Steekmuggen
| Steekmuggen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stegomyia aegypti | |||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||
|
|||||||||
| Familie | |||||||||
| Culicidae |
|||||||||
| Afbeeldingen Steekmuggen op |
|||||||||
| Steekmuggen op |
|||||||||
|
|||||||||
Steekmuggen (Culicidae) zijn een familie van muggen (onderorde Nematocera) die behoren tot de tweevleugeligen (Diptera). Soorten uit deze familie worden vaak muskieten genoemd. De wijfjes zuigen bloed met de monddelen, ze hebben geen angel (zie insectenbeet en insectensteek). Ze zouden dus eigenlijk bijtmuggen moeten heten.
Er zijn duizenden soorten die bijten, althans de vrouwtjes die het bloed nodig hebben voor de ontwikkeling van de eitjes. De meeste soorten leven 's nachts. De beruchtste soorten zijn de malariamuggen. Ook de tijgermug is gevaarlijk omdat deze ernstige ziektes verspreidt, zoals de West-Nijlziekte, Japanse encefalitis, chikungunya, dengue (knokkelkoorts) en gele koorts. Deze muggen leven 40 à 50 dagen en zetten gedurende hun leven meerdere keren eitjes af. Steekmuggen zijn echter niet de enige muggenfamilie met bijtende soorten, ook soorten uit andere families (kriebelmuggen of Simuliidae en knutten of Ceratopogonidae) bijten en kunnen ziektes overbrengen.
Steekmuggen maken een zoemend geluid dat goed hoorbaar is als de mug dichtbij komt. Dit heeft deels te maken met de voortplanting van de muggen. Ze leven in het donker en kunnen elkaar moeilijk vinden, muggen gebruiken daarom geluid om elkaar te kunnen lokaliseren in het donker. Alleen de (stekende) vrouwtjes maken zoemgeluiden, die worden opgevangen door de geveerde antennes van de mannetjes. Iedere soort produceert een iets ander geluid, zodat de mannetjes niet paren met een vrouwtje van een andere soort.
Steekmuggen komen over de hele wereld voor, behalve in heel koude gebieden, zoals rond de polen. Het verspreidingsgebied van veel soorten wordt groter door de opwarming van de aarde, onder andere de malariamug rukt op naar het noorden. In Nederland en België zijn steekmuggen hooguit irritant, maar ze zijn wereldwijd verantwoordelijk voor de dood van 1 op de 17 mensen: jaarlijks worden ongeveer 700 miljoen mensen besmet met een door steekmuggen verspreide ziekte.
Steekmuggen gebruiken zicht maar nemen voornamelijk geuren en temperatuursverschillen waar om de gastheer op te sporen. De meeste muggen, zoals de Culex pipiens bijten zoogdieren en vogels, die eerst visueel worden opgespoord. Geuren en warmteverschillen worden pas opgemerkt als de mug dichterbij is. Muggen hebben aanpassingen om stoffen die door dieren worden uitgescheiden waar te nemen. Het gaat dan niet om ontlasting of urine maar geschat wordt dat zo'n 300 tot 400 verschillende stoffen worden uitgescheiden door het zweten, en zo'n 100 verschillende stoffen bij het uitademen.[1]
Inhoud |
Soorten[bewerken]
Inmiddels zijn er 3527[2] soorten beschreven, waarvan er 36[3] in Nederland voorkomen.
Taxonomie[bewerken]
De familie van steekmuggen bevat de volgende taxa:[4]
- Onderfamilie Anophelinae Grassi, 1900
- Geslacht Anopheles Meigen, 1818 (465 soorten)
- Ondergeslacht Anopheles Meigen,1818
- Ondergeslacht Baimaia Harbach, Rattanarithikul & Harrison, 2005
- Ondergeslacht Cellia Theobald, 1902
- Ondergeslacht Kerteszia Theobald, 1905
- Ondergeslacht Lophodomyia Antunes, 1937
- Ondergeslacht Nyssorhynchus Blanchard, 1902
- Ondergeslacht Stethomyia Theobald, 1902
- Geslacht Bironella Theobald, 1905 (8 soorten)
- Ondergeslacht Bironella Theobald, 1905
- Ondergeslacht Brugella Edwards, 1930
- Ondergeslacht Neobironella Tenorio, 1977
- Geslacht Chagasia Cruz, 1906 (5 soorten)
- Geslacht Anopheles Meigen, 1818 (465 soorten)
- Onderfamilie Culicinae Meigen, 1818
- Geslachtengroep Aedeomyiini
- Geslacht Aedeomyia Theobald, 1901
- Geslachtengroep Aedini Neveu-Lemaire, 1902
- Geslacht Abraedes Zavortink, 1970 (1 soort, in het zuidwesten van de Verenigde Staten)
- Geslacht Acartomyia Theobald, 1903 (3 soorten, in de kustgebieden van de Middellandse Zee en gebieden van de voormalige Sovjet-Unie)
- Geslacht Aedes Meigen, 1818 (12 soorten, in het Nearctisch en Palearctisch gebied)
- Geslacht Aedimorphus Theobald, 1903 (67 soorten)
- Geslacht Alanstonea Mattingly, 1960 (2 soorten, in het zuidoosten van Azië)
- Geslacht Albuginosus Reinert, 1987 (9 soorten, in het Afrotropisch gebied)
- Geslacht Armigeres Theobald, 1901 (58 soorten)
- Ondergeslacht Armigeres Theobald, 1901
- Ondergeslacht Leicesteria Theobald, 1904
- Geslacht Ayurakitia Thurman, 1954 (2 soorten, in het Oriëntaals gebied)
- Geslacht Aztecaedes Zavortink, 1972 (1 soort, in Mexico)
- Geslacht Belkinius Reinert, 1982 (1 soort, in de Filipijnen)
- Geslacht Bifidistylus Reinert, Harbach & Kitching, 2009 (2 soorten, in het Afrotropisch gebied)
- Geslacht Borichinda Harbach & Rattanarithikul, 2007 (1 soort, in het noorden van Thailand)
- Geslacht Bothaella Reinert, 1973 (6 soorten, in het zuidoosten van Azië)
- Geslacht Bruceharrisonius Reinert, 2003 (8 soorten)
- Geslacht Cancraedes Edwards, 1929 (10 soorten)
- Geslacht Catageiomyia Theobald, 1903 (1 soort, in het Afrotropisch gebied)
- Geslacht Catatassomyia Dyar & Shannon, 1925 (1 soort, in de Filipijnen)
- Geslacht Christophersiomyia Barraud, 1923 (5 soorten)
- Geslacht Collessius Reinert, Harbach & Kitching, 2006 (9 soorten)
- Ondergeslacht Alloeomyia Reinert, Harbach & Kitching, 2008
- Ondergeslacht Collessius Reinert, Harbach & Kitching, 2006
- Geslacht Cornetius Huang, 2005 (1 soort)
- Geslacht Dahliana Reinert, Harbach & Kitching, 2006 (3 soorten in het Palearctisch gebied)
- Geslacht Danielsia Theobald, 1904 (3 soorten, in het Oriëntaals gebied)
- Geslacht Dendroskusea Edwards, 1929 (5 soorten, in India en Sri Lanka)
- Geslacht Diceromyia Theobald, 1911 (14 soorten)
- Geslacht Dobrotworskyius Reinert, Harbach & Kitching, 2006 (7 soorten, in Australië)
- Geslacht Downsiomyia Vargas, 1950 (30 soorten)
- Geslacht Edwardsaedes Belkin, 1962 (3 soorten)
- Geslacht Elpeytonius Reinert, Harbach & Kitching, 2009 (2 soorten, in sub-Sahara Afrika)
- Geslacht Eretmapodites Theobald, 1901 (48 soorten, in het Afrotropisch gebied)
- Geslacht Finlaya Theobald, 1903 (36 soorten)
- Geslacht Fredwardsius Reinert, 2000 (1 soort)
- Geslacht Georgecraigius Reinert, Harbach & Kitching, 2006 (3 soorten)
- Ondergeslacht Georgecraigius Reinert, Harbach & Kitching, 2006
