Openbaarheid van bestuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Openbaarheid van Bestuur)
Ga naar: navigatie, zoeken
Korte video over de geschiedenis van de "Wet Openbaarheid van Bestuur" in Nederland

Openbaarheid van bestuur is een algemeen rechtsbeginsel waar uit voortvloeit dat de burger het recht heeft te weten welke informatie er bij de overheid berust. Dit beginsel is in de wetgeving van meerdere landen uitgewerkt.

Nederland[bewerken]

De Wet openbaarheid van bestuur (Wob) uit 1980 regelt de openbaarheid van informatie door de overheid. Openbaarmaking is een plicht van elk bestuursorgaan, het is het juridische uitgangspunt. Geheimhouding hoort altijd een - gemotiveerde - uitzondering te blijven. Openbaarheid is als rechtstoestand door rechters vast te stellen, maar openheid (een mentaliteit) niet. Voor Wob-critici wrikt juist daar de schoen. De wet garandeert eenieder de mogelijkheid om informatie over een bestuurlijke aangelegenheid bij een bestuursorgaan (bijvoorbeeld een ministerie, provincie of gemeente) op te vragen. De Wob is geen documentenwet zoals de openbaarheidsregels bij de Europese Unie, van de VS en van bijvoorbeeld Zweden, maar een informatiewet. Zo kan het ook om gegevens op een USB-stick of harde schijf gaan of om een foto of aantekeningen op een gele memosticker. De overheid heeft het laatste woord over de vorm van de gegevensverstrekking, dat kan ook mondeling zijn. Regelmatig moeten journalisten en anderen deze wet gebruiken om informatie op te eisen die eerder geweigerd werd. Dat wordt wobben genoemd. De Wob verplicht de overheid trouwens niet alleen om informatie desgevraagd openbaar te maken: een onderbelicht feit is dat zij dit ook uit eigen beweging hoort te doen, zodra dat goed is voor de democratie. Het vakgebied van de overheidscommunicatie en -informatie kreeg door de Wob een juridisch fundament.

De wet begint als volgt:

Alzo wij in overweging genomen hebben, dat het, mede gelet op artikel 110 van de Grondwet, met het oog op een goede en democratische bestuursvoering wenselijk is gebleken de regelen met betrekking tot de openheid en openbaarheid van bestuur aan te passen en deze zo veel mogelijk in de wet op te nemen.

Persoonlijke beleidsopvattingen, privacygevoelige informatie zoals strafbladen en stukken die concurrentiegevoelige informatie van bedrijven bevatten, zijn uitgesloten van de mogelijkheid om ze met een beroep op de wet Wob in te zien. Maar ook hierop zijn uitzonderingen mogelijk gemaakt door de rechter en het Verdrag van Aarhus.

Uitvoering door het Rijk

De Raad van State heeft een uitzondering gemaakt voor de correspondentie die tussen koning en ministerraad gevoerd wordt en bij het Kabinet van de Koning berust. De RvS beschouwt het Kabinet van de Koning niet als een bestuursorgaan. Ook correspondentie tussen de Prins van Oranje en het Kabinet van de Koning valt volgens de bestuursrechter niet onder de Wob.[1]

Wanneer een stuk van de ministerraad in het Koninklijk Huisarchief is beland kan het met een beroep op de archiefwet noch met de Wob worden ingezien.[2]

Kosten en middelen

Voor het verstrekken van kopieën van documenten op een Wob-verzoek mag het Rijk een vergoeding in rekening brengen. Die is vastgelegd in het Besluit tarieven openbaarheid van bestuur. Voor het verstrekken van kopieën van schriftelijke stukken, bedraagt deze:

  • voor minder dan 6 kopieën: gratis;
  • voor 6 tot 13 kopieën: € 4,50;
  • voor 14 of meer kopieën: € 0,35 per kopie.

Voor kopieën van een ander materiaal bedraagt deze niet meer dan de kostprijs. Voor een uittreksel of een samenvatting van een document bedraagt de vergoeding € 2,25 per pagina. Dergelijke vergoedingen zijn zelden kostendekkend. Echter het aantal Wob-verzoeken is jaarlijks niet dermate groot dat de uitvoering van de wet tot grote kosten heeft geleid.

Uitvoering door gemeenten

Gemeenten moeten inzage geven in bouwverslagen met derden. Concurrentiegevoelige informatie wordt daarvan uitgesloten. Inzake bijzondere persoonsgegevens en privacygevoelige gegevens van natuurlijke personen (ergo, geen bedrijven) geldt de Wet bescherming persoonsgegevens.

Kosten en middelen

Voor gemeenten (maar ook voor provincies en waterschappen) geldt dat als zij een vergoeding vragen er eerst vergoedingenregels moeten zijn vastgesteld en bekendgemaakt. De gemeente moet dit in een (leges) verordening vastleggen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten geeft aan, dat bij het vaststellen van de vergoedingenregels aansluiting gezocht kan worden bij de tarieven van het Rijk. Dergelijke vergoedingen zijn zelden kostendekkend. Echter het aantal Wob-verzoeken is jaarlijks niet dermate groot dat de uitvoering van de wet tot grote kosten heeft geleid. Wel is er vanaf oktober 2009 een stijging merkbaar door de komst van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Tegelijkertijd met deze nieuwe wet werd de beslistermijn van de Wet openbaarheid van bestuur verdubbeld van twee naar vier weken (de tijd tussen het informatieverzoek en de honorering of (gedeeltelijke) afwijzing), uitgezonderd Wob-verzoeken met betrekking tot milieu-informatie waarbij de beslistermijn twee weken bleef. Wel heeft het bestuursorgaan de mogelijkheid de beslissing te verdagen met nog eens vier weken, maar moet dit wel schriftelijk laten weten vóór het verstrijken van de eerste termijn van vier weken. Nu moet eveneens tegelijkertijd met de beslissing van het bestuursorgaan over het wel of niet inwilligen van het openbaarmakingsverzoek de gevraagde informatie worden verstrekt aan de verzoeker binnen vier weken.

België[bewerken]

In België is de openbaarheid van bestuur in 1993 vastgelegd in de Grondwet, artikel 32:

Ieder heeft het recht elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen, behoudens in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald door de wet, het decreet of de regel bedoeld in artikel 134.

Zowel de Belgische federale wetgever als het Vlaams Parlement en de andere wetgevende instanties hebben vervolgens, ieder voor zich, een regeling uitgewerkt. Zie onder andere:

  • Federale wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur
  • Federale wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten
  • Vlaams decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur[3]
  • Brusselse ordonnantie van 30 maart 1995 betreffende de openbaarheid van bestuur

Het Waals Gewest, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap vaardigden soortgelijke decreten uit. In het Frans spreekt men van transparence administrative.

In al deze regelgevingen wordt een onderscheid gemaakt tussen actieve en passieve openbaarheid. Actieve openbaarheid houdt in dat de overheden op een systematische manier de burgers informeren over het gevoerde beleid. Passieve openbaarheid houdt in dat de burgers mogen verzoeken bepaalde bestuursdocumenten te zien.

Op federaal niveau controleren de Federale commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten (CTB) en de Federale Beroepscommissie voor de toegang tot milieu-informatie of overheidsdiensten (BTM) al dan niet terecht het openbaarmaken van bestuursdocumenten weigeren. De BTM is een beroepsorgaan en kan zelf beslissen om documenten vrij te geven in plaats van de overheidsdienst. De CTB heeft slechts een adviesbevoegdheid. Wanneer een overheidsdienst de openbaarmaking blijft weigeren, kan de CTB daar niets aan doen. Ze klaagt deze problematiek al jaren aan in haar jaarrapporten.[4]

Vlaanderen[bewerken]

Het decreet openbaarheid van bestuur voorziet dat nagenoeg elk voltooid document waarover een bestuur beschikt die onder de bevoegdheid valt van de Vlaamse overheid door iedereen kan worden opgevraagd. Zo is ook een studie opgemaakt in opdracht van een bestuur openbaar zodra het studiebureau dat verantwoordelijk was voor de opdracht besluit dat haar taak volbracht is en de studieresultaten geleverd zijn aan het bestuur. De beslissingsprocedure die eventueel het gevolg is van de resultaten van de studie heeft geen invloed op het openbaar karakter van een voltooide opdracht.

Elke burger kan door een eenvoudige vraag per brief, mail of fax zonder motivatieplicht mits verwijzing naar het decreet een kopie opvragen van een bestuursdocument. Tevens kan de aanvrager zelf bepalen op welke wijze hij een kopie wenst te verkrijgen. Zo kan de aanvrager naast een schriftelijke kopie ook een digitale kopie vragen van een document. Binnen de 15 dagen na registratie van de aanvraag door het bestuur moet dit bestuur de vraag beantwoorden. Indien een bestuur niet binnen de voorziene periode antwoordt, kan de aanvrager klacht neerleggen bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur. De beroepsinstantie onderzoekt de klacht en oordeelt er over binnen een termijn van 30 dagen. Alle beslissingen van de beroepsinstantie worden sinds 2004 gepubliceerd op het web.[5]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Zie W. Hins (2007), De Wob en het Kabinet van de Koningin [1]
  2. Uitspraak van de RvS over het rapport van de Commissie van Drie Wijze Mannen over de zaak Greet Hofmans-affaire
  3. : Vlaams decreet van 26 maart 2004, bezocht op 11 maart 2012
  4. Jaarverslagen Federale Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten, bezocht 15 juni 2012
  5. Beslissingen Beroepsinstantie inzake de openbaarheid van bestuur, bezocht 18 juni 2012