Kurt Wüthrich

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nobelprijswinnaar  Kurt Wüthrich
4 oktober 1938
Kurt Wüthrich bij een lezing op het Europese forum in Alpbach in september 2005
Kurt Wüthrich bij een lezing op het Europese forum in Alpbach in september 2005
Geboorteland Zwitserland
Geboorteplaats Aarberg
Nobelprijs Scheikunde
Jaar 2002
Reden Voor hun ontwikkeling van methodes voor identificatie en structuuranalyse van biologische macromoleculen.
Samen met John Fenn
Koichi Tanaka
Voorganger(s) Barry Sharpless
William Knowles
Ryoji Noyori
Opvolger(s) Peter Agre
Roderick MacKinnon
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Kurt Wüthrich (Aarberg, 4 oktober 1938) is een Zwitsers chemicus. Voor zijn baanbrekende werk aan de structuuropheldering van eiwitten met behulp van kernresonantiespectroscopie (NMR), ontving hij in 2002 de Nobelprijs voor de scheikunde samen met John Fenn en Koichi Tanaka.

Biografie[bewerken]

Wüthrich werd geboren in het Zwitsere Aarberg als zoon van de accountant Hermann Wüthrich en Getrud Würhrich-Kuchen.[1] Hij studeerde na het afsluiten van het gymnasium van 1957 tot 1962 chemie, natuurkunde en wiskunde aan de universiteit van Bern. Hij promoveerde in 1964 aan de universiteit van Bazel in de groep van Silvio Fallab op onderzoek naar de katalytische activiteit van koper complexen in auto-oxidatie reacties.

Vervolgens werkte hij als post-doc in Berkeley bij Robert E. Connick en bij Bell Laboratories in Murray Hill (New Jersey). In 1969 keerde hij terug naar Zwitserland en kreeg een positie aan de ETH te Zürich. Daar werd hij uiteindelijk naar verschillende posities bekleed te hebben hoogleraar voor bio-fysica in 1980.

Werk[bewerken]

Wüthrich ontwikkelde een kernspinresonantiemethode voor het bepalen van de driedimensionale structuur van proteïnes en nucleïnezuren in een kunstmatige vloeistof die sterk leek op de condities die ook in levende cellen voorkomen. Samen met zijn collega's (waaronder Nobellaureaat Richard Ernst) bepaalde hiermee de structuur prioneiwitten van talrijke soorten en van peptidylprolyl isomerase A (PPIA), een regulerend gen bij mensen en andere zoogdieren. Voor dit baandoorbrekende werk werd hem in 2002, samen met Fenn en Tanake, de Nobelprijs voor de scheikunde toegekend. Eerder als mocht hij al de Louisa Gross Horwitz Prize (1991) en de Kyotoprijs (1998) in ontvangst nemen.