dream Team in 1992. Op 28 juli 1992 opende de krant met de eerste gewonnen gouden medaille die namens baanwielrenner José Manuel Moreno door het Spaans Olympisch team is gewonnen op de Olympische Spelen van Barcelona. Er werd op de cover van El Mundo Deportivo tevens een verwijzing gemaakt naar de presentatie van FC Barcelona voor het seizoen 1992/1993 door middel van de uitdrukking Het andere Dream Team. In dezelfde editie van de krant trok Santi Nolla in zijn column een parallel tussen de prestaties van het Amerikaanse basketbalteam, dat met sterspeler Michael Jordan de grote blikvanger is op de Olympische Spelen en aangeduid wordt als Dream Team, en de prestaties van het FC Barcelona van Johan Cruijff. Nolla zag in beide teams de magie en het talent om het publiek spektakel te kunnen bieden. Onder leiding van Cruijff won het Dream Team onder andere vier landstitels (1991-1994). Hoogtepunt was echter de winst van de Europacup I in 1992. Op Wembley maakte Ronald Koeman in de verlenging tegen het Italiaanse Sampdoria vanuit een vrije trap de enige treffer. In december 1992 streed FC Barcelona als winnaar van de Europacup I voor de Intercontinental Cup en kreeg 1992 het Creu de Sant Jordi, een van de hoogste onderscheidingen van de Catalaanse regering.

In Tokyo kon er echter niet gewonnen worden van het Braziliaanse São Paulo FC (1-2). Christo Stoitsjkov maakte het enige Barça-doelpunt. In het seizoen 1993/94 was het elftal van Cruijff op zijn sterkst met het aanvalstrio Christo Stoitsjkov, Romário en Michael Laudrup. Dat seizoen werd Real Madrid met 5-0 verslagen in Camp Nou met een hattrick van Romário, een doeltreffende vrije trap van Ronald Koeman en een doelpunt van Iván Iglesias. Een passend slot aan dit seizoen ontbrak echter. De landstitel werd geprolongeerd, maar in de finale van de Champions League werd met 4-0 verloren van AC Milan. Hierna viel het succeselftal langzaam uiteen. De nieuwe spelers konden niet aan de verwachtingen voldoen en in 1996 werd Johan Cruijff vanwege tegenvallende resultaten ontslagen, dit overigens tot onvrede van de supporters.

Het einde van de twintigste eeuw[bewerken]

FC Barcelona hervond zich echter al snel na het ontslag van Cruijff en ook onder zijn opvolger, de Engelsman Bobby Robson, beleefde de club successen. In 1996-97 werden de Europacup II, de Copa del Rey en de Supercopa veroverd. De grote ster dat seizoen was Ronaldo, die onder andere de enige treffer maakte in de EC II-finale tegen Paris Saint-Germain. In 1997 volgde een derde Nederlander, Louis van Gaal, Robson op als coach van FC Barcelona. Onder zijn leiding won Barça de landstitel (1998, 1999), de Copa del Rey (1998) en de Europese Supercup (1997). In 2000 nam Van Gaal ontslag, nadat eerder president Josep Lluís Núñez was afgetreden.

Sportief en economisch verval[bewerken]

Joan Gaspart volgde Núñez in 2000 op als president van FC Barcelona. Binnen een week was Gaspart een van de sterspelers al kwijt: Luís Figo maakte de verboden overstap naar aartsrivaal Real Madrid. Marc Overmars kwam als zijn vervanger, maar die kon nooit volledig aan de verwachtingen voldoen. Onder Gaspart kwam FC Barcelona in een sportieve en economische crisis terecht. Er werden geen prijzen meer gewonnen, veel dure aankopen konden totaal niet aan de verwachtingen voldoen en Gaspart ging totaal verkeerd om met het kapitaal van de club. De druk nam sterk toe en begin 2003 trad Gaspart af als president. Nieuwe verkiezingen waren noodzakelijk.

