Herman Gorter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Herman Gorter
(portret, wrsch. door Thérèse Schwartze)
(portret, wrsch. door Thérèse Schwartze)
Algemene informatie
Geboren 26 november 1864, Wormerveer
Overleden 15 september 1927, Sint-Joost-ten-Node
Beroep classicus, dichter
Werk
Genre gedichten
Stroming impressionisme
Invloeden Tachtigers
Bekende werken Mei
Dbnl-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Herman Gorter (Wormerveer, 26 november 1864 - Sint-Joost-ten-Node, 15 september 1927) was een Nederlands dichter. Ook was hij medeoprichter van de Sociaal-Democratische Partij. Hij is vooral bekend geworden door zijn gedicht van epische lengte Mei (1889). De openingsregel van dit gedicht, Een nieuwe lente en een nieuw geluid is een staande uitdrukking geworden.

Een nieuwe lente en een nieuw geluid
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht,
In een oud stadje, langs de watergracht

Levensloop[bewerken]

Gorters familie van vaderszijde telde veel doopsgezinde predikanten. Zo ook zijn vader, Simon Gorter, die tevens letterkundige was en overleed toen Gorter jr. nog maar zes jaar oud was. Zijn moeder, eveneens uit een doopsgezinde familie stammend, stond nu alleen voor de opvoeding van haar kinderen. Het gezin moest zien rond te komen van haar inkomsten als pensionhoudster alsmede een geringe uitkering die zij als weduwe genoot.

Gorter studeerde klassieke talen aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam. Onder invloed van Willem Kloos schreef hij Mei. De eerste zang van Mei verscheen in 1889 - tevens het jaar van zijn wetenschappelijke promotie - in een nummer van De Nieuwe Gids. In het voorjaar van datzelfde jaar verscheen het gedicht in boekvorm. In het gedicht bezingt Gorter de liefde voor Wies Koopmans op wie hij in 1886 verliefd was geworden en met wie hij in 1890 zou trouwen. Daarnaast had hij twee minnaressen: Ada Prins en Jenne Clinge Doorenbos. Gorter liet zich duidelijk inspireren door de Engelse romantische dichter John Keats, aan wie hij een hoofdstuk wijdde in De groote dichters, een literaire studie gebaseerd op historisch-materialistische beginselen.

In 1890 verscheen Verzen, een bundel met sensitivistische poëzie. Deze gedichten ontlokten Kloos de beroemde uitspraak: "Kunst moet zijn de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie". In deze gedichten laat Gorter de normale syntaxis van het Nederlands los en probeert hij met radicale neologismen en ontwrichte zinsstructuren de zintuiglijke waarneming van het aanschouwde zo precies mogelijk weer te geven.

Al gauw wendde Gorter zich af van de poëtische principes van de Beweging van Tachtig en ging hij meer geëngageerde gedichten schrijven met een sterke socialistische inslag.

Van l'art pour l'art naar politiek engagement[bewerken]

Aan het eind van de negentiende eeuw ontstond de literaire beweging van de Tachtigers. Zoals P.C. Hooft met zijn Muiderkring in de zeventiende eeuw een vernieuwing in de Nederlandse literatuur forceerde en Piet Paaltjens de romantiek een Nederlands gezicht gaf, was de generatie van de Tachtigers verantwoordelijk voor een breuk met de tot dan toe heersende negentiende-eeuwse gezapige ‘predikantenpoëzie’. In 1881 werd in Amsterdam de literaire kring Flanor opgericht. Leden waren onder andere Willem Kloos, Albert Verwey, Lodewijk van Deyssel, Frederik van Eeden en Jacobus van Looy.

Ook Herman Gorter maakte deel uit van de Tachtigers. Na zijn afstuderen als classicus was hij korte tijd leraar, maar hij wijdde zich na 1895 geheel aan de literatuur en de politiek. In 1889 verscheen zijn klassiek geworden verhalende gedicht Mei, waarvan de beginregel, ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’, tot de bekendste uit de Nederlandse poëzie behoort. Zijn werk kan beschouwd worden als typisch voor wat de Tachtigers voor ogen hadden. Geïnspireerd door de Franse symbolisten schreef Gorter slechts omwille van de kunst. De l'art pour l'art-beweging pleitte voor kunst als een persoonlijke uitingsvorm, met slechts de esthetiek als leidraad, los van alle mogelijke niet-kunstzinnige doelen zoals godsdienst of stichtelijkheid. Bovendien moesten vorm en inhoud in elkaars verlengde staan en onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Zie je ik hou van je,
ik vin je zoo lief en zoo licht-
je oogen zijn zoo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.
En je neus en je mond en je haar
en je oogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar er voor.
Zie je ik wou graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om je, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.
O ja, ik hou van je,
ik hou zoo vrees'lijk van je,
ik wou het helemaal zeggen -
Maar ik kan het toch niet zeggen.

Het gedicht Zie ik hou van je, een vroeg gedicht van Gorter uit de bundel Verzen [1890], is daar een goed voorbeeld van: het ritme van de verschillende strofen, de stroom van de woorden, ze zijn een uiting van een gedachte die hier en nu wordt opgetekend. En kan een gedicht nog persoonlijker zijn dan wanneer de dichter toegeeft dat hij uiteindelijk niet bij machte is zijn gevoelens te verwoorden? In een later artikel naar aanleiding van de sensitivistische verzen van Gorter beschreef Willem Kloos, de theoreticus onder de Tachtigers, de doelstelling van de Tachtigers treffend als volgt: ‘Kunst is de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie’. Niet een boodschap van stichtende aard is het allerhoogste dat de dichter kan bereiken, maar schoonheid.

Toen Gorter op een gegeven moment inzag dat zijn experimenten uitliepen op taalverbrokkeling en onverstaanbaarheid kwam de grote ommekeer in zijn leven: hij ging werken van de Duitse economisch filosoof Karl Marx bestuderen en werd een overtuigd aanhanger van het communisme. Deze nieuwe levenshouding klonk ook door in zijn werk. Zo verwijderde hij zich steeds verder van de oorspronkelijke idealen van de Tachtigers, waar hij eens het schoolvoorbeeld van was.

In de nazomer van 1927, op de terugweg van zijn favoriete vakantieland Zwitserland, overleed Herman Gorter op 62-jarige leeftijd ten gevolge van een aanval van angina pectoris.

Standbeelden[bewerken]

Herman Gorter door Hans Bayens, Bergen aan Zee
Blauw (vlamt de lucht als muurgedicht in Leiden

In 1982 werd in Balk een beeldje van Gorter geplaatst, gemaakt door Suze Boschma-Berkhout, en in 1990 een standbeeld aan de Zeeweg in Bergen aan Zee, gemaakt door Hans Bayens.

Bibliografie[bewerken]

  • 1889 - De interpretatione Aeschyli metaphorarum
  • 1889 - Mei
  • 1890 - Verzen
  • 1895 - Spinoza, Ethica
  • 1897 - De school der poëzie
  • 1903 - Verzen
  • 1906 - Een klein heldendicht
  • 1912 - Pan
  • 1928 - In memoriam
  • 1928 - Verzen
  • 1930 - Liedjes (drie delen)
  • 1931 - De arbeidersraad
  • 1934 - Sonnetten
  • 1935 - De groote dichters

Literatuur[bewerken]

  • Herman de Liagre Böhl, Herman Gorter 1864-1927, Uitgeverij balans, 1996, ISBN 9789050185011
  • Herman Gorter, Geheime geliefden: brieven aan Ada Prins en Jenne Clinge Doorenbos, 2014, Uitgeverij Van Oorschot, ISBN 9789028260351

Externe links[bewerken]

Wikisource NL Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Herman Gorter op de Nederlandstalige Wikisource.