Naar inhoud springen

Nicotinamide-adenine-dinucleotide

Etalagester
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Nicotinamideadeninedinucleotide)
Nicotinamide-adenine-dinucleotide
Structuurformule en molecuulmodel
▵ Structuurformule van geoxideerd NAD+
▵ Structuurformule van geoxideerd NAD+
▵ Molecuulmodel van geoxideerd NAD+
▵ Molecuulmodel van geoxideerd NAD+
Algemeen
Chemische formule C21H27N7O14P2
IUPAC-naam Nicotinamide-adenine-dinucleotide
Andere namen onder andere: [1]
  • Difosfopyridine-nucleotide (DPN+),
  • Co-enzym I,
  • Codehydrase I,
  • Cozymase 1
Molaire massa 663.43 g/mol
CAS-nummer 53-84-9
PubChem 925
Wikidata Q12499775
Waarschuwingen en veiligheids­maatregelen
Hygroscopisch? Ja
Fysische eigenschappen
Aggregatie­toestand vast
Kleur wit
Smeltpunt 160 °C
Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar).
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Nicotinamide-adenine-dinucleotide (NAD) is een co-enzym dat in de cellen van alle organismen functioneert als biochemische elektronendrager. Het is een groot organisch molecuul dat met behulp van een enzym een bepaalde chemische reactie kan laten verlopen. NAD kan in twee vormen bestaan: als oxidator en als reductor. In de eerste toestand, die wordt aangeduid als NAD+, kan NAD elektronen opnemen. In de tweede vorm kan het elektronen afstaan; deze toestand wordt aangeduid als NADH.

NAD is van belang bij diverse metabole reacties, met name in de energiehuishouding van de cel. Op moleculair niveau is de stofwisseling van een organisme te beschouwen als een aaneenschakeling van redoxreacties: voortdurende omzettingen van chemische energie. NAD vervult in deze reacties een hoofdrol als elektronendrager. NAD+ neemt daarbij elektronen op uit voedingsstoffen zoals suikers en vetzuren. Het NADH dat zo ontstaat geeft vervolgens de elektronen af in diverse cellulaire processen die het organisme in leven houden.

In de recente biomedische wetenschap is er toenemende belangstelling ontstaan voor de rol van NAD+ in fysiologische veroudering en metabole regulatie. In sommige weefsels van het menselijk lichaam, zoals de spieren, is duidelijk dat de NAD-niveaus dalen naarmate de leeftijd vordert.[2] Er zijn echter geen sterke bewijzen dat NAD+-verhogende supplementen daadwerkelijk hier verschil in kunnen maken of gezondheidswinst opleveren.[3][4]

Structuur en reactie

[bewerken | brontekst bewerken]

Nicotinamide-adenine-dinucleotide is, zoals alle dinucleotiden, opgebouwd uit twee ribonucleotiden die met elkaar verbonden zijn door een fosforbrug: een covalente binding tussen de twee fosfaatgroepen. Beide nucleotiden bevatten een ribose waaraan op de 1'-positie een nucleobase is gehecht. De ene nucleobase van NAD is een nicotinamide, de andere een adenine.[a] Het nicotinamine-deel kan in twee oriëntaties aan de 1'-positie gebonden zijn. Dit maakt dat NAD+ in twee mogelijke diastereomeren (spiegelbeeldisomeren) kan voorkomen. Alleen de β-nicotinamide-diastereomeer van NAD+ is fysiologisch actief.

De halfreacties van NAD. NAD+ kenmerkt zich door een positief geladen stikstofatoom in de pyridine-ring.[b] NADH bevat een extra waterstofatoom aan deze ring.

Tijdens stofwisselingsprocessen neemt NAD+ twee elektronen op en geeft deze door aan een ander molecuul.[7] De opname van twee elektronen gaat – zoals in veel organische redoxreacties – samen met de opname van twee waterstofionen (H+), zodat NADH wordt gevormd. In deze reactie, samengevat in onderstaande vergelijking, komen de waterstofionen vrij in de vorm van een hydride-ion (H–) en een proton (H+). Het proton komt vrij in de oplossing, het hydride-ion wordt overgedragen aan de nicotinamine-ring. De reactant RH2 wordt geoxideerd tot R en NAD wordt gereduceerd tot NADH.

De elektronen die in deze reactie worden uitgewisseld, worden overgedragen naar verschillende delen van de nicotinamine-ring. Een van de elektronen gaat naar het positief geladen stikstofatoom, het andere gaat naar het koolstofatoom op de 4’-positie (tegenover de stikstof), zodat daar een dubbele binding openbreekt. Het standaard-redoxpotentiaal van NAD/NADH is −0,320 volt,[8] wat het een sterk reducerend vermogen geeft.[c] De reactie is onder fysiologische omstandigheden eenvoudig omkeerbaar: NADH oxideert vlot tot NAD+. Dit betekent dat het co-enzym continu kan circuleren tussen de vormen NAD+ en NADH zonder dat het in een reactie wordt verbruikt.[9]

Fysische eigenschappen

[bewerken | brontekst bewerken]
Verschillen in absorptiespectra tussen het geoxideerde NAD+ en gereduceerde NADH

NAD is een amorfe stof die in poedervorm voorkomt en over het algemeen een witachtig uiterlijk heeft. De stof is hygroscopisch en is zeer goed oplosbaar in water (50 mg/ml).[10] Vast NAD is stabiel wanneer het droog en donker wordt opgeslagen. Oplossingen van NAD in water zijn enkele dagen stabiel bij 4°C en bij neutrale pH, maar de stof hydrolyseert snel in warme of alkalische omstandigheden. Ontbonden NAD kan worden gebruikt als enzymremmer.[11]

Zowel NAD+ als NADH absorberen ultraviolet licht door de aanwezigheid van adenine. De piekabsorptie van NAD+ ligt bij een golflengte van 259 nm, met een bijbehorende extinctiecoëfficiënt van 16.900 M−1 cm−1. NADH absorbeert ook hogere golflengtes: de tweede piek bevindt zich rond de 339 nanometer. De extinctiecoëfficiënt van NADH bedraagt 6.220.[12] Het verschil in absorptie tussen de geoxideerde en gereduceerde vorm van NAD wordt vaak benut tijdens enzym-assays (uv-spectroscopie).

NAD+ en NADH verschillen ook in fluorescentie. Opgelost NADH heeft een emissiepiek van 460 nm met een fluorescentietijd van 0,4 nanoseconden. De geoxideerde vorm vertoont geen intrinsieke fluorescentie.[13] De mate van fluorescentie verandert wanneer NAD bindt aan eiwitten. Deze veranderingen kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden voor het meten van de dissociatieconstante (KD). Daarnaast wordt de fluorescentie gebruikt om de stofwisselingsactiviteit van levende cellen te bepalen met behulp van fluorescentiemicroscopie.[14]

Verschil met NADP

[bewerken | brontekst bewerken]

NAD wordt vaak in een adem genoemd met NADP, voluit nicotinamide-adenine-dinucleotidefosfaat. NADP wordt uit NAD gevormd door toevoeging van een fosfaatgroep aan een van de ribosen. NAD en NADP werken mechanistisch volgens vergelijkbare principes. NADP wordt echter gebruikt als co-enzym bij fotosynthese en enkele assimilatiereacties zoals de synthese van vetzuren, terwijl NAD voornamelijk een rol speelt bij celademhaling. NAD en NADP functioneren in vele honderden enzymatische reacties, en komen voor in alle vormen van leven.[15]

Synthese uit aminozuren

[bewerken | brontekst bewerken]
Een aantal stofwisselingsroutes waarin NAD wordt gevormd en gebruikt wordt voor verdere omzetting. Dergelijke routes komen voor in gewervelden.