FC Barcelona terug naar de top[bewerken]

Lionel Messi

De periode van Rijkaard[bewerken]

De leden (socios) van FC Barcelona kozen de advocaat Joan Laporta als nieuwe president. Onder advies van Johan Cruijff stelde Laporta de Nederlanders Frank Rijkaard en Henk ten Cate aan als trainersduo en daarnaast betrok hij verschillende oud-spelers bij de dagelijkse bezigheden van de club. Zo werd Aitor Beguiristain technisch directeur, Guillermo Amor hoofd opleidingen en Eusebio Sacristán assistent-trainer. Diverse topspelers werden gecontracteerd, met Ronaldinho als de grootste ster. De Braziliaanse aanvaller werd in dienst van FC Barcelona Europees voetballer van het jaar (2005) en Wereldvoetballer van het jaar (2004, 2005). In eerste instantie vielen de sportieve prestaties enigszins tegen, maar uiteindelijk eindigde Barcelona in het seizoen 2003/04 als vicekampioen achter Valencia CF. In het seizoen 2004/05 werd FC Barcelona landskampioen en werd bovendien de Supercopa gewonnen. Op 17 december 2005 vestigde het FC Barcelona van Frank Rijkaard met een 3-1-overwinning tegen Cádiz CF zelfs een clubrecord van twaalf overwinningen op een rij. Het vorige record van elf overwinningen was in het seizoen 1955/56 gevestigd onder leiding van de toenmalige trainer Franz Platko en de sterspeler Ladislao Kubala. Mede dankzij deze reeks wist FC Barcelona de Spaanse titel in 2006 te prolongeren. Een ander hoogtepunt was de overwinning van FC Barcelona in de UEFA Champions League. Na in de eerste ronde te hebben afgerekend met Panathinaikos FC, Werder Bremen en Udinese, wachtte in de achtste finale het Engelse Chelsea FC. Dankzij een 2-1-overwinning in Londen en een 1-1 gelijkspel thuis ging FC Barcelona door. Deze overwinning op Chelsea FC was extra bijzonder, aangezien het seizoen daarvoor de Engelse ploeg FC Barcelona na twee discutabele wedstrijden had uitgeschakeld. Via wedstrijden tegen het Portugese SL Benfica in de kwartfinale (0-0 uit, 2-0 thuis) en het Italiaanse AC Milan (0-1 uit, 0-0 thuis) in de halve finale bereikte FC Barcelona uiteindelijk de finale. Daarin was het Engelse Arsenal FC de tegenstander en de blaugranas wisten de finale met 2-1 te winnen. Na een 0-1-achterstand door een goal van Sol Campbell in de eerste helft, vocht Barça zich terug en de finale werd uiteindelijk gewonnen door doelpunten van Samuel Eto'o en Juliano Belletti. Als winnaar van de UEFA Champions League nam FC Barcelona in december 2006 deel aan het WK voor clubs in Japan. De Catalanen startten overtuigend aan het toernooi door in de halve finale met 4-0 te winnen van het Mexicaanse Club América, winnaar van de CONCACAF Champions Cup. Eiður Guðjohnsen, Rafael Márquez, Ronaldinho en Deco waren doeltreffend. In de finale verloor FC Barcelona echter met 0-1 van het Braziliaanse Internacional de Porto Alegre. De Catalanen domineerden de wedstrijd, maar kwamen nauwelijks tot grote kansen. In de tachtigste minuut maakte Carlos Adriano het enige doelpunt van de finale.

Het seizoen 2006/2007 liep uit op een teleurstelling. Na de verloren WK-finale schakelde Liverpool FC Barcelona al in de achtste finales uit in de Champions League en was er ook in de Spaanse competitie geen succes. FC Barcelona eindigde in punten gelijk met landskampioen Real Madrid, dat echter de titel won op basis van het betere onderlinge resultaat. Nadat ook het seizoen 2007/2008 zonder hoofdprijzen eindigde, werd trainer Rijkaard ontslagen.

De terugkeer van Guardiola[bewerken]

Oud-speler Josep Guardiola werd met ingang van het seizoen 2008/09 aangesteld als nieuwe trainer. Onder hem won de club in zijn debuutjaar als coach de nationale dubbel (de landstitel en de Copa del Rey) en de UEFA Champions League. In de finale van de Champions League werd met 2-0 gewonnen van Manchester United door doelpunten van Samuel Eto'o en Lionel Messi. De Supercopa de España, de UEFA Supercup en de eerste wereldtitel voor clubteams in de clubhistorie volgden in de tweede helft van het jaar. Daarmee werd het kalenderjaar 2009 met zes gewonnen prijzen het beste jaar in de geschiedenis van FC Barcelona. In het seizoen 2009/10 werd de Spaanse competitie gewonnen, het seizoen daarop de Champions League en voor het derde jaar op rij de Spaanse competitie. Guardiola bleef aan tot en met het seizoen 2011/12 en werd met veertien prijzen de succesvolste coach in de clubgeschiedenis. Onder zijn bewind kwam het spel van Barcelona internationaal bekend te staan als tiki-taka, een tactiek met veel balbezit, beweging en korte passes.

