Surinaamse parlementsverkiezingen 1914

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Surinaamse parlementsverkiezingen in 1914 vonden plaats in februari van dat jaar.

Er konden vier leden voor de Koloniale Staten gekozen worden in verband met het periodiek aftreden van R. Fabriek, J.A. Jessurun, W. Kraan en H.J. van Ommeren. Bij enkel kandidaatstelling werden gekozen: W.P. Hering, J.A. Jessurun, W. Kraan en H.J. van Ommeren.

Na hun installatie had de Koloniale Staten de volgende dertien leden:

Naam Gepland jaar
van aftreding
Bijzonderheden
I. da Costa 1916 voorzitter, in 1915 opgevolgd door H.W. van Asch van Wijck
J.A. Dragten 1916 vicevoorzitter
A.F.C. Curiel 1916
P.A. May 1916 in 1914 opgevolgd door W.N.S. Arntz
J.R. Thomson 1916
L.L. Beckeringh van Loenen 1918 in 1914 opgevolgd door W.P. Hering
S.B. Bibaz 1918 in 1914 opgevolgd door A.P. Nassy
D. Olthuis 1918 in 1915 opgevolgd door H.J. van Ommeren
H. Salm 1918 in 1915 opgevolgd door W. Dijckmeester
W.P. Hering 1920 in 1914 opgevolgd door A.R. Bueno; later dat jaar werd Hering als opvolger van Beckeringh van Loenen opnieuw verkozen
J.A. Jessurun 1920
W. Kraan 1920
H.J. van Ommeren 1920 in 1914 ontslag genomen en opgevolgd door J.R.C. Gonggrijp; in 1915 teruggekeerd als opvolger van Olthuis

Er volgde een discussie over de kandidaatstelling van Hering. Zijn naam was toegevoegd aan een lijst van een kiesvereniging nadat meerdere personen hun handtekening al hadden geplaatst. In mei 1914 werd hij Statenlid maar twee maanden later nam hij ontslag en kort daarop werd hij bij een tussentijdse verkiezing opnieuw verkozen tot Statenlid.