De meeste organismen kunnen NAD zelf synthetiseren uit eenvoudigere precursors.[7] Hoe de syntheseroute precies in elkaar zitten verschilt, maar een algemeen kenmerk is de vorming van de precursor chinolinezuur (QA). Chinolinezuur wordt in dieren en bepaalde bacteriën gevormd uit het aminozuur tryptofaan (Trp),[16] in planten en veel micro-organismen uit asparaginezuur.[17] Het gevormde chinolinezuur wordt vervolgens omgezet in nicotinezuur-mononucleotide (NaMN) door overdracht van een fosforibose. Toevoeging van adenylaat aan dit molecuul leidt tot de vorming van een dinucleotide, waarvan de ene nucleotide adenine en de andere nicotinezuur draagt, afgekort NaAD. Ten slotte wordt het nicotinezuur in NaAD geamideerd tot nicotinamide (Nam), zodat het functionele NAD ontstaat.[7]

NAD kan op zijn beurt ook worden omgezet in nieuwe verbindingen. NADP, een assimilerend co-enzym dat sterk lijkt op NAD, ontstaat door fosforylering (koppeling van een fosfaatgroep) van NAD door het enzym NAD+-kinase. Bij de meeste organismen is de fosfaatgroep afkomstig van het energiedragermolecuul ATP. Sommige bacteriën, zoals de tuberculosebacterie, gebruiken anorganisch polyfosfaat uit hun omgeving als fosfaatbron hiervoor.[18]

Synthese uit salvage

[bewerken | brontekst bewerken]
Meer informatie: Salvage van nucleotiden

Sommige cellen zijn niet in staat om NAD de novo te synthetiseren uit aminozuren. Om toch aan het co-enzym te komen, ondergaan verbindingen die in structuur overeenkomen met NAD – bijvoorbeeld verbindingen met een pyridine-ring – een zogenaamde salvage-route. In zoogdieren wordt bijna alle NAD+ in het lichaam via een salvage-route gerecycled uit het vitamine nicotinezuur (Na). Ook nicotinamide (Nam) en nicotinamideriboside (NR) kunnen dienen als precursor voor NAD+.[7] De dagelijkse behoefte aan nicotinezuur voor biosynthese van NAD+ is minder dan 20 mg.[19] Doordat vitamine B3 in het lichaam snel wordt omgezet in het co-enzym, wordt dit vitamine ook wel gezien als het 'NAD-supplement'.[20]

De enzymen die betrokken zijn bij nucleotiden-salvage concentreren zich rond de celkern, omdat rond en binnen de celkern veel reacties plaatsvinden waarin NAD+ wordt gebruikt.[21] Er zijn enkele onderzoeken die uitwijzen dat cellen van zoogdieren NAD+ kunnen opnemen uit het extracellulair milieu, en dat zowel nicotinamide als nicotinamideriboside geresorbeerd worden via de darmen.[22] Een actieve nucleotidenstofwisseling is bevordelijk voor een gezonde synthese van NAD+.[23]

Drie vitaminen die als precursor dienen van NAD+ (salvage)
De drie NAD-precursors nicotinezuur, nicotinamide en nicotinamideriboside

Ondanks dat het menselijk lichaam zelfstandig NAD+ uit aminozuren kan vormen, zijn salvage-pathways de belangrijkste manier van NAD-synthese. Een tekort aan niacine (vitamine B3) kan bijvoorbeeld leiden tot de deficiëntieziekte pellagra, een ziekte die kan ontstaan bij langdurdige ondervoeding.[24] Doordat NAD+ voortdurend in de cel wordt verbruikt (gesplitst), bijvoorbeeld tijdens DNA-reparatie, is er in de meeste lichaamscellen een aanhoudende behoefte aan NAD.[d]

De salvage-pathways die in zoogdieren voorkomen verschillen van die in micro-organismen (bacteriën en eencellige schimmels).[25] Sommige ziekteverwekkende micro-organismen, zoals de gist Candida glabrata en de bacterie Haemophilus influenzae zijn niet in staat zelf NAD+ te synthetiseren, maar beschikken wel over salvage-pathways. Zij zijn geheel afhankelijk van een externe aanvoer van NAD+ of de directe precursors ervan.[26][27] Bij de intracellulaire pathogeen Chlamydia trachomatis zijn ook de salvage-pathways afwezig: de co-enzymen worden onttrokken aan de gastheercel.[28]

Fysiologische concentratie

[bewerken | brontekst bewerken]

De totale concentratie NAD, dus van NAD+ en NADH tezamen, varieert in lichaamscellen van ongeveer 0,01 tot 1 mM.[29] Van al het intracellulaire NAD is maar een klein deel vrij in oplossing; het meeste (naar schatting tot wel 80%) is gebonden aan eiwitten.[30] De concentratie vrij NAD wordt bij dieren geschat op 0,3 mM.[31][32] Bij micro-organismen zoals gisten wordt de concentratie geschat op 1,0 tot 2,0 mM.[33]

De verhouding tussen de geoxideerde en gereduceerde vorm van nicotamine-adenine-dinucleotide wordt de NAD+/NADH-ratio genoemd. Deze ratio wordt ook wel de 'redoxstatus' of 'redoxbalans' genoemd. In verschillende compartimenten van de cel is de verhouding sterk verschillend. In het cytosol is de NAD+/NADH-ratio relatief hoog (in zoogdieren wel 700:1),[34][35] wat glycolyse en andere oxidatieve reacties ondersteunt. In mitochondriën ligt de ratio lager, omdat daar voortdurend NADH wordt geproduceerd voor oxidatieve fosforylering. De verhouding van de totale hoeveelheid (inclusief gebonden) NAD+ en NADH is echter veel kleiner dan 700; deze wordt geschat op 3–10 in zoogdieren.[36]

NAD gebonden aan het actieve centrum van het enzym α-glucosidase. Dit enzym zet maltose om in glucose en maakt daarbij gebruik van NAD als reducerende cofactor.

Nicotinamide-adenine-dinucleotide speelt een essentiële rol in verschillende processen van de stofwisseling. Het functioneert als co-enzym in honderden redoxreacties, als donor van ADP-ribosegroepen in ADP-ribosyleringsreacties, als directe precursor van het boodschappermolecuul cyclisch ADP-ribose en als een substraat voor DNA-ligasen en sirtuïnen die NAD+ gebruiken om acetylgroepen te verwijderen uit eiwitten. Naast deze metabole functies is NAD ook betrokken bij extracellulaire processen.[37]

Binding aan oxidoreductasen

[bewerken | brontekst bewerken]

De voornaamste functie van NAD+ is de overdracht van elektronen tijdens enzymatische reacties. Dergelijke reacties worden gekatalyseerd door de zogenoemde oxidoreductasen.[e] Tijdens een reactie gaan NAD en het substraat een binding aan met het enzym. Vervolgens vindt een redoxreactie tussen de twee moleculen plaats. De formele, volledige naam van een oxidoreductase bevat de namen van beide substraten: het molecuul dat elektronen verliest en het molecuul dat elektronen opneemt. Een voorbeeld is NADH—ubichinon-oxidoreductase. Dit enzym katalyseert de oxidatie van NADH en de reductie van ubichinon.

Er zijn veel families van enzymen die NAD+ of NADH kunnen binden. De meeste van deze families kenmerken zich door een structuurmotief genaamd de Rossmann-vouwing.[38] Dit motief is vernoemd naar Michael Rossmann, die in 1970 ontdekte dat deze vouwingsstructuur (bestaande uit afwisselende bèta-platen en alfa-helices) veel voorkomt in nucleotide-bindende eiwitten.[39] Niet alle NAD-bindende eiwitten hebben een Rossmann-vouwing, een voorbeeld is het aminozuur-afbrekende enzym genaamd 2CWH dat voorkomt in Pseudomonas syringae.[40]

In deze structuur is de helft van NAD+ weergegeven (groep R vertegenwoordigt de rest van het molecuul). Met een pijl is het accepterende C4-atoom aangegeven.

Wanneer NAD zich bindt aan het actieve centrum van een oxidoreductase, neem het vierde koolstofatoom (C4) van de nicotinamide-ring een waterstofion op van het substraat.[41] Het C4-atoom dat het waterstofion accepteert is prochiraal, wat inhoudt dat NAD een chiraal molecuul kan worden (afhankelijk van welk element eraan zal binden). Prochiraliteit wordt gebruikt in enzymkinetiek. Het te onderzoeken enzym wordt bijvoorbeeld gemengd met een substraat dat deuterium (een isotoop van waterstof) bevat, zodat het enzym tijdens de reductie van NAD+ deuterium overdraagt in plaats van waterstof. Bij een dergelijk experiment ontstaan één of twee stereo-isomeren van NADH.[41]

Verreweg de meeste oxidoreductasen vertonen een sterke specificiteit voor ofwel NAD+, ofwel NADP+, ondanks dat de co-enzymen op vergelijkbare wijzen aan het actieve centrum binden.[42] Deze specificiteit komt voort uit de subtiele verschillen in structuur van het actieve centrum, en heeft tot gevolg dat de co-enzymen functioneren bij totaal verschillende cellulaire processen. In het actieve centrum van NADP-afhankelijke enzymen wordt een ionaire binding gevormd tussen een basisch aminozuur en de zure fosfaatgroep van het NADP+. In NAD-afhankelijke enzymen is geen sprake van zo'n basisch aminozuur, waardoor binding met NADP niet mogelijk is.

Redoxmetabolisme

[bewerken | brontekst bewerken]
Meer informatie: Celademhaling
Een overzicht van de energiestofwisseling. NAD+ en NADH verbinden de citroenzuurcyclus en oxidatieve fosforylering; ze staan in het centrum van het metabolisme van alle organismen die zuurstof gebruiken.

NAD-bindende enzymen spelen een rol in alle delen van de stofwisseling, maar zijn vooral van belang bij de reacties waarbij energie wordt verkregen uit voedingsstoffen. In deze reacties worden energierijke verbindingen, zoals glucose en vetzuren, geoxideerd: ze staan hun elektronen af en geven daarmee energie vrij die het organisme nodig heeft om in leven te blijven. NAD+ neemt deze elektronen op en wordt daarbij omgezet in NADH. Dit gebeurt onder meer tijdens de glycolyse, bèta-oxidatie en de citroenzuurcyclus.

In eukaryoten wordt het NADH dat in het cytoplasma gevormd is, door een shuttlesysteem overgebracht naar het mitochondrion.[43] Na passage van het membraan wordt het mitochondriale NADH geoxideerd door de ademhalingsketen; de machinerie waar energie wordt geproduceerd (oxidatieve fosforylering).[44]

NADH wordt niet alleen gevormd bij de afbraak van voedingsstoffen, maar wordt ook verbruikt in enkele opbouwende stofwisselingsroutes. NADH is bijvoorbeeld nodig bij de gluconeogenese, waarbij glucose wordt gevormd uit onder meer lactaat en aminozuren. De meeste andere biosynthetische reacties gebruiken hiervoor echter NADPH in plaats van NADH.

Extracellulaire werking

[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds de jaren 2000 is er aandacht gekomen voor het feit dat NAD ook functioneert als extracellulair signaalmolecuul.[37][45] In het verleden ging men ervan uit dat co-enzymen niet getransporteerd konden worden over de membranen van cellen. Er is echter vastgesteld dat NAD+ in kleine hoeveelheden vrijkomt uit de zenuwcellen in bloedvaten,[46] de urineblaas[47] en de dikke darm,[48] en daarnaast ook uit neurosecretoire cellen en synaptosomen in de hersenen.[49] Door deze relatie met het zenuwstelsel veronderstelt men dat NAD+ een neurotransmitter is die een inhiberende werking heeft op het glad spierweefsel van bepaalde organen.[50] In planten is het vrijkomen van NAD uit cellen in verband gebracht met het vegetatieve afweersysteem.[51]

Overige functies

[bewerken | brontekst bewerken]

Het co-enzym NAD wordt buiten zijn rol als redoxmolecuul ook verbruikt in bepaalde metabole reactieketens. Een algemene stap in deze reactieketens is de splitsing van NAD in nicotinezuur en ADP-ribose.[f] De enzymen die deze splitsing katalyseren worden ADP-ribosyltransferases genoemd. Het ontstane ADP-ribose vervult in de cel een aantal belangrijke functies.

Sommige nieuw gesynthetiseerde eiwitten hebben een ADP-ribose nodig om goed te functioneren. De koppeling van een ADP-ribose aan dergelijke eiwitten is een posttranslationele modificatie en wordt ADP-ribosylering genoemd.[52] In een ADP-ribosylering wordt ofwel een enkele ADP-ribose overgedragen (mono-ADP-ribosylering), ofwel een keten van meerdere ADP-ribosen aan het doeleiwit gehecht (poly-ADP-ribosylering). Mono-ADP-ribosylering is het werkingsmechanisme achter bepaalde bacteriële toxines: koppeling van ADP-ribose leidt vaak tot inactivering van het eiwit.[53] Poly-ADP-ribosylering is van belang bij DNA-reparatie, genregulatie, sturing van apoptose en het onderhoud van telomeren.[54]

Structuur van cyclisch ADP-ribose

Cyclisch ADP-ribose

[bewerken | brontekst bewerken]

Een andere functie van NAD in celcommunicatie is zijn rol in de vorming van het boodschappermolecuul cyclisch ADP-ribose. Cyclisch ADP-ribose wordt gevormd uit NAD onder invloed van het enzym ADP-ribosylcyclase.[g] Cyclisch ADP-ribose fungeert als second messenger (boodschappermolecuul) in calciumsignaaltransductie: na binding van een signaalmolecuul aan de buitenzijde van de cel zorgt cyclisch ADP-ribose ervoor dat binnen de cel calciumionen vrijkomen uit het endoplasmatisch reticulum, wat leidt tot een biologische respons. Het cyclisch ADP-ribose doet dit door te binden aan een klasse van calciumkanalen genaamd ryanodinereceptoren.[56] Na binding springen zij open.

NAD+ wordt verbruikt door de enzymfamilie van de sirtuïnen.[57] Sirtuinen zijn deacetylases: enzymen die acetylgroepen uit eiwitten verwijderen en deze overdragen op het ADP-ribosedeel van NAD+. Sirtuïnen zijn onder andere betrokken bij de regulatie van transcriptie door deacetylering van histonen. Daarnaast deacetyleren ze ook tal van andere eiwitten die een rol spelen in DNA-reparatie en mitochondriale functie. Sinds het begin van de 21e eeuw zijn sirtuïnen in de onderzoekswereld in de belangstelling gekomen, met name vanwege hun mogelijke rol bij veroudering en leeftijdsgebonden aandoeningen.[57][58]

Sirtuïnen verwijderen acetylgroepen (Ac) uit eiwitten. Ze dragen de acetylgroep over op het ADP-ribosedeel van NAD+; het co-enzym wordt dus gesplitst tot nicotinamide en O-acetyl-ADP-ribose.
Sirtuïnen verwijderen acetylgroepen (Ac) uit eiwitten. Ze dragen de acetylgroep over op het ADP-ribosedeel van NAD+; het co-enzym wordt dus gesplitst tot nicotinamide en O-acetyl-ADP-ribose.

Geneesmiddelen en therapeutische toepassing

[bewerken | brontekst bewerken]

Sinds de late 20e eeuw is NAD uitgegroeid tot een belangrijk thema in het biomedisch onderzoek. Bij de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen wordt NAD+ vanuit drie benaderingen onderzocht: als directe doelwitstof, als referentiemolecuul (leidverbinding) bij het ontwerpen van enzymremmers van NAD-afhankelijke enzymen, en bij inhibitie van de biosynthese van NAD in antibiotica.[59]

Omdat veel oxidoreductasen NAD+ als co-enzym gebruiken, werd lange tijd aangenomen dat verbindingen die structureel op NAD lijken onvoldoende selectief zouden zijn om als geneesmiddel te dienen. Toch zijn enkele uitzonderingen bekend. Enzymremmers die gebaseerd zijn op mycofenolzuur inhiberen IMP-dehydrogenase aan de NAD+-bindingsplaats. Omdat IMP-dehydrogenase een belangrijke rol speelt in nucleotidenstofwisseling, kunnen deze enzymremmers gebruikt worden in de behandeling van kanker, de bestrijding van virussen en als immuunsuppressivum.[60]

Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar verbindingen die de intracellulaire beschikbaarheid of werking van NAD+ vergroten. Vooral de NAD-afhankelijke sirtuïnen hebben veel aandacht gekregen vanwege hun rol bij DNA-reparatie, celstofwisseling en veroudering. Stoffen als resveratrol kunnen de activiteit van sirtuïnen verhogen en verlengen in diverse modelorganismen de levensduur of gezondheidsspanne.[58][61] Ook NAD+-precursors, zoals nicotinamideriboside (NR) en nicotinamidemononucleotide (NMN), worden intensief onderzocht vanwege hun vermogen de NAD+-concentratie in cellen te verhogen. Hoewel preklinische studies veelbelovende resultaten hebben opgeleverd, hebben klinische onderzoeken tot dusver nog geen overtuigend bewijs geleverd voor grote gezondheidsvoordelen bij mensen.[62][4]

NAD+ is een directe doelwitstof van het antibioticum isoniazide, dat gebruikt wordt bij de behandeling van tuberculose, een infectieziekte van de bacterie Mycobacterium tuberculosis. Isoniazide is een prodrug dat pas actief wordt nadat het de tuberculosebacterie binnengaat. Het enzym peroxidase in deze bacteriën oxideert het medicijn tot een vrije radicaal. De isozianide-radicalen reageren met NADH en produceren daarbij zeer krachtige enzymremmers die de stofwisseling van de ziekteverwekker blokkeren.[63]

De bacteriële biosyntheseroutes van NAD verschillen van die in mensen en dieren. Ook dit is een belangrijk aangrijpingspunt voor de ontwikkeling van nieuwe antibiotica.[64] Een goed voorbeeld van een enzym dat voorkomt in bacteriën en schimmels maar afwezig is in mensen is nicotinamidase. Dit enzym, dat nicotinamide omzet in nicotinezuur, is essentieel voor de vorming van NAD en wordt daarom gezien als target voor nieuwe geneesmiddelen.[25]

Hans von Euler-Chelpin, medeontdekker van NAD

Het co-enzym NAD werd ontdekt in 1906. Het was de eerste cofactor die werd beschreven. De Britse biochemici Arthur Harden en William John Young zagen dat het toevoegen van een gekookt, gefilterd gistextract aan ongekookt gistextract zorgde voor een grote toename in alcoholische fermentatie. Het bestanddeel in het gekookte extract dat hiervoor verantwoordelijk was, kreeg de naam cozymase. Na een langdurig en complex zuiveringsproces slaagde Hans von Euler-Chelpin erin om de nog onbekende stof te identificeren als een nucleotide-suikerfosfaat.[65] In 1936 toonde Otto Heinrich Warburg aan dat die stof betrokken was in redoxreacties en dat de nicotinamide-ring van het molecuul waterstofionen opneemt en afstaat.[66]

De biosyntheseroutes van NAD werden opgehelderd vanaf de jaren veertig. Conrad Elvehjem signaleerde in 1939 het belang van nicotinezuur en bewees dat deze vitamine gebruikt wordt om NAD te produceren.[67] Enkele jaren later werd het eerste enzym binnen de stofwisselingsroute geïdentificeerd.[68] Jack Preiss en Philip Handler publiceerden in 1959 de volledige biosyntheseroute: alle tussenproducten en enzymen die naar NAD leiden.[69][70] De salvage-pathway van NAD is sindsdien ook bekend komen te staan onder de naam ‘Preiss-Handler-pathway’. Het onderzoek naar NAD werd uiteindelijk bekroond met drie Nobelprijzen.

Zie de categorie Nicotinamide adenine dinucleotide van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Etalagester
Dit artikel is op 3 oktober 2019 in deze versie opgenomen in de etalage.