Lionel Messi[bewerken]

Essentieel voor de successen onder Guardiola, was de opkomst van aanvaller Lionel Messi. Hij werd in drie van de vier jaar waarin Guardiola coach was verkozen tot beste voetballer van de wereld en vier keer achter elkaar topscorer in de Champions League. In het seizoen 2011/12 werd hij met zijn 234e doelpunt op 24-jarige leeftijd clubtopscorer aller tijden en met vijftig competitiedoelpunten de meest scorende speler in één seizoen van de Primera División ooit. In competitie-, beker-, Supercup en Europese wedstrijden bij elkaar maakte hij in de vier jaar onder Guardiola 211 doelpunten, waaronder in de finales van beide gewonnen Champions League-toernooien, beide gewonnen WK's voor clubteams en beide gewonnen Copa del Rey-toernooien.

Tito Vilanova[bewerken]

Met ingang van seizoen 2012/2013 volgde Tito Vilanova Guardiola op als hoofdcoach van FC Barcelona. Onder hem werd de club voor de 22e keer Spaans landskampioen. Deze titel werd overschaduwd door ziekte van de coach. In december 2012 werd voor de tweede keer kanker vastgesteld bij de Spanjaard, nadat hij in november 2011 al een tumor in de speekselklieren had laten verwijderen. Nadat ook voor de derde keer kanker bij hem werd geconstateerd, legde Vilanova in juli 2013 na één seizoen zijn functie bij Barcelona neer. Negen maanden later overleed hij aan de gevolgen van zijn ziekte.

Vilanova werd in juli 2013 opgevolgd door Gerardo Martino. In het jaar dat hij trainer van Barcelona was, won de club de Spaanse supercup, maar greep ze verder overal naast. Ze moest de de Copa del Rey aan Real Madrid laten en de titel aan Atlético Madrid, dat Barcelona ook nog uitschakelde in de kwartfinale van de Champions League. Na het mislopen van het kampioenschap op de laatste speeldag, diende Martino diezelfde avond zijn ontslag in.

De terugkeer van Luis Enrique[bewerken]

Drie jaar na het vertrek van Guardiola stelde Barcelona in 2014 Luis Enrique aan als trainer, eveneens oud-speler van de club en voormalig teamgenoot van Guardiola. Onder hem begon een nieuwe periode waarin Barcelona de ene na de andere prijs won, nationaal en internationaal. In het eerste seizoen van Henrique schreef de club zowel het landskampioenschap, de nationale beker als de vijfde Champions League-titel in de clubgeschiedenis op haar naam. Messi werd dat jaar voor de vierde keer in zijn carrière verkozen tot beste speler van de wereld. Hierop volgde in 2015/16 de tweede dubbel op rij en Barcelona's derde wereldtitel voor clubteams, voor de derde keer nadat Messi de club op voorsprong bracht in de finale.

Shirtsponsoring[bewerken]

FC Barcelona weigerde tot 2011 commerciële shirtsponsoring. Vanaf 2005 bevondt zich op de linkerarm wel het logo van sponsor TV3, een Catalaanse televisiezender. In 2006 sloot de club een overeenkomst voor vijf jaar met Unicef met de slogan Barça, meer dan een club, een nieuwe wereldwijde hoop voor kwetsbare kinderen. Daarbij ging FC Barcelona de organisatie jaarlijks met een bedrag van 1,5 miljoen euro steunen en verkreeg de club het recht om het embleem van Unicef af te beelden op wedstrijd- en trainingskleding.

Met ingang van het seizoen 2011/12 kreeg Barcelona voor het eerst in de clubhistorie wel een commerciële shirtsponsor, de Qatar Foundation. Hiervoor ging de club €30.000.000,- per jaar ontvangen.[1] FC Barcelona verruilde de Qatar Foundation in juli 2013 vervolgens voor Qatar Airways als shirtsponsor, voor minimaal €32.000.000,- per jaar.[2]

Presidenten van FC Barcelona[bewerken]

   

Voormalig spelers en trainers[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van spelers van FC Barcelona voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
1rightarrow blue.svg Zie Lijst van trainers van FC Barcelona voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Externe links[bewerken]

Wapen Barcelona Portaal Barcelona