Strijd in Zeeland
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De strijd in Zeeland is een episode in de Tweede Wereldoorlog in de periode van 10 tot 19 mei 1940, waarin Nederlandse en Franse militairen weerstand boden aan de Duitse opmars.
De provincie Zeeland was een afzonderlijk commando onder leiding van de Commandant in Zeeland, de schout-bij-nacht H. J. van der Stad (C.Z.), rechtstreeks onder de opperbevelhebber generaal H. G. Winkelman.
De Nederlandse troepen die Zeeland moesten verdedigen, waren:
| Eenheid | Locatie |
|---|---|
| Koninklijke Marine | Schelde |
| I Marine Bat. | Walcheren |
| 40 R.I. (m.u.v. II) | Walcheren, Zuid-Beveland |
| St. I, III - 17 R.A. | Walcheren, Zuid-Beveland |
| II-38 R.I. | bij Breskens, Vlissingen en Terneuzen |
| 3-I-38 R.I. | Walcheren (ten oosten van Oost-Souburg) |
| II-40 R.I. | Westelijk Zeeuws-Vlaanderen |
| 14 Res. G.C. | Westelijk Zeeuws-Vlaanderen (bij Oostburg) |
| 38 Res. G.C. | Oostelijk Zeeuws-Vlaanderen |
| I-38 R.I. (m.u.v. 3-I) | Tholen |
| 3 Comp. Bewakingstr. | Schouwen |
De te verdedigen stellingen waren de Bathstelling bij Bath op oostelijk Zuid-Beveland, de Zanddijkstelling tussen Yerseke en Hansweert en de westelijke zijde van het Kanaal door Zuid-Beveland (tussen Wemeldinge en Hansweert). Merk op dat het Sloe toen nog een natuurlijke afscheiding vormde tussen Walcheren en Zuid-Beveland.
[bewerken] Het begin der vijandelijkheden
Op 10 mei werd begonnen met de voorbereiding van de inundaties en de evacuatie van de bevolking van Zuid-Beveland ten oosten van de Zanddijkstelling.
In Londen opende de Nederlandse marine-attaché een verzegelde envelop met daarin een instructie om aan Engeland steun te vragen. Als minimum werd aan Engeland verzocht: één divisie, luchtafweergeschut en vliegtuigen ter verdediging van Zeeland. Aan dit verzoek werd niet voldaan.
De eerste oorlogsdag verliep verder relatief rustig. De vliegvelden van Oost-Souburg en Haamstede werden vanuit de lucht gebombardeerd en met mitrailleurs beschoten en er vielen brandbommen op het terrein van de scheepswerf De Schelde.
[bewerken] Franse hulp
Vanaf 10 mei kwamen verschillende Franse troepen, onder leiding van de Franse schout-bij-nacht Platon, in Zeeland aan. In de namiddag van 10 mei trok de Franse gemotoriseerde Groupement Bauchesne Zeeuws-Vlaanderen binnen en stak vervolgens bij Breskens de Westerschelde over. Op 11 mei waren zij in westelijk Noord-Brabant aangekomen. Daarnaast landde op 11 mei over zee aangevoerde Franse infanterie met artillerie in Vlissingen en zowel in west- als oost-Zeeuws-Vlaanderen verscheen een Franse infanteriedivisie onder leiding van de generaal-majoors Deslaurens en Beaufrère. De doelstelling van de Fransen was de beveiliging van de Scheldemonding en het creëren van aansluiting met het geallieerde front in België.
[bewerken] Overplaatsing vanuit de Peel
Op 11, maar vooral op 13 mei, trokken gedemoraliseerde troepen vanuit de Peel Zuid-Beveland binnen. Hun uitwerking op het moreel van de Nederlandse troepen in Zeeland was funest. Pas op 14 mei konden deze nieuwkomers worden overgebracht naar Noord-Beveland, maar het kwaad was toen al geschied. Ook kwamen Nederlandse afdelingen vanuit Noord-Brabant via België in Zeeuws-Vlaanderen aan. Een gedeelte werd naar Walcheren overgebracht.
[bewerken] De Bathstelling
De Bathstelling werd verdedigd door twee tirailleurcompagnieën en een compagnie zware infanteriewapenen. Er was geen luchtafweergeschut. Artilleriesteun zou geleverd worden door de Marine. Het doel van de stelling was tijdwinst, dus een langdurige verdediging was uitgesloten.
Op 14 mei 's middags verschenen de Duitsers voor de stelling. Om ongeveer 18:00 uur begon de Duitse artillerie de stelling onder vuur te nemen. De artilleriesteun van de Marine kon hier niets aan veranderen. Om 19:30 uur vielen de Duitsers aan. Verscheidene gedemoraliseerde Nederlandse soldaten en onderofficieren verlieten hierop de stelling. Hierdoor vielen er gaten in de verdediging, waar de Duitsers al gauw door konden breken. De overgebleven Nederlandse troepen werden (voor zover zij niet al krijgsgevangen gemaakt waren) in allerijl teruggetrokken tot achter de Zanddijkstelling. De Duitsers trokken in de nacht van 14 op 15 mei verder ongehinderd door de Bathstelling.
[bewerken] De Zanddijkstelling
De Zanddijkstelling werd verdedigd door drie bataljons met erbij ingedeelde zware wapens, twee afdelingen artillerie: een afdeling 7 cm en een afdeling 8 staal (stalen kanon met kaliber van 8 cm) en een sectie oude kanonnen (10 cm lang 30), dit alles onder bevel van de Commandant van het 40e Regiment Infanterie. Ook hier was geen luchtafweergeschut aanwezig. Op 15 mei om 07:30 uur vielen de Duitsers aan met pantserwagens, motorrijders en fietsers en vanuit de lucht met bommen en mitrailleurs. Doordat het niet mogelijk was iets te ondernemen tegen de Duitse luchtaanvallen, raakten de Nederlandse troepen gedemoraliseerd. Tegen de avond hadden de Duitsers een doorbraak in de stelling geforceerd. De Nederlandse troepen werden weer haastig teruggetrokken, nu over het kanaal, op de hielen gezeten door de Duitsers.
[bewerken] Het Kanaal van Zuid-Beveland
Bij het Kanaal van Zuid-Beveland hadden de Fransen in allerijl een stelling „à l'improviste” opgeworpen. Ook hen werd het gemis aan vliegtuigen en luchtafweer fataal. In verwarring en paniek trokken de Fransen in de ochtend van 16 mei terug richting Walcheren. Hiermee was Zuid-Beveland gevallen. De Duitsers marcheerden diezelfde dag Goes binnen en begonnen het gevecht om de Sloedam, de oostelijke grens van Walcheren. De Commandant Zeeland was inmiddels naar Breskens overgestoken en door Koningin Wilhelmina benoemd tot bevelhebber van alle Nederlandse strijdkrachten. De Duitsers bezetten op 16 mei Tholen.
[bewerken] De val van Walcheren en Schouwen-Duiveland
De verdediging van het Sloe gebeurde weer door Franse troepen, aangevuld met Nederlandse opstellingen. Ook hier kon aan de Duitsers weinig weerstand geboden worden. Op 17 mei trokken de Fransen vechtend van de Sloedam terug naar Vlissingen. Rond 14:00 uur op 17 mei moest de Franse schout-bij-nacht Platon aan C.Z. melden dat Walcheren verloren was, men kon alleen nog proberen zoveel mogelijk troepen over te zetten naar Zeeuws-Vlaanderen. Middelburg, inmiddels vrijwel volledig door de bevolking verlaten, werd door de Duitse artillerie en Luftwaffe gebombardeerd. Op dezelfde dag voltooiden de Duitsers de bezetting van Schouwen-Duiveland. Na het vertrek van de Fransen was de verdere verdediging van Walcheren zinloos geworden. C.Z. besloot tot capitulatie van Walcheren, inclusief Noord-Beveland. Op 18 mei ontwapenden de Duitsers de aldaar overgebleven Nederlandse troepen.
[bewerken] Aftocht naar Duinkerke
Omdat België ook zwaar onder druk stond, besloot C.Z. alle Nederlandse troepen te verzamelen in Duinkerke. Alleen de Fransen en een kleine troepenmacht onder leiding van C.II-40 R.I. bleven achter in Zeeuws-Vlaanderen. Al gauw bleek dat te leiden tot spanningen tussen de Nederlanders en Fransen, waarbij de Fransen de Nederlanders vaak aanzagen voor Duitsers. Bij dit soort misverstanden vielen enkele doden. Op verzoek van generaal-majoor Beaufrère trok C.Z. dit laatste Nederlandse bataljon terug. Op 19 mei om ongeveer 21:00 uur verliet C.II-40 R.I. als een van de laatste Nederlandse militairen het Nederlandse grondgebied in Europa.
De meeste (ongeveer 2000) van deze geëvacueerde militairen, plus een marinedetachement hadden Duinkerke op of voor 20 mei bereikt. De Franse Amiral Nord liet het marinedetachement overzetten naar Engeland. De landmachtsoldaten werden ingedeeld in compagnieën van ongeveer 150 man. Het moreel was door de snelle Duitse overrompeling van hun stellingen in Noord-Brabant en Zeeland echter laag. De Fransen wilden dan ook zo snel mogelijk van dit samenraapsel af. De bedoeling was om de soldaten met het stoomschip Pavon naar Cherbourg of Le Havre af te voeren.
[bewerken] Brand op de Pavon
Om 20:30 uur op 20 mei vertrok de Pavon uit Duinkerke met 1430 Nederlandse militairen aan boord. Een uur later werd het schip door een vliegtuigbom in het met soldaten volgepakte middenruim geraakt. De bom viel tot in het onderruim, waar door de explosie de aldaar opgeslagen kapokbalen in brand vlogen en de tussenluiken naar het middenruim kapotsloegen. Hierdoor vielen verschillende soldaten in de vlammenzee in het onderruim, een belangrijk deel van de 70 doden die er op het schip vielen. In de paniek die aan boord ontstond, sprongen ongeveer 80 Nederlanders in zee, om vervolgens te verdrinken. De kapitein kon het brandende schip echter nog bij Calais op het strand zetten.
[bewerken] Het lot van C.Z.
De Commandant Zeeland werd onderweg naar Parijs op 21 mei 's morgens te Amiens door de Duitsers krijgsgevangen gemaakt.
[bewerken] Conclusies
Het doel van de voortzetting van de strijd in Zeeland was het vertragen van de Duitse opmars, zodat de Franse troepen zich konden terugtrekken naar België en Frankrijk. Die opzet is geslaagd. Dat Zeeland niet (veel) langer te verdedigen was, is te wijten aan de volgende factoren:
- De Nederlandse krijgsmacht was door de neutraliteitspolitiek gedwongen om een zelfstandige verdediging te voeren. Hierdoor was tot 10 mei 1940 geen coördinatie met België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk mogelijk. Hierdoor sloten stellingen niet op elkaar aan, en was er geen tijd voor de Fransen om stellingen op te werpen. Achteraf was het wellicht beter geweest als de verdediging van Nederland zich in het zuiden des lands geconcentreerd zou hebben, zodat aansluiting met België en Frankrijk juist niet verloren zou gaan.
- Verband houdende met diezelfde neutraliteit, lag Zeeland niet in de Vesting Holland en was niet aangewezen als plaats waar een hardnekkige verdediging gevoerd zou gaan worden. Hierdoor waren er minder verdedigingsmiddelen aanwezig.
- Bij de capitulatie was het duidelijk dat ook Zeeland verloren was. De enige reden om door te vechten was om de Duitsers zodanig te vertragen dat de Franse troepen zich terug konden trekken richting het zuiden, in plaats van krijgsgevangen te worden genomen.
- Meer nog dan in de rest van Nederland wreekte zich het gebrek aan grond- en luchtdoelartillerie en aan jachtvliegtuigen.
- Het moreel onder de troepen was laag. Dit werd veroorzaakt door de gedemoraliseerde troepen uit de Peel-Raamstelling, de capitulatie op 15 mei en doordat het niet mogelijk was iets te ondernemen tegen het Duitse lucht- en artillerieoverwicht.
- Het Duitse bombardement op Middelburg toont (evenals dat op Rotterdam) aan dat de Duitsers verzetshaarden van veilige afstand ongehinderd in een puinhoop konden veranderen.
Bronnen, noten en/of referenties:
- Met man en macht - de militaire geschiedenis van Nederland 1550-2000, red. J. R. Bruijn, C. B. Wels, Uitgeverij Balans 2003
- Onderdrukking en verzet, red. J. J. van Bolhuis, C. D. J. Brandt, H. M. van Randwijk, B. C. Slotemaker, uitg. vam Loghum Slaterus, Arnhem en Meulenhoff, Amsterdam:
- museum Strijd in de meidagen - Engels
- generaal-majoor D. A. van Hilten: Flitsen uit de oorlogsdagen
- generaal-majoor D. A. van Hilten: De bondgenoten
- luitenant-admiraal J. Th. Furstner: De Koninklijke Marine in de oorlogsdagen van Mei 1940
| Tweede Wereldoorlog |
|---|
|
Tweede Wereldoorlog · Nederland in WO2 · België in WO2 · Nazi-Duitsland · |

