Lucius Cornelius Sulla

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Marmeren buste van Sulla (vermoedt men).

Lucius Cornelius Sulla Felix (ca. 138 v.Chr. - 78 v.Chr.), algemeen bekend als Sulla, was een Romeinse generaal en staatsman. Hij vervulde tweemaal het ambt van consul, wat een zeldzaamheid was in het republikeinse Rome, evenals dat van dictator. Hij was een van de canonieke grote mannen van de Romeinse geschiedenis, opgenomen in de biografische collecties van vooraanstaande generaals en politici, van oorsprong uit het biografische compendium van bekende Romeinen, gepubliceerd door Marcus Terentius Varro Reatinus. In Plutarchus' Sulla, in de beroemde serie - Parallelle Levens, wordt Sulla gekoppeld aan de Spartaanse generaal en strategist Lysander.

Sulla's dictatuur kwam tijdens een hoogtepunt van de strijd tussen optimates en populares, waarvan de eerstgenoemden de macht van de oligarchie probeerden te behouden in de vorm van de Senaat terwijl de laatstgenoemden hun toevlucht namen in veel gevallen van naakt populisme, culminerend in de dictatuur van Julius Caesar. Sulla was een zeer originele, begaafde en bekwame generaal, die nooit een veldslag verloor; hij blijft de enige man in de geschiedenis die zowel Athene en Rome heeft aangevallen en bezet. Zijn rivaal, Gnaius Papirius Carbo, beschreef Sulla als met de sluwheid van een vos en de moed van een leeuw - maar het was het eerste dat veruit het gevaarlijkste was. Deze mix werd later genoemd door Machiavelli in zijn beschrijving van de ideale kenmerken van een heerser.

Sulla gebruikte twee keer zijn legers om naar Rome te marcheren en na de tweede keer deed hij het ambt van dictator herleven, dat niet meer was gebruikt sinds de Tweede Punische Oorlog meer dan een eeuw eerder. Hij gebruikte zijn macht om een reeks van hervormingen van de Romeinse grondwet vast te stellen, bedoeld om de machtsverhoudingen tussen de Senaat en de tribunen te herstellen; vervolgens verbijsterde hij de Romeinse Wereld (en nageslacht) door ontslag te nemen van het dictatorschap, zodat de normale constitutionele regering werd hersteld en na zijn tweede consulaat zich terug te trekken naar zijn privé-leven. Hij was van essentieel belang voor de transformatie van Rome van een Republiek naar een Keizerrijk.

Marius[bewerken]

In 107 v.Chr. kreeg Gaius Marius het opperbevel in de oorlog tegen Jugurtha. Voordien was dit opperbevel toegewezen geweest aan de consul Metellus, die er echter niet in was geslaagd zijn tegenstander de baas te worden. Tijdens de Bellum Jugurthinum werd hij vergezeld door Sulla, die toen zijn quaestor was. De oorlog duurde drie jaar en Sulla was degene die Jugurtha gevangen kon nemen in 105 v.Chr. Hij slaagde hierin door de schoonvader van Jugurtha, Bocchus van Mauretanië, zover te krijgen dat hij Jugurtha aan de Romeinen verraadde.

In 103 v.Chr. trok Gaius Marius met Sulla en Quintus Sertorius naar Gallia Transalpina om er de Germanen, die in beweging waren gekomen, op te wachten. Die Germanen, de stammen der Cimbren en Teutonen, vielen in 102 v.Chr. aan, maar werden door Gaius Marius vernietigd.

Tussen 90 en 88 v.Chr. leidde hij de bondgenotenoorlog tegen de Samnieten. De Italische stammen ijverden voor politieke gelijkberechtiging, maar toen ze merkten dat er op vreedzame wijze niets werd bereikt, werd er een opstand voorbereid. De Romeinse Senaat zond ambtenaren om na te gaan wat er aan de hand was, één van deze ambtenaren, genaamd Servilius, werd vermoord en de opstand verspreidde zich over Midden- en Zuid-Italië. De opstandelingen ijverden niet langer voor gelijkstelling, maar voor onafhankelijkheid van Rome. Sulla kon deze oorlog pas beëindigen nadat alle Italianen in verscheidene fasen het volledige Romeinse burgerrecht hadden gekregen, opstandelingen incluis.

Consul[bewerken]

In 88 v.Chr. verwierf Sulla het consulaat. Hij bereidde zich in Campanië met zijn troepen voor om naar Griekenland te trekken, toen hem het commando werd ontnomen door de tribuun Publius Sulpicius Rufus, die Marius aanstelde als aanvoerder. Sulla trok met zijn leger Rome binnen om het besluit terug te schroeven. Marius vluchtte en zijn aanhangers werden uitgemoord. Sulla kreeg opnieuw het opperbevel voor de veldtocht tegen Mithridates VI Eupator, koning van Pontus die eind 89 v.Chr. Bithynië en het grootste deel van de provincie Asia veroverd had.

In Griekenland plunderde Sulla vele tempels. Na overwinningen bij Chaeronea en Orchomenus, kwam de vrede van Dardanus tot stand in 85 v.Chr. Mithridates werd uit Griekenland en West Klein-Azië verdreven. In 84 v.Chr. werd er een vrede gesloten met Mithridates.

Burgeroorlog[bewerken]

In Rome ondertussen, had de consul Lucius Cornelius Cinna (consul in 87 v.Chr.) zich tegen hem gekeerd en Marius teruggeroepen. Marius had een bloedbad aangericht onder de bondgenoten van Sulla, maar stierf zelf een natuurlijke dood in januari 86 v.Chr.. Na zijn dood werd hij opgevolgd in zijn werk door zijn zoon, Marius de Jongere.

Een burgeroorlog brak uit met de terugkeer van Sulla in 83 v.Chr. Quintus Caecilius Metellus Nepos, Gnaius Pompeius Magnus maior en Marcus Licinius Crassus Dives kozen de zijde van Sulla. In de slag bij de Porta Collina te Rome (82) werden zowel de Marianen als de Samnieten verslagen en daarna werden ze genadeloos vervolgd. Sulla was de overwinnaar.

Dictatuur[bewerken]

Hij werd in 81 v.Chr. dictator, wat hij bleef tot 80 v.Chr. De Senaat maakte hem dictator voor onbepaalde tijd (dus niet voor het leven zoals Julius Caesar). De officiële titel luidde: dictator legibus scribundis et rei publicae constituendae (dictator voor het schrijven van wetten en het onderhouden van de res publica). Talloze burgers sneuvelden door middel van de proscripties, waarbij de bezittingen verkocht werden en Sulla's financiële positie ten goede kwamen. Duizenden politieke tegenstanders werden uitgeschakeld en door middel van de confiscatie slaagde hij erin zijn veteranen land te verschaffen. Er zouden zo'n 90 senatoren, waarvan er een 15-tal consul waren geweest en ongeveer 26.000 welgestelden uit de middenklasse omgebracht zijn in deze periode.

De 'Leges Cornelia de maiestate' werden door Sulla ingevoerd, en zorgden voor grote wijzigingen in het staatsbestel. Enkele ervan zijn: De Senaat werd uitgebreid naar 600 leden en het lidmaatschap ervan stond voortaan ook open voor de quaestores. De rechterlijke bevoegdheden van de volkstribunen werden overgedragen aan senatoriale quaestiones, wier aantal tot zeven werd uitgebreid. De minimumleeftijd om lid te kunnen worden van de Senaat werd vastgesteld op 30 jaar. Zijn hervormingsprogramma wilde de Optimates weer de macht geven door de macht van de volksvergadering te verminderen en door te voorkomen dat één iemand kon optornen tegen de hele Senaat. De nobilitas benutte deze restauratie van de traditionele adelstaat evenwel niet.

Abdicatie[bewerken]

Na twee keer dictator voor 6 maanden (6 maanden was de termijn die verbonden was aan het dictatorschap) te zijn geweest, deed hij tot vrijwel iedereens verbazing in 80 v. Chr. afstand van zijn titel dictator. Hij werd toen nog een keer consul in 80 v. Chr. en ging het daarop volgende jaar met 'pensioen'. Hij trok zich terug in zijn villa te Puteoli en schreef daar zijn memoires die helaas grotendeels verloren gegaan zijn. Toen Sulla na zijn abdicatie, zonder lictoren en lijfwacht als privé-persoon naar zijn huis wandelde, werd hij door een jongen tot bij zijn huis nageschreeuwd. Bij het naar binnen gaan sprak hij rustig de profetische woorden: "Deze jongen zal er nog eens voor zorgen, dat niemand, die eenmaal zoveel macht in handen heeft (als ik had) die weer uit handen geeft". In 78 v.Chr. stierf hij aan een inwendige bloeding, op de leeftijd van 60 jaar. Twee dagen voor zijn dood had hij het 22ste deel van zijn memoires afgewerkt, die verloren zijn gegaan. Zijn dochter Fausta was eerst gehuwd met Gaius Memmius en vervolgens met Titus Annius Milo.

Zie ook[bewerken]