Lemurië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Lemuria (continent))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kaart van het legendarische koninkrijk Kumari Kandam, dat vaak met Lemurië wordt vergeleken
Kaart van Lemurië 'in een latere periode', toen het zijn grootste omvang had, volgens William Scott-Elliot, 1896

Lemurië is een hypothetisch verloren land of continent, dat zich volgens uiteenlopende verhalen zou hebben bevonden in de Indische Oceaan of Grote Oceaan. Het concept van Lemurië dateert uit de 19e eeuw, en komt voort uit pogingen van geleerden uit die tijd om de grote gelijkenissen in biogeografie tussen onder andere India en Madagaskar te verklaren.

De bioloog Philip Lutley Sclater wordt vaak gezien als de eerste die met de theorie over Lemurië kwam. Hij deed onderzoek naar zoogdieren in de Indische Oceaan en omliggende landen. Wat hem verbaasde was dat hij fossielen van dezelfde dieren vond in India en Madagaskar, maar niet in Afrika en het Midden-Oosten. Dit was voor hem het bewijs dat Madagaskar en India mogelijk ooit deel uitmaakten van een gezamenlijk continent. Deze theorie was voor die tijd niet ongebruikelijk. Ook Étienne Geoffroy Saint-Hilaire kwam al met een theorie over een verloren continent in de Indische Oceaan, maar gaf dit geen naam. Later gaf Alfred Wegener echter in de theorie van de continentverschuiving een afdoende verklaring voor deze overeenkomsten.

Lemurië wordt vaak vergeleken met andere legendarisch verzonken landen, zoals Kumari Kandam.

Aan het bestaan van Lemurië, evenals dat van andere verloren continenten zoals Mu, wordt vandaag de dag sterk getwijfeld door hedendaagse kennis van de platentektoniek. Hoewel er verzonken continenten bestaan zoals het Kerguelenplateau, is er geen enkel bewijs voor het bestaan van een dergelijk verzonken continent in de Indische of Grote Oceaan. Lemurië wordt tegenwoordig door wetenschappers afgedaan als een verzinsel.

Volgens de theosofie[bewerken | brontekst bewerken]

Hoofd van een Cycloop, 1e eeuw n. Chr., uit het Colosseum in Rome
Ahu Huri A Urenga, de enige moai op Paaseiland met vier handen. Volgens Blavatsky hadden de Lemuriërs ooit vier armen en was Paaseiland een overblijfsel van het verzonken continent Lemurië.

Het concept van Lemurië is echter wel in de loop der jaren door veel schrijvers gebruikt als inspiratiebron. Ook speelt Lemurië soms een grote rol in het occultisme. Dit komt voornamelijk door de werken van Helena Blavatsky, die in de jaren 80 van de 19e eeuw beweerde een versie van de Stanza's van Dzyan te hebben gezien die ouder zou zijn dan het mythische Atlantis. In de complexe kosmogonie (wereldwording) en antropogenese (menswording) van haar De Geheime Leer (1888), die uitgaat van zeven oerrassen (wortelrassen), omschreef ze Lemurië als het thuisland van het derde oerras, de Lemuriërs. Het was het eerste echt stoffelijke mensenras. Het hermafrodiete ras scheidde zich in geslachten, werd door 'stralende geesten' bezield en was verantwoordelijk voor de 'bestialiteit', de gemeenschap tussen (de nog onbezielde) mens en dier, die later zou leiden tot het ras van de mensapen. De 'goddelijke mensen', die eerst van nature wijs waren en in het bezit van het 'oog van wijsheid', verloren geleidelijk het 'contact tussen het hemelse en aardse'. Het derde oog, op het achterhoofd, werkte toen niet meer, trad terug, 'verschrompelde' en versteende. De pijnappelklier is er thans het bewijs van. De 'drie-ogige' Lemuriërs en vroege Atlantiërs zouden het prototype van de 'een-ogige' Cyclopen worden. Hun bouwkunst met enorme stenen staat bekend als 'Cyclopisch'. In het begin zouden de Lemuriërs bovendien vier armen hebben gehad. Ze werden de prototypen van de vierarmige hindoegoden. Paaseiland zou een overblijfsel zijn van het grote verzonken continent Lemurië.

James Churchward (1851-1936) citeerde in zijn boek Het verloren werelddeel Mu (1926) de Griekse filosoof Plato: 'Menselijke wezens werden oorspronkelijk als man en vrouw gecombineerd in één lichaam geschapen. Ieder lichaam had vier armen en vier benen. De lichamen waren rond en zij rolden om en om terwijl zij hun armen en benen gebruikten om zich voort te bewegen. (..) [ Toen ze de goden niet meer goed behandelden was een god van mening dat ze allemaal moesten worden gedood. Waarop een ander zei:] We moeten hen in tweeën snijden: dan zullen ze alleen twee armen en twee benen hebben (..) iedere helft zal het zo druk hebben met op de andere helft te passen dat er geen tijd overblijft om het ons lastig te maken!'[1]

Blavatsky plaatste deze beschaving van Lemurië in een Secundair (Trias, Jura, Krijt), die volgens haar van grofweg 45.760.000 tot 8.960.000 jaar geleden (gedurende 36.800.000 jaar) bloeide.[2] Ze beschreef Lemurië als een hoefijzervormig continent, van de Grote Oceaan westwaarts naar de Atlantische Oceaan. Het werd tijdens het Devoon, Carboon en Perm van het Primair voorafgegaan door het continent Hyperborea. Toen Lemurië door vuur verging bleef een deel boven water dat zou uitgroeien tot het continent Atlantis. Van Atlantis bleef uiteindelijk slechts een eiland over, Poseidonis, dat in 9564 v. Chr zou zijn vergaan. De theosoof William Scott-Elliot schreef in 1896 The Story of Atlantis en in 1904 The Lost Lemuria, samen gebundeld in 1925 als The Story of Atlantis and the Lost Lemuria met vier kaarten van Atlantis en twee van Lemurië.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]