L'Oiseau de Feu

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
L'Oiseau de Feu
De vuurvogel
De vuurvogel
Componist Igor Stravinsky
Gecomponeerd voor orkest
Opusnummer W17
Compositiedatum 1909-1910
Première 1910
Opgedragen aan Andrey Rimski-Korsakov
Duur 47 minuten
Vorige werk Vier études
Volgende werk Deux poèmes de Paul Verlaine
Oeuvre Oeuvre van Igor Stravinsky
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

L'Oiseau de Feu (W16) (Nederlands: De Vuurvogel; Engels: The Firebird en Russisch: Zhar Ptitsa) is een sprookjesballet in twee scènes (Conte dansé en deux tableaux) van Igor Stravinsky, gecomponeerd tussen 1909 en 1910 in Sint-Petersburg en opgedragen aan 'mijn beste vriend Andrey Rimski-Korsakov', de zoon van Nikolaj Rimski-Korsakov. De eerste uitvoering vond plaats op 25 juni 1910 in de Opera van Parijs door de Ballets Russes o.l.v. de componist en dirigent Gabriel Pierné. Het werk behoort, samen met Petroesjka en Le Sacre du printemps, tot Stravinsky's drie grote 'Russische' balletten - de bekendste en populairste composities van de componist - en het is waarschijnlijk ook altijd de populairste van de drie geweest. Het publiek voelde zich vanaf het begin aangetrokken door het romantische onderwerp en tot het muzikale idioom van het stuk. Het wordt regelmatig – veelal als concertstuk - uitgevoerd en herhaaldelijk opgenomen.

L'Oiseau de Feu is voor groot orkest geschreven – 'verkwistend groot' zei Stravinsky zelf – en het stelde de componist in staat om allerlei orkestrale effecten te bereiken; Stravinsky's instrumentatie is daarbij briljant te noemen. De compositie is Stravinsky's eerste artistiek rijpe werk.

De ontstaansgeschiedenis[bewerken]

Het idee voor een ballet gebaseerd op de Russische legende van de vuurvogel was door Sergej Diaghilev en zijn medewerkers in 1909 uitgewerkt. Michel Fokine zou de choreografie verzorgen, de muziek zou door Diaghilevs voormalige leraar harmonieleer Anatoli Liadov worden gecomponeerd. Omdat bleek dat deze het werk niet op tijd gereed zou hebben, wendde men zich tot Stravinsky. Stravinsky had voor Diaghilev al twee onderdelen voor het ballet Les Sylphides geïnstrumenteerd.

Stravinsky liet voor L'Oiseau de Feu het werk aan zijn opera Le Rossignol rusten en begon al begin november 1909, voor de officiële opdracht, aan het componeren in de datsja van de familie van Nikolaj Rimski-Korsakov buiten Sint-Petersburg. Half april 1910 was de orkestpartituur gereed. Het onderwerp vroeg om muziek die Stravinsky eigenlijk niet wilde schrijven: programmamuziek. Maar hij heeft zich er met verve aan gewijd, duidelijk om het vertrouwen niet te beschamen dat men in hem had gesteld. Stravinsky zei zelf later dat in zijn compositie de invloed van zowel Tsjaikovski als Rimski-Korsakov merkbaar is: het wat hij noemt opera-achtige en vocale element van Tsjaikovski en de harmonie en orkestkleur van Rimski-Korsakov. Zo waren de hoornglissando's al gebruikt door Rimski-Korsakov in diens Mlada.

De compositie werd in nauwe samenwerking met Fokine gemaakt, hoewel Stravinsky later vertelde dat iedereen die betrokken was geweest bij het project zijn aandeel had geleverd en het vooral Léon Bakst was geweest die het scenario had uitgewerkt. Bakst ontwierp ook de kostuums van de Vuurvogel en de Prins. Stravinsky werd op de hoogte gehouden van elk detail in de choreografie, van elke invulling van zijn partituur. Hij was bij alle repetities van de Ballets Russes in Sint-Petersburg aanwezig. Tamara Karsavina van het Imperial Ballet verving Anna Pavlova omdat deze de muziek te gecompliceerd en te inhoudsloos vond.

