Elzenzegge-elzenbroek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Elzenzegge-elzenbroek
Elzenzegge-elzenbroek met o.a. zwarte els en gele lis
Elzenzegge-elzenbroek met o.a. zwarte els en gele lis
Syntaxonomische indeling
Klasse:Alnetea glutinosae (Klasse van de elzenbroekbossen)
Orde:Alnetalia glutinosae
Verbond:Alnion glutinosae (Verbond van de elzenbroekbossen)
Associatie
Carici elongatae-Alnetum
W. Koch ex Tx., 1926

Het elzenzegge-elzenbroek, mesotroof elzenbroek of gewoon elzenbroek (Carici elongatae-Alnetum) is een associatie uit de klasse van de elzenbroekbossen, een bosplantengemeenschap die voorkomt in beekdalen en in afgesloten meanders, met overwegend zwarte els, zwarte bes, zegges en een combinatie van bos- en moerasplanten.

Naamgeving, etymologie en codering[bewerken]

  • Synoniem: Carici elongatae-Alnetum glutinosae Schwickerath 1933
  • Nederlands: Elzenzegge-elzenbroek, mesotroof elzenbroek of gewoon elzenbroek
  • Frans: Aulnaie marécageuse
  • Duits: Walzseggen-Erlenbruch
  • Engels: Alder fen wood
  • Syntaxoncode (Nederland): 39Aa2
  • Natura 2000-code: 91EO : Alluviale bossen met zwarte els en es
  • Corine-code: 41.911 : Meso-eutrophic swamp alder woods; 41.9112 : Elongated sedge alder wood

De naam Carici elongatae-Alnetum is afgeleid van de wetenschappelijke namen van twee kensoorten, de elzenzegge (Carex elongata) en de zwarte els (Alnus glutinosa).

Kenmerken[bewerken]

Het elzenzegge-elzenbroek is een bostype van natte, voedselrijke standplaatsen op een venige bodem, waar de veenlaag beperkt in dikte is (tot 1 m) zodat de vegetatie in contact blijft met het grondwater. Ze komt ook voor op zeer natte lemige zandbodems. De toplaag is dikwijls gemineraliseerd.

De associatie is te vinden in rivier- en beekdalen, in afgesneden beekmeanders, verlande poelen en aan de randen van laagveengebieden. Elzenbroeken werden in het verleden dikwijls gebruikt als hakhoutbosjes, deze zijn herkenbaar aan een microreliëf van rabatten (bulten) waarop vooral bosplanten groeien, en slenken, waarin vooral moerasplanten een plaats vinden.

Successie[bewerken]

Elzenzegge-elzenbroeken ontstaan spontaan uit struwelen van de klasse van de wilgenbroekstruwelen, uit moerasvaren-elzenbroeken of rechtstreeks uit vegetaties van de riet-klasse, uit natte hooilanden van de klasse van de matig voedselrijke graslanden of uit natte heide van de klasse van de hoogveenbulten en natte heiden. Onder ideale hydrologische omstandigheden vormen elzenzegge-elzenbroeken het eindstadium van de natuurlijke successie op natte terreinen.

Structuur[bewerken]

Het elzenzegge-elzenbroek kent een hoog opgaande boomlaag (tot 20 m hoog), met overwegend zwarte els maar ook andere bomen. De struiklaag kan plaatselijk zeer dicht zijn en op andere plaatsen ontbreken.

De kruidlaag is matig tot goed ontwikkeld en wordt meestal gedomineerd door zeggen, maar kan eveneens zeer bloemenrijk zijn.

De moslaag is meestal zwak ontwikkeld en bestaat overwegend uit bladmossen zoals het gewoon sterrenmos.

Onderverdeling[bewerken]

In elzenzegge-elzenbroeken worden in Nederland vijf sub-associaties onderscheiden.

Sub-associatie typicum[bewerken]

De 'typische' subassociatie zoals hieronder beschreven. Syntaxoncode voor Nederland is 39Aa2a.

Sub-associatie cardaminetosum amarae[bewerken]

Een sub-associatie die voorkomt op plaatsen die onder invloed staan van kwelwater, met soorten die ook voorkomen in het goudveil-essenbos (Carici remotae-Fraxinetum), zoals bittere veldkers (Cardamine amara), paarbladig- en verspreidbladig goudveil. Syntaxoncode voor Nederland is 39Aa2b.

Sub-associatie ribetosum nigrae[bewerken]

Een sub-associatie met vooral soorten van de klasse van de natte strooiselruigten zoals zwarte bes (Ribes nigrum), gewone dotterbloem en moerasspirea. Syntaxoncode voor Nederland is 39Aa2c.

Sub-associatie rubetosum idaei[bewerken]

Een sub-associatie met als differentiërende soort de framboos (Rubus idaeus). Syntaxoncode voor Nederland is 39Aa2d.

