Klipper

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Model van een Franse klipper

Een klipper is een snel zeilschip met een scherpe boeg en een of meerdere masten, dat eind 19e eeuw en begin 20e eeuw in gebruik was. De klipper is vooral bekend vanwege de grote snelheden die de schepen haalden. Hierdoor werden ze doorgaans gebruikt voor de handel in etenswaren en andere goederen die konden bederven. De hoge snelheden werden gehaald doordat de schepen slank en relatief klein waren, maar wel een zeer groot zeiloppervlak hadden.

De meeste klippers werden geproduceerd op Britse en Amerikaanse scheepswerven. Daarnaast bouwden ook Nederland, Frankrijk en enkele andere landen nog een aantal klippers.

Nederland heeft zich onderscheiden door het bouwen van een grote hoeveelheid zeilende platbodems voor de binnenvaart, tussen 1890 en 1925. Deze droegen ook de naam 'klipper', al leken ze alleen boven de waterlijn op de zeegaande voorgangers. Bovendien werden ze zonder uitzondering gebouwd van ijzer en staal, in plaats van hout. Er bestonden twee hoofdtypen: de Zeeuwse of Zuid-Hollandse klipper en de Friese klipper. Ook heden nog wordt met een aantal van deze schepen intensief gevaren in de ruime Nederlandse binnen- en kustwateren, onder de verzamelnaam 'bruine vloot'.

Geschiedenis[bewerken]

Klippers werden gebouwd voor de handel in seizoensgebonden producten, waar snellere ladingen meer waard waren of voor passagiersroutes. De kleine, snelle schepen waren uitermate geschikt voor de handel in goederen die niet veel ruimte innamen maar wel veel opbrachten, zoals thee, specerijen, post en passagiers. Klippers voeren doorgaans tweemaal sneller (9 knopen of meer) dan gewone schepen (minder dan 5 knopen) in hun tijd. Sommige klippers, de Amerikaanse voor het vervoer tussen Oost- en Westkust via Kaap Hoorn, haalden onder goede omstandigheden zelfs een snelheid van 20 knopen. De latere Engelse theeklippers waren daar te klein voor.

De concurrentie tussen de klippers was fel en openbaar, namen van schepen en hun tijden werden in kranten gedrukt. Wellicht de bekendste van deze klipperwedstrijden was de strijd tussen de Cutty Sark en de Thermopylae om als eerste thee van het nieuwe seizoen naar Engeland te brengen. De Thermopylae deed slechts 115 dagen over de reis en de Cutty Sark 122 dagen, absolute records voor die tijd.

De benaming klipper (of clipper) grijpt terug op een Amerikaans scheepstype uit het begin van de 19e eeuw, de Baltimore clipper. In de strijd tegen de Engelsen na 1812 werden vanwege hun snelheid en wendbaarheid sommige klippers ook bewapend met kanonnen en dergelijke en gebruikt voor smokkel en piraterij. Of het scheepstype zelf daarvan rechtstreeks is afgeleid is bron van grote meningsverschillen onder historici.

Het einde van de klipper kwam kort na de ingebruikneming van de Cutty Sark met de introductie van de triple-expansie-machine in stoomschepen. Hoewel de klippers doorgaans sneller waren dan hun nieuwe concurrenten bleven ze wel afhankelijk van de wind. Stoomschepen hadden als grote voordeel dat hun dienstregelingen veel betrouwbaarder waren. De finale nekslag kwam met de opening van het Suezkanaal waardoor de stoomschepen een veel kortere route konden varen. Het kanaal was voor zeilschepen moeilijk te bezeilen doordat het zo smal is.

Op de lange routes, met goedkope niet-conjunctuurgevoelige ladingen, hielden de veel grotere ijzeren en later stalen laadbakken (de zogenaamde windjammers) het veel langer vol, maar snelheid was toen al lang geen criterium meer. Desondanks haalden deze laadbakken vaak veel hogere snelheden, deels door hun grotere romplengte, deels door het gebruik van geheel stalen tuigage en deels door de vooruitgang in de meteorologie. Zo zijn diverse records, waaronder die van de snelste Kaap Hoornpassage (5 dagen en 14 uur) pas in de jaren dertig van de twintigste eeuw gevestigd. Veel theeklippers konden vanwege hun kwetsbare bouw en tuigage helemaal niet langs Kaap Hoorn.

Zie ook[bewerken]