Inca's
De Inca's waren een indianenvolk dat leefde in het westelijk deel van Zuid-Amerika, de Andes, van Peru en Bolivia en, naarmate hun rijk groeide (tussen ongeveer 1438 en 1532), ook in Ecuador, Chili en Argentinië. Het jaar 1532 wordt vaak als eindpunt genomen voor het Incarijk omdat de Spanjaarden toen, onder leiding van Francisco Pizarro, de Incakeizer Atahualpa gevangen namen. In feite is deze gebeurtenis waarschijnlijk niet van groot belang geweest. Er waren andere kandidaten voor de troon (broers van Atahualpa) en hoewel die in de officiële bronnen vaak zijn afgeschilderd als marionetten van de Spaanse heersers, blijkt dit in vele opzichten toch niet het geval te zijn geweest. Uiteindelijk zouden er twee nieuwe Incastaten ontstaan; een officiële die geleid zou worden door een broer van Atahualpa (Paullu Inca) en zijn nakomelingen, en die met de Spaanse kroon samen bouwde aan een uniform rijk, én een klein staatje, in de bergen achter Cusco, gesticht in 1536 door weer een andere broer van Atahualpa, Manco Inca. Deze laatste staat (die heeft bestaan tot 1572) wordt vaak gezien als de rechtmatige opvolger van het rijk dat bestond voor de komst van de Spanjaarden (zie bijvoorbeeld het standaardwerk van John Hemming, "Conquest of the Inca's" uit 1970), maar ook dat kan in twijfel getrokken worden. Tot de 19de eeuw was het aantal Spanjaarden erg klein, de Inca-elite in Cuzco in goede doen, het grondgebied van het oude rijk nog vrijwel intact, en de economie bloeiend. Quechua, de taal die de 15de en 16de eeuwse Inca's hadden geprobeerd te verspreiden als lingua franca van het Andesgebied, was juist na de komst van de Spanjaarden erg in zwang geraakt (mede door actief missiebeleid van Spaanse ordes die in die taal de indianen probeerden te bekeren). Niet enkel indianen spraken het op den duur, maar ook anderen in de samenleving. Dit veranderde pas ná de onafhankelijkheid van de Andeslanden toen het idee opleefde om af te rekenen met alles dat "oud" en "koloniaal" was, dwz. "indiaans" & "koninklijk". Vanaf die tijd zijn de Andeslanden veel meer "verspaansd", dan voorheen. Het aantal niet-indianen groeide aanzienlijk, de indiaanse elite verloor zijn macht en het Quechua verloor snel terrein ten opzichte van het Spaans.
Het Incarijk besloeg ruwweg het gebied van de huidige landen Peru en Bolivia en de noordkant van Argentinië. Vele hedendaagse gebouwen in de Peruaanse stad Cuzco zijn gebouwd op resten van oude Incagebouwen, want Cuzco was de hoofdstad van het rijk.
Inhoud |
Geschiedenis
Oorsprong en bloei
Vanuit het dal van Cuzco, het hart van het rijk, werd het Incarijk uitgebreid door de verovering van andere stammen, zowel in de Andes als langs de kust. De Inca's wisten hun rijk uit te breiden tot het noordwesten van Argentinië, het noorden van Chili en het zuiden van Ecuador. Ze noemden hun rijk zelf "Tawantinsuyu" (het rijk van de vier streken, verwijzend naar de vier regio's die aan de hoofdstad grensden).
De grootste bloei werd verkregen tijdens het bewind van keizer Pachacuti. De bestuursorganen van de veroverde stammen werden intact gelaten, maar dissidenten werden weggevoerd.
In 1532 veroverde Francisco Pizarro het Incarijk en maakte het tot de Spaanse kolonie Peru. Manco Inca Yupanqui, zoon van Huayna Capac, trok zich echter terug in de bergen. Manco en zijn opvolgers zouden nog tot 1572 over een ingekrompen Incastaat blijven regeren en het de Spanjaarden lastig maken.
Verzwakking en teloorgang
Op het moment dat de Spaanse veroveraars het Incarijk binnenvielen, hetgeen tot de val van het rijk leidde, was de bevolking al ernstig verzwakt doordat de pokken vanaf het noorden van het land waren binnengekomen. De helft van de Incabevolking overleed hierdoor, onder wie hun leider Huayna Capac. Hierna ontstond een burgeroorlog tussen zijn zonen Huáscar en Atahualpa om de erfopvolging. Huáscar zat in Cuzco, en Atahualpa zat in Quito. Uiteindelijk wist Atahualpa Huáscar gevangen te nemen. Atahualpa had zijn intrek genomen in Cajamarca, omringd door een enorm leger.
De val van het rijk
Ondertussen was Francisco Pizarro, een Spaanse conquistador, in het noorden geland. Hem werd de weg naar Cajamarca gewezen, deels door Inca's die Atahualpa een kwaad hart toedroegen. In Cajamarca wist Pizarro Atahualpa met een list gevangen te nemen, waarbij vele hooggeplaatste Inca's werden afgeslacht. Atahualpa had namelijk gewenst de Spanjaarden zonder beveiliging te ontmoeten, en zonder dat zijn onderdanen wapens zouden dragen. De list van Pizarro was waarschijnlijk niet gelukt als Atahualpa het gevaar van de Spanjaarden had ingezien. De keizer zag de Spanjaarden echter voornamelijk als slechtgemanierd en vooral onbetekenisvol. Hij nodigde de Spanjaarden uit in zijn hoofdstad, hetgeen er volgens velen op duidt dat Atahualpa de Spanjaarden de pracht en praal van het Incarijk wilde laten zien, om ze zo te imponeren. Ook waren de Spanjaarden zo zwaar in de minderheid dat een aanval bespottelijk moet hebben geleken. Had Atahualpa de Spanjaarden niet onderschat, dan had hij ze waarschijnlijk gevangen kunnen nemen en dan was de geschiedenis van de Andes misschien heel anders gelopen.
Na Atahualpa's gevangenneming kregen zijn generaals geen orders meer, waardoor ze niet meer wisten wat ze moesten doen. De Spanjaarden vielen het leger bij verrassing aan. Ze waren met één tegen duizend in de minderheid, maar wisten met hun tactiek, vuurwapens, harnassen en paarden de Incalegers in een eenzijdige veldslag te verslaan. Tienduizenden Incasoldaten werden afgeslacht. Later werd de laatste weerstand bij Cuzco in een soortgelijke veldslag gebroken. Huáscar werd in opdracht van Atahualpa vermoord, waarna de laatste ter dood veroordeeld werd door de Spanjaarden.
Staatsinrichting
De leider van de Inca's was de Sapa Inca. Hij was een absolute heerser. Hij trouwde met zijn volbloed zus, de Qilla. Deze had een grote hofhouding uit de Huizen van de Zon. De Sapa Inca werd beschouwd als de directe afstammeling van de zon en was daarom zowel politiek, militair en godsdienstig leider van het Incarijk.
Het bestuurssysteem had de vorm van een piramide. De basis van het systeem waren de gemeenschappen, de ayllu's, en hun hoofden, meestal curaca genaamd. Boven tien curaca's stond een functionaris, waarvan de naam niet bekend is. Boven een aantal van dezen stond een soort gouverneur die de leiding had over een soort deelprovincie. En daar weer boven stonden de vier functionarissen van de Koninklijke Raad, die elk de leiding hadden over een van de vier deelgebieden van het Rijk: een van de vier windstreken. Daar was het Rijk ook naar genoemd: Tawantinsuyu, het Rijk van de 4 windstreken. Helemaal boven aan de top van de piramide stond de Sapa Inca.
Al het land was nominaal eigendom van de Sapa Inca. Maar het land dat nodig was voor wonen, productie en infrastructuurwerken werd in eeuwigdurende bruikleen gegeven aan de gemeenschappen. In ruil daarvoor moest elke gewone dorpsgemeenschap belasting betalen in de vorm van arbeid. Deze arbeidsdienst heette mita. Particulier eigendom van grond en gebouwen bestond niet.
