Tadao Ando

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tadao Ando, 2004
Azuma House (住吉の長屋), Osaka, 1976
Langen Foundation in Museum Insel Hombroich
Langen Foundation in Museum Insel Hombroich
Uitzicht met stoel 0.3 Vitra van Maarten Van Severen

Tadao Ando (安藤忠雄 , Andō Tadao ;Osaka, 13 september 1941) is een Japanse architect.

Biografie[bewerken]

Als autodidact leerde hij het vak bij een timmerman in de buurt waar hij woonde. Het traditionele Japanse vakmanschap past hij toe bij houten bekistingen, waarin het beton wordt gestort. Zijn kennismaking met architectuur begon toen hij als 15-jarige toevallig een boek over Le Corbusier ter hand nam. De begaafde self made man en gewezen bokser reisde met zijn schetsboek de wereld rond om dan bekende bouwwerken te bestuderen (zoals de Villa Savoye te Poissy nabij Parijs van Le Corbusier en de 12e-eeuwse Cisterciënzerabdijen van Sénanque, Le Thoronet en Silvacane in de Provence) om via deze weg geleidelijk tot inzicht te komen over het wezen van de architectuur.

In 1969 stichtte Ando zijn eigen architectenbureau "Tadao Ando Architects & Associates".

In 1995 won hij de prestigieuze Pritzker Architectuur Prijs, vergelijkbaar met de Nobelprijs maar dan voor architectuur. Hij schonk het 100.000 dollar bedragende prijzengeld aan de wezenslachtoffers van de aardbeving van Kobe (1995). Ando is door de International Union of Architects (UIA) verkozen tot laureaat van de Gouden Medaille 2005 (een driejaarlijkse prijs). Het is de hoogste erkenning die een architect kan krijgen van zijn vakgenoten. Hij is tot nu de enige architect die vrijwel alle prestigieuze erkenningen ontving: de Pritzker Prize, Carlsberg Architectural Prize, Praemium Imperiale, Médaille d'or Royal Institute of British Architects, Médaille d'or de l'Académie française d'architecture en de Kyoto Prize.

Ando bouwde tot nu toe ongeveer 200 gebouwen waarvan slechts enkele op het Europese vasteland. In al zijn ontwerpen is de invloed van de rijke Japanse bouwtraditie sterk aanwezig zoals aanwending van terrassen, glazen veranda's en goed gedimensioneerde binnentuinen, maar dan vertaald in een hedendaagse vormgeving.
Ando's laatste museumontwerp (2006) is gesitueerd aan het Palazzo Grassi in Venetië in opdracht van François Pinault (eigenaar van de Fnac-keten), als zetel van de Fondation Pinault.
De Fondation Pinault huisvestte in 2009 haar kunstverzameling hedendaagse kunst in een tweede Venetiaanse vestiging op de bevoorrechte site la Punta della Dogana. Dit in een 15e-eeuws door Tadao Ando ingerichte twee verdiepingen tellend gebouw met een tentoonstellingsoppervlakte van 3 000 m2.[1]
Medio april 2008 raakte bekend dat Ando het Maritiem Museum voor Abu Dhabi gaat bouwen. Het ontwerp speelt in op de ligging aan zee waarbij de bezoeker het gevoel zal krijgen aan boord van een schip te lopen. De hal van het museum heeft de uitstraling van een immens aquarium.

Langen Foundation bij het Museumpark Hombroich[bewerken]

In 2004 ontwierp en bouwde hij bij het Museum Insel Hombroich te Neuss in Duitsland op de terreinen van een voormalige raketbasis een museum voor de Stichting Marianne Langen. De daarin ondergebrachte kunstcollectie, een legaat van de toen 90-jarige mevrouw Marianne Langen, bevat historische Japanse kunst (met schilderingen en kalligrafie op zijde en papier van de 12e tot de 18e eeuw) en kunstwerken uit de 20e-eeuwse Europese kunst waaronder de Der Blaue Reiter figuur Wassili Kandinski, de Russische constructivist Vladimir Tatlin, de beeldhouwer Constantin Brancusi, Alexander Calder, op-art en popart, minimal art en arte povera. Men zou tussen al dat fraais haast vergeten dat men zich midden in het hart van het Duitse industriële Ruhrgebied bevindt. Het bouwterrein is een vroegere maar nu verlaten lanceerbasis van NAVO atoomwapens uit de Koude Oorlog. Resten daarvan zoals barakken, bunkers en een wachttoren zijn nog altijd duidelijk zichtbaar. Op dit terrein zijn verschillende nieuwe gebouwen in aanbouw met eindbestemming deels tentoonstellingsruimte deels vrije werkruimte voor hedendaagse kunstenaars: een soort kunstenaarskolonie in opbouw.

Ando werkt voor dit museum met eenvoudige volumes (cilinder, kubus en balk). Hij bouwde een vleugel als een betonnen kluis van 43 bij 4,90 m in een glazen mantel (geïnspireerd op de traditionele Japanse enawa of veranda) te midden van een waterpartij. In deze afgesloten ruimte hangt als voor de eeuwigheid de uitzonderlijk rijke en verblindend mooie Japanse collectie met topstukken uit de vroeg-18e-eeuwse Edoperiode(江戸時代, van 1615 tot 1867 waarbij Edo staat voor Tokio). De tweede tot op 6 m diepte ingegraven vleugel staat er dwars op en huisvest de 20e-eeuwse kunstwerken. In deze ruimtes staan de even tijdloze stoelen van de Vlaamse designer Maarten Van Severen (1956-2005) (Stoel 0.3 Vitra).

Ando creëerde een museum als een omgeving met een ingehouden dialoog tussen gebouw en natuur. Hij doet dat met een architectuur die daar wars van modes licht en schaduw, wind en water voor inzet. In het gebouw vallen via smalle openingen dramatische strepen licht binnen. Via een bijna absolute nauwkeurigheid die Ando in zijn werk nastreeft, geeft hij eenvoudige structuren zoals een betonnen wand of een trap een grote kracht. Ando gaat zeer precies te werk: de constructie van de bekisting, het polijsten, het uitvullen van de voegen, het gieten in fasen, met als resultaat een zijdezacht, bijna aaibaar, glanzend uitgepuurd beton. Alleen de op regelmatige afstand geplaatste gaten van de bekistingsankers fungeren als merkteken of relict en geven een schaal aan de wanden. Ando's gebouwen stralen ondanks de fors bemeten betonnen wanden een adembenemende spirituele lichtheid uit. Zijn gebouwen zijn transparant, streng, helder, zoveel kwaliteit met bijna niets. Zijn bouwkunst, wars van spectaculaire uithalen met titanium en glitter, vertelt geen verhaal. De overtuigende architectuur is zelf het verhaal.

Kenmerken architectuur Tadao Ando[bewerken]

Alle kenmerken van Ando's architectuur vindt men terug in het Museum Langen Foundation:

  • een zorgvuldig uitgedachte driedimensionele ordening van eenvoudige zich vaak herhalende bouwvolumes met een avontuurlijk looppad doorheen het geheel (met verwijzing naar Le Corbusiers "promenade architecturale").
  • een goed gedoseerde en vindingrijke aanwending van de natuurelementen zoals licht (meegaand-, tegen- en strijklicht), wind, water en taluds met grond.
  • een uitzonderlijk goed bestudeerde inplanting van het gebouw met een groot inlevingsvermogen voor de plek of de locatie.[2]
  • een perfecte uitvoering met een bijzondere voorliefde voor ter plaatse gestorte betonarchitectuur.

Bibliografie[bewerken]

  • Jimena Blazquez Abascal, Beeldenparken, kunst en natuur in Europa, een gids, uitg. TOTH, Bussem, 2006 ISBN 90-6868-424-8.
  • Kenneth Frampton, Tadao Ando: Buildings, Projects, Writings, Rizzoli International Publications, 1984, ISBN 0-8478-0547-6.
  • Francesco, Dal Co, Tadao Ando: Complete Works, Phaidon Press, 1997, ISBN 0-7148-3717-2.
  • P. Jodidio,Tadao Ando Complete Works, Taschen GMBH, 2004, ISBN 3-8228-2164-0.
  • Randall J. Van Vynckt, International Dictionary of Architects and Architecture, St. James Press, 1993 ISBN 1-55862-087-7.

Bronnen[bewerken]

  1. Fondation Pinault: Ando toont zijn project
  2. Zie: Critical Regionalism bij en.wikipedia.org

Externe link[bewerken]