Sub-associatie caricetosum curtae[bewerken]

Een sub-associatie met als differentiërende soort de zompzegge (Carex curta). Syntaxoncode voor Nederland is 39Aa2e.

Soortensamenstelling[bewerken]

De associatie heeft als specifieke kensoorten zwarte bes, elzenzegge, stijve zegge en de zeldzame paardenhaarzegge. De zwarte els is de dominante boomsoort, maar het elzenzegge-elzenbroek telt meer boomsoorten dan het verwante moerasvaren-elzenbroek, zoals de zomereik en de zachte berk. De meeste soorten uit de kruidlaag zijn typische moerasplanten, zoals hennegras, gele lis, grote wederik, melkeppe en grote kattenstaart. Opvallend is de aanwezigheid van lianen in de bomen, voornamelijk bitterzoet, hop en wilde kamperfoelie.

Differentiërend tegenover het verwante moerasvaren-elzenbroek zijn hop, pinksterbloem, ijle zegge, ruwe smele, wijfjesvaren, wilde kamperfoelie, gewone vogelkers en framboos.

De voor Nederland belangrijkste ken- en begeleidende soorten zijn:

Zwarte els
Zwarte bes
Elzenzegge
Hennegras
Grote wederik
Gele lis
Gewoon sterrenmos
Fijn snavelmos
Boomlaag
Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kK 100% Zwarte els Alnus glutinosa
>40% Zachte berk Betula pubescens
>30% Zomereik Quercus robur
Struiklaag
Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kA >40% Zwarte bes Ribes nigrum
>50% Grauwe wilg Salix cinerea
>40% Wilde lijsterbes Sorbus aucuparia
>30% Sporkehout Rhamnus frangula
>20% Gelderse roos Viburnum opulus
Kruidlaag
Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kA >60% Elzenzegge Carex elongata
kA >20% Stijve zegge Carex elata
kA <10% Paardenhaarzegge Carex appropinquata
kK >50% Hennegras Calamagrostis canescens
>60% Grote wederik Lysimachia vulgaris
>60% Bitterzoet Solanum dulcamara
>60% Gele lis Iris pseudacorus
>50% Moeraswalstro Galium palustre
>50% Smalle stekelvaren Dryopteris carthusiana
>50% Wolfspoot Lycopus europaeus
>50% Pitrus Juncus effusus
dS >40% Moerasspirea Filipendula ulmaria Sub-associatie ribetosum nigrae
>40% Grote kattenstaart Lythrum salicaria
>40% Grote brandnetel Urtica dioica
>40% Gewone braam Rubus fruticosus
>30% Ruw beemdgras Poa trivialis
>30% Hop Humulus lupulus
>30% Melkeppe Peucedanum palustre
dA >30% Wilde kamperfoelie Lonicera periclymenum
>30% Kale jonker Cirsium palustre
dA >20% IJle zegge Carex remota
dA >20% Pinksterbloem Cardamine pratensis
dA >20% Wijfjesvaren Athyrium filix-femina
>20% Echte valeriaan Valeriana officinalis
dA Ruwe smele Deschampsia cespitosa
dA Gewone vogelkers Prunus padus
dS Framboos Rubus idaeus Sub-associatie rubetosum idaei
dS Zompzegge Carex curta Sub-associatie caricetosum curtae
dS Gewone dotterbloem Caltha palustris Sub-associatie ribetosum nigrae
dS Bittere veldkers Cardamine amara Sub-associatie cardaminetosum amarae
dS Paarbladig goudveil Chrysosplenium oppositifolium Sub-associatie cardaminetosum amarae
dS Verspreidbladig goudveil Chrysosplenium alternifolium Sub-associatie cardaminetosum amarae
Moslaag
Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
>50% Gewoon sterrenmos Mnium hornum
>40% Fijn snavelmos Eurhynchium praelongum
>20% Gewoon puntmos Calliergonella cuspidata
>20% Gewoon dikkopmos Brachythecium rutabulum

Verspreiding en voorkomen[bewerken]

Het elzenzegge-elzenbroek heeft een breed verspreidingsgebied over subcontinentaal- en subatlantisch Europa, van Frankrijk tot Polen en van Zuid-Zweden tot Zwitserland en Oostenrijk. De associatie komt voor van het laagland tot op een hoogte van 600 m.

In Nederland is ze vrij algemeen, vooral in het rivierengebied en in beekdalen.

Bedreiging en bescherming[bewerken]

Net als de meeste broekbossen worden elzenzegge-elzenbroeken bedreigd door verdroging. Bij een langdurige sterke daling van de grondwatertafel zal de voedselrijke bodem versneld mineraliseren, waardoor een plotse verruiging kan optreden.