Omdat de Sapa Inca en zijn regering alles hadden wat nodig was, en nog meer, had het voor hen geen zin te streven naar vermogensopbouw. Dat kon ook niet omdat geld ontbrak. Goud en zilver hadden alleen decoratieve waarde. De hebzucht van de Spanjaarden was voor hen onbegrijpelijk.
Het land van de ayllu's was in drie delen verdeeld.
- Het eerste stuk omvatte al de akkers van de individuele boeren, de puric's en hun gezinnen.
- Het tweede stuk land was van de gemeenschap. De opbrengst daarvan was bestemd voor al diegenen die zelf geen agrarische productie leverden.
- Het derde stuk was de rest: de opbrengst daarvan was bestemd voor de Staat en de Zon.
Elk jaar werd alle land herverdeeld. Wanneer er een kind was geboren, kreeg de boer er een stuk grond bij, groot genoeg om iemand van te voeden. Zo'n stuk heette een tupu. Wanneer iemand in het gezin overleed of vertrok, ging er een tupu af. De grootte van een tupu hing niet alleen af van de oppervlakte, maar ook van de grondsoort, de vruchtbaarheid en de klimaatzone. Bepalend was de gemiddelde gerealiseerde opbrengst.
De hele bevolking was verdeeld in leeftijdsklassen naar werkcapaciteit.
- onder 1 jaar: de zuigeling
- van 1 tot 5 jaar: het spelende kind
- van 5 tot 9 jaar: het lopende kind
- van 9 tot 12 jaar: de lamahoeder en de ambachtsleerling
- van 18 tot 25 jaar: helper van de ouders bij alle werkzaamheden
- van 25 tot 50 jaar: de schatplichtige volwassene
- van 50 tot 60 jaar: op leeftijd; hulparbeid
- boven de 60 jaar: gepensioneerd; alleen adviezen en toezicht
Weduwen en wezen, chronisch zieken, invaliden en krankzinnigen hoefden geen productiewerk op de akkers te doen. Zij kregen al wat ze nodig hadden uit de gemeenschapsproductie zonder dat ze dat hoefden te vragen. Dit gold ook voor de gepensioneerden. Ervoor te zorgen dat ieder kreeg wat nodig was, was de taak van een speciaal daarvoor aangestelde ambtenaar.
De basis van het systeem was de individuele puric: de boer en zijn gezin. Alle puric's werden ingedeeld in een groep van tien. Vijd van deze groepen van tien vormden een groep van vijftig en twee daarvan vormden een groep van honderd. Zo ging het verder met groepen van 500, 1000, 5000 en 10.000.
De Inca's standaardiseerden de gewone dorpen op de grootte van duizend gezinshoofden. Aangezien een gezin gemiddeld vijf leden telde, had een standaard dorp dus 5000 inwoners.
Het werk op de akkers van de gemeenschap, de staat en de zon werd gedaan door groepen van tien, onder leiding van een functionaris die vaak het werk regelde met geluid en/of muziek. Hoe men het werk op de individuele akkers verrichtte mocht men zelf bepalen.
Iedereen maakte deel uit van een ayllu. De meeste waren niet groter dan een dorp, maar grotere vormden steden. De grootste ayllu was die van de regerende Inca-elite zelf. Die omvatte de hele stad Cuzco.
Economie
Bestaansmiddelen
De Inca’s leefden van de landbouw. Hun belangrijkste middel van bestaan was akkerbouw. De meeste Inca's waren dan ook boer. Reeds in de culturen van voor de Inca's was de zelfvoorziening die op landbouwgebied bestond uitgebreid tot alle andere gebieden, zoals aardewerk, textiel en wapens. Steeds werd overal een surplus van gekweekt, waarmee in de loop van de tijd grote voorraden werden aangelegd. Het was dus een zelfvoorzienings- en voorraadeconomie. [1] Alleen luxe goederen voor decoratieve doeleinden werden verkregen via ruilhandel met volkeren buiten het Rijk.
Jaarcijfers
Om voorraden te kunnen beheren is een goed systeem nodig van administratie en statistiek. Dit was er dan ook: het quipu-systeem (knoop-systeem). Het was een systeem van knopentouwtjes. Een quipu was een koord waaraan een aantal zij-koorden hingen. Elk zijkoord vertegenwoordigde een soort in de administratie. Elke groep zijkoorden in dezelfde categorie hadden een aparte kleur. De Inca's hadden het decimale stelsel. De cijfers 1 tot en met 9 hadden elk een aparte knoop. Zat er op een plaats in het decimale stelsel geen knoop, dan was dat de nul. Naast quipu's voor statistiek waren er ook quipu's bevelen bevatten en gebeurtenissen in de tijd (geschiedenis). Zelfs bestonden er die teksten bevatten voor liederen. Hoe die werkten is niet meer bekend. Alle quipu's hadden per soort dezelfde indeling. Als de ontvangers begrepen welke categorie de quipu had, dan wisten ze genoeg. De mondelinge toelichtingen zijn verloren gegaan, waardoor de quipu's niet meer gelezen kunnen worden.
Degene die belast was met het beheer van de quipu's was de quipucamayoc. Deze functie was erfelijk. Het was de bedoeling dat hij een van zijn zonen opleidde voor de opvolging. Was zo'n zoon er niet, dan kon hij een andere jongeling daarvoor adopteren, of er werd hem er een aangewezen.
Quipu's werden per dorp bewaard in een apart gebouwtje, als het kon van steen. Daar hingen ze op rekken in chronologische volgorde. Het was dus een soort archief. Alleen de quipucamayoc had toegang tot dat gebouwtje, niemand anders, ook het dorpshoofd niet. Op onbevoegd binnentreden door derden stond de doodstraf. Het verloren gaan van het archief was immers een ramp en moest met alle middelen worden voorkomen.
Een keer per jaar werd alles geteld. Alle inwoners, verdeeld in mannen en vrouwen, en ook per categorie. Ook alle lama´s, en wel per soort, Verdeeld in die van huishoudens, transportkudden en zelfs die in het wild. Verder de oppervlakte bebouwde grond in tupu`s, lengten van wegen, irrigatiekanalen, aantal bruggen, trappen, soorten gebouwen enzovoort. Ook grote alleenstaande bomen werden per soort geteld. De opbrengst van land en tuinbouw werd gewogen vlak voordat het de voorraadsilo's en magazijnen in werd gebracht. Producten van grotere omvang werden eveneens geteld en alles werd nauwkeurig verwerkt in quipu´s. Uiteraard gold dit ook voor alle andere producten zoals kleding, schoeisel, aardewerk, gereedschappen en werktuigen, wapens, sieraden, hoeveelheden goud, zilver en edelstenen. Volgens Spaanse kroniekschrijvers heerste er een ware statistiek-manie.
Alle jaarcijfers werden per streek samengevoegd, dan per district, en dan weer per suyu. Tenslotte werden de totaalcijfers aangeboden aan de SapaInca. Deze kon ze dan vergelijken met die van de voorgaande jaren, en daaruit weer conclusies trekken over vooruitgang of krimp.
Landbouw
Omdat in Amerika voor de komst van de Spanjaarden geen trekdieren bestonden, was het gebruik van een ploeg onbekend. De kerende grondbewerking, die de basis vormde voor de culturen in Europa en het Midden-Oosten, bestond dus in het Inca-rijk niet.
De grond werd opengebroken met een taclla, een voetploeg. Dit was een flinke stok, zo groot als een mens, met op de hoogte van de schop een dwarsbalkje waar de voet op werd geplaatst, en op schouderhoogte een daaraan bevestigd halfronde stok waarmee ploeg in alle nodige standen kon worden gedraaid.
Het werk op de gemeenschappelijke gronden werd gedaan in teams. Een team bestond uit een rij mannen en daartegenover een rij vrouwen. Het werk op de akkers werd gedaan door mannen en vrouwen samen. De rij mannen bewoog zich achterwaarts. De rij vrouwen zat op de knieën en maakte met een soort schoffeltje de kluiten klein. In elk gat legden de vrouwen een zaadje of een pootaardappel, waarna het kuiltje weer dichtgemaakt. Omdat de rij mannen achteruitwerkte, werkten de vrouwen vooruit.
De samenstelling van de ploegen was zodanig dat er een evenwicht bestond in de verhouding sterken en zwakkeren. Er werd voor gezorgd dat de rijen recht bleven, en zodoende werd bereikt dat iedereen op dezelfde tijd begon en op dezelfde tijd klaar was. Dit was belangrijk in sociaal-psychologisch opzicht. De situatie dat de sterken altijd het eerst klaar waren en de zwakkeren altijd achteraan kwamen, werd als zeer onwenselijk beschouwd.
Bijna de helft van alle voedselplanten die wij nu kennen, is afkomstig van de boeren uit het Andes-gebied.
- mais - ongeveer 20 variëteiten
- aardappelen, meer dan 40 variëteiten
- allerlei soorten bonen en noten
- zoete aardappelen, maniok, cacaobonen, avocado's, diverse soorten tomaten
- diverse soorten pepers, papaja,avocado, etc.
- andere producten, zoals katoen, ananas, colanoten en het bekende coca van de cocastruik.
De Inca's hadden de zonnekalender. De maankalender, die ze ook hadden, had voor de landbouw geen betekenis. Aan de hand van de zonnekalender, de kennis van de seizoenen en hun uitwerking op de gewassen, werd voor elk gewas een zaaikalender opgesteld waarin voor elk gewas een officiële eerste zaai- of plantdag bepaald. Op die dag[2], overal in het rijk dezelfde, begon na zonsopgang het dorpshoofd of een andere bestuursfunctionaris in officiële ceremoniële kledij met de afmars naar het eerste veld. Daar dreef hij persoonlijk de eerste voetploeg de grond in. Iedereen droeg ceremoniële kleding: gewone kleding doorstikt of doorweven met draad van goud en zilver. De voetploeg was bekleed met edelmetaal. De hele ceremonie werd vergezeld van tromgeroffel en andere muziek. Volgens sommige kroniekschrijvers werd de allereerste voetploeg die dag de grond in gedreven door de Sapa Inca zelf, op een akker vlak naast Cuzco.
Wat betreft bemesting werd alles gebruikt wat maar bruikbaar was. Mest van mensen, lama's en alpaca's, vogelmest, voedselresten, en ook vissenkoppen en -staarten. Om ziekten en insectenplagen zoveel mogelijk te verminderen werd niet alleen een heel schema van gewasafwisseling toegepast, maar op de individuele percelen werden ook allerlei vormen van combinatieteelt uitgeprobeerd en toegepast.
Nieuw aan te leggen landbouwterrassen werden zoveel mogelijk aangepast aan de richting van de zon, om vorst te verminderen en te vermijden. Hele valleien werden veranderd in een terraslandschap. Soms werden twaalf terrassen boven elkaar aangelegd, een voor elke maand, zoals nog goed te zien is in Tipon ten zuiden van Cuzco.
Voor het aanleggen van voorraden levensmiddelen moest voedsel houdbaar gemaakt worden. Dit gebeurde vooral door vriesdrogen. Vriesdrogen komt van nature voor in de hoge Andes en is door de Inca's geperfectioneerd. Van aardappelen werd een soort aardappelmeel (chuno) verkregen, dat in droge conditie jaren houdbaar was. Van lamavlees werd charqui gemaakt, dat zo gedroogd ook jaren goed bleef.
Cultuur
Architectuur
Door het gehele rijk werden nieuwe, betere paden aangelegd, de zogenaamde Incapaden, die 22.000 km lang waren. De Inca's waren zeer goede architecten; zij bouwden bruggen over rivieren, goede forten, en mooie steden met tempels. Zij wisten land in het hooggebergte te bebouwen door terrassen aan te leggen. Machu Picchu is daar een mooi voorbeeld van. De muren van stenen gebouwen bestonden uit stenen die zo in elkaar waren gelegd dat cement niet nodig was. Deze gebouwen waren dan ook veel beter bestand tegen aardbevingen: wanneer die voorkwamen werden de door Spanjaarden gebouwde gebouwen altijd veel zwaarder beschadigd dan de oudere Incagebouwen. Ook bouwden de Inca's goede wegen, waar echter geen karren overheen reden omdat de Inca's geen gebruik maakten van het wiel hoewel ze dit wel kenden.
Geloof
De Inca's geloofden in de kracht van de zon als weldoener van de Aarde. De zon werd daarom vaak geëerd met zonnefeesten. Om te zorgen dat de maan en de zon niet zouden stoppen, werden stenen op de bergtoppen geplaatst. De zonnegod heette Inti, de maangod Quilla. De verering van de zon werd tijdens het bewind van Viracocha als enig geloof ingesteld. In de stad Tiwanaku bij het Titicacameer zijn er nog mooie ruïnes van een centrum gewijd aan Viracocha, de oppergod. Tiwanaku is overigens niet door de Inca's gebouwd, maar door een aan de Inca's voorafgaande cultuur.
Hun godsdienst heette het Intioisme.
De Inca's geloofden in een leven na de dood en ze vereerden ook hun voorvaderen. De lichamen van hun voorvaderen waren de belangrijkste voorwerpen binnen het rijk. Het was net alsof ze nog leefden, want de Inca's spraken met hun voorvaderen over de dingen die gingen gebeuren.
Op het platteland werden de doden gebalsemd in een tombe in de vorm van een bijenkorf gelegd. Er waren vaten voedsel en chicha bij gezet, zodat men te eten had in het hiernamaals. De begrafenisceremonie, waarbij de vrouwen hun haar afknipten, duurde acht dagen.
Recent onderzoek (in Machu Picchu) duidt aan dat langs de rand van de stad de stenen (exacte) kopieën zijn van de omringende bergen. Er wordt verondersteld dat de Inca's de bergen als goden beschouwden en ze vereerden.
Taal
De Inca's spraken een zuidelijke variant van het Quechua. De Inca-elite, de échte Inca's, spraken een "geheime" taal waarvan de wetenschap nog steeds niet weet welke taal het is. De Academia Mayor de la Lengua Quechua in Cuzco claimt dat het een hogere vorm van Quechua was (hoewel de Inca's niet uit het voor die taal oorspronkelijke gebied kwamen). De linguïst Alfredo Torero [3] maakt aannemelijk dat de eigenlijke Inca-stam, die de elite van het Tawantinsuyu werd, een oude Aru-vorm (een Aymara-variant) sprak, maar is daarbij in een langslepende discussie beland met onder andere Rodolfo Cerrón-Palomino[4] die meent dat de Inca-elite Pukina sprak, aangezien er aanwijzingen zijn dat Pukina de taal was van Tiwanaku, van welk rijk de Inca's claimden de opvolgers te zijn.
Het Quechua is een taal waarvan de oorsprong in het kustgebied van midden-Peru ligt. Deze taal verspreidde zich naar het gebied van Cuzco en werd vervolgens door de Inca's gebruikt als de lingua franca van hun rijk en op die manier verspreid over de Andes.
Andere talen, waarvan het Aymara het belangrijkste was, werden zoveel mogelijk onderdrukt. Wanneer de Inca's een nieuw gebied veroverd hadden, deporteerden ze een deel van de bevolking, dat ze vervingen door indiaanse stammen die de Inca's beter gezind waren en al de Incacultuur droegen en Quechua spraken. Hierdoor konden ze hun taal en cultuur effectief aan de onderworpen volkeren opleggen. De Inca's kenden geen schrift. Voor de administratie van in aantallen uit te drukken gegevens gebruikten ze als mnemotechnisch hulpmiddel de quipu, touwen met knopen. Quipu's zijn nog altijd niet ontcijferd.
Techniek
Bijzonder was dat de Inca's een aantal elementaire uitvindingen zoals het wiel en het schrift niet kenden, maar toch een zeer hoogstaande beschaving hadden. Waarschijnlijk is dit te verklaren door hun hoge organisatiegraad en hun substituten. De quipu's maakten bijvoorbeeld administratie mogelijk. Wielen en karren waren in het bergachtige kernland vaak onhandig. Communicatie werd door middel van menselijke koeriers in stand gehouden.
