Bergresidentie en afgelegen tempels van Chengde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bergresidentie en afgelegen tempels van Chengde
Werelderfgoed cultuur
Chengde 1875-1890.jpg
Land Vlag van China China
UNESCO-regio Azië en de Grote Oceaan
Criteria ii, iv
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 703
Inschrijving 1994 (18e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst

De Bergresidentie en afgelegen tempels van Chengde is een groot complex van keizerlijke paleizen, tuinen en tempels gelegen in de stad Chengde in de provincie Hebei, in noordoost-China. In de residentie komen Chinese landschappen en architectuur tot uiting in tuinen, pagodes, tempels en paleizen.

Het zomerpaleis ligt op zo’n 180 kilometer ten noordoosten van Peking en is gebouwd tussen 1703 en 1792 tijdens de Qing-dynastie.[1] Het beslaat een totale oppervlakte van 5,6 km² en is gelijk aan bijna de helft van het stedelijk gebied van Chengde. Het herbergt een grote verzameling van paleizen en administratieve en ceremoniële gebouwen die goed passen in een landschap van meren, velden en bossen. In het zuidoosten van het terrein, het dichtst bij het oude stadscentrum van Chengde, liggen de paleizen met een totale oppervlakte van 10 hectare.[2] Ten noordoosten hiervan liggen de vijvers en parken ter grootte van 50 hectare en daarachter open velden, destijds bedoeld voor het houden van wedstrijden met paarden, van 60 hectare.[2] Ten noordwesten van de paleizen ligt nog een groot bosgebied van meer dan 400 hectare.

Het paleis heeft een siheyuanstijl indeling en heeft ook een grote gelijkenis met de Verboden Stad in Peking. Het geheel bestaat uit twee delen. Na het passeren van de hoofdpoort, gelegen in het zuiden, komt eerst het publieke deel waar de keizer hoge functionarissen, edelen en buitenlandse gezanten ontving. Verder naar achteren lagen de privévertrekken zoals de woon- en slaapkamers van de keizerlijke familie.

De keizers Kangxi, Qianlong en Jiaqing verbleven hier vaak enkele maanden per jaar om te ontsnappen aan de zomerse hitte in Peking. Kangxi verbleef hier in totaal 12 zomers en Qianlong zelfs 52 zomers. Jiaqing en Xianfeng stierven beiden tijdens hun verblijf in Chengde in respectievelijk 1820 en 1861.

Om de residentie liggen acht tempels waarvan de Putuo Zongcheng een zeer bekende is. Deze werd gebouwd tussen 1767 en 1771 en het Potala in Lhasa, dat een eeuw ouder is, heeft als voorbeeld gediend. De tempels liggen ten noorden en ten oosten net buiten het paleisterrein.

De residentie en de omliggende tempels zijn een UNESCO Werelderfgoed sinds 1994. Na de val van het keizerrijk in 1911 zijn de paleizen en tuinen verwaarloosd, maar na de communistische machtsovername van 1949 zijn herstelwerkzaamheden en restauraties uitgevoerd.[2]

Het gebied ligt op de grens van de warme en de koude gematigde zone. Het kent grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht. In de winter is het koud al valt er weinig sneeuw. De zuidoost-moesson bereikt in de zomer de regio met veel neerslag tot gevolg. Er is eigenlijk geen hete periode. De beste tijd om deze plek te bezoeken is tussen april tot oktober.