Inname van Henegouwen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Beleg van Bergen (1424-1425))
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Inname van Henegouwen
Onderdeel van de Hoekse en Kabeljauwse twisten en Strijd tussen Brabant en Henegouwen
Intrede van Jacoba en Glouchester binnen de stad Bergen.
Intrede van Jacoba en Glouchester binnen de stad Bergen.
Datum oktober 1424 - 6 juni 1425
Locatie Bergen, Henegouwen
Resultaat Henegauwen wordt ingelijfd door Filips de Goede, Bergen blijft ongemoeid, maar de gravin wordt afgevoerd naar Gent
Strijdende partijen
Henegouwen
Engelse huurlingen
Hoeken
Brabant
Leiders en commandanten
Jacoba van Beieren
Humpfrey van Glouchester
Jan IV van Brabant
Troepensterkte
Engels leger:
3000 ruiters
3000 krijgsvolk
Brabants leger:
2400
Oorlog tussen de Hoeken en Kabeljauwen tussen 1350 - 1490

Eerste stroming
Slag bij Naarden · Kabeljauwse verbondsakte (1350) · Hoekse verbondsakte · Slag bij Veere (1351) · Slag bij Zwartewaal (1351) · Beleg van Medemblik (1351) · Beleg van Geertruidenberg (1351-1352) · Slag bij Soest (1356) · Beleg van Heusden (1358) · Beleg van Heemskerk (1358) · Beleg van Delft (1359) · Beleg van Kasteel Altena
Tweede stroming
Beleg van IJsselstein (1416-17) · Beleg van Gorinchem (1417) · Beleg van Dordrecht (1418) · Inname van Rotterdam (1418) · Zoen van Woudrichem (1419) · Beleg van Leiden (1420) · Beleg van Geertruidenberg (1420) · Beleg van Bergen (1424-1425) · Beleg van Schoonhoven (1425) · Slag bij Alphen aan den Rijn (1425) · Slag bij Brouwershaven (1426) · Kennemer opstand (1426) · Beleg van Haarlem (1426) · Slag bij Hoorn (1426) · Beleg van Amersfoort (1427) · Slag bij Wieringen (1427) · Beleg van Zevenbergen (1427) · Beleg van Gouda (1428) · Zoen van Delft (1428)
Derde stroming
Eerste Utrechtse Burgeroorlog (1456-1458)· Beleg van Deventer (1456) · Plundering van IJsselstein (1470) · Inname van Den Haag (1479) · Tweede Utrechtse Burgeroorlog (1481-1483) · Beleg van Leiden (1481) · Slag bij Scherpenzeel (1481) · Inname van Dordrecht (1481) · Slag bij Vreeswijk (1481) · Inname van Eemnes (1481) · Slag bij Westbroek (1481) · Inname van Hoorn (1482) · Beleg van IJsselstein (1482) · Beleg van Rhenen (1483) · Beleg van Montfoort (1483) · Beleg van Utrecht (1483)
Vierde stroming (Jonker Fransenoorlog)
Inname van Rotterdam (1488) · Mislukte invallen van Schiedam (1488-90) · Bestorming van Schoonhoven (1488) · Inname van Woerden (1488) · inname van Geertruidenberg (1489) · Aanslag op Delft (1489) · Slag op de Lek (1489) · Beleg van Gouda (1489) · Beleg van Rotterdam (1490) · Slag bij Moordrecht (1490) · Beleg van Montfoort (1490) · Slag bij Brouwershaven (1490)

De inname van Henegouwen vond plaats in 1424-1425 en had te maken met de scheidingspolitiek tussen Jacoba van Beieren en Jan IV van Brabant. De inname vond plaats in het graafschap Henegouwen waarbij steden als 's-Gravenbrakel, Brocreloy en Bergen werden belegerd en ingenomen. Het zou de enige Hoekse en Kabeljauwse confrontatie zijn buiten Holland en Zeeland. Het werd ook wel de strijd tussen Brabant en Henegouwen genoemd.

Achtergrond[bewerken]

In 1419 na de Zoen van Woudrichem verbleef Jacoba van Beieren samen met haar moeder in het graafschap Henegouwen, het enige graafschap dat nog vrijwel volledig aan haar toebehoorden. Het bestuur in het graafschap Holland en Zeeland werden waargenomen door Jan VI van Beieren en haar man Jan IV van Brabant. Er ontstonden scheurtjes in hun huwelijk vanwege de beperkte macht en invloed die Jacoba tot haar beschikking had.

In de vroege lente van 1421 had Jacoba binnen haar hofhouding een afspraak gemaakt dat ze een tijdje in Bouchain zou verblijven. Daar werd ze op zekere dag begeleid door een groep van 60 gewapende mannen naar Calais gebracht waarvandaan zij per schip naar Engeland voer.[1] Toen Jan IV van Brabant erachter kwam dat Jacoba met de noorderzon was vertrokken stuurde hij gelijk brieven naar de paus over haar vermeende ontrouw, ondertussen had Jacoba de banden aan het Engelse hof flink aangehaald en trouwde ze niet lang daarna met de broer van de koning, Humphrey van Gloucester, er volgde een kat-en-muisspel om de scheidings- en vooral erfrechten over Henegouwen.

Verloop[bewerken]

Eind oktober 1424 landde Humphrey van Gloucester samen met Jacoba in Calais met 3000 ruiters en 3000 krijgsvolk tot hun beschikking. Tussen 17 en 19 november trok hij het Aatrechtse land door en stopte ter hoogte van Bouchain, waar hij tot zijn verbazing toegang kreeg van de heer van Havré.[2] Vervolgens begeleidde Havré hen naar Valencijn en Bergen, waar het echtpaar met grote vreugde binnen werden gelaten, in Bergen konden echter 300 van hun ruiters de stad in, waardoor de rest van hun leger buiten de stadspoorten hun kamp moesten opslaan. Het kwam er nu op neer dat Jacoba van Beieren en haar echtgenoot als feitelijke machthebbers werden gezien binnen Henegouwen, echter verzamelde Jan van Brabant zijn leger ter hoogte van Nijvel en had een huurleger van 2400 manschappen tot zijn beschikken. Hij besloot daar af te wachten welke Henegouwse steden achter hem stonden en welke belangrijke steun hij kon verkrijgen uit andere graafschappen en koninkrijken.

Correspondentie[bewerken]

Humphrey van Glouchester
Filips de Goede van Bourgondië

Jan van Brabant stuurde vanuit Nijvel brieven naar de bisschoppen van Luik, Utrecht en Kamerijk, naar Jan VI van Beieren, baljuw van Holland en Zeeland en Filips de Goede van Bourgondië. Allen reageerden positief op de argumenten van de hertog. Jan VI van Beieren overleed echter op 6 januari 1425, waarna Jan van Brabant naar Holland moest om zijn erfrechten veilig te stellen. Ook zagen de bisdommen van steun af omdat ze vonden dat paus Martinus over de echtscheiding tussen Jan en Jacoba moest beslissen. Alleen Filips de Goede bleef Jan steunen op voorwaarde dat hij niet verder op zou trekken en bleef waar hij was. Jan moest echter naar Holland en gaf het bevel over het leger bij Nyvel aan zijn broer Filips van Saint-Pol.[3]

Op 12 januari 1425 stuurde Humphrey van Gloucester een brief naar Filips de Goede, met de vraag waarom hij hem dwarsboomde in zijn graafschap en waarom hij partij had gekozen voor de hertog van Brabant en niet aan de kant van Jacoba stond, die niets anders wilde dan het terugwinnen van haar recht op de graafschappen.[4] Op 3 maart 1425 kwam Filips met een tegenbrief. Hierin stond zijn partijkeuze: hij vond het een niet gepaste keuze dat Gloucester met een gewapend leger Henegouwen binnenviel, zonder dat de kerk uitspraak had gedaan over de huwelijkskwestie tussen Jacoba en de hertog van Brabant. Ook stond in de brief dat, als Gloucester zijn verklaring uit de vorige brief zou handhaven, Filips hem zou uitdagen tot een duel.

Op 16 maart, 1425 volgde een nieuwe brief van Gloucester, waarin hij stelde zich aan zijn uitspraken te houden en stemde in voor een duel waarin ze mogelijk hun gelijk konden halen. Hij stelde voor om op Sint-Joris dag het duel aan te gaan, de hertog van Bourgondië zond snel daarna een brief terug, dat hij er zou zijn op Sint-Joris dag met geslepen wapens!. Om beide voor te kunnen bereiden op het duel kwam het belegeren van Henegouwen op een laag pitje te staan en de graaf van Gloucester vertrok op 12 april naar Engeland om zich daar te trainen voor het treffen. Halverwege maart kwamen de brieven tussen Gloucester en de hertog van Bourgondië onder de ogen van de koningen van Engeland en Frankrijk, die het niet goed vonden dat beide royals zich tot z'n duel zouden begeven, Filips bleef echter strijdvaardig, maar Gloucester besloot eind april er toch vanaf te zien.[5]

de grenzen van het toenmalige graafschap Henegouwen, met Bergen als centraal punt.

Beleg[bewerken]

Nadat dit correspondentie-dispuut voorbij was, was op 1 maart het beleg van 's-Gravenbrakel al begonnen onder de graaf van Sint-Pol. Deze stad was moeilijk in te nemen met zijn vele torens; ze werd tevens goed verdedigd door Engelse huursoldaten.[6] De stad viel echter op 11 maart waarna al gauw de stad Valencijn zich achter de hertog van Brabant schaarde. Al snel groeide het Brabantse combinatieleger samen met Bourgondische troepen uit tot 60.000 manschappen die verdeeld over Henegouwen hun stellingen namen.

Nadat de situatie voor Jacoba van Beieren er steeds slechter uitzagen besloot ze een smeekbrief naar zowel paus Martinus als tegenpaus Benedictus XIII te sturen over bedrieglijke affaires die Jan van Brabant zou hebben gehad tijdens hun huwelijk. Jan van Brabant bood op zijn beurt bijzondere privileges aan in Henegouwse steden, zodat die meer de kant van Brabant kozen.[7] Nadat dit gebeurd was besloot de hertog van Brabant vanuit Nijvel op 12 mei op te trekken naar Le Rœulx, vervolgens naar Broqueroy en op 14 mei bleef hij in de nabijheid van Bergen staan, om zich zeker te maken van alle rivieren en bruggen die naar de stad leidden. De stad was op dat moment ingesloten en Jacoba kon alleen maar hopen op bijstand van Engeland. Na twee dagen van beleg intervenieerde Filips de Goede. Hij wilde dat er een verdrag in Dowaai getekend werd. Afgezanten uit beide kampen reisden af naar Dowaai maar de onderhandelingen stokten waarop het beleg voortgezet werd tot 1 juni.[8] Op die dag werd het verdrag definitief getekend onder de voorwaarde: Jacoba zou Bergen verlaten en haar verblijf nemen op Filips' grondgebied, totdat de paus in Rome uitspraak had gedaan in het huwelijksvonnis.

Nasleep[bewerken]

Op 6 juni 1425 tekende Jacoba van Beieren met enige aarzeling het contract tot overgave, nadat alle steden in Henegouwen zich al aan de hertog van Brabant onderworpen had; alleen de stad Bergen steunde haar onvoorwaardelijk. Echter, op 13 juni gingen de poorten open en werd Jacoba onder begeleiding van Filips III van Bourgondië en Lodewijk van Chalon, prins van Oranje naar kasteel Gravensteen in Gent gebracht.[9]

In augustus wist Jacoba uit kasteel Gravensteen te ontsnappen in mannengewaad, onder begeleiding van Hoekse heren. Zij reisde via Antwerpen naar Woudrichem en daarvandaan pakte ze haar strijd op tegen haar ex-man en de Kabeljauwse beweging om zo haar graafschappen terug te veroveren. Ze had succes met het beleg van Schoonhoven en de Slag bij Alphen aan den Rijn, waarbij ze Filips de Goede zelfs even aan het wankelen bracht. In 1426 stond haar man Humphrey van Gloucester haar nog eenmaal bij met de slag bij Brouwershaven die onsuccesvol verliep voor Jacoba.