Huldrych Zwingli

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ulrich Zwingli
Bron: Universiteit Mannheim

Huldrych Zwingli (ook Ulrich Zwingli) (Wildhaus, 1 januari 1484 - Kappel am Albis, 11 oktober 1531) was een belangrijke Zwitserse reformator en een van de leiders van de Zwitserse Reformatie, en van het protestantisme binnen Zwitserland. Onafhankelijk van Maarten Luther kwam Zwingli tot een vergelijkbare conclusie aangaande de kerk en het geloof door het bestuderen van de Bijbel vanuit een humanistisch oogpunt.

Levensloop[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Zwingli werd geboren als zoon van een rijke boer in Wildhaus. Zijn vroege scholing vond plaats in Weesen onder leiding van zijn oom Bartolomeus. Zwingli studeerde in Bern, Wenen en uiteindelijk Bazel. Hij studeerde onder andere muziek, filosofie en diverse humanistische onderwerpen en voltooide zijn studies in 1502.

Priesterschap[bewerken]

Vlak voor het behalen van zijn graad in de theologie werd Zwingli pastoor in Glarus. Hij bleef hier tien jaar. Tijdens zijn verblijf in Glarus studeerde Zwingli Grieks en Hebreeuws. In deze periode kwam Zwingli ook onder invloed van de humanist Erasmus. Hier ligt ook de oorsprong van zijn humanistische gedachtegoed.

In de 16e eeuw was het gebruik van Zwitserse huurlingen gemeengoed in Europa. Zwingli was hier een fel tegenstander van, tenzij het gebruik van huurlingen goedgekeurd werd door de Paus. Ondanks zijn bezwaren heeft Zwingli meermalen als proost in het leger gefungeerd, aangezien jongeren uit zijn parochie ook werk vonden als huurlingen. Toen hij tegen deze zelfverhuring optrad moest hij weg als pastoor en werd hij in 1516 priester in het bedevaartsklooster van Einsiedeln.Vanwege zijn bezwaren tegen buitenlandse militaire dienst, zijn reputatie als een begunstigd preker en zijn academische verdiensten werd Zwingli in 1518 benoemd tot priester in de Grossmünster-kerk in Zürich.

Zwingli was in 1518 meer dan bereid om Glarus te verlaten in verband met de heftige pro-Franse sfeer daar. In die tijd was Zwingli nog een groot aanhanger van de Paus. Vanwege de literaire werken die Zwingli in Glarus schreef was hij een vriend van de Zwitserse kardinaal Mattias Schinner. Hij ontving om dezelfde reden een jaarlijkse vergoeding uit Rome.

Breuk met de Rooms-katholieke Kerk[bewerken]

Als priester in de Grossmünster-kerk begon Zwingli openlijk vraagtekens te zetten bij de dogmatiek van de Rooms-katholieke Kerk. Zwingli heeft altijd volgehouden dat hij niet op de hoogte was van de geschriften van Maarten Luther en dat hij de Zwitserse Reformatie onafhankelijk van hem begon. Toen een priester in 1519 aflaten kwam verkopen in Zürich verzette Zwingli zich tegen hem. Dit voorval vond plaats twee jaar nadat Luther de aflaten veroordeeld had in zijn 95 stellingen.

Vanaf 1520 nam Zwingli geen inkomen van de paus meer aan. Vervolgens viel hij het huurlingensysteem aan en overreedde hij Zürich, als enige van alle kantons, om de alliantie met Frankrijk te weigeren. Op 11 januari 1522 werden alle buitenlandse diensten en vergoedingen in Zürich verboden.

Vanaf 1522 begon Zwingli met het hervormen van de kerk en het christelijke geloof. Zijn eerste reformatorische geschrift, Vom Erkiesen und Fryheit der Spysen, werd gepubliceerd tijdens een dispuut over het kerkelijk recht aangaande vasten. Volgens Zwingli was het vasten slechts een menselijke regel en niet in overeenstemming met de Bijbelse geboden. Zwingli was er nu van overtuigd dat alleen de Bijbel, en niet de tradities van de kerk, de bron was van het geloof. Hij publiceerde deze gedachten in Archeteles.

Huwelijk[bewerken]

Zwingli was van mening dat het zonder een buitengewone Goddelijke zegen onmogelijk was voor een priester om zich aan het celibaat te houden. In het voorjaar van 1522 trouwde hij met Anna Reinhard in het geheim. Anna was een jonge weduwe met drie kinderen die bekendstond vanwege haar schoonheid, geloof en trouw aan de reformatie[1]. Zwingli vierde zijn huwelijk op 2 april 1524 in een openbare kerkdienst. Zij kregen tussen 1526 en 1530 nog vier kinderen.

Reformatie in Zürich[bewerken]

Zwingli's radicale volgelingen maakten gebruik van de situatie in Zürich om afbeeldingen en beelden uit de kerken te verwijderen, de liturgie te veranderen en de mis te versoberen. Tegen het einde van 1524 waren de kloosters afgeschaft. Van 1526 tot 1531 werd Zwingli's vertaling van de Bijbel, de Froschauer Bijbel, gedrukt. Op de donderdag in de Goede Week van 1525 werd de eucharistie voor het eerst gevierd volgens Zwingli's nieuwe liturgie. De mannen en vrouwen zaten toen aan weerszijden van de kerk langs een lange tafel, waarop brood op houten borden en wijn in houten bekers stonden. Het verschil met het katholieke heilige misoffer was zeer groot, maar Zwingli's optreden wekte geen volksopstand op. In hetzelfde jaar kreeg Zwingli de eretitel Antistes.

Politiek[bewerken]

De nieuwe doctrine werd niet overal zonder tegenstand ingevoerd. De eerste oppositie tegen de reformatoren kwam uit de eigen groep. De boeren konden geen reden vinden in de Bijbel, de enige bron van geloof, waarom zij moesten bijdragen aan de belastingen, tienden en huur van hun heren en weigerden dit nog langer te doen. Dit leidde tot burgerlijke ongehoorzaamheid en de opstand werd pas beslecht na lange onderhandelingen en enkele concessies van de overheid.

Bij de Anabaptisten waren de problemen niet zo makkelijk opgelost. Hun interpretatie van de Bijbel, die zij van Zwingli kregen, leidde ertoe dat zij de kinderdoop verwierpen en dat zij weigerden zich aan te sluiten bij een staatskerk.

Ondertussen werkte in Sankt Gallen burgemeester Joachim Vadian om Zwingli's belangen te behartigen. Hetzelfde deden dr. Sebastiaan Hofmeister in Schaffhausen en Johann Oecolampadius in Bazel. Zwingli ging zelf naar Bern. De nieuwe leerstellingen werden vervolgens in hoog tempo ingevoerd in gebieden die eerst huiverig waren voor de nieuwe ideeën. Zwingli kon nu ook verwijzen naar de successen in de andere gebieden. Hij verzekerde de positie van zijn hervormingen in de Christelijke Burgerlijke Rechten, waarover Zürich overeenstemming bereikte met de steden van Konstanz (1527), Bern en Sankt Gallen (1528), Biel, Mülhausen en Schaffhausen (1529).

Reactie[bewerken]

Terwijl de Reformatie een deel van Zwitserland veroverde, bleven de kantons van Uri, Schwyz, Unterwalden, Luzern, Zug en Fribourg loyaal aan de Rooms-katholieke Kerk en zij boden felle tegenstand aan Zwingli. Dit hield echter niet in dat de katholieke kantons geheel tevreden waren met de toenmalige toestand van de geestelijkheid en de kerk. Zij streden om misbruiken en gebrek aan discipline uit te bannen. In 1525 eisten zij disciplinaire (niet-leerstellige) hervormingen van de kerk in de geest van het Vijfde Lateraans Concilie, maar zij vonden daarvoor geen medestanders. Van 21 mei tot 8 juni 1526 organiseerden zij een publiek debat tussen de aanhangers van de "oude" en "nieuwe" kerk in Baden, waarvoor zij dr. Johannes Eck uitnodigden. Hoewel Zwingli het debat niet bijwoonde, had hij dagelijks contact met de vertegenwoordigers uit Zürich en gaf hij hun instructies. Beide zijden beweerden uiteindelijk het debat gewonnen te hebben.

Om de rooms-katholieke kantons te bewegen de nieuwe doctrines te aanvaarden, spoorde Zwingli de overige kantons aan tot een burgeroorlog. Hij slaagde er in Zürich de oorlog te laten verklaren aan de rooms-katholieke kantons. Deze hadden echter uit verdediging een pact gesloten met het katholieke Habsburgse Oostenrijk (1529), de Christelijke Unie. Op het cruciale moment kregen zij echter geen steun. Bern bleek gematigder dan Zürich en een vredesverdrag eindigde de oorlog. Het verdrag was echter niet in het voordeel van de rooms-katholieken.

Burgeroorlog en Zwingli's dood[bewerken]

De Zwitserse Bondsstaat was geen gecentraliseerde staat, maar een samenraapsel van kantons die het slechts over enkele dingen eens waren, hoofdzakelijk over de wens onafhankelijk te blijven van het Heilige Roomse Rijk. Toen de rooms-katholieke kantons aanstalten maakten een alliantie te vormen met keizer Karel V, stelde Zwingli voor hun de oorlog te verklaren om dit te voorkomen. Zijn oorlogsdrift werd echter niet door alle protestanten gesteund en de andere kantons besloten economische strafmaatregelen te nemen tegen de rooms-katholieke kantons.

In oktober 1531 pleegden de rooms-katholieke kantons een gezamenlijke aanval op Zürich. Vanwege de onverwachtheid van de aanval waren de protestanten nauwelijks klaar om zich te verdedigen. Toen het protestantse leger bijeengekomen was, ging Zwingli met hen mee. Hij werd in de veldslag gedood. In Kappel werd het leger van Zürich definitief verslagen en werd de Vrede van Kappel getekend.

Theologie[bewerken]

Zwingli had een groot geschil met een andere ex-katholieke priester die tot de Reformatie overgegaan was: Balthasar Hubmaier. Hubmaier zou later leider worden van de gematigde doperse beweging en geldt voor Baptisten in Oostenrijk als Anabaptistische Reformator.

Zwingli heeft veel invloed gehad op de Reformatie. Drie van de onderwerpen waarin hij een grote stem (ook letterlijk: hij had een stentorstem) heeft gehad, zijn:

  • het afschaffen van de aflaat;
  • het afschaffen van het celibaat en het vasten van de geestelijken (hij trouwde zelf, hoewel hij monnik was);
  • het versoberen van de kerkdienst en de invoering van het avondmaal.

Volgelingen van Zwingli worden zwinglianen genoemd.

Avondmaal[bewerken]

Wat betreft het Avondmaal verschilt Zwingli met Luther en Calvijn. De opvatting van Zwingli was meer symbolisch, en kende geen daadwerkelijke tegenwoordigheid. Luther leerde dat Jezus in en door en om brood en wijn aanwezig was. Zwingli (zoals in mindere mate Calvijn) zag daarentegen het Avondmaal als een geestelijke gebeurtenis. Zoals brood en wijn het lichaam versterken, zo zal de Heilige Geest de ziel versterken.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Lewis Spitz, 1987, The Rise of modern Europe; The protestant Reformation 1517-1559, Harper Torchbooks, 0-06-132069