Max Kohnstamm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Max Kohnstamm op 94-jarige leeftijd

Max Kohnstamm (Amsterdam, 22 mei 1914 – aldaar, 20 oktober 2010) was een Nederlands historicus en diplomaat.

Levensloop[bewerken]

Max Kohnstamm was de jongste zoon van Philip Kohnstamm (een Nederlands natuurkundige, filosoof en grondlegger van de wetenschappelijke pedagogiek en didactiek in Nederland) en Johanna Hermana (An) Kohnstamm-Kessler (afstammeling uit een geslacht van de oprichters van de Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij -de latere Royal Dutch Shell) en zelf vader van vijf kinderen onder wie ook Jacob Kohnstamm en Max Kohnstamm jr. Kohnstamm woonde tot 1926 in het ouderlijk huis aan de Amsterdamse Nieuwe Keizersgracht. De familie had ook een houten zomerhuis in Ermelo, De Schapendrift.

Kohnstamm studeerde moderne geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn kandidaatsexamen ging hij in 1938-1939 een jaar naar de Verenigde Staten voor een studie van de New Deal. Hij kreeg een beurs aangeboden van de American University. Zijn tijd in Amerika had een grote betekenis. Het contrast met het toenmalige Nederland was enorm. De Amerikanen durfden nog iets te zeggen, terwijl de Nederlanders verlamd waren door Adolf Hitler en de financiële crisis. Kohnstamm voelde dat er in hem ook een “Amerikaans jongetje” met lef geboren werd.

Kohnstamm ontmoette zijn vrouw Kathleen Sillem ('s-Gravenhage, 26 juni 1922), (dochter van Willem Frederik Sillem en Theodora Jacoba Boissevain) voor het eerst in de winter van 1940, in de trein naar Leeuwarden. Hij kwam haar de volgende dag opnieuw tegen op het ijs van het Sneekermeer.

In 1942 werd hij door de Duitse bezetter drie maanden gevangen gehouden in Kamp Amersfoort omwille van zijn politieke overtuigingen. Kohnstamm had onder andere in protest een couplet van het Wilhelmus voorgelezen in de aula van de universiteit. De politie had hem voor de deportatie thuis opgewacht. Max zou in het gijzelaarskamp vijfentwintig kilo vermageren in drie maanden tijd. Ter gelegenheid van de verjaardag van Adolf Hitler werd hij op 20 april 1942 vrijgelaten. In juni van dat jaar werd hij opnieuw opgepakt en als gijzelaar in de kampen Haaren en Sint-Michielsgestel geïnterneerd. In dit laatstgenoemde kamp behoorde hij tot de Heeren Zeventien. Het was van hieruit dat hij Kathleen in een brief ten huwelijk vroeg. Zijn hoofdgedachte na de oorlog was nooit meer oorlog, nooit meer armoede.

Na de oorlog was Kohnstamm van 1945 tot 1948 particulier secretaris van koningin Wilhelmina. Na haar troonsafstand was hij van 1948 tot 1951 assistent van Hans Max Hirschfeld. Een van Hirschfeld’s taken was de Nederlandse regering advies geven over de relatie met Duitsland. Kohnstamm stelde daarvoor onder Hirschfeld’s leiding een nota op voor de Nederlandse regering.

In 1951 werd hij lid van de Oecumenische Commissie voor Europese Samenwerking in Brussel. Van 1952 tot 1956 was hij secretaris van de Hoge Autoriteit van de EGKS in de stad Luxemburg. Hij werd een groot voorstander van de Verenigde Staten van Europa en werkte vijfentwintig jaar lang samen met Jean Monnet. Kohnstamm beschreef de contacten met Monnet als zeer persoonlijk. In zijn functie was hij betrokken bij de uitbreiding van het toen nog kleine Europese ambtelijke apparaat. Hij maakte kennis met Winrich Behr, die de hele Tweede Wereldoorlog een Duitse beroepsmilitair was geweest. Desondanks werkten ze goed samen en ontstond er een levenslange vriendschap.

Kohnstamm was vicevoorzitter van het door Jean Monnet opgerichte Comité d'Action pour les Etats Unis d'Europe. Ook was hij betrokken bij de Bilderberg-conferenties. Van 1976 tot 1981 was hij de eerste president van het Europees Universitair Instituut te Florence. Hij was erevoorzitter van de Raad van advies van het European Policy Centre in Brussel.

Hij was lid van de Club van Rome en was een van de zes leden die meedacht aan de De grenzen aan de groei (gepubliceerd in 1972).

Kohnstamm overleed op ruim 96-jarige leeftijd in zijn woning aan de Prinsengracht in Amsterdam.[1] [2]

Onderscheidingen[bewerken]

Wetenswaardigheden[bewerken]

Hij volgde Jozef Luns op als rector van de Senaat van Amsterdamsch Studenten Corps, een studentenvereniging van de Amsterdamse Universiteit. Hij was ook lid van de Nederlandse Unie in 1940 en 1941. Deze Unie werkte aan de ene kant samen met de Duitse bezetters om een harmonische en sociaal rechtvaardige maatschappij te bekomen, hoewel ze volledig gekant was tegen de deportatie van de Nederlandse Joden.

Bibliografie[bewerken]

  • Wilhelmina: een levensgeschiedenis in foto's, 1948, samengesteld door Jane de Jongh en Max Kohnstamm
  • 'Nog is er geen oorlog': briefwisseling tussen Max en Philip Kohnstamm 1938-1939, 2001, bewerkt door Dolph Kohnstamm, Amsterdam University Press, ISBN 90-5629-201-3
  • Still no war: A Correspondence Between Two Dutchmen - son Max and father, Philip Kohnstamm, 2003, London: Athena Press, ISBN 1-84401-055-4
  • Brieven uit 'Hitlers Herrengefängnis', 2005, bezorgd en van een inleiding voorzien door Edmond Hofland. Amsterdam, De Bezige Bij, ISBN 90-234-1559-0
  • De Europese dagboeken van Max Kohnstamm. Augustus 1953-September 1957, 2008, bezorgd en van een inleiding voorzien door Mathieu Segers. Amsterdam: Boom ISBN 978-90-8506-548-7
  • Max Kohnstamm. Leven en werk van een Europeaan., A.G. Harryvan & J. van der Harst, 2008, Utrecht: Het Spectrum, ISBN 978-90-274-4123-2

Zie ook[bewerken]

Bronnen en externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties