Władysław Anders

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Władysław Anders (Krośniewice-Błonie, 11 augustus 1892 - Londen, 12 mei 1970) was een Pools generaal en politicus.

Levensloop[bewerken]

Władysław Anders

Władysław Anders werd geboren in de tijd dat Congres-Polen nog bezet was door het tsaristische Russische Rijk. Zijn beide ouders waren Baltische Duitsers en Anders werd evangelisch-Luthers opgevoed. Hij studeerde aan de Duitstalige Technische Hogeschool in Riga in Russisch-Letland, en ging in 1913 in dienst in het tsaristische leger. Hij rondde in 1917 als een van de laatsten voor de opheffing in de Russische Revolutie de Keizerlijke Militaire Academie in Sint-Petersburg af. Anders vocht hierna bij het Eerste Poolse Korps dat na de nederlaag van Rusland in de Eerste Wereldoorlog door het Duitse Rijk werd opgeheven. Tijdens gevangenschap in Sovjet-Rusland beloofde hij dat als hij zijn gewonde been zou behouden en terugkeren naar Polen, dat hij zich zou bekeren tot het katholicisme. Hetgeen geschiedde.

In 1919 werd Anders stafchef van het leger van Polen, dat net onafhankelijk was geworden. In de oorlog van 1920 tegen het Rode Leger was hij bevelhebber van het 15e Ulanen-Regiments van Poznań. Na de oorlog ging hij naar Parijs voor een militaire opleiding en werd in 1925 stadscommandant van Warschau.

Tijdens de Duitse invasie in Polen in Polen in 1939 was Anders bevelhebber van een brigade van de cavalerie. Vanaf 17 september 1939 vielen de legers van de Sovjet-Unie in Oost-Polen binnen tijdens de Sovjet-veldtocht tegen Polen. Bij gevechten met het Rode Leger raakte hij zwaargewond en werd krijgsgevangen gemaakt door de Sovjet-Unie. Als krijgsgevangene was hij eerst in Lemberg (Oekraïens: Львів; Pools: Lwów) en later in de beruchte Loebjanka-gevangenis van de NKVD in Moskou.

Na de Duitse aanval op de Sovjet-Unie werd Anders in juni 1941 vrijgelaten en werd op 4 augustus 1941 tot bevelhebber van het Poolse leger in de Sovjet-Unie benoemd. Dit Poolse leger mocht na een overeenkomst tussen de Sovjet-Unie en de Poolse regering in ballingschap (en na forse druk vanuit Engeland) in juli 1942 via Iran en het Midden-Oosten vertrekken naar het westelijk front.

Anders vocht met de soldaten van het Poolse 2e Korps in de slag bij Monte Cassino. Na de oorlog keerde Anders niet terug naar het door de Sovjet-Unie bezette Polen, maar bleef in Groot-Brittannië actief voor de Poolse regering in ballingschap. Na zijn overlijden werd Anders bijgezet op de Poolse oorlogsbegraafplaats bij Monte Cassino.