Nieuw Walcheren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nieuw-Walcheren
Kolonie van de Republiek (WiC)
1628 – 1677 Franse koloniale rijk 
Prinsenvlag.svg
(Details)
Algemene gegevens
Hoofdstad 1628-1654: Nieuw-Vlissingen
1654-1677: Lampsinsstad
Bevolking 1000 à 1500
Talen Nederlands
Munteenheid Guldens (geslagen door de WIC)
Regering
Plv. staatshoofd gouverneur,
Cornelis Lampsins (als baron tussen 1654 - 1664)

Nieuw Walcheren, ook wel Nederlands Tobago genoemd, was een kolonie van de West-Indische Compagnie die in 1654 werd gevestigd aan de zuidkust van het Caraïbische eiland Tobago.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

Iets voordat Piet Hein in 1628 de Spaanse Zilvervloot achtervolgde, deed de vloot van Pieter Adriaanszoon Ita ook een poging Tobago te koloniseren met 63 Zeeuwse kolonisten, reizend op de Fortuyn. Terwijl Ita met zijn manschappen water en proviand zocht, werd hij echter door de op het eiland wonende Indianen (Arowakken en Cariben) overvallen en moest zich schielijks terugtrekken. Men zag toen maar van kolonisatie af.

In 1632 vestigden tweehonderd mensen uit Vlissingen onder Jan de Moor zich op het eiland, maar tussen 1634 en 1637 werden ze verdreven door de Spanjaarden. Bij de Vrede van Westminster (1654) kregen de Zeeuwen rechten op Tobago, dat zij Nieuw Walcheren noemden. Een groep van zeshonderd stichtte de nederzetting Lampsinsburg, genoemd naar de reders Adriaan en Cornelis Lampsins. Cornelis Lampsins werd door Lodewijk XIV in de adelstand verheven, en mocht zich voortaan 'Baron van Tobago' noemen. Hij kreeg het gebied in erfelijk leen.

Naast het fort van Lampsinsburg waren er nog twee andere forten in Nieuw Walcheren: Fort Beveren en Fort Bellavista. Op Tobago bevond zich ook een kleinere kolonie van Koerland, tot 1659, toen de Koerlanders zich overgaven aan de Nederlanders.

In 1658 waren er ongeveer 1200 kolonisten in Nieuw Walcheren en in 1660 was de bevolking gegroeid tot 1500 Zeeuwen en Fransen en 7000 slaven. De belangrijkste exportproducten van de kolonie waren suiker, rum en cacao. Er waren ongeveer 120 plantages en er stonden drie kerken en zeven suikermolens.

In januari 1666 werd de kolonie ingenomen door Engelse piraten uit Jamaica. Enkele dagen later kwamen Engelse troepen aan wal en namen officieel bezit van de kolonie. Ze lieten een klein garnizoen achter, dat zich al snel overgaf aan de Fransen. Toen de Nederlandse admiraal Abraham Crijnssen in april 1667 op het eiland landde vond hij de kolonie verlaten aan. Van de huizen en forten was weinig meer over. Crijnssen liet het fort van Lampsinsburg herstellen en liet een klein garnizoen achter. In 1672 arriveerde een nieuwe groep van 500 kolonisten in Nieuw Walcheren.

In december 1672 werd de kolonie nogmaals ingenomen door de Engelsen. Bij de Vrede van Westminster in 1674 kreeg Nederland de kolonie terug van de Engelsen, maar pas twee jaar later landde een Nederlandse expeditie onder bevel van commandeur Jacob Binckes op het eiland en bouwde een nieuw fort in Lampsinsburg, genaamd Fort Sterreschans .

Op 21 februari 1677 vielen de Fransen de kolonie aan met 24 schepen en 4000 man tegen 700 soldaten, 100 kolonisten en 15 schepen aan Nederlandse kant. Het lukte de Fransen echter niet om het fort in te nemen. Op 6 december probeerden de Fransen het weer, en ditmaal hadden de Nederlanders maar 700 man en 5 schepen tegen een Franse vloot van 21 schepen. Een Franse kanonskogel veroorzaakte een enorme explosie in het ammunitiedepot van de Nederlanders, waardoor Jacob Binckes en zo'n 250 andere Nederlanders op 12 december om het leven kwamen; de rest gaf zich over.

De Fransen vernietigden het fort, en met de Vrede van Nijmegen in 1678 werd geheel Tobago Frans gebied. Lampsinsburg werd hernoemd naar Port Louis. Na de uiteindelijke Engelse verovering van Tobago kreeg het de huidige naam, Scarborough.

[bewerken] Forten en Nederzettingen

Ter bescherming van hun nederzettingen hebben de kolonisten een aantal fortificaties opgericht, dit waren:

  • Nieuw-Vlissingen: De eerste Nederlandse nederzetting werd in 1628 gesticht op een steile rots aan de Grote Koerlandbaai. Deze versterkte nederzetting met een fort, gelegen aan de noordkust van het eiland, werd Nieuw-Vlissingen genoemd. In 1654 kwam het in handen van Koerland die het fort uitbreiden (er was nu ruimte voor bewoning, barakken en een kerk) en Fort Jacobus noemden. De nederzetting werd omgedoopt in Jacubusstad. In 1659 namen de Nederlanders weer bezit van de nederzetting en het fort en hernoemden het Fort Beveren.
  • Fort Bennet: In 1628, tijdens de eerste Nederlandse expeditie, werd er ook aan de Grote Koerlandbaai bij het zo genoemde Black Rock het tweede fort gebouwd. Het fort was echter klein en werd bewapend met enkele kanonnen. In 1654, toen Koerlanders zich in de baai vestigden, werd het fort door deze nieuwe kolonisten herbouwd en uitgebreid en kreeg het zijn huidige naam.
  • Lampsinsbaai: Toen er in 1654 in het noorden dreiging ontstond door kolonisatie van de Koerlanders werd er aan de anderer kant van het eiland door de WIC een nieuwe kolonie gesticht aan de Lampsinsbaai (tegenwoordig Rockly bay). Dit omvatte de nederzetting Lampsinsstad, dat aan de kust lag, en fort Lampsinsberg, gelegen op een hoge heuvel. Dit fort had enkele barakken, een arsenaal, vier bastions en ook kwam hier het gouverneurshuis. Als extra verdediging werd er aan de zuidkant van het eiland een tweede, kleiner, fort gebouwd: het fort van de Lampsins. De exacte locatie hiervan is niet duidelijk.
  • Fort Sterreschans: In 1676 werd er een expeditie gemaakt, onder leiding van Jacob Binckes, om het eiland te koloniseren en te versterken in haar positie als handelcentrum. Om dit te verwezenlijken werd er een nieuw fort gebouwd: fort Sterreschan, gelegen aan de Klipbaai in de buurt van het oudere Lampsinsberg. Tevens werd er een kleiner bolwerk gebouwd met zicht op de baai. In Sterreschans waren 480 man gelegerd en had 23 kanonnen. In 1677, toen het eiland in Franse handen kwam, werd het fort opgeblazen. Tweehonderdvijftig man, waaronder Bickens, kwamen om het leven.

[bewerken] Trivia

  • In het in 1983 verschenen boek, Waar is Vrijdag gebleven beweert Albert Helman aan te tonen dat Tobago het eiland zou zijn waar Robinson Crusoe van 1659 tot 1687 zou hebben moeten overleven. Opmerkelijk is dat hij echter geen enkele Europeaan tegen is gekomen tijdens zijn verblijf, terwijl die er wel waren.

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Gebieden in handen van de WIC

Gouvernementen: Berbice* · Cayenne · Demerary* · Essequibo* · Goudkust* · Nederlands Brazilië · Nederlandse Antillen · Nieuw-Nederland · Pomeroon · Suriname*

Gebieden met een directeur: Maagdeneilanden

Gebieden met een baron: Tobago (geleend aan Cornelis Lampsins)

Factorijen / handelsposten: Arguin · Loango-Angola kust · Senegambia · Slavenkust

Gebieden in handen van de VOC

Gouvernementen: Amboina* · Banda* · Batavia* · Ceylon · Coromandelkust* · Formosa · Java's Noordoostkust* · Kaapkolonie* · Makassar* · Malakka* · Mauritius · Molukken*

Directoraten: Vestingen in Bengalen · Vestingen in Perzië · Suratte

Commandementen: Bantam* · Malabar · Sumatra's Westkust*

Residenten: Bandjarmasin* · Cheribon* · Palembang* · Pontianak*

Gebieden met een opperhoofd: Birma · Dejima* · Vestingen in Siam · Timor · Tonquin

Factorijen: Vestingen in China

Gebieden in handen van de Noordsche Compagnie

Nederzettingen: Amsterdam eiland (incl. Smeerenburg) · Jan Mayen

Overige gebieden in handen van de Staat

Vestingen: Acadia · Fort Nassau · Zoutpannen in Venezuela

*: Gebieden ook in handen van de Bataafse Republiek geweest.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren