Surinaamse parlementsverkiezingen 1934

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Surinaamse parlementsverkiezingen in 1934 vonden plaats in april en mei van dat jaar.

Er konden vijf leden voor de Koloniale Staten gekozen worden in verband met het periodiek aftreden van K.J. van Erpecum, W. Kraan, H.G.W. de Miranda, A.G. Putscher en G.Ph. Zaal. De laatste vier hadden zich herkiesbaar gesteld.

Kandidaat Stemmen in de eerste ronde Stemmen in de tweede ronde resultaat
A.F.W. Kampens 194 165 gekozen
W. Kraan 301 - gekozen
H.G.W. de Miranda 285 - gekozen
A.J. Morpurgo 127 - x
A.G. Putscher 251 - gekozen
C.E. Wolff 130 164 x
G.Ph. Zaal 273 - gekozen

Bij deze verkiezingen mochten alleen mannen die aan bepaalde voorwaarden voldeden (censuskiesrecht) stemmen. Bij de eerste ronde in februari waren er 418 geldig uitgebrachte stembiljetten waarbij een kiezer voor meer dan een kandidaat kon stemmen. Er waren 5 zetels te verdelen en om in de eerste ronde gekozen te kunnen worden had een kandidaat de stem nodig van meer dan de helft van de geldig uitgebrachte stembiljetten (minstens 210 stemmen). Vier kandidaten voldeden aan die voorwaarde. In mei was de 'herstemming' met twee kandidaten (Kampens en Wolff) waarbij Kampens met een nipte voorsprong gekozen werd.

Na deze verkiezingen had de Koloniale Staten de volgende dertien leden:

Naam Gepland jaar
van aftreding
Bijzonderheden
J.C. Brons 1936 voorzitter, in 1935 opgestapt
Ph.A. Samson 1938 vicevoorzitter
C.R. Biswamitre 1936
dr. C.W. Naar 1936
P.A. May 1936
mr. J.C. de Miranda 1938
dr. J.W. del Prado 1938
D.J.B. Simons 1938
W. Kraan 1940
H.G.W. de Miranda 1940
A.G. Putscher 1940
G.Ph. Zaal 1940
A.F.W. Kampens 1940

In januari 1935 kondigde J.C. Brons zijn vertrek aan als Statenlid waarna Van Erpecum in februari 1935 bij enkele kandidaatstelling gekozen werd en hem ook opvolgde als voorzitter.