Naar inhoud springen

Prince Hall-vrijmetselarij

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Portret van Prince Hall, met schootsvel van de African Lodge.

De Prince Hall-vrijmetselarij (Engels: Prince Hall freemasonry) is een overwegend reguliere vorm van vrijmetselarij, die ontstaan is in de Verenigde Staten naar aanleiding van de historische rassensegregatie tussen blanken en zwarten die aldaar bestond.

De Prince Hall-vrijmetselarij verenigt vrijmetselaarsloges in obediënties of grootloges per Amerikaanse staat, daarnaast zijn er ook Prince Hall Grand Lodges in Canada, de Caraïben, Liberia en Brazilië. Binnen de Prince-Hall vrijmetselarij wordt primair de York ritus toegepast.

Anno 2025 telt de Prince Hall-vrijmetselarij wereldwijd naar schatting 300.000 leden in circa 5.000 loges.

Er zijn meerdere stromingen te onderscheiden in de Prince Hall-vrijmetselarij. De belangrijkste - en verreweg de grootste - is de Prince Hall Affiliation (P.H.A.). waar een groot aantal Prince Hall Grand Lodges onder vallen. Deze grootloges worden als regulier erkend door de United Grand Lodge of England [1] en andere reguliere grootloges. Daarnaast is er onder meer de Prince Hall Origin welke halverwege de negentiende eeuw is ontstaan[2][3].

De Prince Hall Affiliated Grand Lodges worden in vrijwel alle Amerikaanse staten ook erkend door hun 'blanke' tegenhangers, de State Grand Lodges. In de Amerikaanse staten die voorheen tot de Geconfedereerde Staten van Amerika behoorden lag erkenning soms moeilijk, maar begin 2026 waren er nog slechts een tweetal staten over waar geen vorm van wederzijdse erkenning was[4] (South-Carolina en Mississippi). Het overkoepelende orgaan van de Prince Hall Affiliated Grand Lodges is de Conference of Grandmasters[5].

Verwante organisaties

[bewerken | brontekst bewerken]

Vrijwel alle Prince Hall Affiliated Grand Lodges kennen - in afspiegeling van de State Grand Lodges - organisaties voor de hogere graden van de York ritus: een Grand Chapter voor de Royal Arch graden, een Grand Commandery voor de Knights Templar graden en een Grand Council voor de graden van de Royal and Select Masters. Daarnaast is er zowel een Prince Hall Supreme Council Northern Jurisdiction[6] als een Prince Hall Supreme Council Southern Jurisdiction[7] voor de hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus.

Verder is er de Prince Hall Order of the Eastern Star, een para-maçonnieke organisatie gericht op vrouwen in afspiegeling van de vanuit de State Grand Lodges opgerichte Order of the Eastern Star. De Prince Hall Order of the Eastern Star werd opgericht in 1847 en was van oorsprong gericht op vrouwelijke familieleden van Prince Hall vrijmetselaars, maar is nu toegankelijk voor alle vrouwen. Zij kent - analoog aan de Prince Hall Grand Lodges - Grand Chapters per Amerikaanse staat, maar geen overkoepelende organisatie.

Vanuit de Prince Hall-vrijmetselarij is eveneens een Shriners organisatie opgericht in 1893, de Ancient Egyptian Arabic Order Nobles Mystic Shrine. Deze eveneens para-maçonnieke liefdadigheidsorganisatie telt anno 2026 circa. 13.000 leden[8].

De grondlegger van deze stroming in de vrijmetselarij was de Amerikaan van Afrikaanse afkomst Prince Hall (1735 - 1807)[9]. Hij was geboren in Boston (Massachusetts) als slaaf, maar werd in 1770 vrijgemaakt door zijn eigenaren. In deze tijd speelde de Amerikaanse Revolutie (1765 - 1793) zich af, waarin werd gevochten om de onafhankelijkheid van de Amerikaanse koloniën tussen de Britse machthebbers en de kolonisten.

In 1775, het jaar waarin de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog uitbrak, werd Prince Hall in Boston op 6 maart samen met veertien andere Amerikanen van Afrikaanse afkomst ingewijd als vrijmetselaar. Dit gebeurde in een militaire ambulante loge met nr. 441, verbonden aan het 38th Regiment of Foot, onder de constitutie van de Grand Lodge of Ireland. Hij vroeg - en kreeg - daarna toestemming om als loge bij elkaar te komen. In 1778 werd Prince Hall verheven tot meester in dezelfde militaire loge waar hij was ingewijd.

In 1784 vroeg Prince Hall als Voorzittend Meester van zijn loge een constitutiebrief aan bij de Premier Grand Lodge of England, een van de voorlopers van de huidige United Grand Lodge of England. Deze constitutiebrief werd verstrekt op 29 september 1784 aan de African Lodge nr. 459, die vanaf dat moment werkte onder Engelse jurisdictie met als zetel Boston. In 1797 kregen vanuit deze loge groepen vrijmetselaars in Philadelphia (Pennsylvania) en Providence (Rhode Island) toestemming om nieuwe loges op te richten. Na het overlijden van Prince Hall vormden deze loges op 24 juni 1808 een grootloge, de African Grand Lodge.

Verdere ontwikkeling

[bewerken | brontekst bewerken]

De contacten met de Premier Grand Lodge of England waren moeizaam, en bij de fusie in 1813 van de Premier Grand Lodge met de Antient Grand Lodge tot de United Grand Lodge of England, werd de African Lodge van de lijst met actieve loges geschrapt.

Nadat de eerder opgerichte Grand Lodge of Massachusetts weigerde de African Grand Lodge te erkennen verklaarde zij zich in 1827 zelfstandig en onafhankelijk van alle andere grootloges. In 1847 veranderde zij haar naam in Prince Hall Grand Lodge, ter ere van haar grondlegger. In de loop van de jaren daarna werden in een groot aantal Amerikaanse staten eveneens Prince Hall Grand Lodges opgericht.

Bekende leden

[bewerken | brontekst bewerken]

Enkele bekende leden[10]:

Aanwezigheid in Nederland en België

[bewerken | brontekst bewerken]

In Europa hebben verschillende Prince Hall Grandlodges - veelal militaire - loges.

In Nederland heeft de Prince Hall Grand Lodge of Massachusets een loge in Amersfoort, lodge nr. 26, 'Blazing Star Lodge'[11]. In het verleden had de Prince Hall Grand Lodge of Maryland ook een loge in Brunssum, lodge nr. 127 'Benjamin F. Luke', maar deze heeft de lichten gedoofd. Daarnaast heeft op Sint Maarten de Prince Hall Grand Lodge of the Caribbean een loge gevestigd, lodge nr. 15 'Lodge of Acacia'[12]

In België heeft de Prince Hall Grand Lodge of Georgia een loge in het SHAPE-hoofdkwartier in Bergen, lodge nr. 590, 'George L. Mason'[13].

Op 19 januari 2025, de laatste dag van zijn presidentschap, werd president Joe Biden door de Prince Hall Grand Lodge of South Carolina als teken van waardering erkend als mason at sight[14]. Dit betekent dat hij werd erkend als lid van de obediëntie zonder de formele inwijdingsprocedure te hoeven ondergaan. Hij werd hiermee de eerste Amerikaanse president die een dergelijke eer te beurt valt.

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Prince Hall Freemasonry van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.