Efraín Ríos Montt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

José Efraín Ríos Montt (Huehuetenango, 16 juni 1926) is een Guatemalteeks militair, politicus en predikant. Hij was dictator van Guatemala van 1982 tot 1983. Ríos Montts regime viel samen met het hoogtepunt van de Guatemalteekse Burgeroorlog en wordt verantwoordelijk gehouden voor 70.000 doden en vermissingen.

Vroege carrière[bewerken]

Ríos Montt werd geboren in de westelijke stad Huehuetenango. Hij begon in 1946 zijn militaire opleiding, waarin hij een tijd aan de controversiële School of the Americas studeerde. In 1954 speelde hij als lage officier een bescheiden rol in Operatie PBSUCCESS, de door de CIA georkestreerde staatsgreep, waarbij de democratisch gekozen, marxistische president Jacobo Arbenz Guzman uit het zadel werd gestoten. Ríos Montt klom snel op in rangen en werd in 1970 generaal en chef-staf van het Guatemalteekse Leger en later militair attaché op de Guatemalteekse ambassade in Washington D.C..

In 1974 deed hij voor het Nationaal Oppositiefront (FNO), een coalitie van onder andere de Guatemalteekse Christendemocratie (DCG) en de Sociaaldemocratische Partij (PSD), een gooi naar het presidentschap. Hij verloor die verkiezing aan de 'officiële' kandidaat Kjell Laugerud, de favoriet van de militairen, maar naar alle waarschijnlijkheid heeft er verkiezingsfraude plaatsgevonden. Ríos Montt beschuldigde de rooms-katholieke Kerk van betrokkenheid bij de fraude. Hij accepteerde een diplomatieke betrekking in Spanje, een functie die hij behield tot 1977, toen hij terugtrad uit actieve militaire dienst.

In 1978 nam hij afstand van het rooms-katholicisme en sloot zich aan bij de Church of the Word, een evangelische kerkgemeenschap binnen de pinksterbeweging, waarvoor hij predikant werd. Ríos Montt werd bevriend met de orthodox-protestantse dominees Pat Robertson en Jerry Falwell.

Machtsovername[bewerken]

In 1982 won de 'officiële' kandidaat Ángel Aníbal Guevara de presidentsverkiezingen, echter waarschijnlijk na grootschalige verkiezingsfraude. Als reactie op deze verkiezingsfraude werd op 23 maart een staatsgreep gepleegd en werden Ríos Montt, Horacio Egberto Maldonado Schaad en Francisco Luis Gordillo Martínez, bekend als de oficiales jóvenes (jonge officieren), als machthebbers geïnstalleerd, met goedkeuring van de CIA. Over de precieze organisatie van de staatsgreep bestaat geen duidelijkheid; Ríos Montt heeft gezegd dat hij pas tijdens de staatsgreep zelf op de hoogte werd gebracht. Ríos Montt besloot te accepteren, overigens tot ongenoegen van zijn kerkgenootschap, dat liever de religieuze boodschap niet wilde vermengen met politiek. Toch accepteerden veel vrienden uit Ríos Montts Church of the Word functies als adviseurs in zijn regering.

De drie vormden een junta die de grondwet opschortte en het Guatemalteekse parlement, het Congres van de Republiek, ontbond. Op 9 juni schoof Ríos Montt Gordillo en Maldonado opzij en werd alleenheerser, met de functies van president, minister van Defensie en opperbevelhebber van het leger.

Regering[bewerken]

Aanvankelijk bestond de hoop dat Ríos Montt een verbetering in de mensenrechtensituatie zou bewerkstelligen en een einde zou maken aan het corrupte systeem van zijn volledig in diskrediet geraakte voorgangers, maar al gauw bleek daar niets van terecht te komen. De strijd tegen de Guatemalteekse Nationale Revolutionaire Eenheid (URNG) escaleerde volledig. Ríos Montt kondigde de staat van beleg af. Iedereen die verdacht werd van sympathieën voor de URNG of tegenstand tegen de regering - dat betekende iedereen die zich ophield buiten een nederzetting of basis die door de regering werd gecontroleerd - mocht voortaan standrechtelijk worden geëxecuteerd. Militairen en paramilitairen van het Guatemalteekse leger kamden met helikopters het platteland uit en schoten nagenoeg iedereen dood die op hun pad kwam. Guerrilla-aanhangers die kozen over te lopen ontvingen een amnestie en werden gehuisvest in 'modeldorpen', die door mensenrechtenorganisaties werden omschreven als concentratiekampen en waar zij als 'zelfverdedigingspatrouilles' werden ingezet in de strijd tegen de URNG. Daar de guerrillagroeperingen evenmin samenwerking met hun tegenstanders tolereerden, werd de plattelandsbevolking gedwongen tussen een van de twee partijen te kiezen. Mensen die neutraal bleven liepen het risico door beide partijen vervolgd te worden. De meesten besloten voor de sterkste partij te kiezen, dat sinds het offensief van Ríos Montt duidelijk het leger bleek te zijn. In feite kwam het erop neer dat de bevolking alleen aan de genocide kon ontkomen door zich aan te sluiten bij hun moordenaars. Deze campagne stond bekend als frijoles y fusiles, bonen en geweren. Volgens de Historische Ophelderingscommissie van de jaren '90 werden onder Ríos Montts bewind zeshonderd dorpen, voornamelijk in de departementen El Quiché en Huehuetenango verwoest. Tientallen dorpen werden volledig uitgemoord, waaronder Plan de Sánchez en Dos Erres.

Onder zijn bewind zijn er tienduizenden mensen om het leven gekomen, dan wel verdwenen; schattingen lopen uiteen van 10.000 tot bijna 100.000. Gerekend naar doden per hoofd van de bevolking was Ríos Montts dictatuur de bloedigste in de moderne geschiedenis van Latijns-Amerika en een van de bloedigste wereldwijd sinds de Tweede Wereldoorlog. Het overgrote deel van de slachtoffers waren Maya's en de moordpartij wordt dan ook wel omschreven als de Guatemalteekse genocide. Miljoenen mensen sloegen binnen Guatemala op de vlucht en honderdduizenden vluchtten naar Mexico; het Guatemalteekse leger beschoot soms vanuit helikopters vluchtelingenkampen, net over de Mexicaanse grens. Niet alleen in aantallen slachtoffers was Guatemala het toneel van de bloedigste vervolging in Latijns-Amerika; ook de manier waarop onderscheidde zich als nog veel gruwelijker dan in de buurlanden. Het leger beperkte zich niet tot het uitmoorden van de Maya's, moordpartijen gingen vrijwel altijd gepaard met marteling en mishandelingen. Vrouwen en meisjes werden routineus slachtoffer van groepsverkrachtingen door militairen - het vooruitzicht vrouwen te verkrachten werd zelfs ingezet om militairen te ronselen -, terwijl kinderen meestal gedood werden door hun hoofden stuk te slaan tegen stenen. Om de mannelijke bevolking te doden was het opsluiten in brandende gebouwen een veelvoorkomende methode.

De terreurcampagne bleek succesvol te zijn. Waar de guerrilla's begin 1982 het grootste deel van het westen van het land in handen hadden en dreigden de Pan-Amerikaanse Snelweg af te snijden was, een jaar later het leger duidelijk aan de winnende hand en werd het URNG gedwongen zich steeds verder terug te trekken. Het URNG zou dit militaire offensief nooit meer te boven komen.

Ríos Montt was het eerste protestantse staatshoofd in Latijns-Amerika. Hij verklaarde zijn inspiratie te halen uit zijn geloof en zei dat een goed christen moet leven met een "Bijbel in de ene hand en een geweer in de andere". Hij citeerde vaak de Bijbel, vooral de Openbaring van Johannes en vergeleek de vier ruiters van de Apocalyps, met de 'vier plagen' van Guatemala: honger, onwetendheid, subversie en corruptie. Elke zondag zond de Guatemalteekse televisie een preek van Ríos Montt uit. De evangelisch conservatieve Moral Majority van Falwell zamelde in de Verenigde Staten geld in om Ríos Montts dictatuur te steunen en ook Robertson sprak op tv zijn steun voor het regime uit. Ríos Montt had een afkeer van de katholieke geestelijkheid, vooral aanhangers van de bevrijdingstheologie, die hij beschuldigde zijn regime te saboteren en verantwoordelijk te zijn voor corruptie en andere problemen waar het land mee kampte. Ook werd door zijn geloof zijn afkeer tegen de 'heidense' indianen versterkt en hij geloofde tevens dat indianen simpeler en kinderlijker waren en daarom makkelijk konden worden beïnvloed door het communisme. Zijn 'modeldorpen' werden meestal gerund door protestantse zendingsorganisaties; niet zelden gefinancierd door gelovigen uit de Verenigde Staten. De religieus-rechtse media in de Verenigde Staten knepen vaak een oog dicht over de wandaden onder Ríos Montts regime en beschuldigden personen en organisaties die over moordpartijen en andere mensenrechtenschendingen berichtten een lastercampagne te voeren tegen Ríos Montt. Ríos Montt zelf heeft de wandaden onder zijn regime nooit willen bevestigen of ontkennen en heeft altijd gezegd dat als er gruweldaden hebben plaatsgevonden dat buiten zijn medeweten is gebeurd.

Ríos Montts regering werd gesteund door de president van de Verenigde Staten Ronald Reagan, mede omdat hij de acties tegen het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront (FSLN) in Nicaragua steunde en de Amerikaanse regering in Ríos Montt een leider zag die kon voorkomen dat het communisme Guatemala in zijn greep zou krijgen. Reagan bezocht in december 1982 Guatemala, waar hij Ríos Montt ontmoette en hem prees. In 1999 bood Bill Clinton zijn excuses aan voor de Amerikaanse steun aan het regime. Ríos Montts regime werd verder gesteund door Israël, Taiwan en El Salvador, maar onder de meeste andere landen kon zijn terreurcampagne op felle veroordelingen rekenen.

Ríos Montt werd toenemend impopulair in het leger en onder de middenklasse, omdat hij vertrouwelingen en geestverwanten hoge posities toewees in het leger en de traditionele hiërarchie negeerde en hij voor het eerst belasting toegevoegde waarde invoerde. Ook de gratie die hij weigerde te verlenen aan zes guerrillastrijders ter gelegenheid van een bezoek van Johannes Paulus II zette kwaad bloed bij delen van het leger. Ríos Montt overleefde drie staatsgrepen, tot hij op 8 augustus 1983 uit het zadel werd gestoten door generaal Óscar Humberto Mejía Victores, een van de 'oude militairen', die zijn staatsgreep rechtvaardigde door erop te wijzen dat Guatemala onder Ríos Montt in handen was gekomen van 'religieuze fanatici'. Aanhangers van Ríos Montt zien de staatsgreep van Mejía Victores als bewijs dat Ríos Montt het leger nooit helemaal onder controle had en dat hij dus niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor mensenrechtenschendingen onder zijn regime.

Latere carrière[bewerken]

Ríos Montt verdween na 1983 voorlopig van het politieke voorplan, maar behield achter de schermen grote macht. De burgeroorlog en de vervolging van de Maya's zetten zich voort. In 1985 keerde de democratie terug en werd een nieuwe grondwet aangenomen. Ook werden vredesbesprekingen met de URNG begonnen. In 1996 werd uiteindelijk het akkoord van vaste en duurzame vrede getekend.

In 1989 richtte Ríos Montt het Guatemalteeks Republikeins Front (FRG) op, dat zichzelf beschouwt als christendemocratisch, maar door de meeste critici als extreemrechts wordt omschreven. Daar de nieuwe grondwet het personen die hebben deelgenomen aan een staatsgreep verbiedt president te worden kon Ríos Montt niet deelnemen aan de presidentsverkiezingen. In 1994 werd hij wel in het Congres van de Republiek gekozen, waar hij voorzitter werd. In 2000 werd Alfonso Portillo voor het FRG tot president gekozen. Ríos Montt vervulde van achter de schermen een belangrijke rol; volgens een populair grapje uit die tijd deelden Portillo en Ríos Montt de macht, maar had Portillo uiteindelijk altijd het laatste woord: "ja, generaal". Portillo's regering werd verder vooral gekenmerkt door een torenhoge corruptie.

Ríos Montt wilde zich kandidaat stellen namens het FRG bij de presidentsverkiezingen van 2003, maar dat werd hem door het Hooggerechtshof verboden. Ríos Montt gebood zijn aanhangers de straat op te gaan om te protesteren tegen de beslissing. Wat volgde was een dag van grote ongeregeldheden en volledige ontwrichting van het openbare leven in Guatemala-Stad, bekend als zwarte donderdag. Een week later kwam het Hooggerechtshof terug op zijn beslissing, en Ríos Montt kon deelnemen aan de presidentsverkiezingen. Hij eindigde als derde achter Óscar Berger en Álvaro Colom. Ríos Montt werd later aangeklaagd wegens vernielingen en de dood van de journalist Héctor Fernando Ramírez tijdens zwarte donderdag, maar werd vrijgesproken.

Pogingen tot berechting[bewerken]

In 1999 deed de Guatemalteekse Nobelprijswinnares Rigoberta Menchú aangifte bij de Spaanse justitie tegen Ríos Montt en zeven andere voormalige hoge Guatemalteekse functionarissen wegens genocide en misdaden tegen de menselijkheid. Ríos Montt genoot als parlementslid parlementaire onschendbaarheid, maar verloor deze toen hij in 2004 zijn congreszetel kwijtraakte. In september 2005 besliste het Spaanse Grondwettelijk Hof dat vervolging in Spanje mogelijk was. In juni 2006 vaardigde de Spaanse rechter Santiago Pedraz een internationaal arrestatiebevel uit tegen Ríos Montt en de zeven anderen en verzocht Guatemala om hun uitlevering. Verschillende leden van het Congres van de Verenigde Staten verzochten het Guatemalteekse ministerie van Justitie de uitlevering van Ríos Montt toe te staan.

In september 2007 wist Ríos Montt voor het FRG opnieuw een parlementszetel te winnen, waardoor hij opnieuw onschendbaarheid verkreeg. Op 14 januari 2012 eindigde zijn ambtstermijn als parlementslid en daarmee ook zijn onschendbaarheid. Op 26 januari 2012 verscheen hij voor het Hooggerechtshof van Guatemala en werd daar in staat van beschuldiging gesteld wegens genocide en misdaden tegen de menselijkheid, meer bepaald moord, foltering en de gedwongen verhuizing van duizenden leden van de Ixil, een Mayavolk, tijdens zijn bewind.[1] Tijdens de zitting zweeg hij. Bij eerdere gelegenheden had hij verklaard dat er wel excessen zijn geweest, maar dat hij daarvoor niet verantwoordelijk was. Het hof plaatste Ríos Montt voor de duur van de procedure onder huisarrest.[2][3]

Op 28 januari 2013 werd beslist dat Ríos Montt wegens genocide en misdaden tegen de menselijkheid zou berecht worden. De rechter oordeelde dat er voldoende bewijs was dat de ex-president tijdens zijn bewind de opdracht had gegeven aan het regeringsleger voor de moord op 1771 indianen. Ríos Montt werd zo het eerste voormalig staatshoofd van Centraal-Amerika dat voor genocide gerechtelijk vervolgd wordt.[4] Tijdens het proces ontkende Ríos Montt dat hij de moordpartijen had bevolen.

Op 8 mei 2013 eiste openbaar aanklager Orlando López in zijn slotpleidooi 75 jaar gevangenisstraf voor de ex-dictator.[1] Twee dagen later, op 10 mei, veroordeelde de rechtbank de ex-president tot 80 jaar gevangenisstraf wegens genocide en misdaden tegen de mensheid. Daarmee kreeg Ríos Montt de twijfelachtige eer om als eerste Latijns-Amerikaanse ex-president door een nationale rechtbank veroordeeld te worden voor genocide of volkerenmoord.[5][6] Volgens rechter Jazmin Barrios was het geweld tegen de Ixil niet spontaan, maar voorbereid. Het volk werd als vijand van de staat racistisch behandeld en als minderwaardig beschouwd.[6]

Mensenrechtenactivisten en juristen beschouwden de uitspraak als historisch. Nooit eerder werd een staatshoofd door een gerecht in eigen land veroordeeld wegens volkerenmoord. Tot dan toe was dat enkel gebeurd in internationale gerechtshoven. Daarnaast werd het vonnis ook als belangrijk gezien voor de mensenrechten in Latijns-Amerika.[6] Op 20 mei 2013 verklaarde het grondwettelijk hof de uitspraak echter nietig omwille van procedurefouten.[7] De zaak zou opnieuw worden behandeld in januari 2015.[8]

Familie[bewerken]

Ríos Montts broer Mario Enrique Ríos Montt is bisschop binnen de Rooms-Katholieke Kerk en leidt sinds 1998 de mensenrechtencommissie van de Kerk.

Ríos Montts dochter Zury is momenteel partijleider van het FRG en is getrouwd met het Amerikaanse Republikeinse congreslid Jerry Weller.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b 75 jaar cel gevorderd tegen voormalige Guatemalteekse dictator Ríos Montt, hln.be, 9 mei 2013.
  2. (en) Guatemala ex-leader Rios Montt to face genocide charge, BBC News, 27 januari 2012.
  3. (en) Former Guatemalan dictator Efrain Rios Montt faces trial for genocide, The Christian Science Monitor, 27 januari 2012.
  4. Genocidezaak tegen oud-president van Guatemala, hln.be, 28 januari 2013.
  5. (de) Vorwurf des Völkermords: Gericht verurteilt Guatemalas Ex-Diktator zu 80 Jahren Haft, www.spiegel.de, 11 mei 2013.
  6. a b c Ex-dictator Guatemala krijgt 80 jaar celstraf, hln.be, 11 mei 2013.
  7. (en) Efrain Rios Montt Conviction Overturned: Guatemala Court Annuls Proceedings In Genocide Case, The Huffington Post, 20 mei 2013
  8. Indianen dienen klacht in tegen Guatemala bij OAS-mensenrechtencommissie, Belga, 6 november 2013
Voorganger:
Fernando Romeo Lucas García
President van Guatemala
1982-1983
Opvolger:
Óscar Humberto Mejía Victores