Naar inhoud springen

Paul Crutzen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Nobelprijswinnaar  Paul Josef Crutzen
Paul Josef Crutzen
Paul Josef Crutzen
Persoonlijke gegevens
Geboortedatum 3 december 1933Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Amsterdam
Overlijdensdatum 28 januari 2021Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Mainz
Land Nederland
Academische achtergrond
Alma mater Universiteit van Stockholm
IgnatiusgymnasiumBewerken op Wikidata
Promotor Bert Bolin
Wetenschappelijk werk
Vakgebied atmosfeerchemie,[1] meteorologie,[1] ozonlaag[1]Bewerken op Wikidata
Nobelprijs voor Scheikunde
Jaar 1995
Reden "Voor hun verrichtingen op het gebied van de atmosfeerchemie, in het bijzonder het ozongat"
Samen met Mario J. Molina
Frank Sherwood Rowland
Voorganger(s) George Olah
Opvolger(s) Robert Curl
Harold Kroto
Richard Smalley
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Paul Josef Crutzen (Amsterdam, 3 december 1933Mainz, 28 januari 2021) was een Nederlandse meteoroloog. Samen met Mario Molina en Frank Sherwood Rowland won hij in 1995 de Nobelprijs voor de Scheikunde voor hun verrichtingen op het gebied van de atmosfeerchemie, in het bijzonder het ozongat.[2][3]

Paul Crutzen werd geboren in Amsterdam als zoon van Jozef Crutzen en Anna Gurk. Zijn vader was kelner en zijn moeder kokkin. In 1951 behaalde hij aan het St.-Ignatiuscollege te Amsterdam zijn eindexamen HBS. Hij kreeg geen beurs voor de universiteit, omdat zijn eindexamenresultaten ten gevolge van ziekte onvoldoende waren, met uitzondering van de exacte vakken. In plaats daarvan volgde hij de mts. Dit was tot 1957 de aanduiding van wat later hts zou heten, een opleiding op hbo-niveau. Van 1954 tot 1958 werkte hij als bruggenbouwer voor de gemeente Amsterdam en vervulde hij zijn dienstplicht.

In Zwitserland ontmoette hij de Finse Terttu Soininen, met wie hij in 1958 in het huwelijk trad. Zij gingen in Zweden wonen. Crutzen kreeg een baan als computerprogrammeur bij de vakgroep meteorologie aan de universiteit van Stockholm. Tot 1966 was hij betrokken bij een aantal projecten, met name op het gebied van numerieke voorspellingsmodellen. Op advies van de toenmalige directeur Bert Bolin volgde hij zijn werkcolleges en in 1963 behaalde hij zijn doctoraalexamen aan de universiteit van Stockholm in een combinatie van wiskunde, statistiek en meteorologie. Hij kon geen natuurkunde of scheikunde studeren, omdat hij de tijd niet had om practica te doen. Om die reden koos hij voor theoretische natuurkunde.

Crutzen promoveerde in 1973 aan de Universiteit van Stockholm tot doctor in de meteorologie. Aan dezelfde universiteit was hij van 1959 tot 1974 werkzaam als onderzoeker. Van 1968 tot 1970 doceerde hij ook aan de Universiteit van Oxford. In 1974 verhuisde hij met zijn jonge gezin − hij was inmiddels vader van twee dochters − naar de Verenigde Staten. Van 1974 tot 1980 werkte hij in het National Center for Atmospheric Research in Boulder, Colorado. Vanaf 1980 was Crutzen hoofd van het departement voor atmosferische chemie van het Max Planck Instituut in Mainz. In 1998 ging hij met emeritaat en droeg hij de leiding van het instituut over aan de Nederlander Jos Lelieveld. Van 1997 tot 2002 was hij hoogleraar Aeronomie bij de faculteit Natuur- en sterrenkunde van de Universiteit Utrecht.[4]

Hij overleed in het Duitse Mainz op 87-jarige leeftijd.[5]

Wetenschappelijk werk

[bewerken | brontekst bewerken]

In de jaren zestig en zeventig bestudeerde Crutzen de invloed van stikstofoxiden op de ozonlaag. De op dat moment bekende theorie van Chapman over de samenhang van zuurstof, ultraviolette straling en O3 (ozon) leverde slechts een kwalitatieve overeenkomst op met ozonwaarnemingen, en geen kwantitatieve. Crutzen postuleerde dat ook de invloed van NO, vooral afkomstig van het van biogene oorsprong zijnde lachgas (N2O), van belang is om het gedrag van ozon in de stratosfeer te verklaren. NO, via fotolyse gevormd uit lachgas, gaat een katalytische reactie met ozon aan, waarbij ozon wordt omgezet in gewone zuurstof (O2). Die reacties leiden tot een evenwichtsconcentratie van ozon die ook kwantitatief in overeenstemming is met ozonwaarnemingen. NO blijft bij de reacties intact en kan telkens opnieuw ozon omzetten in zuurstof.

Dit postulaat van Crutzen was van groot belang en leidde tot de gedachte dat wellicht ook andere (door menselijke activiteit veroorzaakte) sporengassen dergelijke katalytische reacties kunnen veroorzaken en de ozonlaag kunnen afbreken. De Amerikaan van Mexicaanse afkomst Mario J. Molina en de Amerikaan Frank Sherwood Rowland ontdekten in 1974 dat dit inderdaad het geval is voor cfk's, waaruit zich via fotolyse chloorradicalen kunnen losmaken. De theorie van Crutzen werd in 1985 nogmaals bevestigd toen een groot gat in de ozonlaag boven Antarctica ontdekt werd. Het gevolg van die ontdekking was een drastische beperking in de toepassing van cfk's (toen voornamelijk gebruikt als drijfgassen in spuitbussen en als koelmiddel in koelkasten), waarna een langzaam herstel van de ozonlaag kon intreden.

Paul Crutzen is mede-uitvinder van de term Antropoceen: het geologische tijdperk dat begonnen is en waar de menselijke invloed op de planeet zo sterk is geworden dat we met zuiver geologische factoren niet meer alles kunnen verklaren.[6]

Eerbewijzen (selectie)

[bewerken | brontekst bewerken]

Bronnen en referenties

[bewerken | brontekst bewerken]
  1. 1 2 3 Nationaal Normbestand van Tsjechië; geraadpleegd op: 7 november 2022; NKC-identificatiecode: xx0259977.
  2. 'Nobelprijswinnaar Paul Crutzen overleden', overlijdensbericht op nos.nl, 28 januari 2021.
  3. (de) 'Nobelpreisträger Paul Crutzen gestorben', overlijdensbericht op website Max-Planck-Gesellschaft.
  4. Catalogus Professorum - Prof Detail. profs.library.uu.nl. Geraadpleegd op 29 januari 2021.
  5. "Paul J. Crutzen, a Dutch scientist who earned a Nobel Prize for work that warned the world about the threat of chemicals to the planet’s ozone layer and who went on to push for action against global warming, died on Jan. 28 in Mainz, Germany. He was 87", overlijdensbericht in de New York Times, 4 februari 2021.
  6. The New World of the Anthropocene Environmental Science & Technology, 2010, 44 (7), pp 2228–2231.
  7. 'Karige bedeling bij lintjesregen', in: Reformatorisch Dagblad, 26 april 1996 (geraadpleegd op Digibron, 2 augustus 2026).
  8. 'Onderscheidingen' op maastrichtuniversity.nl, geraadpleegd 2 augustus 2026/
  9. (ru) Постановление Президиума РАН «О присуждении Большой золотой медали Российской академии наук имени М. В. Ломоносова 2019 года» № 221 от 24 декабря 2019 года