Surinaamse parlementsverkiezingen 1920

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Surinaamse parlementsverkiezingen in 1920 vonden plaats in de periode van februari tot en met april van dat jaar.

Er konden vier leden voor de Koloniale Staten gekozen worden in verband met het periodiek aftreden van A.R. Bueno, J.R.C. Gonggrijp, W. Kraan en S.D. de Vries.

Bij enkel kandidaatstelling werden gekozen J.R.C. Gonggrijp, W. Kraan, H.J. Terheggen en J. Vogt. Nog voor deze geïnstalleerd waren stapten P.A. May, A.F.C. Curiel en R.D. Simons op. Daarop werd P.A.A. Bucaille bij enkel kandidaatstelling gekozen als opvolger van May. Voor de andere twee vacatures waren drie kandidaten. Bij de eerste ronde in april 1920 waren er 404 geldig uitgebrachte stembiljetten waarbij een kiezer voor meer dan een kandidaat kon stemmen. Er waren twee zetels te verdelen en om in de eerste ronde gekozen te kunnen worden had een kandidaat de stem nodig van meer dan de helft van de geldig uitgebrachte stembiljetten (minstens 203 stemmen). Twee kandidaten voldeden aan die voorwaarde zodat er geen tweede ronde nodig was. Gekozen werden J.J. Leys met 227 stemmen en P. Westra met 220 stemmen. De derde kandidaat, J.J. Weeda, kreeg maar 169 stemmen.

Na deze verkiezingen had de Staten van Koloniale Staten de volgende dertien leden:

Naam Gepland jaar
van aftreding
Bijzonderheden
J.R. Thomson 1922 voorzitter
J.R.C. Gonggrijp 1926 vicevoorzitter
J.A. Dragten 1922 in 1921 opgevolgd door H.A. Pet
D.S. Huizinga 1922
J.J. Leys 1922
P. Westra 1922 in 1921 opgevolgd door A.G. Putscher
P.A.A. Bucaille 1924
W.P. Hering 1924
H.J. van Ommeren 1924
E.Th.L. Waller 1924
W. Kraan 1926
H.J. Terheggen 1926
J. Vogt 1926 in 1921 opgevolgd door E.R. de Vries