Afdeling van de Meestergraad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Afdeling van de Meestergraad is een afdeling in de Vrijmetselarij in Nederland.

Geschiedenis[bewerken]

De Afdeling van de Meestergraad werd opgericht op 25 april 1819 door de Grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden: Frederik van Oranje-Nassau, Prins der Nederlanden. Fundament waarop de werkwijze van de Afdeling van de Meestergraad was gebaseerd is het Charter van Keulen. Aanvankelijk werd gewerkt in een afdeling binnen de Loge. Later heeft men het meervoud afdelingen terug gebracht tot afdeling: "Afdeling van de Meestergraad".

Kamer van Administratie[bewerken]

Binnen de Afdeling van de Meestergraad werd een Kamer van Administratie opgericht (vergelijk met Grootoosten in de Vrijmetselarij) van waaruit de Afdeling van de Meestergraad werd georganiseerd. Al vrij snel werd er een onafhankelijke Kamer van Administratie benoemd, die haar zetel had in Den Haag. De Kamer van Administratie verdeelde het land in districten. In 1822 werd de toenmalige Kamer van Administratie ontbonden en werd de definitieve Kamer van Administratie ingesteld. De eerste opdracht van de nieuwe Kamer van Administratie was het ontwerpen van een reglement van orde voor de algemene vergadering en het uitreiken van een Constitutiebrief.

Bouwhut[bewerken]

Tijdens de Algemene Vergadering van 1893 werd besloten de werkzaamheden van de afdeling uit de loge te halen en te organiseren in een zelfstandige Bouwhut. Tevens werd voor het eerst benadrukt dat de werkzaamheden in de Afdeling van de Meestergraad verheven zouden moeten zijn tot:

  • het vermeerderen van kennis en wetenschap;
  • het kweken en blijk geven van waarheidsliefde;
  • het ontwikkelen en uitoefenen van rechtvaardigheid in de uitgebreidste zin van het woord.

De daden van de Afdeling van de Meestergraad zouden beheerst moeten worden door het aloude beginsel van deze afdeling: “Doe een ander, zoals ge wilt, dat u geschiedt”

Werkwijze[bewerken]

Van de oorspronkelijke bedoeling en de omstandigheden waaronder de Afdeling van de Meestergraad werd gevormd is weinig meer over, maar in haar huidige vorm heeft de Afdeling van de Meestergraad tot doel: Het stimuleren van de idealen van de Vrijmetselarij en het in kleine intieme kring rekenschap geven van dat wat het meesterschap in praktijk betekent. Dit wordt gerealiseerd door het werken aan persoonlijke vorming met het doel bij te dragen aan een betere samenleving.

Eigen gedrag[bewerken]

Het eigen gedrag en handelen in de praktijk legt hiervoor de basis. Een eenvoudig rituaal, een laag profiel, vertrouwelijke omgang is daarbij de basis voor het ontstaan van Vriendschap. Centraal staat de verdieping waarbij alle thema’s aan de orde kunnen komen die van belang zijn in ieders persoonlijke leven en bij het werken in de wereld. Deze verdieping kan in een Bouwhut in een kleine groep makkelijker tot stand komen dan bijvoorbeeld in het grotere verband van de Loge.

Organisatie[bewerken]

Een Bouwhut komt als regel maandelijks bijeen en telt tussen de 7 en 20 leden. In Nederland zijn (in 2017) meer dan 60 Bouwhutten actief met in totaal circa 800 leden. Iedere Bouwhut heeft vrijheid van vormgeven en handelen binnen de contouren die in de Statuten en de Algemene Wet (vgl. huishoudelijk reglement) van de Afdeling van de Meestergraad worden aangereikt.

Samenkomst[bewerken]

In de praktijk blijkt dat ook de plaats van samenkomst van belang is voor het na te streven aantal leden. Indien men de intimiteit van de huiskamer verkiest om afwisselend bij alle leden samen te komen zal het aantal beperkt zijn. Een grotere groep zal in de regel samenkomen in een andere gelegenheid, bijvoorbeeld een logegebouw.

Lidmaatschap[bewerken]

Een Bouwhut is idealiter samengesteld uit Broeders van verschillende loges, waardoor verbinding over de grenzen van Loges heen ontstaan. Op uitnodiging door een bestaande Bouwhut staat het lidmaatschap van de Afdeling van de Meestergraad open voor iedere Vrijmetselaar die lid is van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, of van een andere Grootmacht die door haar wordt erkend. Het is een goed gebruik dat nieuwe leden alleen voor een Bouwhut worden uitgenodigd als alle Bouwhutleden zich persoonlijk ervan hebben overtuigd dat het nieuwe lid zal passen bij alle leden. Men dient tenminste 1 jaar de Meestergraad te hebben.

Nieuwe Bouwhut[bewerken]

Het vormen van een nieuwe Bouwhut door Vrijmetselaren van buiten de Afdeling van de Meestergraad behoort tot de mogelijkheden. Belangrijk is het om vooraf tot een goed begrip te komen van wat het werken in een Bouwhut inhoudt. Gesprekken met het bestuur van de Afdeling van de Meestergraad en met leden van bestaande Bouwhutten zijn daarvoor onmisbare elementen. Door het vormen van een Vriendenkring ontstaat er tijd en gelegenheid om het voor een nieuwe Bouwhut benodigde minimum aantal van 7 leden bijeen te brengen.