Pier Gerlofs Donia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beeld van Grote Pier in zijn geboortedorp Kimswerd, door beeldhouwer Anne Woudwijk
De dapperheid van Grote Pier, anno 1516, 19e-eeuws schilderij dat de strijd van Grote Pier verheerlijkt (Johannes Hinderikus Egenberger, olie op doek, Stadhuis Sneek)
Illustratie in een boek uit 1622 van hoe Grote Pier eruit kan hebben gezien. Pier draagt hier echter een 17e-eeuws, in plaats van een 16e-eeuws kostuum. Let op de kullezak, die de mannelijkheid symboliseert. (Leeuwarden, Fries Museum)

Pier Gerlofs Donia, Grote Pier (Fries: Grutte Pier, in de spelling voor 1980 Greate Pier), (Kimswerd, ca. 1480 - Sneek, 28 oktober 1520) was een Friese krijgsheer, vrijheidsstrijder en volksheld. Pier geniet de reputatie van een legendarische krijger en een belangrijke historische figuur in de geschiedenis van Friesland en wordt daarom ook vermeld in de Canon van Friesland. In diverse bronnen worden hem een reusachtige gestalte en een bovenmenselijke kracht toegeschreven. Pier en zijn neef Wijerd Jelckama waren de aanvoerders van het rebellenleger de Arumer Zwarte Hoop (Gelderse Friezen) bij de Tweede Belegering van Medemblik in 1517.

Levensloop[bewerken]

Pier Gerlofs Donia werd rond 1480 geboren, zijn exacte geboortedatum is onbekend. Zijn vader was een telg uit een boerengeslacht en zijn moeder was afkomstig uit de landadel. In 1498 werd Albercht van Saksen gouverneur van Friesland en een paar jaar later probeerden de graven van Holland rechten op Friesland te laten gelden. Ze vielen Friesland diverse malen aan, wat onder andere in de bezetting van Stavoren resulteerde.

Pier was aanvankelijk boer te Kimswerd. Hij was getrouwd en had een zoon Gerlof en een dochter Wobbel. In 1515 werd de boerderij van Donia door een groep Saksische huurlingen geplunderd en in brand gestoken. Tevens werd de vrouw van Pier hierbij gedood, evenals vele dorpsgenoten en andere familieleden. Na de dood van Piers vrouw kreeg zijn moeder de voogdij over zijn kinderen. Pier was zijn gehele bezit verloren en begon te roepen om een strijd tegen de bezetters. Hij richtte te Arum een leger op genaamd de Arumer Zwarte Hoop (een verwijzing naar de naam 'De Zwarte Hoop', een berucht huurleger uit deze periode). Deze troepenmacht bestond voornamelijk uit arme boeren, verarmde edelen, struikrovers en bandieten. Later zouden vele Gelderse huurlingen zich bij hen voegen met als gevolg dat ze tevens de bijnaam "Gelderse Friezen" kregen toebedeeld van hun vijanden, hetgeen zij als een geuzennaam gingen gebruiken. Hun opdrachtgever was de Hertog van Gelre.

Onder de leiding van Grote Pier opereerde de Arumer Zwarte Hoop tevens als een kapervloot op de Zuiderzee waar zij Hollandse schepen en steden plunderden.

Vermoedelijk is hij de oom van Wijerd Jelckama, die hem opvolgde als leider van de Arumer Zwarte Hoop na Piers dood in 1520 en vermoedelijk al eerder.

In de grootste zeeslag uit zijn loopbaan wist Pier 28 Hollandse schepen te veroveren. De 500 bemanningsleden die levend in handen van de Friezen vielen, werden zonder pardon overboord geworpen. De Hollanders gaven Pier de bijnaam "Kruis der Hollanders", een naam die hijzelf maar al te graag gebruikte.[1] Pier was een veel besproken figuur en zelfs Erasmus heeft over hem geschreven, zij het in negatieve bewoordingen.[2]. Volgens verhalen die door Kimswerd gaan zou Pier zijn begraven onder de troon van de kerk. Dit is echter nooit bewezen.

Omschrijving[bewerken]

De 19e-eeuwse historicus Conrad Busken Huet schreef het volgende over Grutte Pier:

Aanhalingsteken openen

Hij was een boom van een kerel, donker van gelaat, breedgeschouderd, met een lange zwarte baard, van nature een ruw humorist, door de omstandigheden in een grote wreedaard herschapen. Uit persoonlijke wraak over bloedig onrecht, wat hem is aangedaan (in 1514) met het doden van bloedverwanten en de vernietiging van zijn eigendom, werd hij een vrijheidsstrijder.[3]

Aanhalingsteken sluiten

Deze beschrijving stamt uit de geschriften van de mysterieuze biograaf van Donia, Petrus Thaborita. Het opvallende uiterlijk van Pier trok vaak de aandacht van zijn tijdgenoten. Zijn donkere gelaat en woeste uitstraling in combinatie met zijn "angstaanjagende donkere ogen, als kolen zo groot", joeg hen grote schrik aan, zowel op het slagveld als daarbuiten. Met name wanneer Pier boos was, was hij naar verluidt erg angstaanjagend.[4]

Achtergrond (strijd)[bewerken]

Aan het eind van 15e en het begin van de 16e eeuw probeerden de Bourgondiërs (onder andere Karel de Stoute) en hun opvolgers de Habsburgers (keizer Maximiliaan I en zijn opvolger/zoon keizer Karel V) hun (erf)grondgebied in de Nederlanden uit te breiden. Zij hadden in de noordelijke Nederlanden reeds Brabant, Holland en Zeeland onder controle, maar trachtten ook de rest van dit gebied te veroveren. Dat leverde allereerst strijd op om de bezetting van de bisschopszetel van Utrecht, die ook ging over het wereldlijk gezag over het Sticht (Utrecht) en het Oversticht (Overijssel, Drenthe en Groningen). Daarna volgde de strijd om de inlijving van Gelre (Gelderland) en het min of meer “vrije” Friesland. Om de handel van de Friezen en de rijke Hanzesteden aan de IJssel (Gelre en Oversticht) te dwarsbomen werden aan de Hollandse en Zeeuwse koopvaarders door het in Brussel gevestigde Bourgondische en vanaf 1500 Habsburgse bestuur kaperbrieven uitgegeven. Te land werden van 1502 tot 1543 in de over drie periodes gespreide Gelderse oorlogen uitgevochten tussen enerzijds de Habsburgers en anderszijds de Geldersen (onder aanvoering van o.a. Maarten van Rossum) en de Friezen. Gelre sloot daarbij een alliantie met de Franse koning, die in die tijd ook in oorlog was met de hem omringende (Spanje/Italië/Duitsland/Bourgondië met de (nu Belgische) Nederlanden) Habsburgse macht.

Volgens de overlevering had Grutte Pier tijdens de strijd een sjibbolet bedacht dat alleen Friezen (Frysken) konden weten/zeggen, zodat hij wist wie hij moest 'doden' in de strijd. Het zinnetje ging als volgt:

Aanhalingsteken openen

Bûter, brea en griene tsiis, wa't dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries.

Aanhalingsteken sluiten

Uitspraak: (Geluidsfragment voorbeeld (info / uitleg))


Vertaling: Boter, roggebrood en groene kaas, wie dat niet kan zeggen is geen oprechte/echte Fries.

Volksverhalen[bewerken]

Omtrent zijn figuur is in ruim vijf eeuwen een uitgebreid arsenaal sagen ontstaan en het is moeilijk te zeggen wat hiervan op waarheid berust en wat niet. "Grote Pier" is bij uitstek ook een voorbeeld van hoe geschiedschrijving of volksoverlevering vanuit één kant een nuchtere (wetenschappelijke) historische kijk kunnen vertroebelen. In de in Nederland sterk overheersende “Hollandistische” beeldvorming van de geschiedenis wordt hij over het algemeen neergezet als een losbandige plunderaar en woesteling (een beeld dat bijvoorbeeld ook nadrukkelijk uit de beroemde televisieserie "Floris" uit 1969-1970 naar voren komt). Van Friese kant wordt hij meer als een echte krijgsheer en held beschreven. Vanuit een meer nuchter algemeen Nederlands standpunt kan hij in ieder geval gezien worden als iemand die op een vroeg moment in de 16e eeuw zich (al) verzette tegen (de vestiging van) het Habsburgse gezag, zoals zo'n 50 jaar later de Hollandse en Zeeuwse geuzen ook op een zelfde wijze zouden doen.

Sagen[bewerken]

Aan Pier wordt een reusachtige gestalte en een bovenmenselijke kracht toegeschreven (zie de anekdote aan het einde van dit artikel). Hij zou munten tussen duim en wijsvinger hebben kunnen buigen. Ook kon hij een paard van ongeveer 1000 pond (500 kg) op de schouders nemen.

Bronnen schrijven hem veelal een lengte van zeven voet (2 meter 15) toe.[5] Pier wordt ook gezien als bedenker van het sjibbolet "Bûter, brea en griene tsiis, wa't dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries" wat zoveel betekent als: "Boter, roggebrood en groene kaas, wie dat niet zeggen kan is geen oprechte (ware) Fries". Hij zou dat hebben gebruikt om na te gaan of de opvarenden van schepen op de Zuiderzee wel Fries waren. Was dat niet het geval, dan zouden ze onverbiddelijk door Pier met zijn enorme zwaard onthoofd zijn en werd hun schip geplunderd. Volgens zijn Hollandse tegenstanders had hij tevens de gewoonte opgevat Hollandse opvarenden overboord te gooien.

Volgens de sage droegen Grutte Pier en zijn mannen de buit van de geplunderde schepen af aan hertog Karel van Gelre, die steun in de strijd tegen de Hollanders had toegezegd. Toen bleek dat Karel in 1517 zelf een machtspositie in Friesland probeerde te verwerven, was Pier zo teleurgesteld dat hij zich in 1518 uit de strijd terugtrok. Zijn laatste jaren bracht hij door in Sneek, waar hij op 28 oktober 1520 in zijn bed overleed. Hij werd in Sneek in de Grote Kerk begraven. Door Petrus Thaborita, een stads- en tijdgenoot van "Pyer" is een necrologie geschreven, waarbij de dood van Pier door hemzelf voorspeld zou zijn. De graaf van Nychlenborch, zijn oude vijand, zou hem vlak voor zijn dood gevraagd hebben waar hij heen wilde. Pier zei toen: "Nae Myn Heer ta" - "naar mijn heer toe".

Fivefal[bewerken]

De Grote Pier was een heel sterke kerel. Op een dag was hij aan het ploegen, het was een oude ploeg met een houten balk. Er kwamen vijf sterke mannen naar hem toe om met hem te vechten, omdat ze van hem hadden gehoord en wilden weten of hij echt wel zo sterk was. Dus vroegen ze aan de boer die aan het ploegen was, of hij wist waar Grote Pier woonde. De boer maakte het paard dat de ploeg trok los, pakte de ploeg bij het handvat, tilde deze op en wees er mee naar een boerderij. "Daar woont hij ...", zei hij. Daarna wees hij op zichzelf en zei: "... en hier staat hij". De vijf sterke mannen waren zo verbaasd, dat Pier de ploegstok pakte en hen tegen de grond sloeg. Tegen iedere man zei hij: "Val" en daarom heet deze plek nog steeds: Fivefal (vijfval).

Friese versie[bewerken]

Een Friese versie van het DOC Volksverhaal (Meertens Instituut) luidt:

Greate Pier wie in hiele sterke keardel. Op in kear wied er us oan 't ploeijen. Hy hie 't hynder foar de ploege spand. 't Wie noch in âlderwetske ploege mei in houten balke. Doe kom der in fremde man op him ta en dy frege: "Wite jo hwer't greate Pier wennet?" Doe sloech Pier it hynder foar de ploege wei. En hy naem de ploege yn 'e rjochterhân en tilde him in ein fan 'e groun en doe wiisde er mei de ploege op in hûs. En hy sei: "Sjoch, dêr wennet er." Mei de oare fûst sloech er himsels op it boarst en sei: "En hjir stiet er."

Een vergelijkbaar verhaal wordt in Groningen verteld van Dubbele Arend van Meden en in de Achterhoek van 'Starke Nicoloas'.

Voorzegging[bewerken]

Al was Grote Pier van oorsprong een landman, zijn hart ging steeds meer uit naar de zee. Maar op een dag zei een waarzegster hem dat de zee zijn dood zou worden. Met pijn in zijn hart stopte Pier met zijn strijd op de Zuiderzee, en ging in Sneek wonen. Maar hij kon niet aarden in de stad; hij werd langzaam verteerd door zijn verlangen naar de zee, en drie jaar later stierf hij. De zee was toch zijn dood geworden.

Zwaard[bewerken]

Ook zou Grutte Pier veldslagen domineren met zijn reusachtige zwaard. Dit stalen slagzwaard, waar recentelijk een exacte replica van is gemaakt, was 2,15 meter lang en woog 6,6 kilo.[6] Volgens de overlevering kon hij met dit zwaard de hoofden van meerdere vijanden tegelijkertijd afhakken. De meeste andere strijders waren in theorie "slechts" in staat per slag één hoofd te scheiden van de romp. In de praktijk lag deze score waarschijnlijk nog lager en moesten minder getalenteerde strijders meerdere hakbewegingen maken alvorens het gewenste resultaat was bereikt. De hoge mate van efficiëntie die Grutte Pier tijdens veldslagen kon tentoonspreiden, verschafte hem een tactisch voordeel ten opzichte van zijn tegenstanders. Na Piers dood nam zijn neef Wijerd Jelckama het bevel over zijn troepen over en ook het zwaard van zijn oom kreeg Wijard in zijn bezit. Dit vermeende zwaard van Grutte Pier hangt tegenwoordig (anno 2008) in het Fries Museum te Leeuwarden. Ook in de ontmoetingsruimte van Pier Stee, het dorpshuis in zijn geboortedorp Kimswerd hangt 'het enige echte zwaard van Greate Pier'. Zijn helm wordt bewaard in het stadhuis van Sneek.

Literatuur[bewerken]

  • Dirk L. Broeder, Groote Pier. Utrecht: Kemink en Zoon, 1940 (met bandversiering en illustraties van Albert Hahn jr.)
  • 'Grote Pier', in: Verhalen van stad en streek: Sagen en legenden in Nederland/ W. de Blécourt, R.A. Koman [et al.]. Bert Bakker 2010, pp. 86-88.

Externe link[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Bijnaam Grutte Pier
  2. The Age of Erasmus, Lectures Delivered in the Universities of Oxford and London, by P.S.Allen, Clarendon Press 1914
  3. Cd. Busken Huet, Het land van Rembrand. Studiën over de Noordnederlandsche beschaving in de zeventiende eeuw (2 delen in 3 banden). H.D. Tjeenk Willink, Haarlem 1882–1884
  4. omschrijving
  5. Bertsgeschiedenissite.nl Grote Pier
  6. http://www.friesmuseum.nl/het-museum/collectie/iconen/zwaard-van-grutte-pier