Rotszwaluw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rotszwaluw
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2014)
Eurasian Crag-Martin - Estremadurai 1779 (16772419967).jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Passeriformes (Zangvogels)
Familie: Hirundinidae (Zwaluwen)
Geslacht: Ptyonoprogne (Rotszwaluwen)
Soort
Ptyonoprogne rupestris
(Scopoli, 1769)
Afbeeldingen Rotszwaluw op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Rotszwaluw op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De rotszwaluw (Ptyonoprogne rupestris) is een vogel uit de familie van zwaluwen (Hirundinidae). Hij heeft een voorkeur voor een bergachtig gebied waar hij broedt tegen rotsen en kliffen en meestal het hele jaar door te vinden is. Het is een van de vijf zwaluwsoorten die in Europa voorkomen.

Kenmerken[bewerken]

De rotszwaluw is het lichtst gekleurd op zijn borst en het bovenste gedeelte van zijn buik.

Een volwassen rotszwaluw heeft een totale lichaamslengte van 13 tot 15 centimeter, een vleugelspanwijdte van 32 tot 34,5 centimeter en een gemiddeld gewicht van 23 gram.

Het verenkleed is grauwbruin aan de rug- of bovenzijde en lichter gekleurd aan op de onder- of buikzijde. De rotszwaluw is het lichtst op zijn borst en bovenste gedeelte van de buik. De onderzijde van de vleugels is bijna zwart, net als de onderzijde van de staartveren. Verder is de staart kort, vierkant en is niet-gevorkt. Op de staartveren zitten witte vlekken, met uitzondering van de binnenste en de buitenste staartpennen. De rotszwaluw heeft bruine ogen en een kleine zwarte snavel. De bruinroze poten zijn net als bij de meeste zwaluwsoorten weinig gespierd.[2] Het uiterlijk is voor beide geslachten hetzelfde en biedt een doeltreffende camouflage wanneer de rotszwaluw op de rotsen zit. Juvenielen zijn te herkennen aan bruingele veerpunten op de kop, de onderzijde van de vleugels en de bovenzijde van de romp.

Onderscheid met andere vogels[bewerken]

Een rotszwaluw in de vlucht

Het lichaam, de vleugels en de staart van de rotszwaluw zijn breder dan die van andere zwaluwsoorten in Europa.[noot 1] Hij kan verward worden met de oeverzwaluw (Riparia riparia), maar is groter, heeft witte plekken op de staart en heeft geen borstband. Bovendien is de vlucht van de rotszwaluw rustiger, met minder vleugelslagen en langere glijvluchten.

Het verspreidingsgebied van de rotszwaluw overlapt die van twee andere soorten uit het geslacht Ptyonoprogne, namelijk de Kaapse rotszwaluw (Ptyonoprogne fuligula) en de Indische rotszwaluw (Ptyonoprogne concolor). De rotszwaluw is groter en heeft grotere witte vlekken op zijn staartveren. Bovendien is de rotszwaluw donkerder en bruiner gekleurd dan de Kaapse rotszwaluw en lichter gekleurd dan de Indische rotszwaluw. Ook vertoont de rotszwaluw veel overeenkomsten met de gierzwaluw, die in zijn leefgebied veel voorkomt. Deze heeft echter langere vleugels en een kleinere staart, die bovendien gevorkt is.[noot 2]

Sterk gelijkende vogels

Gedrag en levenswijze[bewerken]

Een groep rotszwaluwen rust op de rotsen.