- Ondergeslacht Horsfallius Reinert, Harbach & Kitching, 2006
- Geslacht Geoskusea (10 soorten)
- Geslacht Gilesius Reinert, Harbach & Kitching, 2006 (1 soort)
- Geslacht Gymnometopa Coquillett, 1906 (1 soort)
- Geslacht Haemagogus Williston, 1896 (28 soorten)
- Ondergeslacht Conopostegus Dyar, 1925
- Ondergeslacht Haemagogus Williston, 1896
- Geslacht Halaedes Belkin, 1962 (3 soorten)
- Geslacht Heizmannia Ludlow 1905 (38 soorten)
- Ondergeslacht Heizmannia Ludlow 1905
- Ondergeslacht Mattinglyia Lien, 1968
- Geslacht Himalaius Reinert, Harbach & Kitching, 2006 (2 soorten, India en Nepal)
- Geslacht Hopkinsius Reinert, Harbach & Kitching, 2008 (7 soorten)
- Ondergeslacht Hopkinsius Reinert, Harbach & Kitching, 2008
- Ondergeslacht Yamada Reinert, Harbach & Kitching, 2008
- Geslacht Howardina Theobald, 1903 (34 soorten, in het Neotropisch gebied)
- Geslacht Huaedes Huang, 1968 (3 soorten, in Nieuw-Guinea)
- Geslacht Hulecoeteomyia Theobald, 1904 (13 soorten)
- Geslacht Indusius Edwards, 1934 (1 soort, in Pakistan))
- Geslacht Isoaedes Reinert, 1979 (1 soort, in Thailand)
- Geslacht Jarnellius Reinert, Harbach & Kitching, 2006 (5 soorten)
- Geslacht Jihlienius Reinert, Harbach & Kitching, 2006 (3 soorten)
- Geslacht Kenknightia Reinert, 1990 (12 soorten, in zuidoost-Azië)
- Geslacht Kompia Aitkin, 1941 (1 soort)
- Geslacht Leptosomatomyia Theobald, 1905 (1 soort)
- Geslacht Levua Stone & Bohart, 1944 (1 soort, in de Fiji-eilanden)
- Geslacht Lewnielsenius Reinert, Harbach & Kitching, 2006 (1 soort)
- Geslacht Lorrainea Belkin, 1962 (5 soorten)
- Geslacht Luius Reinert, Harbach & Kitching, 2008 (1 soort, in China)
- Geslacht Macleaya Theobald, 1903 (11 soorten)
- Ondergeslacht Chaetheruiomyia Theobald, 1910
- Ondergeslacht Macleaya Theobald, 1903
- Geslacht Molpemyia Theobald, 1910 (3 soorten, in Australië)
- Geslacht Mucidus Theobald, 1901 (14 soorten)
- Geslacht Neomelaniconion Newstead, 1907 (28 soorten)
- Geslacht Ochlerotatus Lynch Arribalzaga, 1891 (197 soorten)
- Ondergeslacht Buvirilia Reinert, Harbach & Kitching, 2008
- Ondergeslacht Chrysoconops Goeldi, 1905
- Ondergeslacht Culicada Felt, 1904
- Ondergeslacht Culicelsa Felt, 1904
- Ondergeslacht Empihals Reinert, Harbach & Kitching, 2008
- Ondergeslacht Gilesia Theobald, 1903
- Ondergeslacht Juppius Reinert, Harbach & Kitching, 2009
- Ondergeslacht Lepidokeneon Reinert, Harbach & Kitching, 2009
- Ondergeslacht Ochlerotatus Lynch Arribálzaga, 1891
- Ondergeslacht Pholeomyia Reinert, Harbach & Kitching, 2008
- Ondergeslacht Protoculex Felt, 1904
- Ondergeslacht Pseudoskusea Theobald, 1907
- Ondergeslacht Rusticoidus Shevchenko & Prudkina, 1973
- Ondergeslacht Woodius Reinert, Harbach & Kitching, 2009
- Geslacht Ochlerotatus sensu auctorum (69 soorten)
- Ondergeslacht Coetzeemyia Huang et al, 2010 sensu auctorum
- Ondergeslacht Finlaya Theobald, 1903 sensu auctorum
- Ondergeslacht Protomacleaya Theobald, 1907 sensu auctorum
- Geslacht Opifex Hutton, 1902 (2 soorten)
- Ondergeslacht Nothoskusea Dumbleton, 1962
- Ondergeslacht Opifex Hutton, 1902
- Geslacht Paraedes Edwards, 1934 (8 soorten)
- Geslacht Patmarksia Reinert, Harbach & Kitching, 2006 (13 soorten)
- Geslacht Petermattinglyius ) Reinert, Harbach & Kitching, 2006 (5 soorten)
- Ondergeslacht Aglaonotus Reinert, Harbach & Kitching, 2009
- Ondergeslacht Petermattinglyius Reinert, Harbach & Kitching, 2009
- Geslacht Phagomyia Theobald, 1905 (16 soorten)
- Geslacht Polyleptiomyia Theobald, 1905 (16 soorten)
- Geslacht Pseudarmigeres Stone & Knight, 1956 (5 soorten)
- Geslacht Psorophora Robineau-Desvoidy, 1827 (48 soorten)
- Ondergeslacht Grabhamia Theobald, 1903
- Ondergeslacht Janthinosoma Lynch Arribálzaga, 1891
- Ondergeslacht Psorophora Robineau-Desvoidy, 1827
- Geslacht Rampamyia Reinert, Harbach & Kitching, 2006 (3 soorten)
- Geslacht Rhinoskusea Edwards, 1929 (4 soorten)
- Geslacht Sallumia Reinert, Harbach & Kitching, 2008 (2 soorten)
- Geslacht Scutomyia Theobald, 1904 (9 soorten)
- Geslacht Skusea Theobald, 1903 (4 soorten)
- Geslacht Stegomyia Theobald, 1901 (127 soorten)
- Ondergeslacht Actinothrix Reinert, Harbach & Kitching, 2009
- Ondergeslacht Bohartius Reinert, Harbach & Kitching, 2009
- Ondergeslacht Heteraspidion Reinert, Harbach & Kitching, 2009
- Ondergeslacht Huangmyia Reinert, Harbach & Kitching, 2009
- Ondergeslacht Mukwaya Reinert, Harbach & Kitching, 2009
- Ondergeslacht Stegomyia Theobald, 1901
- Ondergeslacht Xyele Reinert, Harbach & Kitching, 2009
- Ondergeslacht Zoromorphus Reinert, Harbach & Kitching, 2009
- Geslacht Tanakaius Reinert, Harbach & Kitching, 2004 (2 soorten)
- Geslacht Tewarius Reinert, 2006 (4 soorten)
- Geslacht Udaya Thurman, 1954 (3 soorten)
- Geslacht Vansomerenis Reinert, Harbach & Kitching, 2006 (3 soorten)
- Geslacht Verrallina Theobald, 1903 (95 soorten)
- Ondergeslacht Harbachius Reinert, 1999
- Ondergeslacht Neomacleaya Theobald, 1907
- Ondergeslacht Verrallina Theobald, 1903
- Geslacht Zavortinkius Reinert, 1999 (11 soorten)
- Geslacht Zeugnomyia Leicester, 1908 (4 soorten)
- Geslachtengroep Culicini Meigen, 1818
- Geslacht Culex Linnaeus, 1758 (768 soorten)
- Ondergeslacht Acalleomyia Leicester, 1908
- Ondergeslacht Acallyntrum Stone & Penn, 1948
- Ondergeslacht Aedinus Lutz, 1904
- Ondergeslacht Afroculex Danilov, 1989
- Ondergeslacht Allimanta Casal & García, 1968
- Ondergeslacht Anoedioporpa Dyar, 1923
- Ondergeslacht Barraudius Edwards, 1921
- Ondergeslacht Belkinomyia Adames & Galindo, 1973
- Ondergeslacht Carrollia Lutz, 1905
- Ondergeslacht Culex Linnaeus, 1758
- Ondergeslacht Culiciomyia Theobald, 1907
- Ondergeslacht Eumelanomyia Theobald, 1909
- Ondergeslacht Kitzmilleria Danilov, 1989
- Ondergeslacht Lasiosiphon Kirkpatrick, 1925
- Ondergeslacht Lophoceraomyia Theobald, 1905
- Ondergeslacht Maillotia Theobald, 1907
- Ondergeslacht Melanoconion Theobald, 1903
- Ondergeslacht Micraedes Coquillett, 1906
- Ondergeslacht Microculex Theobald, 1907
- Ondergeslacht Neoculex Dyar, 1905
- Ondergeslacht Nicaromyia González Broche & Rodríguez R., 2001
- Ondergeslacht Oculeomyia Theobald, 1907
- Ondergeslacht Phenacomyia Harbach & Peyton, 1992
- Ondergeslacht Phytotelmatomyia Rossi & Harbach, 2008
- Ondergeslacht Sirivanakarnius Tanaka, 2004
- Ondergeslacht Tinolestes llett, 1906
- Geslacht Deinocerites Theobald, 1901 (18 soorten)
- Geslacht Galindomyia Stone & Barreto, 1969 (1 soort)
- Geslacht Lutzia Theobald, 1903 (8 soorten)
- Ondergeslacht Insulalutzia Tanaka, 2003
- Ondergeslacht Lutzia Theobald, 1903
- Ondergeslacht Metalutzia Tanaka, 2003
- Geslacht Culex Linnaeus, 1758 (768 soorten)
- Geslachtengroep Culisetini Belkin, 1962
- Geslacht Culiseta Felt, 1904 (37 soorten)
- Ondergeslacht Allotheobaldia Brolemann, 1919
- Ondergeslacht Austrotheobaldia Dobrotworsky, 1954
- Ondergeslacht Climacura Howard, Dyar & Knab, 1915
- Ondergeslacht Culicella Felt, 1904
- Ondergeslacht Culiseta Felt, 1904
- Ondergeslacht Neotheobaldia Dobrotworsky, 1958
- Ondergeslacht Theomyia Edwards, 1930
- Geslacht Culiseta Felt, 1904 (37 soorten)
- Geslachtengroep Ficalbiini Belkin, 1962
- Geslacht Ficalbia Theobald, 1903 (18 soorten)
- Geslacht Mimomyia Theobald, 1903 (45 soorten)
- Ondergeslacht Etorleptiomyia Theobald, 1904
- Ondergeslacht Ingramia Edwards, 1912
- Ondergeslacht Mimomyia Theobald, 1903
- Geslachtengroep Hodgesiini
- Geslacht Hodgesia Theobald, 1904
- Geslachtengroep Mansoniini
- Geslacht Coquillettidia Dyar, 1905
- Geslacht Mansonia Blanchard, 1901
- Geslachtengroep Orthopodomyiini Belkin, Heinemann & Page, 1970
- Geslacht Orthopodomyia Theobald, 1904 (35 soorten)
- Geslachtengroep Sabethini Blanchard, 1905
- Geslacht Isostomyia Coquillett, 1906
- Geslacht Johnbelkinia Zavortink, 1979
- Geslacht Kimia Vu Duc Huong & Harbach, 2007
- Geslacht Limatus Theobald, 1901
- Geslacht Malaya Leicester, 1908
- Geslacht Maorigoeldia Edwards
- Geslacht Onirion Harbach & Peyton, 2000
- Geslacht Runchomyia Theobald
- Ondergeslacht Ctenogoeldia Edwards, 1930
- Ondergeslacht Runchomyia Theobald, 1903
- Geslacht Sabethes Robineau-Desvoidy, 1827
- Ondergeslacht Davismyia
- Ondergeslacht Peytonulus
- Ondergeslacht Sabethes
- Ondergeslacht Sabethinus
- Ondergeslacht Sabethoides
- Geslacht Shannoniana Lane & Cerqueira
- Geslacht Topomyia Leicester, 1908
- Geslacht Trichoprosopon Theobald, 1901
- Geslacht Tripteroides Giles, 1904
- Ondergeslacht Polylepidomyia
- Ondergeslacht Rachionotomyia
- Ondergeslacht Rachisoura
- Ondergeslacht Tricholeptomyia
- Ondergeslacht Tripteroides
- Geslacht Wyeomyia Theobald
- Ondergeslacht Antunesmyia
- Ondergeslacht Caenomyiella
- Ondergeslacht Cruzmyia
- Ondergeslacht Decamyia
- Ondergeslacht Dendromyia
- Ondergeslacht Dodecamyia
- Ondergeslacht Exallomyia
- Ondergeslacht Hystatomyia
- Ondergeslacht Menolepis
- Ondergeslacht Miamyia
- Ondergeslacht Nunezia
- Ondergeslacht Phoniomyia
- Ondergeslacht Prosopolepis
- Ondergeslacht Spilonympha
- Ondergeslacht Triamyia
- Ondergeslacht Wyeomyia
- Ondergeslacht Zinzala
- Geslachtengroep Toxorhynchitini Lahille, 1904
- Geslacht Toxorhynchites Theobald, 1901
- Ondergeslacht Toxorhynchites Theobald, 1901
- Ondergeslacht Afrorhynchus Ribeiro, 1992
- Ondergeslacht Ankylorhynchus Lutz, 1904
- Ondergeslacht Lynchiella Lahille, 1904
- Geslacht Toxorhynchites Theobald, 1901
- Geslachtengroep Uranotaeniini Lahille, 1904
- Geslacht Uranotaenia Lynch Arribalzaga, 1891
- Ondergeslacht Pseudoficalbia Theobald, 1912
- Ondergeslacht Uranotaenia Lynch Arribálzaga
- Geslacht Uranotaenia Lynch Arribalzaga, 1891
- Geslachtengroep Aedeomyiini
Ontwikkeling[bewerken]
Steekmuggen leven altijd in de buurt van water doordat de larven hierin opgroeien. Dit geldt ook voor veel dansmuggen. Mannelijke steekmuggen zuigen alleen plantensappen zoals nectar. Het zijn de vrouwtjes die steken; ze zuigen bloed omdat ze de voedingsstoffen (eiwitten) die hierin zitten nodig hebben voor het leggen van eitjes. Op één bloedmaaltijd kunnen ze een paar honderd eitjes leggen, ongeveer eens in de drie dagen. Overigens zijn er wel meer insecten die van planten leven, maar waarvan de vrouwtjes soms bloed zuigen of andere dieren eten voor de ontwikkeling van de eitjes; voorbeelden zijn dazen en sommige wantsen.
Uit een eitje komt een muggenlarve tevoorschijn, die een belangrijke schakel in het leven onder water is. Deze larve is een pioniersoort die in zeer slechte omstandigheden kan overleven.
Steekmuggenlarven filteren kleine eencellige algjes en diertjes uit het water. Deze bevinden zich voornamelijk vlak onder het wateroppervlak omdat hier het meeste zonlicht en de grootste concentratie zuurstof aanwezig is. Hierdoor zijn ook de larven vaak net onder het wateroppervlak te vinden, alleen bij verstoring duiken ze al kronkelend onder.
Rode muggenlarven leven juist op de bodem van het water, in het bodemslib. De rode kleur danken ze aan een zuurstofbindende stof in hun lichaam, die van pas komt omdat er op de bodem minder zuurstof is. Ze komen slechts af en toe omhoog gekronkeld om adem te halen. Rode muggenlarven leven van dood organisch materiaal, sommige soorten leven in zelfgebouwde kokertjes.
Steekmuggenlarven worden gegeten door veel insecten en de larven ervan, vissen, amfibieën en andere dieren en worden ook als visvoer verkocht, zowel gedroogd als levend. Rode muggenlarven zijn de larven van dansmuggen, zwarte larven van steekmuggen. De volwassen mug leeft maar kort; enkele dagen tot weken.
Ziekteverspreiding[bewerken]
In een groeiend aantal landen, met name tropische en subtropische gebieden, kan een 'muggenbeet' erg gevaarlijk zijn. Dit komt doordat een aantal soorten drager kan zijn van diverse ziekten waarvan malaria de bekendste is. Deze ziekte wordt overgedragen door de malariamug (Anopheles). De beet zelf is niet gevaarlijk, maar de organismen in het speeksel wel. Lange tijd werd gedacht dat deze ziekteverwekkers parasitair op de mug waren, maar waarschijnlijk is er eerder sprake van symbiose. Ondanks lokale geruchten en de bloedzuigende leefgewoonten kan geen enkele soort mug hiv verspreiden. Enkele soorten verspreiden ook ziekten onder vee, zoals blauwtong, dat vooral bij schapen gevaarlijk is. Runderen kunnen ook aangetast worden en vertonen ziektesymptomen, maar er is minder sterfte dan bij schapen.
Andere (tropische) ziekten die door muggen worden verspreid zijn:
- dengue of knokkelkoorts
- gele koorts
- West-Nijlziekte
- Elefantiasis (Olifantsziekte)
Een aantal wetenschappers is van mening dat muggen wereldwijd geen enkele essentiële functie vervullen in het ecosysteem. Niets en niemand zou ze missen als ze zouden verdwijnen. Sterker nog: als muskieten enig nut zouden hebben had de mens wel een manier gevonden ze te exploiteren. Het enige werkelijk grote ecologische gevolg van het verdwijnen van de mug zou zijn dat je méér mensen (namelijk minder besmetting) krijgt. Dat is de consequentie. Verder zal de natuur zijn beloop hebben als daarvoor, en wellicht verbeteren[5].
Bestrijding[bewerken]
Ooit was DDT het belangrijkste middel om muggen te bestrijden. DDT veroorzaakt echter milieuschade. Bovendien breekt DDT slecht af zodat het jarenlang in de natuur actief blijft, ook als het op andere plaatsen in het ecosysteem terecht komt. DDT is om deze reden sinds enkele jaren internationaal verboden, met als uitzondering het gebruik als muurimpregneermiddel in de strijd tegen malaria. Hiervoor is het zelfs aanbevolen door de WHO.
Dit verbod is aan kritiek onderhevig vanwege voordelen van DDT: het toevoegen van pesticide aan muurpleister is een manier om muggen te doden die in de omgeving van mensen vertoeven. Hierbij wordt het juist als voordeel gezien dat deze pesticide niet afbreekt, met name in de Derde Wereld waar het te kostbaar is om muren steeds opnieuw met andere bestrijdingsmiddelen te behandelen.
In de praktijk wordt malaria in landen met hoge infectiedruk bestreden door het gebruik van insecticiden in de woonhuizen. DDT wordt sinds 2006 in Tanzania ook weer gebruikt onder goedkeuring van de WHO. DDT is zelfs effectief tegen resistente muggen doordat ze worden afgeschrikt bij het waarnemen van dit insecticide. Het is wel de bedoeling het gebruik van DDT te beperken tot deze bestrijdingsmethode, waarbij er weinig DDT in de voedselketen komt. De gezondheidsriscico's voor mensen zijn vrij beperkt, zeker in vergelijking tot de enorme impact van malaria in deze streken.[6][7]
Een efficiënte vorm van biologische bestrijding is het uitzetten van vissoorten die graag muggenlarven eten. In de tropen zijn de gup en de soort Gambusia affinis populair. In Nederland kunnen vissen als zonnebaars (in schoon water) of Amerikaanse hondsvis (in vies of zuur water) worden gebruikt omdat deze zich zeer snel kunnen voortplanten. Deze exoten zijn dikwijls eenvoudig te koop bij de aquarium- of vijvervishandel. Hoewel het uitzetten van vissen in de natuur een vergunning vereist (in de tuinvijver mag wel), kunnen natuurbeheerders hier meestal weinig tegen doen doordat niet overal tegelijkertijd gecontroleerd kan worden. Dit tot hun afschuw want natuurliefhebbers stellen visvrije wateren en de hierdoor ongemoeid gelaten waterinsecten en amfibieën op prijs.
In en om huis is een goede manier van bestrijding het regelmatig vervangen of legen van stilstaand water in alle mogelijke containers; bijvoorbeeld vogelbadjes, regentonnen, rubber banden, dakgoten. Elke plek waar maar enig water een week tot 14 dagen in kan blijven staan is geschikt voor muggenlarven om tot ontwikkeling te komen.
Bestrijding van de malariamug[bewerken]
Aan malaria sterven jaarlijks meer dan 1 miljoen mensen, vooral jonge kinderen en zwangere vrouwen. Wetenschappers doen intensief onderzoek naar methoden om de muggen te doden en zo het aantal slachtoffers te verminderen.
Een mogelijke doorbraak is de toepassing van de schimmel Beauveria bassiana die de mug snel verzwakt en doodt. De schimmel wordt in spore-vorm op een oppervlak aangebracht door middel van een spray, als een mug landt wordt de schimmel actief en groeit binnen in de mug tot het insect sterft.[8] Binnen veertien dagen is 90% van alle muggen dood en de overlevenden hebben een gereduceerd vliegvermogen, zijn slechte eters en ook de meegedragen parasieten ontwikkelen zich langzamer. Bovendien stopt de mug met eten en het zuigen van bloed zodra het lichaam geïnfecteerd is met de schimmel.[9] Uit laboratoriumproeven blijkt de kans op besmetting met malaria door met Beauveria bassiana geïnfecteerde muggen hierdoor met 98% afneemt. Het is niet mogelijk dat de schimmel het menselijk lichaam besmet, onze lichaamstemperatuur is te hoog.[10]
Een andere onderzochte methode is de muggen massaal lokken en doden in vallen door ze aan te trekken. In tegenstelling tot wat velen beweren, komen steekmuggen zoals de malariamug niet af op licht, wel op zweetgeur en CO2. Twee Nederlands onderzoekers kregen in 2006 de Ig Nobelprijs voor de biologie, voor het aantonen dat de vrouwelijke malariamug even sterk door de lucht van zweetvoeten als die van Limburgse kaas wordt aangetrokken.[11] Ondanks de niet serieus bedoelde Ig Nobelprijs en de weigering van het gezaghebbende blad Nature het artikel te plaatsen, wordt het onderzoek naar het zetten van vallen wetenschappelijk onderzocht. De voor een mug onweerstaanbare geur wordt gemaakt uit een cocktail van aceton, Limburgse kaas, melkzuur en het zweet van zweetvoeten. Naar een ideale combinatie wordt onderzoek gedaan, wat gefinancierd wordt door de Bill & Melinda Gates Foundation, een liefdadigheidsorganisatie die werd opgericht door Bill Gates en zijn vrouw.
Bestrijding in de slaapkamer[bewerken]
Muggen houden van hangen, zoals aan het plafond, aan een muur of onder een bureaublad. Steekmuggen kunnen zeer goed ruiken en hebben een hekel aan citroengeur: zowel middelen met DEET erin (een extract uit een citrusachtige plant) als de 'citroenplant' (=citroenmelisse, Melissa officinalis) verwart ze. Deze geur zorgt ervoor dat ze het lichaam niet goed meer kunnen waarnemen. Andere methoden die muggen zouden verjagen, zijn zuiveringshoutwierook en het verdampen van plantaardige oliën. Ook tocht of een ventilator bieden uitkomst: muggen zijn erg licht en vatbaar voor luchtstromen en kunnen dan niet goed vliegen. Muggen worden aangetrokken door zweetlucht. Bacteriën zetten het zweet om in stoffen die naar kaas ruiken. Het is deze lucht die muggen aantrekt. Regelmatig wassen helpt, al worden muggen ook aangetrokken door CO2.
Muggen doodslaan is vaak lastig, doordat de zeer lichte mug wegwaait door de beweging van het meppen. Het is echter ook mogelijk om de mug uit de lucht te plukken met de hand (de mug waait dan niet zo snel weg), maar dit vereist wel een goede oog-handcoördinatie. Een alternatief is het plaatsen van een glazen beker over de mug als deze op de muur zit. Daarna kan een stuk papier tussen de muur en de beker met de mug worden geplaatst. De stofzuiger kan ook een uitkomst zijn.
Een nieuwe ontwikkeling waardoor het meppen van muggen definitief tot het verleden zou behoren, is de elektronische vliegenmepper. In weerwil van zijn naam is het niet nodig om met de elektronische vliegenmepper te slaan: louter het contact tussen mug en vliegenmepper volstaat om de mug te elektrocuteren.
Een recente ontwikkeling is de compacte muggenvanger (muggenzuiger), die de mug vanaf iedere plek opzuigt. Hierdoor hoeven geen muggenlijkjes of bloedvlekken meer opgeruimd te worden. Ook kan het aanbrengen van een zogenaamde muggenplug uitkomst bieden; deze wordt in het stopcontact gestoken. De muggenplug werkt soms met een bepaalde, voor mensen niet-waarneembare, geur die voor muggen onprettig is. Andere muggenpluggen werken met een ultrasoon geluid, wat voor mensen vrijwel onhoorbaar is. De werking van deze laatste pluggen wordt echter betwijfeld door wetenschappers.
Muskietennetten of klamboes beschermen mensen tijdens de slaap tegen muggen, vooral als ze zijn geïmpregneerd met een pesticide. In Nederland zijn veel van deze pesticiden echter niet toegestaan, zodat reizigers vaak bij aankomst in een tropisch land een werkzame pesticide kopen. Nadeel is dat er ook 'te' werkzame middelen tussen zitten; sommige pesticiden zijn niet voor niets verboden en niet alleen voor de muggen schadelijk. Een stof die muggen afschrikt door de geur en in veel populaire antimuggenproducten is verwerkt, is het middel DEET. Het tast bij te hoge concentraties overigens ook de menselijke slijmvliezen aan, en bij bepaalde (long)aandoeningen ligt de grens aanzienlijk lager.
Een vrouwtjesmug stopt pas met bloed zoeken wanneer ze verzadigd is, ook kan ze zich slechts één keer in een aantal dagen volzuigen. Als er dus een enkele mug in de slaapkamer zit, kan men ervoor kiezen om zich te laten bijten. Het voordeel is dat men dan van het gezoem af is. Helaas zijn er vaak nog wel andere exemplaren aanwezig die goed verstopt zitten. Bovendien is in warmere oorden een enkele muggenbeet al voldoende om een ziekte als malaria, dengue of gele koorts op te lopen.
Bronnen, noten en/of referenties
|