Ronald Venetiaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ronald Venetiaan
Ronald Venetiaan.jpg
Geboren 18 juni 1937
Paramaribo, Suriname
Politieke partij Nationale Partij Suriname (NPS)
Partner Liesbeth Venetiaan-Vanenburg
Religie Rooms-katholiek
President van Suriname
Aangetreden 12 augustus 2000
Einde termijn 12 augustus 2010
Vicepresident(en) Jules Ajodhia
Ram Sardjoe
Voorganger Jules Wijdenbosch
Opvolger Desi Bouterse
President van Suriname
Aangetreden 16 september 1991
Einde termijn 15 september 1996
Voorganger Johan Kraag
Opvolger Jules Wijdenbosch
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Runaldo Ronald Venetiaan (Paramaribo, 18 juni 1937) is een voormalig Surinaams politicus. Hij was vijftien jaar staatshoofd en langst zittend President van Suriname.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Venetiaan komt uit een klein gezin; hij heeft één zus. Zijn vader, die veel werkte in het Surinaamse binnenland, behoorde tot de Evangelische Broedergemeente. Hij werd vooral opgevoed en gevormd door zijn katholieke moeder.

Na het behalen van zijn Mulo diploma bezocht Venetiaan van 1953 tot 1955 de Algemene Middelbare School waar hij zijn vwo-diploma behaalde met vier tienen, waardoor hij in aanmerking kwam voor een van de vijf Nederlandse beurzen.

Daarna vertrok hij naar Nederland waar hij wiskunde en natuurkunde studeerde aan de Rijksuniversiteit Leiden, wonend op kamers boven het bejaardentehuis Zonneweelde in Oegstgeest met zijn studievriend Hans Prade.

Tijdens zijn studententijd in Leiden, was Ronald Venetiaan actief lid van de studentenvereniging L.V.V.S. Augustinus. In 1964 behaalde hij zijn doctoraalexamen, en keerde hij dat jaar terug naar Suriname, waar hij werkzaam was als leraar wis- en natuurkunde. Hij ontpopte zich als etno-nationalist. "De Hollander wordt overschat. Als het hem in Suriname te veel wordt, pakt hij zijn biezen", schreef hij in 1968 in een pamflet.[1] Vanaf 1969 was hij directeur van de Algemene Middelbare School.

In 1973 werd hij voor de Nationale Partij Suriname minister van Onderwijs en Volksontwikkeling in de regering van Henck Arron. In 1980 kwam door de Sergeantencoup onder leiding van Desi Bouterse een eind aan het kabinet-Arron. Venetiaan werd docent aan de technische faculteit van de Anton de Kom Universiteit.

Eerste termijn 1991-1996[bewerken | brontekst bewerken]

Nadat de democratie met de verkiezingen van 1987 was hersteld, werd Venetiaan opnieuw minister van Onderwijs en Volksontwikkeling. Op 24 december 1990 kwam ook het kabinet Shankar/Arron ten val door een staatsgreep ("telefooncoup").

In 1991 werd de toen 55-jarige Venetiaan presidentskandidaat voor het Nieuw Front voor Democratie en Ontwikkeling. Hij werd op 7 september gekozen. Als president wist hij de invloed van de militairen verder terug te dringen. Zo slaagde hij erin Bouterse als bevelhebber te vervangen door een loyale officier. De relaties met Nederland normaliseerden, maar tot een echte hervatting van de ontwikkelingsrelatie kwam het niet. En de Surinaamse economie bleef in de versukkeling.

In november 1992 nam de Nationale Assemblee het Structureel Aanpassings Programma (SAP) aan. Dit omdat Suriname op dat moment in een economische crisis zat. Om ontwikkelingshulp uit Nederland te blijven ontvangen, moest Suriname het plan aannemen. Een van de maatregelen van het programma was een verandering van de officiële wisselkoers. Er vond devaluatie plaats en werden bepaalde subsidies afgeschaft. Ook het strenger aanpakken van belastingontduikers, verhoging van de belastinggelden en het inkrimpen van de overheid behoorden tot de lijst van maatregelen. Het plan pakte echter slecht uit voor de Surinaamse bevolking. De uitvoering van het aanpassingsprogramma verliep traag en stuitte op maatschappelijk verzet. Stakingen waren aan de orde van de dag. Door inflatie en weinig werkgelegenheid nam de armoede onder de mensen in de jaren '90 enorm toe. Met de invoering van de Surinaamse dollar in 2004 was de SAP-periode voorbij.

In 1993 maakte President Venetiaan het vertrek van drie bewindslieden bekend, onlangs nam de minister van Handel en Industrie Gobardhan (VHP) zijn vertrek al bekend. De herziening van de regeringssamenstelling volgde op de kritiek op het gebrek aan daadkracht van de regering-Venetiaan door de Nederlandse ministers Pronk en Kooijmans. Daarnaast hebben de minister van Arbeid Simons (SPA), minister van Planning en Ontwikkeling Sedoc (NPS) en minister van Natuurlijke Hulpbronnen Pollack (NPS) het veld moeten ruimen. Met uitzondering van Sedoc, die vanwege gezondheidsreden stopte, werd als reden voor vertrek van de bewindslieden "evaluatie van twee jaar Nieuw Front" opgegeven.

Tijdens de verkiezingen van 1996 won het Front opnieuw. Als gevolg van een breuk in de Vooruitstrevende Hervormingspartij haalde het Front echter niet de tweederdemeerderheid in het parlement die voor de verkiezing van Venetiaan als president benodigd was. In de Verenigde Volksvergadering, een kiescollege van landelijke en regionale vertegenwoordigers, behaalde de NDP-kandidaat en oud-premier Jules Wijdenbosch de zege.

Venetiaan bleef lid van De Nationale Assemblée. De regering-Wijdenbosch veroorzaakte hyperinflatie en kwam na hevige protesten ten val ("Bosje go home").

Tweede termijn 2000-2005[bewerken | brontekst bewerken]

Op 12 augustus 2000 werd de toen 64-jarige Ronald Venetiaan opnieuw gekozen tot president. Ook ditmaal was hij de Nieuw Front-kandidaat. Ondanks het enthousiasme van het electoraat stond het Nieuw Front niet zo massaal achter Venetiaan als presidentskandidaat. Zelfs binnen zijn eigen partij NPS gold zijn kandidatuur niet als onomstreden, en vooral binnen de VHP, die net voor de verkiezingen nog een eigen presidentskandidaat naar voren probeerden te schuiven.

Immer behoedzaam introduceerde het kabinet Venetiaan II, een stabiele nieuwe munt; de Surinaamse dollar, vergrootte de goudvoorraad van de Centrale Bank, en loste langzaam de opgelopen staatsschuld af.

Op 3 augustus 2005 werd president Venetiaan herkozen, nadat NDP-kandidaat Rabin Parmessar in opspraak was geraakt omdat hij niet bleek te voldoen aan de grondwettelijke vereisten voor het presidentschap.

Bij de stemmingen in De Nationale Assemblee behaalde geen enkele kandidaat een tweederdemeerderheid, zodat de Verenigde Volksvergadering bij gewone meerderheid een keuze moest maken. Van de 879 stemgerechtigde parlementariërs, ressort- en districtsraadsleden in de Anthony Nesty Sporthal brachten 560 leden hun stem uit op Venetiaan. Rabin Parmessar, de presidentskandidaat van NDP en VVV, kreeg 315 stemmen. Vier afgevaardigden stemden blanco.

Hij werd na 10 jaar opgevolgd door Bouterse in 2010.

Zie ook Lijst van bewindslieden onder Ronald Venetiaan.

Na 2010[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de parlementsverkiezingen van 2010 was de inmiddels 74-jarige Venetiaan wederom lijsttrekker en presidentskandidaat namens het Nieuw Front. Echter verloor het Nieuw Front 9 zetels, waaronder 4 voor de NPS, met als gevolg dat Venetiaan niet kon worden herkozen voor een vierde termijn. De verkiezingen werden gewonnen door de Nationale Democratische Partij van Desi Bouterse, die president werd. Bij de inhuldiging van de nieuwe president weigerde Venetiaan de presidentiële ambtsketting zelf over te dragen aan Bouterse, wat gewoonlijk wel traditie is.

Venetiaan werd fractielid namens de NPS in de Nationale Assemblée, dit keer in de oppositie. In oktober 2013 gaf hij te kennen zijn zetel op te geven en een einde te maken aan zijn politieke carrière.[2] Toen Venetiaan in 2010 de verkiezingen verloor, beloonde zijn aftredende regering zichzelf met grote lappen grond. Ministers namen zichzelf op de laatste dag van hun legislatuur in dienst als ambtenaar, zodat ze op ‘hun’ ministeries konden blijven werken. Venetiaan incasseerde zelf 65.000 euro ‘achterstallig vakantiegeld’, dat hij naar eigen zeggen gebruikte om zijn huis te schilderen.[3] In 2011 lekten geheime ambtsberichten uit van de Amerikaanse ambassade, de zogeheten ‘Wikileaks’, waarin cynisch werd opgemerkt dat de regering-Venetiaan bijna nergens een mening over had. De onafhankelijkheid van Kosovo, het nucleaire programma van Iran of rellen in Zimbabwe – Paramaribo nam nooit een standpunt in. Bij een topontmoeting tussen Caribische leiders en toenmalig Amerikaans president George W. Bush in 2007, was Venetiaan als enige staatshoofd niet aanwezig; hij vond die dag zijn verjaardagsfeest belangrijker.[4]

Nationale Partij Suriname[bewerken | brontekst bewerken]

Venetiaan vervulde verschillende functies bij de Nationale Partij Suriname. Tussen 1987 en 1993 was hij voorzitter van de Adviesraad van de NPS. Vervolgens werd hij voorzitter van het Johan Adolf Pengel Instituut (JAPIN). In 1993 werd hij partijvoorzitter. Op 17 juni 2012 werd hij opgevolgd door Gregory Rusland.[5]

Onderscheidingen[bewerken | brontekst bewerken]

Venetiaan ontving in 1978 de Nederlandse onderscheiding Ridder Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau. Hij werd in eigen land onder meer commandeur in de Ere-Orde van de Gele Ster in 1978 en grootmeester in diezelfde orde in 1991.

Dichter[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds zijn studentenjaren is Venetiaan ook actief geweest als dichter, veelal onder het pseudoniem "Vene". Hij publiceerde gedichten in de tijdschriften Mamjo (1963) en Moetete (1968) en in De Ware Tijd Literair. Hij schreef cabaretteksten, liedjes en eenakters. Zijn werk, nationalistisch van toon, is nooit gebundeld.

Privé[bewerken | brontekst bewerken]

Hij is gehuwd met Liesbeth Vanenburg. Het echtpaar heeft vier kinderen.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Ronald Venetiaan van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Voorganger:
F.E.M. Mitrasing
Minister van Onderwijs
1973 - 1980
Opvolger:
H.H. Rusland
Voorganger:
A.S. Li Fo Sjoe
Minister van Onderwijs
1988 - 1990
Opvolger:
P. van Mulier
Voorganger:
J.S.P. Kraag
President van Suriname
1991 - 1996
Opvolger:
J.A. Wijdenbosch
Voorganger:
J.A. Wijdenbosch
President van Suriname
2000 - 2010
Opvolger:
D.D. Bouterse