Louise Glück

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nobelprijswinnaar  Louise Glück
Louise Glück rond 1977
Louise Glück rond 1977
Geboorteland Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten
Geboorteplaats New York, 22 april 1943
Nationaliteit Amerikaanse
Nobelprijs Literatuur
Jaar 2020
Reden "Voor haar onmiskenbare poëtische stem, die met sobere schoonheid het individuele bestaan universeel maakt."[1]
Voorganger(s) Peter Handke

Louise Elisabeth Glück (New York, 22 april 1943) is een Amerikaanse dichteres, die in 2020 werd bekroond met de Nobelprijs voor Literatuur.

Leven en werk[bewerken | brontekst bewerken]

Haar grootouders van vaders kant waren Hongaars-Joodse immigranten. Haar ouders waren Daniel Glück, zakenman, en Beatrice Grosby, die aan Wellesley College was afgestudeerd. Hun eigen literaire ambities waren niet vervuld en ze gaven Louise een brede literaire ontwikkeling mee, met een bijzondere nadruk op de Griekse mythologie die is blijven doorklinken in haar werk. Ze begon al vroeg met het schrijven van poëzie. In haar tienerjaren leed ze aan anorexia nervosa. Naar eigen zeggen was dat haar manier om zich los te maken van haar moeder en om in het reine te komen met de dood (nog voor haar eigen geboorte) van een ouder zusje.

Louise Glück gaf voorrang aan het overwinnen van haar psychische problemen en is nooit afgestudeerd aan een universiteit, maar ze volgde wel poëziecursussen aan het Sarah Lawrence College in Yonkers en de Columbia-universiteit in New York. Tot haar mentoren behoorden Léonie Adams en Stanley Kunitz, die een blijvende invloed hadden op haar werk. Zij schreef talrijke poëziebundels, waarvan onder meer The Triumph of Achilles (1985), The Wild Iris (1992) en Averno (2006) bekroond werden. Twee jaar na de verzamelbundel Poems 1962-2012, de reflectie van 50 jaar dichterschap, verscheen Faithful and Virtuous Night (2014), dat haar de National Book Award opleverde. Zij is ook de auteur van twee essaybundels, waarvan Proofs and Theories: Essays on Poetry (1994) bekroond werd met de PEN/Martha Albrand Award voor non-fictie.

Glück werd in 2003 benoemd tot 'Poet Laureate Consultant in Poetry' aan de Library of Congress, nadat ze daaraan van 1997 tot 2000 als 'Special Bicentennial Consultant' verbonden was geweest. Zij is adjunct-hoogleraar en 'Rosencrantz Writer in Residence' aan de Yale-universiteit.[2]

Glücks poëzie is niet hermetisch of raadselachtig, maar kenmerkt zich door de sobere, kordate toon en de openhartige expressie van gevoelens van droefenis en isolement. Haar debuutbundel Firstborn (1968) noemde ze zelf later "te extravagant". Haar taalgebruik werd directer en ze nam bij The House on Marshland (1975) een soberder houding aan die kenmerkend bleef voor haar latere werk. Een belangrijk thema zijn de soms schurende banden tussen degenen die elkaar na staan, bijvoorbeeld familieleden. Het verlangen om verdriet, trauma en sterfelijkheid te ontvluchten is een belangrijk facet van haar poëtische inspiratie, waarbij ook natuur en landschap een grote rol spelen. In haar gedichten verbindt ze personages, met hun eigen verhaal, met klassieke (oud-Griekse) mythologie. Daarmee geeft ze eigentijdse, deels autobiografische elementen een universele betekenis die ontstijgt aan het etiket 'bekentenispoëzie'. De droefgeestige en bittere toon van haar poëzie werd in de loop der jaren laconieker, relativerender en filosofischer. Naast haar mentoren Adams en Kunitz, die zij zelf als invloeden aanwees, menen poëziekenners dat zij ook schatplichtig is aan Emily Dickinson, Rainer Maria Rilke en Robert Lowell.

Louise Glück heeft drie eredoctoraten en talloze literaire prijzen gekregen. In 2020 werd zij bekroond met de Nobelprijs voor Literatuur, vanwege "haar onmiskenbare poëtische stem die met sobere schoonheid de individuele existentie universeel maakt".[3]

Eerbewijzen (selectie)[bewerken | brontekst bewerken]

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

Poëzie[bewerken | brontekst bewerken]

  • Firstborn (1968)
  • The House on Marshland (1975)
  • The Garden (1976)
  • Descending Figure (1980)
  • The Triumph of Achilles (1985)
  • Ararat (1990)
  • The Wild Iris (1992)
  • Mock Orange (1993)
  • The First Four Books of Poems (1995)
  • Telemachus' Guilt (1996)
  • Meadowlands (1997)
  • Vita Nova (1999)
  • The Seven Ages (2001)
  • Averno (2006)
  • A Village Life (2009)
  • Poems 1962-2012 (verzamelbundel, 2012)
  • Faithful and Virtuous Night (2014)

In Nederlandse vertaling[bewerken | brontekst bewerken]

Geen enkele van Glücks poëziebundels is integraal in het Nederlands vertaald. Wel is van een aantal gedichten incidenteel een vertaling verschenen:

Essays[bewerken | brontekst bewerken]

  • Proofs and Theories: Essays on Poetry (1994)
  • American Originality: Essays on Poetry (2017)

Over Louise Glück[bewerken | brontekst bewerken]

  • Feit Diehl, Joanne, (red.), On Louise Glück: Change What You See, Ann Arbor: University of Michigan Press, 2005.
  • Morris, Daniel, The Poetry of Louise Glück: A Thematic Introduction, Columbia: University of Missouri Press, 2006.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Wikibooks heeft meer over dit onderwerp: Amerikaanse literatuur/Louise Glück.