Delphine Boël

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Delphine Boël
Delphine Boël in 2008
Delphine Boël in 2008
Persoonsgegevens
Volledige naam Jonkvrouw Delphine Michèle Anne Marie Ghislaine Boël
Geboren Ukkel, 22 februari 1968
Nationaliteit Belg
RKD-profiel
officiële website
Blason Boël.svg
Wapenschild van het geslacht Boël.
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Jonkvrouw Delphine Michèle Anne Marie Ghislaine Boël (Ukkel, 22 februari 1968) is een Belgische kunstenares. In haar werken, meestal uitgevoerd in papier-maché, verwerkt ze persoonlijke thema's. Boël is een buitenechtelijke dochter van koning Albert II van België.[1]

Jeugd[bewerken | brontekst bewerken]

Boël is de biologische dochter van Albert II, koning der Belgen en barones Sybille de Selys Longchamps (1941). Haar moeder trouwde in 1962 met jonkheer Jacques Boël (1929), telg uit het geslacht Boël. Het huwelijk werd ontbonden in 1978. Delphine draagt de familienaam Boël als enige dochter van haar wettige vader, die het vaderschap niet ontkende.

In 1982 hertrouwde Sybille de Longchamps met de weduwnaar Michael-Anthony Rathmore Cayzer (van de barons Rotherwick of Tilney) (1929-1990) en verhuisden moeder en dochter naar Londen en naar het kasteel en het uitgebreide landgoed van de nieuwe echtgenoot.

Delphine liep onder meer school in het exclusieve Collège le Rosey in Rolle (Zwitserland). Ze aardde echter niet op een conventionele school en ging een kunstopleiding volgen aan de Chelsea School of Art and Design. Toen ze volwassen was, ging ze in de Londense wijk Notting Hill wonen, in een huis aan de Portobello Road, en produceerde felgekleurde sculpturen in papier-maché.

Vaderschap koning Albert[bewerken | brontekst bewerken]

Openbaarmaking[bewerken | brontekst bewerken]

Dat Albert haar vader is, werd in de openbaarheid gebracht door een artikel in 't Scheldt, dat door enkele grotere kranten overgenomen werd zonder bronvermelding. De krant De Morgen ontkende eerst het bericht. Later, in oktober 1999, in een biografie over koningin Paola, van de hand van de journalist Mario Danneels en enkele weken voor de sluiting van het huwelijk van kroonprins Filip en jonkvrouw Mathilde d'Udekem d'Acoz, werd het bericht bevestigd. Volgens Delphine had haar moeder van 1966 tot ongeveer 1982 een verhouding met toen nog prins Albert. Uit die relatie werd zij als enige geboren. Haar moeder heeft een en ander bevestigd. De fysieke gelijkenis met koning Albert, als ook met haar mogelijke halfzuster prinses Astrid, vormde mede een indicatie voor het vaderschap van Albert. Ook de gelijkenis met Alberts moeder koningin Astrid is treffend.[2]

Het koninklijk paleis deed het bericht aanvankelijk af als "roddels", maar tijdens zijn kerstboodschap van 1999 gaf koning Albert II het bestaan van - vroegere - huwelijksproblemen toe:

"Kerstmis biedt ieder van ons een goede gelegenheid om even te bezinnen over de eigen familie, zowel over haar gelukkige periodes als over haar moeilijke dagen. De koningin en ikzelf hebben teruggedacht aan heel gelukkige tijden, maar ook aan de crisis die ons koppel heeft doorstaan, nu dertig jaar geleden. Samen, zijn wij erin geslaagd die moeilijkheden te boven te komen en hebben wij sedert lang een diepe liefde en eendracht kunnen herwinnen. Die crisisperiode werd ons onlangs in herinnering gebracht. Daar wensen wij niet verder op in te gaan; zij behoort tot ons privéleven. Mocht onze eigen levenservaring echter hoopgevend zijn voor hen die vandaag gelijkaardige moeilijkheden beleven, het zou ons heel blij stemmen."
— Koning Albert II tijdens zijn kersttoespraak in 1999.[3]

Toen Delphine in 2003 van Londen naar Brussel verhuisde, begon ze zich te profileren in de media, in grote mate naar aanleiding van exposities van haar werken. Gedurende vijf jaar had ze alle commentaar geweigerd, maar in de zomer 2004 vertelde ze dat de koning het contact met haar had verbroken. Delphine heeft die bewering sindsdien nog enkele keren herhaald en in de zomer van 2005 sprak Sybille de Selys Longchamps voor het eerst over het "onrecht" dat haar dochter werd aangedaan. Het koninklijk paleis heeft sinds de kersttoespraak van 1999 niet op "de affaire-Delphine" gereageerd.

Inleiding rechtszaak[bewerken | brontekst bewerken]

Half juni 2013 daagde Delphine koning Albert, prins Filip en prinses Astrid, alsook haar wettige vader Jacques Boël, voor de rechter. Ze wilde via hun DNA bewijzen dat ze de biologische dochter is van Albert. Het voor de rechter dagen van Albert als koning was volgens juridische specialisten grondwettelijk onmogelijk. Vandaar dat ze ook twee van zijn wettige kinderen daagde.[4]

De meerderheid van 6200 ondervraagde Belgen gaf in 2013 aan dat het volgens hen tijd werd voor erkenning.[5]

Na de troonsafstand van Albert maakte Boël op 3 september 2013 bij de rechtbank bekend dat zij de eerdere vordering tegen Filip en Astrid introk.[6] Een nieuwe procedure, die vervolgens werd aangevat, leidde in 2017 eerst tot een afwijzing van de vordering van Delphine Boël omwille van het bezit van staat tegenover Jacques Boël, die haar immers als zijn dochter had erkend en grootgebracht. In een arrest van 25 oktober 2018 oordeelde het hof van beroep te Brussel echter anders, en werd beslist, op basis van het DNA-onderzoek, dat Jacques Boël niet haar vader is. Aan koning Albert werd een DNA-test opgelegd. De advocaat van koning Albert kondigde aan advies te zullen inwinnen over een mogelijke voorziening bij het Hof van Cassatie.[7][8] Indien het wettelijk vaderschap van Albert werd erkend, had dat onder meer tot consequentie dat Delphine aanspraak kon maken op een kindsdeel uit de erfenis van Albert.[9]

Cassatieberoep[bewerken | brontekst bewerken]

Arrest van het Hof van Cassatie (13 december 2019).

In januari 2019 tekende koning Albert II cassatieberoep aan tegen de uitspraak van het Brusselse hof van beroep dat hem verplichtte om DNA af te staan, om zo duidelijkheid te scheppen of hij de vader van Delphine Boël is. Volgens zijn advocaten werkte het cassatieberoep opschortend: zolang er geen uitspraak was, kon hij de DNA-test weigeren.[10] De advocaten van Boël waren het daar niet mee eens en eisten namens haar dat koning Albert dwangsommen zou worden opgelegd zolang hij weigerde DNA af te staan.[11][12] Op 16 mei 2019 besliste het hof van beroep dat Albert een dwangsom van € 5000 moest betalen voor iedere dag dat hij nalatig bleef DNA-materiaal af te staan.[13]

Op 27 mei 2019 gaf Albert uiteindelijk gevolg aan de beslissing van het Brusselse hof van beroep en stond een DNA-staal af. Wel zouden de resultaten van de DNA-test geheim blijven minstens tot het Hof van Cassatie een beslissing zou hebben genomen in de hangende cassatieprocedure.[14]

Op 13 december 2019 sprak het Hof van Cassatie een arrest uit waarbij de cassatieberoepen verworpen werden die koning Albert II had ingesteld tegen de twee arresten van het Brusselse hof van beroep. Daarin had het hof van beroep geoordeeld dat Jacques Boël niet de wettelijke vader was van Delphine Boël en dat de voormalige vorst een DNA-analyse moest ondergaan. De uitspraak van het hof van beroep bleef overeind, waardoor Jacques Boël officieel geen wettelijke vader meer was en Albert verplicht werd zijn DNA af te staan, om het met dat van Delphine Boël te vergelijken.[15] Uit dit DNA bleek inderdaad dat Albert de vader was van Delphine Boël.

Erkenning[bewerken | brontekst bewerken]

Op 27 januari 2020 erkende Albert, via zijn advocaat, dat hij de biologische vader is van Delphine Boël. Hij kondigde aan dat hij zijn vaderschap niet langer juridisch zou betwisten.[16]

Als kind van Albert kan Boël aanspraak maken op een deel van zijn erfenis. Boël en haar advocaten hebben steeds uitgedragen dat het haar noch om het geld noch om een titel ging.

Kunst[bewerken | brontekst bewerken]

Stijl[bewerken | brontekst bewerken]

De sculpturen door Delphine Boël verwezen vrij openlijk naar koninklijke toestanden: ze werkte vaak met kronen, tronen en de kleuren van de Belgische vlag (zoals op de penis van een gekroonde kikker). Haar werken stegen in waarde sinds ze vanwege de vaderschapskwestie bekend werd.

Exposities[bewerken | brontekst bewerken]

Ze heeft werk geëxposeerd in onder meer Elsene (2001), Koksijde (2004) en Sint-Martens-Latem (2008). In 2003 nam ze deel aan de Biënnale van Venetië. Een van haar kunstwerken werd tijdelijk van een expositie verwijderd, wegens een bezoek van prinses Astrid. Het koninklijk paleis ontkende dat de koninklijke familie bij de verwijdering betrokken was.[17]

Oeuvre (selectie)[bewerken | brontekst bewerken]

  • The Royal Sacred Four Legged Monster; verzameling Gemeente Koksijde
  • Golden Throne
  • Manniken Pis (1999)
  • Royal Candlestick (2001)
  • Lovers Throne (1999)

Gezin[bewerken | brontekst bewerken]

Delphine Boël is getrouwd en heeft twee kinderen.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • (fr) Coomans De Brachène, Oscar, État présent de la noblesse belge, Annuaire de 1998, première partie (de Selys Longchamps), Brussel, 1998, blz. 187-197.
  • (fr) Coomans De Brachène, Oscar, État présent de la noblesse belge, Annuaire de 2003, seconde partie, Brussel, 2003, blz 358.
  • (fr) Boël, Delphine, Couper le cordon, Brussel, uitg. Wever & Bergh, 2008
  • (nl) Boël, Delphine, De navelstreng doorknippen, Brussel, uitg. Wever & Bergh, 2008
  • Bertrand MAUS DE RIOLLEY e.a., Etat présent de la noblesse belge, Annuaire 2018, Bo-Bu, art. Boël, Brussel, 2018.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Commons heeft mediabestanden in de categorie Delphine Boël.