Kleding
De kleren van de Inca's waren gemaakt van katoen of wol. De mannen droegen een lendendoek die om hun middel hing met daarover een tuniek, die op een poncho leek en gemaakt was van alpacawol. Als het koud was, hadden ze een mantel van wol om. Aan hun voeten hadden ze sandalen en ze hadden wollen koordjes in hun haar.
De vrouwen hadden een enkellange tuniek van alpacawol aan. Daarover hadden ze een omslagdoek, die op werd gehouden met een speld. Ook vrouwen hadden sandalen aan hun voeten.
Hogere Inca's hadden dezelfde kleren aan, maar die waren van een betere kwaliteit. Ook hadden zij speciale voorwerpen zoals hoofdtooien en gouden sieraden en oorknoppen.
Leger
De Sapa Inca stond aan het hoofd van het leger. Hij had een persoonlijke lijfwacht voor het geval dat hij in gevaar kwam. Hij koos ook zelf zijn generaals uit. Alle mannen tussen de 25 en 50 jaar konden hiervoor in aanmerking komen. Als ze in aanmerking kwamen, werden ze speciaal opgeroepen.
Het goed georganiseerde leger werd hiërarchisch bestuurd:
- de 'Chunka Camayoq' had 10 mensen onder zich.
- de 'Pachaq Camayoq' had 100 mensen onder zich
- de 'Waranqa Camayoq' had 1000 mensen onder zich
- de 'Apu' was de kapitein van 2500 mensen
- de 'Hatun Apruratin' was een onderbevelhebber met 5000 mensen onder zich
- de hoogste bevelhebber was de generaal, die 10.000 mensen onder zich had
Wapens
De Inca's in het oosten waren experts met de boog. De kuststammen gebruikten vooral speren en werppijlen. Sommige stammen gebruikten bola's, dat waren 2 of 3 stenen die door koorden bij elkaar werden gehouden. Dit wapen kon zich rond de benen of poten van mens of dier wikkelen en kon gemene wonden veroorzaken. Houten zwaarden met bronzen snijvlakken werden overal gebruikt. Het leger in oorlogstijd bestond uit ongeveer 250.000 soldaten, in vredestijd uit 70.000 manschappen.
Een bijzonder wapen dat de Inca's gebruikten waren gloeiende stenen, gewikkeld in een met brandbare vloeistof doordrenkte doek. Wanneer deze stenen naar de vijand werden geslingerd, vatten ze door de wrijving vlam, waardoor ze insloegen als brandbommen.
Strategie
De Inca's begonnen hun gevechten met veel lawaai. Dan begonnen de slingeraars, gevolgd door de boogschutters, pijlwerpers en de bola's. Vervolgens begon het lijf-aan-lijfgevecht. De Inca's zochten de belangrijkste krijgers in het leger die vervolgens werden uitgeschakeld door een speciaal uitgezocht groepje krijgers.
De reservetroepen werden weggehouden van verwarrende gevechten zodat ze naar de frontlijn konden worden gestuurd als dit nodig was. Ze konden dan via een zijkant aanvallen, of gewoon rugdekking geven aan de aanvallende troepen. De Inca's probeerden de vijand van een sterke positie te verdrijven door de vegetatie in brand te steken.
Zie ook
Bronnen
- ↑ Victor.W.von Hagen, Realm of the Incas, 1961, The New American Library, New Yorkf> USA.
- ↑ Felipe Human Poma de Ayala, Nuevo Coronico y Buen Gobierno, Lima, begin 1600, eigen uitgave, later diverse keren herdrukt
- ↑ Torero, Alfredo (2002) Idiomas de los Andes - Lingüística e Historia. Lima (Peru): Editorial Horizonte / IFEA.
- ↑ Cerrón-Palomino, Rodolfo (1987) Unidad y diferenciación lingüística en el mundo andino, in Lexis, vol.11, pp. 72-73.
| Zie de categorie Inca van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |