Paas- en pinksterdatum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Paas- en Pinksterdatum)
Ga naar: navigatie, zoeken

Het paasfeest wordt in het christendom in principe gevierd op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente. Ter vereenvoudiging wordt hierbij echter uitgegaan van een berekende datum op basis van een vereenvoudigde voorstelling van de beweging van de hemellichamen, waarbij men gebruikmaakt van de epacta. Paaszondag valt ongeveer in het midden van de jaarlijkse paascyclus en bepaalt ook wanneer de andere kerkelijke feestdagen binnen deze cyclus vallen. Zo valt Aswoensdag, waarmee de vasten begint, altijd 46 dagen vóór Pasen (er zijn veertig vastendagen, de zondagen in deze periode tellen niet mee), Hemelvaartsdag altijd 39 dagen later, Pinksteren altijd op de 7e zondag na Pasen, de 49ste dag na Pasen of 50ste dag van Pasen (in het Oudgrieks: πεντηκοστή (ἡμέρα); pentekostē (hēmera), 50, waarvan Pinksteren afgeleid is).

Ook de data van het hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid (zondag na Pinksteren), Sacramentsdag (tweede donderdag na Pinksteren), Sacramentszondag (tweede zondag na Pinksteren) en het hoogfeest van het Heilig Hart (derde vrijdag na Pinksteren) zijn aan de paasdatum verbonden.

Geschiedenis[bewerken]

In de eerste eeuwen vierde de christelijke kerk Pasen op dezelfde dag als het joodse Pesach (de 14e Nisan), maar het Concilie van Nicaea wilde in 325 overgaan tot een zelfstandige berekening van de paasdatum. De regels van dit concilie gaan uit van een vereenvoudigde berekening met de gemiddelde posities van zon en maan (cirkelvormige banen en vaste snelheid) en 21 maart 0:00 uur als vast begin van de lente. De ware maan wijkt tegenwoordig tot ± 0,7 dag af van de gemiddelde maan, en het astronomische begin van de lente (zie lentepunt) varieert b.v. tussen 19 maart 9:00 (CET) in het jaar 2096 en 21 maart 21:00 (CET) in het jaar 1903. Daardoor ontstaan soms verschillen tussen de kerkelijke en de astronomische paasdatum ("paasparadoxiën").

Aanvankelijk werden de regels op verschillende manieren toegepast. Bijvoorbeeld vierde in 387 Rome op 21 maart Pasen, Alexandrië op 25 april en andere kerken op 18 april. De Scytische monnik Dionysius Exiguus stelde in het jaar 525 in Rome tabellen en een rekenschema op volgens de Alexandrijnse regels. Hij paste de berekening zo aan dat Pasen op zijn vroegst op 22 maart en uiterlijk op 25 april valt. De Paus besloot voortaan Pasen te vieren volgens deze regels en tabellen en de bepaling van de paasdatum over te dragen aan de patriarch (bisschop) van Alexandrië.

Sinds het jaar 532 (het begin van de paastabellen van Dionysius Exiguus) liggen de data vast, maar pas in de 9e eeuw werden de zo berekende paasdata algemeen aanvaard door de Christenen. In de middeleeuwen bemerkte men echter dat de berekende paasdata merkbaar begonnen af te wijken van de hemelverschijnselen. Zo viel het begin van de astronomische lente steeds vroeger, in de 16e eeuw was deze al tot 11 maart vooruitgeschoven. Ook de datum voor de kerkelijke volle maan kon tot drie dagen afwijken van de astronomische volle maan. In die tijd hanteerde men de juliaanse kalender door Julius Caesar ingevoerd in het jaar 46 voor Christus, waarin men strikt om de vier jaar een schrikkeldag invoerde.

De invoering van de gregoriaanse kalender door Paus Gregorius XIII in 1582 moest ook een oplossing bieden voor deze problemen. Eerst liet men tien dagen weg, zodat het begin van de astronomische lente weer rond 21 maart viel. Een kleine wijziging van de schrikkeljaarregeling moest er voor zorgen dat dit in de toekomst ook zo bleef. Voor de berekening van de kerkelijke volle maan werd een door de Italiaanse sterrenkundige Aloisius Lilius voorgestelde verbetering van de regels doorgevoerd, zodat deze ook gemiddeld in overeenstemming zou blijven met de astronomische volle maan. Door de uitvallende schrikkeljaren was er geen simpel verband meer tussen het gulden getal en de epacta en door de 8 extra maandagen per 2500 jaar waren verdere aanpassingen nodig.Bovendien moest hij niet té veel afwijken van de vorige berekeningen omdat dit anders de reputatie van vroegere wijsgeren (en daarmee de kerk) zou schaden. Een commissie onder voorzitterschap van Christoph Clavius (waarin onder andere Niklaus Koppernigk (Copernicus) en Aloisius Lilius plaatshadden) heeft toen nog wel een vaste paasdatum voorgesteld, maar dat is verworpen omdat het een té grote breuk met het verleden was. Verder waren er nog wat futiele verschillen tussen de door Christoph Clavius berekende paasmaan en de echte maan, zo was er op eerste paasdag 1903 een maansverduistering. Verder was toen ook al bekend dat er een zuidelijk halfrond was, dus werd er gesteld dat omdat Jezus op het noordelijk halfrond geleefd had, de mensen op het zuidelijk halfrond zich moesten houden aan de noordelijke lente.

Methode van Gauss[bewerken]

De Duitse geleerde Carl Friedrich Gauss publiceerde in 1800 een wiskundig algoritme waarmee de paasdatum voor een willekeurig jaar berekend kan worden. Gauss maakte toch een fout: hij hield niet goed rekening met de maancorrectie, zodat bijvoorbeeld zijn paasdatum voor 4200 uitkomt op 13 april in plaats van 20 april. De methode van Gauss loopt als volgt:

  1. Bepaal het gulden getal:
    Deel het jaartal door 19, neem de rest, en tel er 1 bij op (zoals Dionysius). Noem dit getal G. Voor het jaar 1991 geldt G = 16.
  2. Bepaal het eeuwtal:
    Geheeldeel het jaartal door 100 en tel daar 1 bij op. Noem dit getal C. Voor het jaar 1991 geldt C = 20.
  3. Corrigeer vervolgens voor jaren die geen schrikkeljaar zijn:
    Vermenigvuldig C met 3, geheeldeel het resultaat door 4 en trek er 12 van af. Noem dit getal X. Voor de twintigste en eenentwintigste eeuw geldt X = 3.
  4. Maancorrectie:
    Neem 8 maal C, tel er 5 bij op, geheeldeel dit door 25 en trek er 5 vanaf. Noem dit getal Y. Voor de twintigste en eenentwintigste eeuw geldt: Y = 1.
  5. Zoek de zondag:
    Vermenigvuldig het jaartal met 5, geheeldeel de uitkomst door 4, trek er X en 10 vanaf, en noem dit getal Z. Voor 1991 geldt: Z = 2475.
  6. Bepaal de epacta:
    11 maal G + 20 + Y. Trek daarvan X af, geheeldeel het resultaat door 30 en noem de rest E. Als E gelijk is aan 24, of als E gelijk is aan 25 en het gulden getal is groter dan 11, tel dan 1 bij E op. De Epacta voor 1991 is 14.
  7. Bepaal de volle maan:
    Trek E af van 44. Noem dit getal N. Als N kleiner is dan 21, tel er dan 30 bij op. Voor 1991 geldt: N = 30
  8. Nu door naar zondag:
    Tel Z en N op. Geheeldeel het resultaat door 7 en trek de rest af van N+7. Noem dit getal P. Voor 1991 geldt: P = 31.
  9. Paasdatum: Als P groter is dan 31, trek er dan 31 vanaf, en de paasdatum valt in april. Anders is de paasdag P in maart. Zo wordt voor 1991 gevonden 31 maart.

