Prei

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Prei
Bloeiende winterprei 'Farinto'
Bloeiende winterprei 'Farinto'
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae, planten
Stam: Embryophyta, landplanten
Klasse: Spermatopsida, zaadplanten
Clade: bedektzadigen
Clade: eenzaadlobbigen
Orde: Asparagales
Familie: Alliaceae, lookfamilie
Geslacht: Allium, look
Soort: Allium ampeloprasum
Variëteit
Allium ampeloprasum var. porrum
(L.) J. Gay (1847)
Zaden
Zaden
Kiemplanten
Kiemplanten
Gesneden prei
Gesneden prei
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Prei, Allium ampeloprasum var. porrum, synoniem: Allium porrum, is een plant uit de lookfamilie (Alliaceae), die als groente wordt gegeten. Prei is het meest verwant aan twee andere planten die als groente worden gegeten: de olifantsknoflook, Allium ampeloprasum var. ampeloprasum, en de kurrat, Allium ampeloprasum var. kurrat.

De Sumerische koning Ur-Nammu liet rond 2100 v.Chr. al prei telen in de tuinen van Ur. Bekend is dat ook de Egyptische piramidebouwers, de Grieken en de Romeinen prei aten. Vervolgens is de groente over heel Europa verspreid. Vanwege de aanwezige mosterdolie in prei vond de Romeinse keizer Nero prei erg lekker; hij stond daarom ook wel als Porrophagus (preivreter) bekend. De Engelse koning Cadwallader gebruikt in het jaar 640 prei als herkenningsteken voor zijn troepen. De prei komt voor in het nationale embleem van Wales.

Prei is een eenzaadlobbige plant. De plant is opgebouwd uit bladscheden en bladschijven. De bladscheden zitten over elkaar heen gevouwen en vormen zolang ze met grond bedekt zijn het witte gedeelte van de prei. Er is in de vegetatieve fase geen stengel aanwezig. Pas onder invloed van kou in de winter, wordt de prei generatief en gaat dan eind april of begin mei een stengel vormen. Dit gaat ten koste van de bladeren.

Aan de voet van de prei kan een verdikking optreden die knobbel genoemd wordt. Een knobbel is ongewenst omdat het verwijderen van de oude bladeren dan moeilijker gaat.

Gebruik[bewerken]

Prei wordt niet alleen gekookt en soms rauw als groente gegeten, maar wordt ook als keukenkruid gebruikt en verwerkt in salades. Met wortels en knolselderij wordt prei in soep gebruikt.

Mensen die overgevoelig zijn voor sulfiet kunnen lichamelijke klachten ondervinden door het nuttigen van prei.

Bestuiving[bewerken]

Prei is een kruisbevruchter. Voor de bestuiving is prei afhankelijk van insecten. Bloeiende prei wordt dan ook bezocht door vele soorten insecten, zoals hommels, bijen, zweefvliegen en andere vliegen.

Hommels en hoofdzakelijk aardhommels, die op de bloeiwijze van prei nectar uit de bloempjes van de prei verzamelen raken op de een of andere manier versuft. Soms vallen ze zelfs op de grond om na een poosje toch weer weg te vliegen. Er kunnen wel tot tien hommels tegelijk op een bloeiwijze zitten.

Teelt[bewerken]

Prei is jaarrond beschikbaar. In Nederland zijn Noord-Brabant en Limburg de belangrijkste teeltgebieden, in België is dat vooral midden West-Vlaanderen. Prei was vanouds een belangrijke herfst- en wintergroente. Door gebruik te maken van verschillende rassen is het nu mogelijk het hele jaar door prei aan te voeren. Doordat de prei in mei begint te bloeien wordt de laatste winterprei gerooid midden tot eind april en ongeschoond in koelcellen op -1 °C bewaard. Deze prei kan zo tot eind juni bewaard worden. Pas wanneer deze prei dan uit de koelcellen gehaald wordt, wordt ze geschoond. De rassen van prei worden naar de tijd van oogsten ingedeeld in zomer-, herfst- en winterprei. De zomer- en herfstrassen hebben een langere schacht dan de winterrassen.

Er zijn vijf verschillende teelten te onderscheiden:

  • Zomerteelt - zaaien half januari
  • Vroege herfstteelt - zaaien half maart
  • Late herfstteelt - zaaien eind maart
  • Winterteelt - zaaien begin april
  • Late winterteelt - zaaien eind april

De planten moeten boven de 18 °C worden opgekweekt. Bij een lagere temperatuur gaan de planten over in de generatieve fase en gaan dan vroegtijdig bloeien.

Als de planten de dikte van een potlood hebben worden ze verplant. Voor het verkrijgen van een lange witte schacht worden de planten in 20 cm diepe ponsgaten geplant. Ook kunnen de planten in geulen worden geplant. Later kunnen de planten dan nog enkele keren aangeaard worden. De plantafstand bedraagt in de rij 12-15 cm en tussen de rijen 30-50 cm afhankelijk van de teeltperiode.

Voor de winterteelt moeten winterharde rassen worden gebruikt.

Ter bescherming tegen de preimot legt men in de biologische teelt een vliesdoek over de prei en moet voor een goede groei regelmatig onkruid gewied worden.

Ziekten en aantastingen[bewerken]

Roest en diverse bladvlekkenziekten, zoals papiervlekkenziekte of Phythophthora porri, kunnen het blad ernstig aantasten. Roest veroorzaakt op het blad kleine oranje sporenhoopjes die later bruin worden. Ook het preigeelstreepvirus kan schade veroorzaken. Daarnaast kan prei aangetast worden door insecten als de preimot, Acrolepiopsis assectella, en de uienvlieg, Delia antiqua. De rups van de preimot vreet gangen in het blad, vooral in de hartbladeren. Bij ernstige aantasting sterft de plant af. De made van de uienvlieg vreet aan de voet van de plant, waardoor de bladeren geel worden en tenslotte afsterven.

Voedingsstoffen[bewerken]

100 gram verse, rauwe prei bevat aan voedingsstoffen:

Energetische waarde 130 kJ
Koolhydraten 5 gram
Eiwit 2 gram
Vet 0,3 gram
Vitamine C 25 mg
Vitamine B1 0,12 mg
Vitamine B2 0,04 mg
Calcium 60 mg
IJzer 1,0 mg
Caroteen 0,6 mg
Folaat 0,6 mg

Verder is in prei kalium, magnesium en mangaan aanwezig.
De antioxiderende en antibacteriële zwavelverbinding allicine is verantwoordelijk voor de karakteristieke geur en smaak van prei.

Trivia[bewerken]

De Franse Orde van Verdienste voor de Landbouw wordt gemeenzaam wel 'le poireau', de prei genoemd.

In de Nederlandse jeugdcultuur worden wiet wel met 'prei' en een joint met 'een prei' aangeduid.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Beluister

(info)
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Ecologisch tuinieren.
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek