Japanse duizendknoop

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Japanse duizendknoop
Japanse duizendknoop R0020043.JPG
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Geavanceerde tweezaadlobbigen
Orde: Caryophyllales
Familie: Polygonaceae (Duizendknoopfamilie)
Geslacht: Fallopia (Kielduizendknoop)
Soort
Fallopia japonica
(Houtt.) Ronse Decr. (1988)
De rangeerlocomotief op station Beekbergen (Gelderland) wordt overwoekerd door Japanse duizendknoop, 2007.
De rangeerlocomotief op station Beekbergen (Gelderland) wordt overwoekerd door Japanse duizendknoop, 2007.
Beatrixpark, Amsterdam
Beatrixpark, Amsterdam
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De Japanse duizendknoop (Fallopia japonica, synoniem: Polygonum cuspidatum) is een plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae). De plant komt oorspronkelijk uit Japan, maar doet het ook in streken elders op de wereld erg goed. Vaak is in een lokaal gebied een grote hoeveelheid van deze soort te vinden, en in de verdere regio niet. De plant wordt door de International Union for Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN) vermeld als een van de honderd meest invasieve soorten ter wereld.[1] Uit de Japanse duizendknoop wordt het polyfenol resveratrol geïsoleerd. Onder meer in natuurgebied de Hoge Venen (België) heeft de plant zich als een woekerende soort gevestigd.

Botanische beschrijving[bewerken]

De Japanse duizendknoop is een diepwortelende vaste plant, die bestaat uit een lange holle stengel van 0,5-3 m lang met zijtakken en 5-12 cm grote bladeren eraan. De plant vormt stevige wortelstokken. In de winter sterft de plant bovengronds af. De stengel is opgebouwd uit holle compartimenten, zoals bij bamboe. Op de grens tussen twee hiervan bevindt zich een knoop waaraan zich een zijtak en een blad bevinden. Ook de zijtakken zijn op deze wijze verder onderverdeeld. De wand van de stengel bestaat uit twee delen. Een dik deel dat groen is en voor de stevigheid zorgt, en een doorzichtig vlies met rode vlekjes. Gezamenlijk ziet de stengel er dan groen uit met rode vlekjes. De plant bloeit in augustus en september met crémewitte, soms witroze, bloempjes. De zaaddragers zijn roodachtig en hebben een vliezige zoom of vleugel om de vruchtjes.

De plant groeit in groepen op voedselrijke vochtige bodem (bijvoorbeeld langs beken en op rivieroevers) en staat het liefst in de volle zon, maar schaduw wordt goed verdragen.

In de tuin is hij makkelijk te stekken: knip een stuk stengel van 10 cm af en stop die voor 6,5 cm in de grond. Bij goede verzorging is de kans zeer groot dat dit zich tot een nieuwe plant ontwikkelt. De plant is sterk woekerend en, zodra hij ergens gevestigd is, vrijwel onuitroeibaar.

In maart en april schieten de stengels relatief snel uit de grond, tussen de verdorde stengels van het jaar ervoor en ontwikkelen zich lichtgroene bladeren op regelmatige hoogten op de stengel. De stengel is in het begin nog vrij flexibel, hoewel hij al snel dikker wordt, en wat rode spikkels krijgt. De planten groeien tot minimaal een meter hoog zonder ondersteuning van andere planten of hekken of iets dergelijks.

Invasieve exoot[bewerken]

De plant heeft een enorme groeikracht en is in staat zich te vestigen in droge en natte grond in voedselrijke en voedselarme habitats op zand, klei of veen. Hij verdringt daarbij de andere kruiden en struiken. De Japanse duizendknoop wordt daarom internationaal tot de honderd meest expansieve exoten gerekend. De plant kan door scheuren via de fundering huizen binnengroeien en door asfalt heen breken. Er zijn geen insecten of schimmels die er noemenswaardig van eten (hooguit nectar), waardoor de plant niet in zijn opmars wordt gestuit. Doordat er geen insecten van leven is een ondergroei die door Japanse duizendknoop wordt gedomineerd voor vogels volslagen oninteressant. Een fallopia-vegetatie is in ecologisch opzicht armer dan een maïsakker.

In diverse landen is wetgeving tegen het verspreiden van deze plant, onder andere in het Verenigd Koninkrijk. Op bouwlocaties moet de plant er eerst worden bestreden, het fallopia-vrij maken van het terrein voor de Olympische Spelen in Londen was een kostbare zaak. Onder andere in de Amerikaanse staat Washington wordt de plant ook in natuurgebieden intensief bestreden met glyfosaat.

Door de EPPO, de European and Mediterranean Plant Protection Organization met als lid nagenoeg alle landen uit Europa en rond de Middellandse zee, wordt sterk aangeraden om maatregelen te treffen om verdere introductie en verspreiding te voorkomen en ongewenste populaties te beheren door publiciteit, beperkingen op de verkoop en aanplant en door verdelging.

Bestrijding[bewerken]

De Japanse duizendknoop is door zijn groeikracht en relatieve ongevoeligheid voor bestrijdingsmiddelen moeilijk te doden op plekken waar hij eenmaal goed gevestigd is. Bestrijding is gebaseerd op een combinatie van drie tactieken volgens een meerjarenplan:

  • Maaien en afvoeren: omstreeks de bloeiperiode in augustus en september of meermaals per jaar. Het maaisel mag niet vermengd worden met gewoon groenafval omdat elk stukje opnieuw kan uitlopen.

Bij meermaals maaien is eenmaal per vier weken in eerste instantie erg effectief: de plant wordt dan gemaaid als er veel energie in nieuwe spruiten is gestopt, maar deze spruiten nog geen energie aan de wortels terug hebben kunnen leveren. Om de plant volledig kwijt te raken zal uiteindelijk elke 14 dagen moeten worden gemaaid.

  • Bedekken: in het begin van de winter bedekken met een flexibele, niet-lichtdoorlatende materie. Hierbij moet bedacht worden dat de randen van oude stengels messcherp zijn en gemakkelijk door de meeste materialen heen prikken. Niet-flexibele materiaal zoals betonplaat moet absoluut naadloos gelegd worden, want de minste spleet is voor de plant genoeg. Tot op zeven meter van de afdekking kunnen nieuwe scheuten ontstaan, controle blijft nodig.
  • Chemisch: producten op basis van glyfosaat kunnen bijdragen aan de bestrijding. Deze producten veroorzaken verzwakking van de plant maar doden deze niet. Toepassing gebeurt via verneveling, bestrijken van verse snoeiwonden of injectie in vers afgesneden stengels. Vooral bestrijding tussen half augustus en begin oktober is effectief. De plant haalt in het najaar reservevoedsel uit de bladeren terug naar de wortels en neemt dan de glyfosaat mee.

Uitgraven is niet efficiënt en zeer arbeidsintensief. De wortels kunnen tot 3 meter diep zitten en als een stukje van 1 cm niet wordt meegenomen komt de plant weer terug.

In Engeland werd in 2010 besloten tot het verspreiden van de bladvlo Aphalara itadori als biologische bestrijding van Japanse duizendknoop.[2] De plant wordt gegeten door geiten.

Gebruik[bewerken]

De stengels worden gebruikt in de bloemsierkunst en de jonge scheuten kunnen gegeten worden. Ze smaken als rabarber, een groente uit dezelfde plantenfamilie.[3] De plant is bekend als nectarplant.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties