Susan Sontag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Susan Sontag, geboren als Susan Rosenblatt, (New York City, 16 januari 1933 - aldaar, 28 december 2004) was een Amerikaanse schrijfster, essayist, publicist en politiek activiste.

Inhoud

[bewerken] Levensloop

Sontag kwam uit een Joods gezin. Ze was een dochter van een exporteur van bont en een drankverslaafde lerares. Haar vaders zaken noopten haar ouders tot veelvuldige afwezigheid en zij groeide dan ook op bij haar grootouders in Tucson in de staat Arizona. Haar vader stierf op zakenreis in China in 1938 aan tuberculose. Haar moeder hertrouwde en Susan Rosenblatt nam de achternaam van haar stiefvader Sontag aan.

Als tiener bezocht Sontag de middelbare school (high school) in Los Angeles. Ze bleek een uitzonderlijk begaafde leerlinge en studeerde er op vijftienjarige leeftijd af, na drie klassen te hebben overgeslagen. In 1949 ging ze studeren aan de Universiteit van Chicago, waar ze haar Bachelor of Liberal Arts haalde in Frans, literatuur en filosofie. In 1950 ontmoette ze in Chicago ook haar echtgenoot Phillip Rieff, met wie ze een studie publiceerde naar de invloed van Sigmund Freud op de moderne cultuur. In 1952 beviel ze van haar zoon David.

Na afgestudeerd te zijn aan de Universiteit van Chicago, behaalde ze haar Master en promoveerde ze te Harvard en St. Anne's College te Oxford in de filosofie, literatuur en theologie. Daarna studeerde ze kortstondig in Parijs.

In 1959 scheidde ze van haar man Phillip. Sinds de jaren 1970 had ze lesbische relaties. In 1989 ontmoette ze de fotografe Annie Leibovitz, met wie ze daarna in New York samenleefde in een penthouse in Chelsea.

Graf van Susan Sontag.

Gedurende haar leven heeft Sontag een aantal malen kanker gehad (waaronder borstkanker in 2000 en een zeldzame vorm van baarmoederhalskanker in 1998). Op 28 december 2004 stierf ze aan leukemie in haar geboortestad, New York.

[bewerken] Werk en invloeden

Sontags werk is het resultaat van vele invloeden, waaronder haar joodse achtergrond en haar familie. Haar brede interesse omvatten onder meer pornografie, (haar eigen) homoseksualiteit, cultuur, politiek, feminisme, kunst en kunstfilosofie, theater en ballet, waarbij zowel vorm als inhoud van de expressie belangrijk waren. Sontag was een groot aanhanger van de gedachte dat kunst mensen kon informeren, vermaken en veranderen.

Sontag schreef onder meer essays over poppentheater, choreografie, films en onderwerpen van culturele aard. In 1964 publiceerde ze een van haar bekendste werken, Notes on Camp, een werk over homoseksuele esthetica. Daarna volgden werken als Death Kit en The Volcano Lover. In totaal schreef ze zeventien boeken, die vertaald werden in zo'n 32 talen.

Ze viel op door haar genadeloze kritiek op het naoorlogse fotowerk van de Afrikaanse Noebakrijgers door Leni Riefenstahl. In een essay vergeleek zij Riefensthals aanpak met het toenmalige schoonheidsideaal van de naziideologie en had zij het over het fascinerende fascisme van Riefenstahl nieuwe werk.

Naast geschreven werk produceerde ze ook film en theater. Ze regisseerde onder meer Duet for Cannibals.

Sontag won verschillende literatuurprijzen, waaronder de American National Book Award in 2000 en de Jerusalem Prize in 2001. In 1989 hield Susan Sontag in Leiden de Huizingalezing onder de titel 'Traditions of the New or: Must We Be Modern?'

[bewerken] Politiek engagement

Sontag was gedurende vrijwel haar hele leven politiek geëngageerd en klom door haar politieke inzichten en visies op tot de status van geweten van de Verenigde Staten.

In 1967 trad Sontag naar voren met kritiek op de rol van het blanke ras in de wereldgeschiedenis en op de Verenigde Staten in het bijzonder. Dat land was volgens haar opgebouwd op basis van genocide en de verovering van het Westen.

Sontag was echter geen uitgesproken pacifist, zoals blijkt uit haar standpunten rond Amerikaans ingrijpen in de oorlogen in de Balkan na het uiteenvallen van Joegoslavië.

Met een groot aantal van haar standpunten wist Sontag gedurende haar leven zowel kritiek als lof te oogsten. Tijdens de uitreiking van de Jerusalem Prize uitte ze in haar dankrede zeer felle kritiek op de Israëlische regering aangaande haar beleid inzake de Palestijnen. Later dat jaar, na de aanslagen op 11 september in New York, stelde ze dat de aanslagen een gevolg waren van Amerikaanse, buitenlandse politiek en zei verder nog:

Wat ook van de daders gezegd kan worden, ze zijn geen lafaards.

Deze laatste opmerking kwam haar op zware kritiek te staan (soms buitengewoon overtrokken, waarbij woorden als "landverrader" vielen). De gewraakte opmerking nam ze later terug.

Gedurende de rest van haar leven was ze een felle critica van de regering-Bush en met name van de oorlog in Irak. Voor haar inzet als bruggenbouwer tussen de Verenigde Staten en Europa, alsmede voor haar tomeloze inzet voor het vrije woord, ontving ze in 2003 op de Frankfurter Buchmesse (Frankfurter Buchmesse) de 54e Vredesprijs van de Duitse Boekhandel (Friedenspreis des Deutschen Buchhandels). In een acceptatierede waarin ze ook felle kritiek uitte op de "imperialistische politiek" van George W. Bush en opriep om de ontstane kloof tussen de VS en Europa te dichten, gaf ze ook een sneer richting de opvallend afwezige Amerikaanse ambassadeur in Duitsland Daniel Coats.

[bewerken] Bibliografie

[bewerken] Fictie

[bewerken] Non-fictie

[bewerken] Bladen waarvoor ze schreef

[bewerken] Externe links


[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen