Charlotte Joachime van Bourbon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Charlotte Joachime van Spanje)
Ga naar: navigatie, zoeken
Charlotte Joachime van Spanje
1775-1830
Carlota Joaquina.jpg
Koningin van Portugal
Periode 1816-1826
Voorganger Peter III van Portugal
als koning-gemaal
Opvolger Leopoldina van Oostenrijk
Vader Karel IV van Spanje
Moeder Maria Louisa van Bourbon-Parma

Charlotte Joachime Theresia van Spanje (Portugees: Carlota Joaquina de Bourbon e Bourbon, Spaans: Carlota Joaquina de Borbon y Borbon) (Aranjuez (Spanje), 25 april 1775Paleis van Queluz (Portugal), 7 januari 1830) was koningin van Portugal van 1816 tot 1826 als vrouw van de Portugese koning Johan VI.

Infante van Spanje, en huwelijk[bewerken]

Ze werd geboren als oudste dochter van de Spaanse koning Karel IV en diens vrouw koningin Maria Louisa van Bourbon-Parma. Haar grootouders aan vaderskant waren koning Karel III van Spanje (derde zoon van koning Filips V van Spanje) en koningin Maria Amalia van Saksen (dochter van August III van Polen). Haar grootouders aan moederskant waren Filips van Parma (vierde zoon van koning Filips V van Spanje) en diens vrouw Prinses Louise-Elisabeth van Frankrijk (oudste dochter van koning Lodewijk XV van Frankrijk).

Ze werd geboren in Aranjuez, een stad dat ongeveer 47 kilometer ten zuiden van Madrid ligt. Op 8 mei 1785 werd Charlotte uitgehuwelijkt aan de latere koning Johan VI van Portugal en de Algarve (eveneens koning van Brazilië), de tweede zoon van koningin Maria I van Portugal en de in 1786 overleden koning-gemaal Peter III van Portugal. Charlotte was toen 10 jaar oud en Johan was 18 jaar. Op 9 januari 1790 traden Johan en Charlotte officieel in het huwelijk met een huwelijksvoltrekking in Lissabon.

Toen op 11 september 1788 Johans oudere broer, José Francisco, Prins van Brazilië overleed, werd Johan troonopvolger en de erfgenaam van zijn moeder. Niet lang daarna kreeg hij de titels Prins van Brazilië en Hertog van Bragança. Vanaf 1788 tot 1816 was Charlotte beter bekend als de Prinses van Brazilië.

Van Charlotte Joachime werd gezegd dat zij te ambitieus en te gewelddadig zou zijn. Haar kenmerken werden gerapporteerd en ze werd als lelijk en te klein bevonden, maar blijkbaar niet zo klein als een dwerg.

Infante Charlotte op jonge leeftijd

Brazilië[bewerken]

In Brazilië heeft Prinses Charlotte Joachime pogingen gedaan om de Spaanse gebiedsdelen in Latijns-Amerika te regeren. Spanje zelf was immers ingenomen door Keizer Napoleon I en diens broer was aangesteld als koning José. Haar vader, Karel IV, en haar broer (later Ferdinand VII), werden door Napoleon in Frankrijk gevangen gehouden. Ze benoemde zichzelf tot erfgename van haar in gevangenschap levende familie. Naar verluidt maakte zij plannen om legers te sturen met als doel Buenos Aires te bezetten en het noorden van Argentinië, zodoende om zichzelf tot Koningin van La Plata te benoemen. De Portugees-Braziliaanse strijdkrachten, slaagden er echter alleen in om delen van de oostelijke oever van de rivier Cisplatina te veroveren, die onderdeel bleven van het Rijk tot deze zich in 1828 afsplitsten als de Republiek ten Oosten van de Uruguay.

Terug in Portugal[bewerken]

Toen de Portugese koninklijke familie terugkeerde naar Portugal in 1821, na een afwezigheid van meer dan 14 jaar, kwam Charlotte Joachime terug in een land dat veel was veranderd sinds hun vlucht. Vanaf 1807 had Portugal stabiel geleefd onder een absolutistisch regime. De troepen van keizer Napoleon hadden wel revolutionaire ideeën naar het land gebracht. In 1820 begon er een liberale revolutie in Porto. De Cortes had een constitutie afgekondigd en in 1821 gaven zij Portugal zijn eerste grondwet. In het inheemse Spanje van Charlotte, waren er gelijkaardige ontwikkelingen in 1812 geweest. De koningin had aartsconservatieve opvattingen en wilde een kordate regering in Portugal. Haar man wilde echter niet afstappen van zijn geloften aan de grondwet. Charlotte Joachime vormde een alliantie met haar jongste zoon, infant Michaël, die zijn moeders conservatieve ideeën deelde. In 1824 gebruikte Charlotte Joachime de positie van haar zoon als bevelhebber in het leger, en Charlotte en Michaël grepen de macht en hielden de koning gevangen in diens paleis. Daar probeerde Charlotte haar man tot een abdicatie te dwingen, en op die manier kon haar zoon Michaël koning worden. Johan VI kreeg echter hulp van de Britten, behield zo zijn troon en dwong Michaël om het land te verlaten. Ook de koningin moest in ballingschap gaan, dit was echter maar voor een korte periode.

Charlotte met haar man, koning Johan VI van Portugal

Kort voor koning Johans dood, benoemde hij zijn dochter, Infante Isabella Maria als regentes, een positie die normaal gesproken wordt ingenomen door de douairière-koningin. De benoeming van Isabella Maria was niet zo vreemd. Isabella Maria was een aanhanger van haar vader en haar oudste broer. Ze werd ook wel als de lievelingsdochter van Johan VI gezien. Op 10 maart 1826 stierf koning Johan VI. Hij werd opgevolgd door zijn oudste zoon, Peter.

Charlotte Joachime stierf uiteindelijk op 7 januari 1830 op 55-jarige leeftijd. Zij was een Dame in de Maria-Luisa-Orde van Spanje.

Kinderen[bewerken]

Uit het huwelijk van Charlotte Joachime en Johan VI werden de volgende kinderen geboren:

Voorouders[bewerken]

De voorouders van Koningin Charlotte Joachime
Charlotte Joachime van Spanje Vader:
Karel IV van Spanje
(1748-1819)
Grootvader:
Karel III van Spanje
(1716-1788)
Overgrootvader:
Filips V van Spanje (1683-1746)
Overgrootmoeder:
Elisabetta Farnese(1692-1766)
Grootmoeder:
Maria Amalia van Saksen
(1775-1830)
Overgrootvader:
August III van Polen (1696-1763)
Overgrootmoeder:
Maria Josepha van Oostenrijk (1699-1757)
Moeder:
Maria Louisa van Bourbon-Parma
(1751-1819)
Grootvader:
Filips van Parma
(1720-1765)
Overgrootvader:
Filips V van Spanje (1683-1746)
Overgrootmoeder:
Elisabetta Farnese (1692-1766)
Grootmoeder:
Louise-Elisabeth van Frankrijk
(1727-1759)
Overgrootvader:
Lodewijk XV van Frankrijk (1710-1774)
Overgrootmoeder:
Maria Leszczyńska (1703-1768)