Afwijkende paasdata[bewerken]

In veel Oosters-orthodoxe Kerken bleef de oude juliaanse kalender (met de Dionysiaanse paasdatum-berekening) tot in de 20ste eeuw in gebruik. Een conferentie van Oosters-Orthodoxe Kerken in Constantinopel stelde in 1923 een nieuwe kerkelijke kalender voor, die tot 2800 overeenstemt met de gregoriaanse kalender; de paasdatum zou op basis van astronomische waarnemingen bepaald worden. De autocefale Kerk van Roemenië nam deze kalender en de astronomische paasdatum over. Griekenland nam in 1924 wel de kalender over, maar de Grieks-orthodoxe Kerk bleef voor de berekening van de datum voor het Pasen en de daarmee samenvallende cyclus (niet van de andere feestdagen!) bij de juliaanse kalender. In andere orthodoxe Kerken is de juliaanse kalender ook tegenwoordig nog in gebruik voor alle feestdagen (zie ook de uitleg bij de gregoriaanse kalender).

De Quartodecimanen (genoemd naar Latijn quartodecimus = veertiende) vierden Pasen net als de Joden strikt op de 14e Nisan, onafhankelijk ervan welke weekdag het is.

Tabel met data Pasen, Hemelvaartsdag en Pinksteren[bewerken]

Onderstaande tabel geeft de data voor de huidige tijd. De volgende data kunnen gemakkelijk worden afgeleid:

jaar Vastenavond
(dinsdag)
Eerste paasdag
(zondag)
Hemelvaart
(donderdag)
Eerste pinksterdag
(zondag)
Vroegst 3 februari ~ 22 maart 30 april 10 mei
Laatst 9 maart 25 april 3 juni 13 juni
2004 24 februari 11 april 20 mei 30 mei
2005 8 februari 27 maart 5 mei 15 mei
2006 28 februari 16 april 25 mei 4 juni
2007 20 februari 8 april 17 mei 27 mei
2008 5 februari 23 maart 1 mei 11 mei
2009 24 februari 12 april 21 mei 31 mei
2010 16 februari 4 april 13 mei 23 mei
2011 8 maart 24 april 2 juni 12 juni
2012 21 februari 8 april 17 mei 27 mei
2013 12 februari 31 maart 9 mei 19 mei
2014 4 maart 20 april 29 mei 8 juni
2015 17 februari 5 april 14 mei 24 mei
2016 9 februari 27 maart 5 mei 15 mei
2017 28 februari 16 april 25 mei 4 juni
2018 13 februari 1 april 10 mei 20 mei
2019 5 maart 21 april 30 mei 9 juni
2020 25 februari 12 april 21 mei 31 mei
2021 16 februari 4 april 13 mei 23 mei
2022 1 maart 17 april 26 mei 5 juni
2023 21 februari 9 april 18 mei 28 mei
2024 13 februari 31 maart 9 mei 19 mei
2025 4 maart 20 april 29 mei 8 juni
2026 17 februari 5 april 14 mei 24 mei
2027 9 februari 28 maart 6 mei 16 mei
2028 29 februari 16 april 25 mei 4 juni
2029 13 februari 1 april 10 mei 20 mei
2030 5 maart 21 april 30 mei 9 juni

~ In een schrikkeljaar 4 februari

Toekomstige ontwikkelingen[bewerken]

Verscheidene kerken proberen de verschillen in paasdatum te overbruggen en terug te keren naar één berekening voor de gehele christenheid[bron?]. De grootste kans op acceptatie maakt het vieren van Pasen volgens de astronomische waarneming van lentebegin en volle maan[bron?].

Trivia[bewerken]

Een spreekwoord zegt: Dat gebeurt als Pasen en Pinksteren op één dag vallen, de betekenis hiervan is: Dit zal nooit gebeuren, immers: Pasen en Pinksteren kúnnen niet op een dag vallen.

Bron[bewerken]

Een eerdere versie van de tekst op deze pagina is afkomstig van de website van het KNMI, met daarbij de vermelding: Met dank aan Rob van Gent, Universiteit Utrecht.

Verder komt veel informatie uit een artikel geschreven door Hans van Maanen in Het Parool van 30 maart 1991.

Zie ook[bewerken]

Paasdagberekeningen[bewerken]