Pieter Nicolaas van Eyck

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Pieter Nicolaas van Eyck (Breukelen, 1 oktober 1887Wassenaar, 10 april 1954) was een Nederlandse dichter en criticus. Hij ontving in 1947 de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre. Pieter Nicolaas is de vader van de architect Aldo van Eyck.

Zijn bekendste gedicht is De tuinman en de dood, dat hij plagieerde van een gedicht van de Franse kunstenaar en leeftijdgenoot Jean Cocteau (1889 -1963) uit diens roman Le Grand Écart. Cocteaus verhaal is vermoedelijk weer gebaseerd op een soefi-anekdote van Roemi.[1]

Drukkersactiviteiten met De Zilverdistel[bewerken]

De Witte Mier, aangeduid als klein maandschrift voor de vrienden van het boek, stond onder redactie van Jan Greshoff. Deze kende J.F. van Royen al van De Zilverdistel, die in 1901 door Jan Greshoff en J.C. Bloem was opgericht om artistiek verantwoord drukwerk voor de uitgave van hun boeken te bevorderen. P.N. van Eyck sloot zich later bij hen aan. Met Van Eyck, die uiteindelijk als enige overbleef, ging Van Royen in 1913 samenwerken.

Bibliografie[bewerken]

  • 1909 - De getooide doolhof (gedichten)
  • 1910 - Worstelingen (gedichten)
  • 1911 - De sterren (gedichten)
  • 1912 - Uitzichten (gedichten)
  • 1913 - Bevrijding
  • 1916 - De plicht van Nederland
  • 1917 - Het ronde perk
  • 1917 - Lichtende golven
  • 1918 - Opgang (gedichten)
  • 1919 - Getijden (gedichten)
  • 1921 - De Iersche kwestie
  • 1922 - Inkeer (gedichten)
  • 1923 - Uren met Platoon
  • 1926 - Voorbereiding (gedichten)
  • 1935 - Kritisch onderzoek en verbeelding (inaugurale rede)
  • 1938 - Over leven en dood in de poëzie
  • 1941 - Verzen 1940 (gedichten)
  • 1943 - Twee gedichten (gedichten)
  • 1945 - Benaderingen
  • 1909 - De tuin
  • 1946 - Meesters (gedichten)
  • 1947 - Medousa
  • 1949 - Herwaarts (gedichten)
  • 1953 - In memoriam Jacob Israël de Haan
  • 1954 - Herodias, vertaling van Mallarmés Hérodiade

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De auteur Herman Franke heeft de speurtocht naar de bron van het gedicht beschreven in zijn boek De tuinman en de dood van Diana (1999).