Koegras

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bewoning in Koegras, net buiten de dorpskern van Julianadorp

Het Koegras is een polder in de kop van Noord-Holland, die wordt begrensd door de gemeente Zijpe, de noordelijke Waddenkust (gemeente Den Helder en gemeente Anna Paulowna) en het Noordhollandsch Kanaal. In het centrum van de polder ligt thans Julianadorp, een woonkern die valt onder de gemeente Den Helder.

De ontwikkeling van de polder Het Koegras[bewerken]

In 1610 werd de Oldenbarneveldsdijk aangelegd, nu genoemd de Zanddijk, die een beveiliging tegen de Noordzee moest vormen. De eilanden Callantsoog en Huisduinen werden daardoor voor verkeer met elkaar verbonden. Een gevolg van het aanleggen van die dijk was het vormen van een meer rustige aanslibbing van kweldergronden. Het toen nog genoemde "buitenveld" werd door deze dijk ten westen afgeschermd van de Noordzee. In dit buitenveld lagen meerdere nollen (duintjes), één daarvan was genaamd Koegras.

De opdracht, begin 1800, van koning Willem I tot het graven van het Noordhollandsch Kanaal was de definitieve aanzet tot de vorming van de polder Het Koegras. Het kanaal was nodig om het scheepvaartverkeer vanaf de Noordzee richting Amsterdam een veiliger vaarroute te geven. De zeeschepen moesten vóór 1825 via de Zuiderzee naar Amsterdam. Langs de vaarroute in de Zuiderzee lagen zandbanken waarop menig zeeschip vastliep.

Voor het graven van het Noordhollandsch Kanaal moest een dijk worden aangelegd die het zeewater van de Waddenzee en de Zuiderzee moest afdammen. Met het aanleggen van de dijk, van 1817 tot 1825, is gelijktijdig het Noordhollandsch Kanaal gegraven en van de bagger die vrij kwam een weg aangelegd langs het kanaal, nu de N9. De dijk, de Koegras Zeedijk, ligt vanaf het Nieuwediep tot de Zijpe ten oosten van het Noordhollandsch Kanaal.

Het kanaal is momenteel minder belangrijk voor de scheepvaart maar wel zeer belangrijk voor de aanvoer van water voor de beregening van de bloembollen en voor de afvoer van overtollig water.

De drooggelegde polder Het Koegras bestond vooral uit stuifduinen met laagten waar plantengroei tot ontwikkeling kwam. Dichter-hoogleraar Nicolaas Beets noemde in zijn verhaal Teun de Jager (opgenomen in Camera Obscura) de polder "de woestijn van het Koegras".[1] De grond was erg arm en het landschap was te vergelijken met het strand. Na de inpoldering werd het ingeplant met helmgras. Het houden van schapen was de enige activiteit. Door gebruik te maken van kunstmest heeft men deze gronden vruchtbaar kunnen maken en kwam de veehouderij tot ontwikkeling. Midden 19e eeuw was er sprake van verbouw van graangewassen; haver, garst en kanariezaad.[bron?]

Mr. Pieter Loopuyt kocht de polder Het Koegras[bewerken]

De polder Het Koegras werd door domeinen te koop aangeboden en werd op 7 november 1849 door Cornelis van Foreest voor zijn schoonvader mr. Pieter Loopuyt, koopman en bankier te Schiedam, gekocht voor een bedrag van fl. 689.951 gulden.[2] In de polder bevonden zich toen onder andere een aantal stolpboerderijen en bijbehorende arbeiderswoningen. Wegen waren nog niet aangelegd en de waterbeheersing door middel van sloten en vaarten moest nog worden geregeld. Toen Loopuyt overleed en de boedel moest worden geschat voor de erven, werd het Koegras getaxeerd op 2 miljoen gulden.[bron?]

Julianadorp[bewerken]

Toen er op de plaats waar nu Julianadorp ligt een aantal huizen bij elkaar werden gebouwd ontstond er een soort buurtschap. Door de kleinzoon van de eerste eigenaar, ook met de naam mr. Pieter Loopuyt, werd aan het Koninklijk Huis het verzoek gedaan deze buurtschap Julianadorp te mogen noemen. Dit verzoek werd door koningin Wilhelmina ingewilligd en mondde in 1909 uit in de naamgeving van Julianadorp.

Het Koegras nu[bewerken]

Mede door verdergaande ontwikkelingen werden de veeteeltbedrijven te klein en de vraag naar gronden voor de bloembollenteelt in Koegras nam toe. De bloembollenkwekers vanuit de randstad "de zuid" die zich in de Noordkop in de Anna Paulownapolder hadden gevestigd kochten ook grasland op in Koegras en lieten dit geschikt maken voor bloembollenteelt. Dit gebeurde al in de 1927-1928.[bron?] De bloembollenteelt is nu de grootste agrarische bedrijfstak in Koegras. Ook de kustrecreatie in Koegras heeft zich de laatste vijfentwintig jaar flink ontwikkeld. 's Zomers verblijven er tienduizend toeristen om van het Noordzeestrand te genieten.

Wijk van Den Helder[bewerken]

Koegras is ook de naam van een wijk in Den Helder. Het gaat om landerijen ten zuiden van de Doggersvaart inclusief Friese Buurt en het oude centrum van Julianadorp. In het westen gedeeltelijk grenzend aan de Kanoroute tot de Middenvliet, aan de Langevliet tot Noorderhaven als zuidelijke grens. In het oosten loopt de grens langs het Noordhollandsch Kanaal inclusief De Kooy, Kooypunt en Oostoever.

Zie ook[bewerken]