Sierra Leone-tribunaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Lady justice standing.png

Internationaal Recht

Het Sierra Leone-tribunaal (officiële naam: "Bijzonder Gerecht voor Sierra Leone", Engels: "Special Court for Sierra Leone", SCSL) is een onafhankelijk strafhof dat de taak heeft de misdrijven te berechten die zijn gepleegd tijdens de burgeroorlog in Sierra Leone (1991-2002). Het heeft zijn zetel in de Sierra Leoonse hoofdstad Freetown.

Vorming[bewerken]

Het besluit om dit tribunaal te vormen werd genomen op 14 augustus 2000 door de VN-Veiligheidsraad (resolutie 1315). Op 16 januari 2002 kwam de bilaterale overeenkomst tussen Sierra Leone en de VN voor de vorming van het tribunaal tot stand. In april 2002 werd de eerste hoofdaanklager benoemd, de Amerikaanse jurist David Crane.

Bevoegdheid[bewerken]

Krachtens zijn statuut kan het hof rechtspreken naar internationaal recht, maar ook, wat nieuw is, naar nationaal recht. De bevoegdheid van het tribunaal is beperkt tot hen die "de grootste verantwoordelijkheid" dragen voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en het Sierra Leoons recht, begaan sinds 30 november 1996. Gezien deze beperkte taakomschrijving is het aantal processen beperkt gebleven. Het tribunaal heeft niet de bevoegdheid de doodstraf op te leggen.

Samenstelling[bewerken]

Dit tribunaal werd niet alleen het eerste internationaal tribunaal dat in het bewuste land zelf zetelt, maar ook het eerste met gemengde samenstelling: het heeft zowel internationale rechters (de meerderheid) als rechters uit Sierra Leone. Voor deze opzet is gekozen omdat de opgedane ervaring met het Joegoslavië-tribunaal en het Rwanda-tribunaal leerde dat het als een bezwaar gevoeld wordt als verdachten uitsluitend voor rechters van buiten het eigen land verschijnen.

Het tribunaal bestaat uit twee Kamers van Eerste Aanleg en één Kamer van Beroep. De Kamers van Eerste Aanleg bestaan beide uit twee internationale rechters en één rechter uit Sierra Leone. De vijfhoofdige Kamer van Beroep kent drie internationale en twee Sierra Leoonse rechters. De internationale rechters worden benoemd door de secretaris-generaal van de VN, de Sierra Leoonse rechters door de regering van Sierra Leone.

Aangeklaagden[bewerken]

Op 7 maart 2003 zijn aanklachten uitgebracht. In totaal zijn dertien mensen aangeklaagd. Allen werden beschuldigd van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de mensheid en andere ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht. Drie van de aanklachten vervielen echter later doordat de verdachten overleden waren.

CDF[bewerken]

Drie van de aangeklaagden waren leiders van de zogeheten Burgerlijke Verdedigingskrachten (Civil Defence Forces, CDF), namelijk Alieu Kondewa, Moinina Fofana, en de voormalige minister van binnenlandse zaken Sam Hinga Norman. Hun proces begon op 3 juni 2004. Norman overleed echter in gevangenschap op 22 februari 2007, waarna de zaak tegen hem gesloten werd.

RUF[bewerken]

Vijf leiders van het Revolutionair Verenigd Front (Revolutionary United Front, RUF) zijn aangeklaagd, te weten Issa Hassan Sesay, Morris Kallon, Augustine Gbao, Foday Saybana Sankoh en Sam Bockarie. Later kwam vast te staan dat Sankoh en Bockarie niet meer in leven zijn, waardoor de aanklacht tegen hen verviel. Op 5 juli 2004 begon het proces tegen de drie anderen.

AFRC[bewerken]

Vier aanklachten werden uitgebracht tegen leidende personen van de voormalige militaire beweging Revolutionaire Raad van de Strijdkrachten (Armed Forces Revolutionary Council, AFRC). Drie van hen waren gedetineerd, namelijk Alex Tama Brima (ook bekend als Gullit), Santigie Borbor Kanu (ook bekend als Five-Five) en Brima Bazzy Kamara. Het proces tegen hen begon op 7 maart 2005.

De vierde aanklacht betrof de leider van het AFRC, voormalig dictator Johnny Paul Koroma, die met deze beweging de macht greep in een militaire staatsgreep op 25 mei 1997. Sinds de arrestatie van Charles Taylor (zie beneden) is hij de enige aangeklaagde die niet gedetineerd is. Waarschijnlijk is hij niet meer in leven, maar tot nu toe is de aanklacht tegen hem niet ingetrokken.

Charles Taylor[bewerken]

De gerechtszaal in Leidschendam

Een categorie apart, en een van de belangrijkste aanklachten, was die tegen de president van Liberia, Charles Taylor, die ervan beschuldigd wordt zich intensief bemoeid te hebben met de burgeroorlog in zijn buurland Sierra Leone, en daarbij oorlogsmisdaden te hebben gepleegd. Taylor was nog aan de macht in Liberia toen op 7 maart 2003 de historische aanklacht tegen hem werd uitgebracht, die aanvankelijk verzegeld bleef, maar openbaar werd gemaakt werd op 4 juni 2003 tijdens een bezoek van Taylor aan Ghana.[1] Na de aanklacht tegen Slobodan Milošević door het Joegoslavië-tribunaal was dit de tweede keer in de wereldgeschiedenis dat een zittende machthebber officieel in staat van beschuldiging is gesteld door een bovennationaal gerecht.[2]

Op 11 augustus 2003 trad Taylor onder zware internationale druk als president af en vluchtte hij naar Nigeria. Dit land weigerde aanvankelijk hem uit te leveren zolang Liberia daar niet om verzocht. Op 17 maart 2006 diende de nieuwe democratisch gekozen president van Liberia, mevrouw Ellen Johnson-Sirleaf, een verzoek tot uitlevering in. Hierop trachtte Taylor te vluchten, maar op 29 maart werd hij door Nigeria gearresteerd toen hij probeerde de grens met Kameroen over te steken.

Taylor genoot nog steeds veel aanhang, daarom werd het veiliger geacht hem niet in Freetown te berechten. Een speciale resolutie van de Veiligheidsraad, resolutie 1688, aangenomen op 16 juni 2006, maakte mogelijk dat het Sierra Leone-tribunaal Taylor in Den Haag zou berechten. Op 20 juni is Taylor vervolgens overgebracht naar het Penitentiair complex Scheveningen. Voor zijn berechting maakte het Sierra Leone-tribunaal aanvankelijk gebruik van het gebouw van het Internationaal Strafhof in Den Haag. In mei 2010 werd besloten het proces te verplaatsen naar het gebouw van het Libanon-tribunaal in Leidschendam. Daar kon gebruikgemaakt worden van de nieuwgebouwde rechtszaal.[3]

Op 4 juni 2007 begon het proces tegen Charles Taylor. Vanaf 7 januari 2008 werden 91 getuigen voor de aanklager gehoord. Namens de verdediging werden vanaf 13 juli 2009 20 getuigen gehoord, onder wie Taylor zelf, als getuige in zijn eigen zaak. De slotbetogen vonden plaats tussen 8 februari en 11 maart 2011.[1]

Vonnissen[bewerken]

AFRC[bewerken]

Op 20 juni 2007 heeft dit tribunaal zijn eerste vonnissen uitgesproken. De drie gedetineerde verdachten die behoorden tot het AFRC werden schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden, misdaden tegen de mensheid en "andere inhumane daden". Hieronder moord, uitroeiing, verkrachting, slavernij, plundering en ook de inzet van kindsoldaten. Zij zijn de eersten die door een internationaal gerecht zijn veroordeeld voor de inzet van kindsoldaten. Hiermee heeft dit tribunaal dus belangrijke jurisprudentie geschapen in het internationaal strafrecht.

