Dichloor
| Dichloor | ||||||
| Structuurformule en molecuulmodel | ||||||
| Structuurformule van dichloor | ||||||
| Chloorgas in een fles | ||||||
| Algemeen | ||||||
| Molecuulformule (uitleg) |
Cl2 | |||||
| IUPAC-naam | dichloor | |||||
| Andere namen | moleculair chloor, chloorgas, bertholiet | |||||
| Molmassa | 70,906 g/mol | |||||
| SMILES |
ClCl
|
|||||
| InChI |
1/Cl2/c1-2
|
|||||
| CAS-nummer | 7782-50-5 | |||||
| EG-nummer | 231-959-5 | |||||
| PubChem | 24526 | |||||
| Beschrijving | Geelgroen prikkelend gas | |||||
| Waarschuwingen en veiligheidsmaatregelen | ||||||
|
|
||||||
| H-zinnen | H270 - H280 - H315 - H319 - H331 - H335 - H400 | |||||
| EUH-zinnen | geen | |||||
| P-zinnen | P220 - P261 - P273 - P305+P351+P338 - P311 - P410+P403 | |||||
| EG-Index-nummer | 017-001-00-7 | |||||
| VN-nummer | 1017 | |||||
| ADR-klasse | Gevarenklasse 2.3 en 8 | |||||
| MAC-waarde | 1,5 mg/m3[1] | |||||
| Fysische eigenschappen | ||||||
| Aggregatietoestand | gasvormig | |||||
| Kleur | geelgroen | |||||
| Dichtheid | (bij 0°C) 3,2149 × 10-3[1] g/cm³ | |||||
| Smeltpunt | -100,98[1] °C | |||||
| Kookpunt | -34,0[1] °C | |||||
| Dampdruk | 677,6 × 103[1] Pa | |||||
| Oplosbaarheid in water | 7,3[1] g/L | |||||
| Matig oplosbaar in | water | |||||
| Waar mogelijk zijn SI-eenheden gebruikt. Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar) | ||||||
|
||||||
Dichloor of moleculair chloor (Cl2) is de belangrijkste enkelvoudige stof van het element chloor. Het is bij normale druk en temperatuur een geelgroen (χλωρος, chloros betekent geelgroenig in het Grieks) prikkelend en giftig gas met een sterke geur. Het wordt ook wel chloorgas genoemd en komt door zijn hoge reactiviteit niet in de aardatmosfeer voor.
Inhoud |
Eigenschappen [bewerken]
Chloorgas is irriterend voor ogen en luchtwegen en kan brandwonden veroorzaken op de huid. Bij een concentratie van slechts 3,5 ppm is dichloor al te herkennen aan de geur; dichloor kan acuut dodelijk zijn bij 1000 ppm maar langdurige blootstelling (40 uur per week) mag niet hoger zijn dan 0,5 ppm.
Dichloor vervalt door een fotolytische initiatiereactie tot chloorradicalen (Cl.). Daglicht is genoeg om deze reactie in gang te zetten (chloorknalgas). Het gevaar van deze radicalen is dat ze uiterst reactief zijn en verbindingen aan kunnen gaan met organische stoffen.
Bij het mengen van bleekloog met urine, zoutzuur of andere zure schoonmaakmiddelen kunnen zich giftige mengsels vormen van chloorgas en stikstoftrichloride.[2] Om die reden is het beter deze combinaties te vermijden.
Dichloor wordt gemakkelijk gereduceerd tot chloride-ionen (E° = + 1,36 V) en is dan ook een sterke oxidator.
Dichloor is oplosbaar in water. Zo'n oplossing wordt chloorwater genoemd.
Chloorgas heeft een 2,5 maal grotere dichtheid dan lucht.
Synthese [bewerken]
Dichloor kan bereid worden door elektrolyse van een natriumchloride-oplossing:
Elektrolysemethoden [bewerken]
Bij elektrolyse moet het dichloor weggehouden worden van het waterstof, zoniet ontstaat het explosieve chloorknalgas. Het dichloor moet ook weggehouden worden van het hydroxide OH-, zoniet ontstaat ongewenst hypochloriet. Om het dichloor afgescheiden te houden, bestaan er drie methoden:
- Kwikcel-elektrolyse, verouderd en sedert 2010 verboden. Hierbij is er een anode uit grafiet en een kathode uit kwik, die een amalgaam vormt
- Diafragma-elektrolyse, het meest gebruikt met een diaframa uit asbest tussen beide elektroden dat enkel natriumionen Na+ doorlaat, maar geen chloorionen Cl- of hydroxideionen OH-
- Membraan-elektrolyse, de tegenwoordig gangbare methode met een membraan uit nafion, gesulfoneerd PTFE tussen beide elektroden dat enkel natriumionen doorlaat, maar geen chloorionen of hydroxideionen
Productie in Nederland [bewerken]
Chloor werd en wordt in Nederland geproduceerd op de volgende locaties:
- Bij Nepakris, later Solvay Chemie, te Herten tot 1999
- Bij de KNZ, later AkzoNobel te Hengelo tot 2006, ongeveer 70 kton/jaar
- Door AkzoNobel op het Chemiepark Delfzijl, 130 kton/jaar in 2000
- Door AkzoNobel in de Botlek, 350 kton/jaar in 2000, na 2004 uitgebreid tot 550 kton/jaar
- Door General Electric te Bergen op Zoom, 55 kton/jaar in 2000
Productie in België [bewerken]
Chloor wordt in België geproduceerd op de volgende plaatsen:
- Bij INEOS (vroeger Tessenderlo Chemie) te Tessenderlo
Toepassingen [bewerken]
Dichloor is een veelgebruikte grondstof in de chemische industrie voor de productie van een breed scala aan producten. Vooral de industriële productie van waterstofchloride uit diwaterstof en dichloor is belangrijk:
Ook de elektrofiele additie van dichloor aan alkenen is uitermate belangrijk. Etheen kan op die manier omgezet worden in 1,2-dichloorethaan, dat dan verder kan omgezet worden in chlooretheen (vinylchloride), het monomeer van PVC.
Chloorwater wordt gebruikt als desinfecterend middel.
Chloorgas werd in de Eerste Wereldoorlog op 22 april 1915 door de Duitse troepen voor het eerst als strijdgas ingezet in Ieper.[3] Het werd tijdens die oorlog regelmatig gebruikt, ook door de geallieerden. Het gas is zwaarder dan lucht en bleef dus in de loopgraven hangen. Chloorgas tast de slijmvliezen aan, dus ook de luchtwegen en de longen. Bij ernstige aantasting ervan treedt verstikking op door het opzwellen van de slijmvliezen. De MAC-waarde is 1,5 mg/m³. De opvolger van chloorgas (in juli 1917) was mosterdgas.
Nog steeds wordt chloorgas gebruikt als chemisch wapen. De Tamil Tijgers hebben het bijvoorbeeld ingezet tegen het Sri Lankaanse regeringsleger in 1990[4] en het werd in 2007 ook gebruikt als terreurwapen door Iraakse rebellen.[5]
Zie ook [bewerken]
Externe links [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Diatomisch chemisch element |
|---|
|
Waterstof (H2) · Stikstof (N2) · Fosfor (P2) · Zuurstof (O2) · Fluor (F2) · Chloor (Cl2) · Broom (Br2) · Jood (I2) |
| Chemische wapens | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|