Nadat het gezelschap was vertrokken naar Parijs volgde Stravinsky na een korte vakantie om de laatste repetities daar bij te wonen. Eind mei 1910 arriveerde Stravinsky in Parijs. De Vuurvogel was een succes vanaf het begin en na de première op 25 juni 1910 was Stravinsky beroemd. De Vuurvogel was nieuw door zijn stijl en expressie, maar het was ook tegelijkertijd niet revolutionair, en dat zorgde voor een onmiddellijk succes bij het publiek. Ook kunstenaars toonden hun bewondering: Claude Debussy, Maurice Ravel, Manuel de Falla, Florent Schmitt en Erik Satie. De eropvolgende zomer ontmoette Stravinsky in Parijs Giacomo Puccini, Sarah Bernhardt, Marcel Proust en Paul Claudel.

Stravinsky was met dit werk in Parijs, het artistieke en muzikaal hart van de wereld, aanvaard.

De compositie[bewerken]

Het complete ballet L'Oiseau de Feu heeft de volgende delen:

  1. Introduction (Inleiding)
  2. Premier Tableau (Eerste scène) - Le Jardin enchanté de Kastchei (De betoverde tuin van Kachcheï)
  3. Apparition de l'Oiseau de feu, pursuive par Ivan Tsarévitch (Verschijning van de Vuurvogel, achterna gezeten door Ivan Tsarévitch)
  4. Danse de l'Oiseau de Feu (Dans van de Vuurvogel)
  5. Capture de l'Oiseau de feu par Ivan Tsarévitch (Ivan Tsarévitch vangt de Vuurvogel)
  6. Supplications de l'Oiseau de feu (Smeekbede van de Vuurvogel)
  7. Apparition des treize princesses enchantées (Verschijning van dertien betoverde prinsessen)
  8. Jeu des princesses avec les pommes d'or (Scherzo) (Spel van de prinsessen met de gouden appels)
  9. Brusque apparition d'Ivan Tsarévitch (Plotselinge verschijning van Ivan Tsarévitch)
  10. Khovorode (Ronde) des princesses (Dans van de prinsessen)
  11. Lever du jour – Ivan Tsarévitch pénètre dans le palais de Kastchei(Dageraad – Ivan Tsarévitch gaat het paleis van Kastcheibinnen)
  12. Carillon Féerique, apparition des monstres-gardiens de Kastcheiet capture d'Ivan Tsarévitch (Sprookjesachtige Carillion, verschijning van de Kachcheï's monsterlijke wachters en de gevangenneming van Ivan Tsarévitch)
  13. Arrivée de Kastcheil'Immortel – Dialogue de Kastcheiavec Ivan Kastchei– Intercession des Princesses (Aankomst van Kastcheide Onsterfelijke – Kachcheï's dialoog met Ivan Kastchei– Tussenbeide komen van de Prinsessen
  14. Apparition de l'Oiseau de feu (Verschijning van de Vuurvogel)
  15. Danse de la suite de Kachcheï, enchantée par l'Oiseau de feu (Dans van Kachcheï's gevolg, betoverd door de Vuurvogel)
  16. Danse infernale de tous les sujets de Kastchei(Helse dans van al Kachcheï's onderdanen)
  17. Berceuse (L'Oiseau de feu) (Slaaplied – De Vuurvogel)
  18. Mort de Kastchei(Dood van Kachcheï)
  19. Deuxième Tableau (Tweede scène) - Disparition du palais et des sortilèges de Kachcheï, animation des chevaliers pétrifiés, allégresse générale (Ondergang van Kachcheï's paleis – tot leven komen van de versteende ridders – algemene vreugde)

Voor het onderscheid tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke maakte Stravinsky gebruik van hetgeen Rimsky-Korsakov al had toegepast voor zijn nog niet gepubliceerde De gouden haan. De muziek voor Ivan Tsarevich, de Prinsessen en de hymne voor de dankzegging in de finale is sterk diatonisch, de twee Khovorod thema's zijn volksmelodieën, terwijl alle muziek uit de magische wereld – zowel die voor de Vuurvogel als voor Kastchei– is opgebouwd uit een chromatische interval, een overmatige kwart. Qua ritmiek maakt Stravinsky veel gebruik van syncopen: in de bas in de Dans van de Vuurvogel om het gefladder en gepik te suggereren, om een mathematisch effect te creëren voor het carillon, in de Helse dans van Kastchei en zijn onderdanen. Syncopering en andere ritmische middelen passen wel binnen het raamwerk van de reguliere maat.

Het verhaal[bewerken]

Het verhaal gaat over twee soorten magische wezens: de Vuurvogel, die het goede vertegenwoordigt, en de tovenaar Kastchei, de belichaming van het kwaad. Wee de mens die in zijn macht komt. Meisjes worden gevangen gehouden, mannen in steen veranderd. Kastchei is onsterfelijk zolang als zijn ziel onaangetast blijft; die ziel wordt in de vorm van een ei bewaard in een kistje. De jonge Prins, Ivan Tsarevitch, zwerft 's nachts door de tovertuin van Kastchei op jacht naar de Vuurvogel. Hij vindt de Vuurvogel in de bomen met de gouden appels. Ivan vangt de vogel; die smeekt hem haar te sparen en belooft hem te helpen in ruil voor haar vrijheid. Ivan trekt haar een veer uit als voorwaarde voor haar vrijheid.

Dan ontmoet Ivan een groep van 13 meisjes en hij wordt verliefd op een van hen; hij ontdekt dat zij en de andere meisjes prinsessen zijn die door de betovering van Kastchei gevangen zijn. Bij de dageraad moeten de meisjes terugkeren naar Kastchei's paleis; Ivan breekt de poort open en er klinkt een carillon waardoor hij wordt ontdekt door de wachtmonsters van Kastchei. Ivan wacht het lot van de andere mannen: hij zal in steen veranderen. Ivan herinnert zich de veer van de Vuurvogel; hij zwaait er mee en de vogel verschijnt en betovert Kastchei en zijn volgelingen die hierdoor een grote wilde helledans uitvoeren; vervolgens zingt de Vuurvogel een slaaplied en Kastchei en de zijnen vallen in slaap. De Vuurvogel onthult Ivan het geheim van Kastchei's onsterfelijkheid en brengt hem naar de grot waar het ei is verstopt. Ivan opent het kistje en smijt het ei kapot; de tovenaar sterft meteen, de betoveringen worden verbroken en de gevangenen zijn weer vrij. Ivan en zijn Tsarevna trouwen.

Suites en transcripties[bewerken]

Suites[bewerken]

  • De Eerste concertsuite, die 'suite tirée du conte dansé' "L'Oiseau de Feu" ' op het titelblad wordt genoemd, werd in 1911 gemaakt. De orkestratie is min of meer gelijk aan het complete werk. Het werk werd met gebruikmaking van dezelfde drukplaten uitgegeven, met kleine aanpassingen om een toepasselijk slot aan de delen te geven.De delen van deze suite zijn (waarbij de nummers naar de volledige indeling hierboven verwijzen):
    • Introductie – 'Kachcheï's betoverde tuin' – 'Dans van de Vuurvogel' (nummers 1 tm 4, met weglating van onderdelen)
    • 'Smeekbede van de Vuurvogel' (nummer 6)
    • 'Het spel van de Prinsessen met de gouden appels' (nummer 8)
    • 'De khovorod van de Prinsessen (nummer 10)
    • Helse dans van al Kachcheï's onderdanen
  • De Tweede concertsuite werd in 1919 in Morges geschreven voor een kleiner orkest. De delen van deze suite zijn:
    • Introductie – 'De Vuurvogel en zijn dans' – Variatie van de Vuurvogel (nummer 1, delen van nummer 2, 3 en 4)
    • 'De khovorod van de Prinsessen (nummer 10)
    • 'Helse dans van Koning Kachcheï' (nummer 16)
    • 'Slaaplied' (nummer 17, aangevuld met paar maten als coda en wat maten uit de inleidende sostenuto tot de Finale, nummer 19)
    • Finale (nummer 19, zonder de sostenuto)
  • De Derde orkestsuite ('Ballet Suite' genoemd) werd in 1945 gemaakt dezelfde kleinere orkestbezetting als de tweede suite. De delen van deze suite zijn:
    • Introductie – 'Prelude en dans van de Vuurvogel' – 'Variaties (Vuurvogel)' (zelfde als tweede suite, met kleine wijzigingen in de instrumentatie)
    • 'Pantomime I' (diverse fragmenten uit volledig werk)
    • 'Pas de deux: Vuurvogel en Ivan Tsarevitch (deels nummer 6)
    • 'Pantomime II' (diverse fragmenten uit volledig werk)
    • 'Scherzo: Dans van de Prinsessen' (nummer 8)
    • 'Pantomime III' (nummer 9)
    • 'Rondo' (Khovorod; zelfde als tweede suite, met kleine wijzigingen in de instrumentatie)
    • 'Helse dans' (zelfde als tweede suite, met kleine wijzigingen in de instrumentatie)
    • 'Slaaplied (Vuurvogel)' (idem)
    • 'Slothymne' (idem)

Transcripties[bewerken]

  • Berceuse. Dit onderdeel werd afzonderlijk gepubliceerd met beperkte blazerspartijen door de uitgever Jurgenson in 1912
  • Prélude et Ronde des Princesses voor viool en piano, werd in 1929 geschreven en opgedragen aan Paul Kochanski
  • Berceuse voor viool en piano, uit 1929, werd eveneens aan Paul Kochanski
  • Berceuse in een nieuwe transcriptie voor viool en piano uit 1933 door Stravinsky en Samuel Dushkin. Dushkin had zelf in 1931 al een transcriptie gemaakt die Stravinsky niet erg beviel
  • Scherzo voor viool en piano uit 1933 voor viool en piano
  • Summer Moon, met een tekst van John Klenner, op een variant van de melodie voor de Khovorod van de Prinsessen (nummer 10). *Stravinky's aandeel in deze transcriptie is minimaal geweest.
  • Canon on a Russian Popular Tune voor orkest

Literatuur[bewerken]

  • Boucourechliev, André (1987), Stravinsky (vertaling in het Engels vanuit het Frans), New York, Holmes & Meier
  • Stravinsky, Igor en Robert Craft (2002), Memories and Commentaries, Londen, Faber and Faber
  • Stravinsky, Igor en Robert Craft (1972), Themes and Conclusions, Londen, Faber abd Faber
  • White, Eric Walter (1979), Stravinsky.The Composer and his Works, Londen, Faber and Faber

Geselecteerde discografie[bewerken]

  • Complete ballet (1910)
    • Columbia Symphony Orchestra o.l.v. Igor Stravinsky ('Igor Stravinsky Edition' in het deel 'Ballets Vol. I', Sony Classical 3 cd's SM3K 46 291)
    • Chicago Symphony Orchestra o.l.v. Pierre Boulez (samen met Feu d'artifice en Quatre Etudes pour orchestre; DGG 437 850-2)
    • City of Birmingham Symphony Orchestra o.l.v. Simon Rattle (met de 'Quatre etudes' en 'Scherzo à la russe'; EMI 7 49178 2)
  • Balletsuites:
    • Eerste orkestsuite: BBC Symphony Orchestra o.l.v. Pierre Boulez (met 'Pulcinella-suite', 'Scherzo fantastique' en de twee 'Suites voor klein orkest'; Sony Classical SMK 45 843)
    • Derde orkestsuite: Columbia Symphony Orchestra o.l.v. Igor Stravinsky ('Igor Stravinsky Edition' in het deel 'Ballet Suites', Sony Classical SMK 46 293)