Kees Stip
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Cornelis Jan (Kees) Stip (Veenendaal, 25 augustus 1913—Winschoten, 27 juni 2001) was een Nederlands puntdichter. Hij bediende zich van veel pseudoniemen, waarvan Trijntje Fop de bekendste was.
Kees Stip studeerde klassieke talen aan de Rijksuniversiteit Utrecht en was lid van studentenvereniging Unitas waar hij Albert Alberts, Leo Vroman en Anton Koolhaas leerde kennen. In de Tweede Wereldoorlog werd een gedicht van hem anoniem en illegaal verspreid: Dieuwertje Diekema, een persiflage op het gedicht Mária Lécina (1932) van de dichter J.W.F. Werumeus Buning.
Na de oorlog werkte Stip als tekstschrijver bij de Legervoorlichtingsdienst en de Regeringsvoorlichtingsdienst. Eind jaren veertig werd hij redactielid van het Polygoon-bioscoopjournaal.
In 1950 maakte Stip een dichtbundel, Vijf variaties op een misverstand, over de noodlottigheden van Pyramus en Thisbe, in de stijl van vijf Nederlandse auteurs: Speenhoff, Jan Prins, Nijhoff, Gorter en Vondel.
[bewerken] Dieuwertje Diekema
Een deel uit Mária Lécina:
- Honderd klokken van Londen doen Londen bonzen
- en vier kathedralen Genua.
- maar geen brons kan zo in het donker bonzen
- als het hart van Mária Lécina.
- Porqué Mária?
De parodie uit Dieuwertje Diekema:
- Honderd stieren in Dieren doen Dieren tieren
- en tweehonderd wolven Wolvega,
- maar geen stier kan zo met zijn vieren tieren
- als de pa van Dieuwertje Diekema.
[bewerken] Trijntje Fop
Vanaf 1951 schreef hij onder het pseudoniem Trijntje Fop dierenversjes voor de Volkskrant. In de loop der jaren schreef hij er vele honderden, ze werden gepubliceerd in diverse bladen en bundels. Ook leverde hij teksten aan Wim Kan.
Een grote verzameling "Trijntje Fops" verscheen in 1988 onder de titel Het Grote Beestenfeest. De dierenversjes zijn bijzonder vormvast. Er wordt nooit met het metrum gesmokkeld: de versregels hebben zonder uitzondering vier heffingen. Het rijmschema is zonder uitzondering AABBCC (het zg. gepaard rijm). Net als in een limerick wordt meestal ergens in het vers, vaak in de eerste regel, een plaatsnaam genoemd. De meeste Trijntje Fops bestaan uit zes regels; af en toe zijn het er acht en bij uitzondering een nog hoger even aantal. Er bestaat er ook een van twee regels:
- Een nieuwe haring sprak te Dordt
- Ik denk dat ik geen oude word.
Af en toe bevatten de laatste regels een ouderwets geformuleerde pseudo-wijze les voor kinderen.
De verzamelde gedichten (inclusief de "Trijntje Fops") van Kees Stip verschenen in 1993 onder de titel Lachen in een leeuw. Deze laatste titel is ontleend aan het Trijntje Fop-gedicht "Op een spreeuw":
- Een rupsenzamelende spreeuw
- vloog door het keelgat van een leeuw.
- 'Ik hoop', zo sprak het beest benauwd,
- 'dat deze leeuw van rupsen houdt.'
- Leert, kinders, dit van deze spreeuw:
- Humor is lachen in een leeuw.
De meest bekende Trijntje Fop is misschien wel "Op een bok" (Uit Het Grote Beestenfeest ):
- In Siddeburen was een bok
- die machtsverhief en worteltrok.
- Die bok heeft onlangs onverschrokken
- de wortel uit zichzelf getrokken,
- waarna hij zonder ongerief
- zich weer in het kwadraat verhief.
- Maar `t feit waardoor hij voort zal leven
- is, dat hij achteraf nog even
- de massa die hem huldigde
- met vijf vermenigvuldigde.
Dit versje is bekend geworden omdat het zijn eigen standbeeld heeft. Sinds 1978 staat er aan de Oudeweg te Siddeburen een stenen bok met het versje op zijn sokkel.
Pogingen tot imitatie van de Trijntje Fop-vorm mislukken vaak, met als veel voorkomende oorzaak dat de hand wordt gelicht met het metrum.
[bewerken] Kees Stip prijs
In 1985 stelde het literaire tijdschrift De tweede ronde de Kees Stip Prijs in voor light verse. Na Stip zelf, de eerste ontvanger, werden bekroond: Drs. P, Driek van Wissen, Jan Boerstoel, Ivo de Wijs, Marko Fondse, Patty Scholten, Kees Jiskoot en Frank van Pamelen.