De rotszwaluw vliegt vaak dicht langs rotswanden en oude ruïnes en wordt soms in steden aangetroffen.[3] In tegenstelling tot de meeste zwaluwsoorten vormen rotszwaluwen slechts kleine, losse groepen en broeden ze vaak solitair. In de winter komen vaak grotere groepen bij elkaar in roestplaatsen. De rotszwaluw verdedigt zijn broedgebied fel[3] en is agressief naar veel andere vogelsoorten. Hij is echter vrij tolerant tegenover huiszwaluwen, waarschijnlijk omdat deze kolonievogels een eventuele bedreiging eerder zullen opmerken.[4]

Voedsel[bewerken]

De rotszwaluw jaagt op vliegen, mieren, kevers, spinnen en andere ongewervelden. Hij vangt meestal tot op grote hoogte vliegende insecten, maar pikt zijn prooi ook vanaf rotsen, de grond of de waterspiegel. In kliffen langs de zee waar veel golfslag is profiteert de rotszwaluw van de opvliegende insecten. In Spanje en Italië is waargenomen dat steenvliegen, schietmotten en schaatsenrijders die de rotszwaluw in en rond wateroppervlakten vangt een belangrijk deel van zijn dieet uitmaken. In de broedperiode jaagt de rotszwaluw in tegenstelling tot de meeste andere zwaluwsoorten vaak binnen zijn nestterritorium.[5]

Vlieggedrag[bewerken]

Een rotszwaluw scheert langs de rotsen in Lerida, Spanje

De rotszwaluw is zoals alle zwaluwen een behendige vlieger en kan dankzij zijn lange, flexibele slagpennen scherpe bochten in zijn vlucht maken,[4] zodat hij dicht langs de rotsen kan vliegen. In vergelijking met andere zwaluwen vliegt de rotszwaluw relatief langzaam en maakt hij veel glijvluchten.[4] De gemeten gemiddelde snelheid bij het trekken is 9,9 meter per seconde, die van een gemiddelde zwaluw is ongeveer 11 meter per seconde.[6]

Zang[bewerken]

De zang van de rotszwaluw is een relatief zacht en onopvallend gekwetter en is dikwijls tijdens de vlucht te horen. Het gekwetter heeft soms wat weg van dat van de boerenzwaluw en in de zang komen geluiden voor die doen denken aan geluiden van de kneu of de huiszwaluw, zoals tsjuur, tsjit en piieh. De contactroep klinkt als trek en kan onderdrukt klinken of juist hard.[3]

Natuurlijke vijanden[bewerken]

De slechtvalk komt voor in het rotsachtige leefgebied van de rotszwaluw en is dankzij zijn snelheid een van de voornaamste natuurlijke vijanden.[7] Andere vogels die de rotszwaluw in zijn leefgebied belagen zijn torenvalken, sperwers, Vlaamse gaaien en raven. Het is een enkele keer waargenomen dat wanneer de rotszwaluw over de Himalaya trekt hij soms wordt belaagd door kraaien.[8] Parasieten van de rotszwaluw zijn onder andere steekvliegen, vlooien en bloed zuigende mijten, zoals Dermanyssus chelidonis.[9]

Voortplanting[bewerken]

Ptyonoprogne rupestris MHNT.jpg
De roodgevlekte witte eieren[noot 3]
Cragmartinnest.jpg
Nest met juvenielen

De broedperiode van de rotszwaluw is van mei tot oktober en in deze periode worden één of twee broedsels grootgebracht.[3] In tegenstelling tot andere in Europa broedende zwaluwen broedt de rotszwaluw solitair of in kleine kolonies, zelden groter dan tien koppels. In het laatste geval worden de nesten met een tussenruimte van dertig meter van elkaar gebouwd en agressief tegenover soortgenoten en andere vogels verdedigd.

Het nest wordt door het koppel samen in één tot drie weken gebouwd aan de zonzijde in holten of onder overhangende rotsen, soms ook aan hoge gebouwen of onder bruggen.[3] Het is komvormig met een opening aan de bovenzijde en wordt gemaakt van modder en van binnen bekleed met zachte materialen, zoals veren en droog gras.[10] Rotszwaluwen gebruiken hun nest ook voor latere broedsels.

Een broedsel bestaat uit twee tot vijf witte eieren met roodbruine vlekken, voornamelijk aan de brede onderzijde. Gemiddeld meten ze 20,2 bij 14,0 millimeter en wegen ze 2,08 gram. De eieren worden voornamelijk door het vrouwtje uitgebroed en komen na 13 tot 17 dagen uit. Beide ouders voeren de juvenielen en vliegen elke twee tot vijf minuten aan met ongewervelde diertjes.[11] Hiervoor moet het koppel dicht bij het nest blijven jagen.[4] Na 24 tot 27 dagen verlaten de juvenielen voor het eerst het nest, maar blijven de eerste twee à drie weken nog gevoerd worden.[11] Bij een Italiaanse studie bedroeg het broedsucces 80,2 procent en waren er gemiddelde 3,1 vliegvlugge juvenielen per broedsel.[5]

Taxonomie en naamgeving[bewerken]

De rotszwaluw werd in 1769 voor het eerst formeel beschreven als Hirundo rupestris door de Italiaanse bioloog Giovanni Antonio Scopoli.[12] In 1850 werd de soort onder het nieuwe geslacht Ptyonoprogne geklasseerd door de Duitse ornitholoog Heinrich Gustav Reichenbach,[13] waartoe nog drie andere zwaluwsoorten behoren, namelijk de vale rotszwaluw (P. obsoleta), de Kaapse rotszwaluw (P. fuligula) en de Indische rotszwaluw (P. concolor).[14] De naam Ptyonoprogne is uit twee Griekse woorden samengesteld, waarbij φτυον (ptuon) een 'waaier' betekend, een referentie naar de brede staart, en Πρόκνη (Procne) de naam is van een meisje uit de Griekse mythologie.[noot 4] De soortnaam rupestris betekent 'van de rotsen' en is afgeleid van het Latijnse woord rupes, wat 'rots' betekend.[15]

Er zijn geen geaccepteerde ondersoorten van de rotszwaluw. Er werden twee populaties voorgesteld, namelijk P. r. centralasica in Centraal-Azië en P. r. theresae in het Atlasgebergte van Marokko, maar de geografische verschillen in grootte en kleur waren te klein om te spreken van ondersoorten.[11]

Verspreiding[bewerken]

Verspreiding (ter benadering):

██ broedgebied

██ standvogels

██ overwinteringsgebied


Het verspreidingsgebied van de rotszwaluw beslaat het Iberisch Schiereiland, Noordwest-Afrika, Zuid-Europa, het westen van het Arabisch schiereiland, Klein-Azië, het Midden-Oosten, Iran, Zuid-Rusland, het noorden van Mongolië, de Himalaya en China. Tijdens het broedseizoen komt hij ook voor in Frankrijk, Zwitserland en de Balkan.

De meeste rotszwaluwen zijn standvogels, maar sommige van de noordelijkste populaties zijn trekvogels. Europese populaties overwinteren in Noord-Afrika, Senegal, Ethiopië en de Nijlvallei; Aziatische populaties doen dit in Zuid-China, India en het Midden-Oosten.[8] In zeldzame gevallen zijn 's zomers dwaalgasten buiten hun broedperiode in noordelijker gelegen gebieden aangetroffen, zoals Groot-Brittannië en Zweden. In Nederland werd in 2005 een eerste onbevestigde waarneming gedaan op Terschelling. Tussen 2006 en 2010 werden zes bevestigde waarnemingen gedaan in Zeeland, Noord-Holland en Zuid-Limburg.[16] In Gambia zijn ook dwaalgasten aangetroffen, honderden kilometers ten zuiden van het overwinteringsgebied.[17]

Rotszwaluwen rusten op een raamkozijn in Alcobaça, Portugal.

Habitat[bewerken]

De rotszwaluw heeft een voorkeur voor bergachtig gebied met veel steile rotswanden, waar hij tot op grote hoogte voorkomt. Hij is goed bestand tegen koude,[3] maar heeft een voorkeur voor droog, warm gebied met veel rotsen en kloven. Hij komt vooral voor op een hoogte van 2000 tot 2700 meter boven de zeespiegel, maar in Centraal-Azië zijn nesten aangetroffen op een hoogte van 5000 meter.[11] De rotszwaluw deelt zijn voorkeur voor de broedlocaties met die van Savi's dwergvleermuis (Hypsugo savii), die bovendien vrijwel hetzelfde verspreidingsgebied in Europa heeft. Deze twee dieren worden daarom vaak in elkaars nabijheid aangetroffen.[18] In het zuiden van Azië overlapt het leefgebied van de rotszwaluwen die van Indische rotszwaluwen en samen roesten ze in kolonies op kliffen of gebouwen. Buiten de broedperiode wordt de rotszwaluw ook wel waargenomen in andere gebieden, zoals laagland, weiden, kustgebieden, meren en moerassen.[19]

Status[bewerken]

In 2004 werd de Europese populatie van de rotszwaluw geschat op tussen de 360.000 en 1.100.000 exemplaren, inclusief 120.000 tot 370.000 broedpaartjes. Op basis hiervan bedraagt de wereldwijde populatie volgens een ruwe schatting 500.000 tot 5.000.000 exemplaren. Het aantal rotszwaluwen gaat jaarlijks in aantallen vooruit,[1] wat mogelijk te wijten is aan het toenemende aantal gebouwen die gebruikt worden als nestlocaties.[20] Om deze redenen staat deze zwaluw als 'niet bedreigd' (Least Concern) op de Rode Lijst van de IUCN.[1]

Noten

  1. In het Middellandse Zeegebied komt ook de roodstuitzwaluw (Cecropis daurica) voor, in de rest van Europa de boerenzwaluw (Hirundo rustica), de oeverzwaluw (Riparia riparia) en de huiszwaluw (Delichon urbicum).
  2. In tegenstelling tot wat de Nederlandse naam suggereert worden gierzwaluwen niet taxonomisch ingedeeld onder de zwaluwen (Hirundinidae) (een familie behorende tot de orde van de zangvogels), maar onder de gierzwaluwachtigen (Apodiformes), een orde waartoe ook de kolibries worden gerekend.
  3. Tentoongesteld in het Muséum de Toulouse
  4. Deze mythe verhaalt over de zussen Procne en Philomela, de dochters van Atheense koning Pandion I en de bronnimf Zeuxippe. Procne wordt aan Tereus ten huwelijk gegeven, maar later verkracht deze haar zus Philomela. Om te voorkomen dat zij dit zou verraden, sneed Tereus haar tong af. In het Latijnse gedicht Pervigilium Veneris verzucht Philomela: "Wanneer zal mijn lente komen? Wanneer zal ik tenminste worden als de zwaluw, zodat ik zal ophouden te zwijgen?" (quando ver venit meum? quando fiam uti chelidon, ut tacere desinam?). Later veranderen de goden haar in een zwaluw en Procne in een nachtegaal om zo aan Tereus te kunnen ontkomen (in sommige versies van de mythen is het Procne die verandert in een zwaluw en Philomela in een nachtegaal). bron: (nl) Pervigilium Veneris (vertaling: Cecil Clementi, Brill Archive, 1936)

Bronnen

Overige bronnen en verwijzingen
  1. a b c (en) Rotszwaluw op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Svensson, L. et al., 2012. ANWB Vogelgids van Europa, Tirion, Baarn. ISBN 978 90 18 03080 3
  3. a b c d e f (nl) Volker Dierschke, De Nieuwe Tirion natuurgids Vogels (Tirion Natuur, 2008)
  4. a b c d (de) Fantur, von Roman (1997). Die Jagdstrategie der Felsenschwalbe (Hirundo rupestris). Carinthia 187 (107): 229–252 .
  5. a b (en) Acquarone, Camilla (2003). Reproduction of the Crag Martin (Ptyonoprogne rupestris) in relation to weather and colony size. Ornis Fennica 80: 1–7 .
  6. (en) Bruderer, Bruno (2001). Flight characteristics of birds: 1. radar measurements of speeds. Ibis 143 (2): 178–204 . DOI:10.1111/j.1474-919X.2001.tb04475.x.
  7. (en) Rizzolli, Franco (2005). Density, productivity, diet and population status of the Peregrine Falcon Falco peregrinus in the Italian Alps. Bird Study 52 (2): 188–192 . DOI:10.1080/00063650509461390.
  8. a b (en) Dodsworth, P T L (1912). The Crag Martin (Ptyonoprogne rupestris). Journal of the Bombay Natural History Society 21 (2): 660–661 .
  9. (en) (2007). Historical review of the genus Dermanyssus Dugès, 1834 (Acari: Mesostigmata: Dermanyssidae). Parasite 14 (2): 87–100 . ISSN:1252-607X. PMID:17645179. DOI:10.1051/parasite/2007142087.
  10. Allan Octavian Hume, p. 180–183
  11. a b c d Angela Turner, Chris Rose, p. 158–160
  12. Giovanni Antonio Scopoli p. 172
  13. Heinrich Gustav Reichenbach, plaat LXXXVII figuur 6
  14. Angela Turner, Chris Rose, p. 160–164
  15. (en) Crag Martin Ptyonoprogne rupestris (Scopoli, 1769). Bird facts. British Trust for Ornithology Geraadpleegd op 17 juli 2015
  16. (nl) Dutch Avifauna. Dutch Birding Geraadpleegd op 17 juli 2015
  17. (en) Species factsheet Hirundo rupestris. BirdLife International
  18. (en) Simmons, Nancy B, Mammal Species of the World: A Taxonomic and Geographic Reference, The Johns Hopkins University Press, “Chiroptera”, p. 491 ISBN 0-8018-8221-4.
  19. (en) Josep del Hoyo, Andrew Elliott, Jordi Sargatal, David A. Christie Handbook of the Birds of the World deel 9 (2005)
  20. (en) Isenmann, Paul (2001). Do man-made nesting sites promote the increase in numbers and spatial spread of the Eurasian Crag Martin Ptyonoprogne rupestris in Europe?. Revue d'écologie 56 (3): 299–302 .

Externe links

Geslachten en soorten van Zwaluwen (Hirundinidae)
Alopochelidon: bruinkopzwaluw (Alopochelidon fucata)
Atticora: witbandzwaluw (Atticora fasciata) · zwartkraagzwaluw (Atticora melanoleuca)
Cecropis: ceylonzwaluw (Cecropis hyperythra) · Kaapse zwaluw (Cecropis cucullata) · moskeezwaluw (Cecropis senegalensis) · roodborstzwaluw (Cecropis semirufa) · roodbuikzwaluw (Cecropis badia) · roodstuitzwaluw (Cecropis daurica) · savannezwaluw (Cecropis abyssinica) · soendazwaluw (Cecropis striolata) · West-Afrikaanse zwaluw (Cecropis domicella)
Cheramoeca: witrugzwaluw (Cheramoeca leucosterna)
Delichon: Aziatische huiszwaluw (Delichon dasypus) · Nepalese huiszwaluw (Delichon nipalense) · huiszwaluw (Delichon urbicum)
Haplochelidon: Andeszwaluw (Haplochelidon andecola)
Hirundo: Angolese zwaluw (Hirundo angolensis) · benguelazwaluw (Hirundo nigrorufa) · blauwe zwaluw (Hirundo atrocaerulea) · boerenzwaluw (Hirundo rustica) · bontvleugelzwaluw (Hirundo leucosoma) · Ethiopische zwaluw (Hirundo aethiopica) · hutzwaluw (Hirundo domicola) · parelborstzwaluw (Hirundo dimidiata) · roodkeelzwaluw (Hirundo lucida) · roodkruinzwaluw (Hirundo smithii) · welkomzwaluw (Hirundo neoxena) · witkeelzwaluw (Hirundo albigularis) · witstaartzwaluw (Hirundo megaensis) · zuidzeezwaluw (Hirundo tahitica) · zwarte zwaluw (Hirundo nigrita)
Neochelidon: witflankzwaluw (Neochelidon tibialis)
Notiochelidon: blauwwitte zwaluw (Notiochelidon cyanoleuca) · bleekpootzwaluw (Notiochelidon flavipes) · muiszwaluw (Notiochelidon murina) · zwartkapzwaluw (Notiochelidon pileata)
Petrochelidon: feezwaluw (Petrochelidon ariel) · Indische klifzwaluw (Petrochelidon fluvicola) · Gabonzwaluw (Petrochelidon fuliginosa) · holezwaluw (Petrochelidon fulva) · Australische boomzwaluw (Petrochelidon nigricans) · Eritrese klifzwaluw (Petrochelidon perdita) · Preuss' klifzwaluw (Petrochelidon preussi) · Amerikaanse klifzwaluw (Petrochelidon pyrrhonota) · roodkeelklifzwaluw (Petrochelidon rufigula) · Peru-klifzwaluw (Petrochelidon rufocollaris) · Kaapse klifzwaluw (Petrochelidon spilodera)
Phedina: maskarenenzwaluw (Phedina borbonica) · Brazza's zwaluw (Phedina brazzae)
Progne: grijsborstpurperzwaluw (Progne chalybea) · Cubaanse purperzwaluw (Progne cryptoleuca) · Caribische purperzwaluw (Progne dominicensis) · Patagonische purperzwaluw (Progne elegans) · Galápagospurperzwaluw (Progne modesta) · Peruaanse purperzwaluw (Progne murphyi) · Sinaloapurperzwaluw (Progne sinaloae) · purperzwaluw (Progne subis) · bruinborstpurperzwaluw (Progne tapera)
Psalidoprocne: witkopkamzwaluw (Psalidoprocne albiceps) · Kameroenkamzwaluw (Psalidoprocne fuliginosa) · junglekamzwaluw (Psalidoprocne nitens) · fanteekamzwaluw (Psalidoprocne obscura) · blauwzwarte kamzwaluw (Psalidoprocne pristoptera)
Pseudhirundo: grijsstuitzwaluw (Pseudhirundo griseopyga)
Pseudochelidon: Congozwaluw (Pseudochelidon eurystomina) · Siantarazwaluw (Pseudochelidon sirintarae)
Ptyonoprogne: Indische rotszwaluw (Ptyonoprogne concolor) · Kaapse rotszwaluw (Ptyonoprogne fuligula) · vale rotszwaluw (Ptyonoprogne obsoleta) · rotszwaluw (Ptyonoprogne rupestris)
Riparia: Indische oeverzwaluw (Riparia chinensis) · witbrauwzwaluw (Riparia cincta) · Congo-oeverzwaluw (Riparia congica) · bleke oeverzwaluw (Riparia diluta) · vale oeverzwaluw (Riparia paludicola) · oeverzwaluw (Riparia riparia)
Stelgidopteryx:
Tachycineta:
Zuid-Amerikaanse ruwvleugelzwaluw (Stelgidopteryx ruficollis) · Noord-Amerikaanse ruwvleugelzwaluw (Stelgidopteryx serripennis)
mangrovezwaluw (Tachycineta albilinea) · witbuikzwaluw (Tachycineta albiventer) · boomzwaluw (Tachycineta bicolor) · Bahamazwaluw (Tachycineta cyaneoviridis) · goudzwaluw (Tachycineta euchrysea) · Chileense zwaluw (Tachycineta leucopyga) · witstuitzwaluw (Tachycineta leucorrhoa) · Stolzmanns zwaluw (Tachycineta stolzmanni) · groene zwaluw (Tachycineta thalassina)