Op 19 juli 2007 volgde de strafbepaling. Alex Tama Brima (35) en Santigie Borbor Kanu (42) kregen vijftig jaar cel, Brima Bazzy Kamara (39) werd tot 45 jaar veroordeeld. Het tribunaal overwoog onder meer dat de verdachten schuldig waren aan "enkele van de meest verderfelijke, wrede en gruwelijke misdaden ooit in de menselijke geschiedenis opgetekend", dat er geen verzachtende omstandigheden waren, en dat geen van de verdachten berouw had getoond.

Zowel de drie veroordeelden als de aanklager gingen tegen de vonnissen in beroep. Op 22 februari 2008 verwierp de Kamer van Beroep van het tribunaal het beroep van de veroordeelden op alle punten.[4] Het beroep van de aanklager werd op enkele juridische punten toegekend, maar er werden geen nieuwe veroordelingen uitgesproken.[5] De in eerste aanleg opgelegde straffen werden bevestigd.

CDF[bewerken]

eerste aanleg[bewerken]

Op 2 augustus 2007 zijn de twee nog overlevende militieleiders van de CDF schuldig bevonden aan oorlogsmisdaden. Alieu Kondewa en Moinina Fofana hebben zich volgens het tribunaal schuldig gemaakt aan moord, marteling en plundering.

Op 9 oktober 2007 zijn de straffen tegen hen uitgesproken. Kondewa werd veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf, Fofana tot 6 jaar. Deze uitspraak werd beschouwd als een succes voor de verdediging, aangezien tegen beiden door de aanklagers 30 jaar was geëist. Het tribunaal kwam tot een lagere straf omdat er naar zijn oordeel een aantal verzachtende omstandigheden was. Volgens het tribunaal hebben de beide CDF-leiders meegewerkt aan het herstel van Sierra Leones democratisch gekozen regering, "hetgeen onmetelijk bijdroeg aan het herstel van de rechtsorde in dit land, waar criminaliteit, anarchie en rechteloosheid de orde van de dag geworden waren". [6] [7]

hoger beroep[bewerken]

De Kamer van Beroep van dit hof kwam echter tot een ander oordeel. Op 28 mei 2009 werd in door de aanklager aangetekend hoger beroep de straf van Kondewa verhoogd van 8 tot 20 jaar, en die van Fofana van 6 jaar tot 15. Volgens de uitspraak waren de oorspronkelijke straffen "overduidelijk ontoereikend". Een woordvoerder van het tribunaal gaf als toelichting: "Wie een oorlogsmisdaad begaat zal daarnaar gestraft worden, aan welke kant men vecht maakt geen verschil."[8]

RUF[bewerken]

Op 25 februari 2009 werden de vonnissen tegen de drie RUF-verdachten gewezen. Issa Sesay en Morris Kallon werden elk schuldig bevonden aan 16 van de 18 punten van de aanklacht. Augustine Gbao werd schuldig bevonden op 14 van 18 punten. De verdachten werden schuldig bevonden aan moord, het ronselen en inzetten van kindsoldaten, amputatie, het houden van seksslaven en het uitvoeren van gedwongen huwelijken.[9][10] Dit was de eerste keer dat een internationaal gerecht iemand schuldig bevond aan het uitvoeren van gedwongen huwelijken, opnieuw dus belangrijke jurisprudentie in het internationaal strafrecht. Alle drie hadden verklaard onschuldig te zijn.

De straffen werden bekendgemaakt op 8 april 2009. Sesay kreeg 52 jaar gevangenisstraf, Kallon 40 jaar en Gbao 25 jaar.[11]

Alle drie deze veroordeelden tekenden beroep aan tegen de vonnissen. Op 26 oktober 2009 bevestigde de Kamer van Beroep van het tribunaal echter grotendeels de vonnissen van de Kamer in Eerste Aanleg en legde dezelfde straffen op, waarmee deze onherroepelijk werden.[12]

Charles Taylor[bewerken]

Tenslotte volgde op 26 april 2012 de uitspraak tegen Charles Taylor. De Tweede Strafkamer van het tribunaal bevond hem schuldig op alle elf de punten van de aanklacht. Bewezen werd geacht dat Taylor actief steun heeft verleend aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid begaan door de opstandelingen van het RUF en de AFRC. Dit betrof terrorisme, moord, verkrachting, seksuele slavernij, aanranding van de persoonlijke waardigheid, wrede behandeling, onmenselijke daden als verminking en amputatie, werving en inzet van kindsoldaten, slavernij en plundering. De steun die Taylor als president van Liberia gaf aan de rebellen in Sierra Leone in de vorm van bewapening, personeel en morele steun werd door het tribunaal "onmisbaar en doorslaggevend" geacht voor de opstand in Sierra Leone.[13][14]

Op 30 mei 2012 volgde de strafoplegging: het tribunaal legde Taylor 50 jaar gevangenisstraf op. Aanklager Brenda Hollis had 80 jaar geëist. Taylor liet onmiddellijk weten tegen de uitspraak in beroep te zullen gaan.[15][16]

Deze veroordeling van Taylor is de eerste keer in de wereldgeschiedenis dat een staatshoofd tijdens zijn zittingsperiode is aangeklaagd door een bovennationaal gerecht en vervolgens veroordeeld.

Taylors verdediging stelde op 19 juli 2012 beroep in tegen het vonnis. De verdediging stelde onder meer dat de Strafkamer zich te zeer had gebaseerd op bewijsmateriaal van horen zeggen en stelselmatig nagelaten had de betrouwbaarheid hiervan te toetsen. Ook de aanklager stelde beroep in, onder andere aanvoerend dat de straf van 50 jaar gevangenisstraf de ernst van de gepleegde misdrijven onvoldoende weerspiegelde en tot 80 jaar zou moeten worden verhoogd.[17] Op 27 augustus 2013 liet het tribunaal weten dat de Kamer van Beroep op 26 september uitspraak in dit beroep zou doen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b "The Prosecutor vs. Charles Ghankay Taylor" website Sierra Leone-tribunaal
  2. "Wanted by the Sierra Leone Special Court" website Human Rights First
  3. "Courtroom for Special Tribunal for Lebanon to host Taylor Trial" persbericht Libanon-tribunaal, 17 mei 2010
  4. "Sierra Leone court upholds sentences on militia chiefs" Reuters News, 22 februari 2008
  5. "Appeals Chamber Upholds Sentences of Convicted AFRC Leaders" persbericht Sierra Leone-tribunaal, 22 februari 2008
  6. "Celstraf voor leiders militie Sierra Leone", NRC Handelsblad, 10 oktober 2007
  7. "Jail for S Leone self-defence duo" BBC News 9 October 2007
  8. "Hof Sierra Leone verhoogt straffen". NRC Handelsblad, 29 mei 2009
  9. "S Leone trio guilty of war crimes". BBC News (25 February 2009) Geraadpleegd op 25 February 2009
  10. "Sierra Leone rebels found guilty of shocking crimes", Zambia News Net, 26 February 2009
  11. "Sierra Leone RUF rebels sentenced", BBC, 8 April 2009
  12. "Laatste vonnis van Hof in Sierra Leone", NRC Handelsblad, 27 oktober 2009
  13. "Charles Taylor Convicted on all 11 Counts" persbericht Sierra Leone-tribunaal, 26 april 2012
  14. "Charles Taylor schuldig aan steun rebellen". NRC Handelsblad, 26 april 2012
  15. "Liberiaanse oud-president Taylor krijgt 50 jaar cel" NRC Handelsblad 30 mei 2012
  16. "Charles Taylor Sentenced to 50 Years in Prison" persbericht Sierra Leone-tribunaal, 30 mei 2012
  17. "Taylor in beroep tegen vijftigjarige celstraf", NRC Handelsblad, 20 juli 2012