Lemurië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Lemuria (continent))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kaart van het legendarische koninkrijk Kumari Kandam, dat vaak met Lemurië wordt vergeleken en volgens Blavatsky als het oude Lanka een deel van Lemurië was.
Kaart van Lemurië 'in een latere periode', toen het zijn grootste omvang had, volgens William Scott-Elliot, 1896
De theorie van de platentektoniek: de randen van de tektonische platen op Aarde
Kaart van Marie Tharp en Bruce Heezen, geschilderd door Heinrich C. Berann (1977), met daarop het reliëf van de oceaanbodem met het systeem van mid-oceanische ruggen.

Lemurië is een fictief of een hypothetisch verloren land of continent, dat zich volgens uiteenlopende verhalen zou hebben bevonden in de Indische Oceaan of in de Grote Oceaan. Het concept van Lemurië dateert uit de 19e eeuw, en komt voort uit pogingen van geleerden uit die tijd om onder andere de grote biogeografische overeenkomsten tussen India en Madagaskar te verklaren.

De zoöloog Philip Lutley Sclater wordt vaak gezien als de eerste die met de hypothese over Lemurië kwam. Hij deed onderzoek naar zoogdieren, waaronder de Lemuren, in de Indische Oceaan en omliggende landen. Wat hem verbaasde was dat hij fossielen van dezelfde dieren vond in India en Madagaskar, maar niet in Afrika en het Midden-Oosten. Dit was voor hem het bewijs dat Madagaskar en India mogelijk ooit deel uitmaakten van een gezamenlijk continent. Deze theorie was voor die tijd niet ongebruikelijk. Ook Étienne Geoffroy Saint-Hilaire kwam al met een hypothese over een verloren continent in de Indische Oceaan, maar gaf dit geen naam.

Het schijnt dat het gebied op het aardoppervlak waar de evolutie van deze oorspronkelijke mensen uit de nauw verwante smalneusapen plaatsvond, moet worden gezocht in Zuid-Azië of in Oost-Afrika of in Lemurië. Lemurië is een oud continent dat nu in de wateren van de Indische Oceaan is verzonken en dat ten zuiden van het huidige Azië lag en zich uitstrekte, enerzijds in oostelijke richting tot Boven-India en de Soenda-eilanden, en anderzijds naar het westen tot Madagascar en Afrika.' en 'Er is veel overeenkomst tussen deze laatsten [Australiërs en Papoea's] en de oorspronkelijke bewoners van Polynesië, die Australische eilandenwereld die eens een reusachtig en doorlopend continent schijnt te zijn geweest.

Later gaf Alfred Wegener echter in de theorie van de continentverschuiving een afdoende verklaring voor deze overeenkomsten. De theorie van de continentverschuiving hangt samen met de theorie van platentektoniek.

Lemurië wordt vaak vergeleken met andere legendarisch verzonken landen, zoals Kumari Kandam.

Aan het bestaan van Lemurië, evenals dat van andere verloren continenten zoals Mu, wordt vandaag de dag sterk getwijfeld door hedendaagse kennis van de platentektoniek. Hoewel er verzonken continenten bestaan zoals het Kerguelenplateau, is er geen enkel bewijs voor het bestaan van een dergelijk verzonken continent in de Indische of Grote Oceaan. Lemurië wordt tegenwoordig door wetenschappers afgedaan als een verzinsel.

Theosofie[bewerken | brontekst bewerken]

Hoofd van een Cycloop, 1e eeuw n. Chr., uit het Colosseum in Rome
Ahu Huri A Urenga, de enige moai op Paaseiland met vier handen. Volgens Blavatsky hadden de Lemuriërs ooit vier armen en was Paaseiland een overblijfsel van het verzonken continent Lemurië.

Het concept van Lemurië is echter wel in de loop der jaren door veel schrijvers gebruikt als inspiratiebron.

Blavatsky[bewerken | brontekst bewerken]

Lemurië speelt soms een grote rol in het occultisme. Dit komt voornamelijk door de werken van Helena Blavatsky, die in de jaren 80 van de 19e eeuw beweerde een versie van de Stanza's van Dzyan te hebben gezien die ouder zou zijn dan het mythische Atlantis.

De Geheime Leer[bewerken | brontekst bewerken]

In de complexe kosmogonie (wereldwording) en antropogenese (menswording) van De Geheime Leer (1888), die uitgaat van zeven oerrassen (wortelrassen), omschreef Blavatsky Lemurië als het thuisland van het derde oerras, de Lemuriërs. Het was het eerste echt stoffelijke mensenras. Het hermafrodiete ras scheidde zich in geslachten, werd door 'stralende geesten' bezield en was verantwoordelijk voor de 'bestialiteit', de gemeenschap tussen (de nog onbezielde) mens en dier, die later zou leiden tot het ras van de mensapen. De 'goddelijke mensen', die eerst van nature wijs waren en in het bezit van het 'oog van wijsheid', verloren geleidelijk het 'contact tussen het hemelse en aardse'. Het derde oog, op het achterhoofd, werkte toen niet meer, trad terug, 'verschrompelde' en versteende. De pijnappelklier zou er het bewijs van zijn. De 'drie-ogige' Lemuriërs en vroege Atlantiërs zouden het prototype van de 'een-ogige' Cyclopen worden. Hun bouwkunst met enorme stenen staat bekend als 'Cyclopisch'. In het begin zouden de Lemuriërs bovendien vier armen hebben gehad. Ze werden de prototypen van de vierarmige hindoegoden.

Deze leer impliceert dat de mens tijdgenoot was van de 'reuzendieren' (dinosauriërs). Dat zou het bestaan van legenden over (vliegende) 'draken' verklaren. Quetzalcoatl, de 'gevederde slang', werd door de indianen van Midden-Amerika vereerd en er is zelfs een pterodactylus[2] naar deze god vernoemd: de Quetzalcoatlus.

'Vervolgens lezen we (..) over reusachtige vliegende hagedissen, Pterodactyli, met krokodillekaken aan een eendekop, enz. Deze bestonden alle tegelijk met de mens, vielen hem hoogstwaarschijnlijk aan, evenals de mens hen aanviel; en dan vraagt men ons te geloven dat de mens - tenzij hij zelf een kolossale reus was - in de Natuur omringd door zulke monsterlijke wezens, kon blijven bestaan, terwijl al zijn vijanden zijn omgekomen? Kon hij met zijn stenen bijl een Sivatherium of een reusachtige vliegende sauriër overwinnen? Laten we altijd in gedachten houden dat tenminste één groot geleerde, De Quatrefages, geen houdbare wetenschappelijke redenen ziet waarom de mens niet de 'tijdgenoot van de eerste zoogdieren zou zijn geweest en in oorsprong zelfs zou teruggaan tot het Secundair '(The Human Species, 1879, p.152[3])

— Blavatsky, De Geheime Leer[4]

Voortbrenging[bewerken | brontekst bewerken]

"Leda en de zwaan" door Leonardo da Vinci, met de 'eigeborenen' Castor en Pollux, met het ei links.

De mensheid zou zich pas zijn gaan voortplanten op de huidige manier na de 'scheiding in geslachten'. Daarvoor waren de mensen hermafrodiet of androgyn en was er sprake van 'dubbelgeslachtelijke voortbrenging' en 'eigeborenen'.[5] Castor en Pollux, die volgens de Griekse mythe uit het ei van Leda werden geboren, zijn 'een toespeling op het 'ei-geboren' derde Ras'.[6]

Deze fase werd weer voorafgegaan door 'zweetgeborenen' (het tweede en vroege derde Ras),[7] die door 'knopvorming' (ongeslachtelijke voortplanting) ter wereld kwamen.

De geschiedenis van de zweetgeborenen komt in de Vishnu Purâna voor, als de mythe, waarin de wijze en kuise yogi Kandu, verleid wordt door de apsaras (nimf) Pramlochâ, die door Indra gestuurd was om Kandu's boetedoening te verstoren. Kandu brengt '907 jaar, zes maanden en drie dagen' met Pramlochâ door, waarna hij haar vervloekt en zij wegvlucht ' terwijl ze het zweet van haar lichaam veegt met de bladeren van de bomen, als ze door de lucht snelt.' Haar kind kwam als zweetdruppels tevoorschijn uit de poriën van haar huid. de 'levende dauwdruppels' werden door de bomen opgevangen en de wind verzamelde ze tot één massa. Soma (de maan) bracht de bol tot rijpheid en het nam in grootte toe, tot er het meisje Mârishâ uit geboren werd. Volgens Blavatsky staat Kandu voor het eerste Ras, is Pramlochâ de hindoese Lilith en Mârishâ 'een symbool van het tweede Ras van de mensheid' (de Hyperboreeërs van het continent Hyperborea).

Locatie[bewerken | brontekst bewerken]

Blavatsky beschreef Lemurië als een hoefijzervormig continent, van de Grote Oceaan westwaarts naar de Atlantische Oceaan, 'waarvan het ene eind, het oostelijke, dat veel noordelijker dan Noord-Cornwallis lag, Groenland omvatte, en het andere de Beringstraat als een stuk binnenland omsloot en in zijn natuurlijke loop zuidwaarts omboog en zich tot aan de Britse eilanden uitstrekte, die in die tijd precies onder de onderste boog van de halve cirkel moeten hebben gelegen.'[8]

Men moet bedenken dat het Lemurië dat diende tot bakermat van het derde Wortelras, niet alleen een uitgestrekt gebied in de Grote en Indische Oceaan omvatte, maar zich in de vorm van een hoefijzer uitstrekte voorbij Madagascar, rond 'Zuid-Afrika' (toen slechts een brokstuk in wording), door de Atlantische Oceaan tot Noorwegen toe. De laag van het grote Engelse zoetwaterbekken dat het Wealden wordt genoemd - dat elke geoloog beschouwt als de monding van een vroegere grote rivier - is de bedding van de belangrijkste stroom die in het Secundair [het tijdvak zoals die in de 19e eeuw geschat werd, was bij Blavatsky de Lemurische periode, het Tertiair de Atlantische periode] zorgde voor de afwatering van noordelijk Lemurië.

Er kan geen treffender bevestiging van onze bewering worden gegeven dan door het feit, dat de VERHOOGDE RUG in het Atlantische bekken, 9000 voet hoog, vanaf een punt bij de Britse eilanden tot twee tot drieduizend mijl naar het zuiden loopt, eerst afbuigt in de richting van Zuid-Amerika, dan bijna rechthoekig ombuigt en verder gaat in ZUIDOOSTELIJKE richting naar de kust van Afrika, vanwaar hij in zuidelijke richting zijn weg vervolgt naar Tristan da Cunha. Deze rug is een overblijfsel van een Atlantisch continent en zou, als hij verder kon worden vervolgd, het bewijs opleveren van een onderzeese hoefijzervormige verbinding met een vroeger continent in de Indische Oceaan. (..) Het Atlantische deel van Lemurië was de geologische basis van wat bekend staat als Atlantis.

— Blavatsky, De Geheime Leer[9]

Lanka[bewerken | brontekst bewerken]

Terwijl het verzinken en de transformatie van Lemurië dicht bij de poolcirkel (Noorwegen) begonnen, beëindigde het derde Ras zijn loopbaan in Lanka, of liever op wat bij de Atlantiërs Lanka werd. Het kleine overblijfsel, dat nu bekendstaat als Ceylon, is het noordelijke hoogland van het oude Lanka, terwijl het reusachtige eiland van die naam in het Lemurische tijdperk' een enorm continent was:
Lemurië 'nam het hele gebied van de Himalaja in beslag, die het scheidde van de binnenzee, waarvan de golven stroomden over wat nu Tibet, Mongolië en de grote Shamo- (Gobi-) woestijn is; van Chittagong westwaarts tot Hardwar en naar het oosten tot Assam. Vandaar strekte het zich uit naar het zuiden over wat wij kennen als Zuid-India, Ceylon en Sumatra; dan omvatte het op zijn weg naar het zuiden Madagascar aan de rechterkant en Australië en Tasmanië aan de linkerkant en liep door tot enkele graden van de zuidelijke poolcirkel; dan strekte het zich van Australië, in die tijd een binnengebied van het moedercontinent, ver in de Stille oceaan uit, tot voorbij Rapa-nui (Teapy, of Paaseiland), dat nu op 26° zuiderbreedte en 110° westerlengte ligt.

— Blavatsky, De Geheime Leer[10][11]

Paaseiland[bewerken | brontekst bewerken]

Paaseiland zou een overblijfsel zijn van het grote verzonken continent Lemurië. 'Het Paaseiland (..) behoort tot de vroegste beschaving van het derde Ras.' Het Atlantische 'continent verhief zich tegelijkertijd met het verzinken van de equatoriale gedeelten van Lemurië. Eeuwen later verschenen enkele van de Lemurische overblijfselen opnieuw aan het oppervlak van de oceanen.'[8] De Atlantiërs namen deze eilanden op bij hun landen en continenten. 'Sommige Atlantiërs hebben op deze manier ook bezit genomen van Paaseiland; zij waren ontsnapt aan de ramp die hun eigen land overkwam en vestigden zich op dat overblijfsel van Lemurië, maar alleen om daar om te komen toen het in één dag door vulkanisch vuur en lava werd vernietigd.'[12]

Goddelijke dynastieën[bewerken | brontekst bewerken]

De voorouders van de oudste volken van de wereld werden 'bestuurd door GODDELIJKE DYNASTIEËN, d.i. koningen en heersers die van de sterfelijke mens alleen zijn lichamelijke uiterlijk hadden zoals dat toen was; zij waren echter wezens uit sferen die hoger en hemelser zijn dan onze sfeer pas over lange manvantara's zal zijn.'[13] Met de komst van de goddelijke dynastieën begonnen de eerste beschavingen. Terwijl een deel van de mensheid een nomadisch en patriarchaal leven leidde en wilden ternauwernood hadden geleerd een vuur aan te leggen, bouwden hun broeders steden, onder leiding van hun goddelijke heersers en 'geholpen door de goddelijke intelligentie die hen bezielde' en ontwikkelden kunsten en wetenschappen. De Lemuriërs bouwden 'in hun zesde onderras hun eerste steden uit steen en lava.' Ze bouwden een grote stad met een primitieve structuur geheel van lava, 'ongeveer dertig mijl ten westen van de plaats waar zich nu het smalle stuk onvruchtbare grond van het Paaseiland uitstrekt.' De stad 'werd door een reeks vulkanische uitbarstingen volledig verwoest. De oudste overblijfselen van cyclopische gebouwen waren alle het werk van de Lemuriërs van de laatste onderrassen.' De eerste grote steden verschenen in wat nu Madagaskar heet.[14]

Shambhala[bewerken | brontekst bewerken]

De 'hiërarchie van uitverkorenen' of 'zonen van de vuurnevel' van Lemurië, 'het mooie kind van het Witte Eiland (het oorspronkelijke Sveta-dwipa)', vonden een schuilplaats op 'het heilige eiland (nu het 'legendarische' Shamballah in de Gobi-woestijn)'.[15]

Tijdsperiode[bewerken | brontekst bewerken]

Blavatsky plaatste deze beschaving van Lemurië in een Secundair (Trias, Jura en Krijt), die volgens haar van grofweg 45.760.000 tot 8.960.000 jaar geleden (gedurende 36.800.000 jaar) bloeide.[16] Het werd tijdens het Devoon, Carboon en Perm van het Primair voorafgegaan door het continent Hyperborea en gevolgd door het Tertiair, de 'Atlantische periode'.

Ondergang[bewerken | brontekst bewerken]

Door 'het afnemen van de omwentelingssnelheid van de aarde deelde het reusachtige continent van Lemurië zich op in kleinere delen.

Lemurië zou ten onder zijn gegaan 'door een reeks onderaardse schokken en het openbreken van de oceaanbodem.'[17] Toen Lemurië door vuur verging bleef een deel boven water dat zou uitgroeien tot het continent Atlantis. Van Atlantis bleef uiteindelijk slechts een eiland over, Poseidonis, dat in 9564 v. Chr zou zijn vergaan.

Scott-Elliot[bewerken | brontekst bewerken]

De theosoof William Scott-Elliot schreef in 1896 The Story of Atlantis en in 1904 The Lost Lemuria, samen gebundeld in 1925 als The Story of Atlantis and the Lost Lemuria met vier kaarten van Atlantis en twee van Lemurië.

Churchward[bewerken | brontekst bewerken]

James Churchward (1851-1936) citeerde in zijn boek Het verloren werelddeel Mu (1926) de Griekse filosoof Plato: 'Menselijke wezens werden oorspronkelijk als man en vrouw gecombineerd in één lichaam geschapen. Ieder lichaam had vier armen en vier benen. De lichamen waren rond en zij rolden om en om terwijl zij hun armen en benen gebruikten om zich voort te bewegen. (..) [ Toen ze de goden niet meer goed behandelden was een god van mening dat ze allemaal moesten worden gedood. Waarop een ander zei:] We moeten hen in tweeën snijden: dan zullen ze alleen twee armen en twee benen hebben (..) iedere helft zal het zo druk hebben met op de andere helft te passen dat er geen tijd overblijft om het ons lastig te maken!'[18]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]