Euromaidan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Euromaidan
Protesten in Oekraïne in 2013–2014

Onderdeel van de Oekraïnecrisis

Euromaidan collage.jpg
Plaats Vlag van Oekraïne Oekraïne, voornamelijk Kiev
Periode 21 november 2013 – 21 maart 2014[bron?]
Aanleiding(en)
Protesterende partij(en) Pro-Europese burgers, oppositiepartijen
Doel(en)
  • Goedkeuring van de EU-associatieovereenkomst
  • Geen toetreding tot de douane-unie met Rusland
  • Aftreden van president Janoekovytsj
  • Vervroegde verkiezingen
Kenmerken demonstraties, burgerlijke ongehoorzaamheid, bezetting, hacktivisme, straatrellen, vuurwapengeweld
Resultaat
Doden ruim 100[2]
Deelnemers 400–800 duizend [3]

Euromaidan[4][5][6][7] of Euromajdan[8] (Oekraïens: Євромайдан Jevromaidan, letterlijk "Europlein", verwijzend naar het centrale Onafhankelijkheidsplein in Kiev), in Oekraïne ook de Revolutie van de Waardigheid (Oekraïens: Революція гідності, Revoljoetsija hidnosti) genoemd, is de naam die gegeven is aan de protesten in Oekraïne die op 21 november 2013 ontstonden tegen de regering van president Viktor Janoekovytsj naar aanleiding van diens niet-ondertekening van het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. Aanhoudende druk van de protesten leidde uiteindelijk tot het afzetten van president Janoekovytsj.

Verloop[bewerken]

Protesten[bewerken]

Overzicht van het Euromaidan (in lichtblauw) en omgeving in de binnenstad van Kiev (14 december 2013).

De protesten begonnen op 21 november 2013 naar aanleiding van het niet-ondertekenen van een associatieovereenkomst tussen Oekraïne en de Europese Unie. De betogers eisten meer Europese integratie, het aftreden van president Janoekovytsj en vervroegde verkiezingen. De Partij van de Regio's, de regerende partij onder leiding van Janoekovytsj, stond vooral sterk in het oosten en zuiden van het land (waar een belangrijke Russische minderheid is) en wilde eerder samenwerking met Rusland dan met de Europese Unie. Volgens een opiniepeiling in juni 2013 van Deutsche Welle was 52% van Oost-Oekraïne voorstander van EU-lidmaatschap van Oekraïne.[9] Volgens opiniepeilingen zijn, ongeacht de regio waar ze vandaan komen, Oekraïense jongeren een groot voorstander van EU-lidmaatschap.[9][10] Er is hoe dan ook een grotere steun voor de pro-Europese protesten in westelijk Oekraïne dan in oostelijk Oekraïne.

Begin 2014 sloeg de toon van de protesten om van pro-EU naar anti-regering. Dit kwam mede vanwege de anti-demonstratiewet die Janoekovytsj had ingevoerd, waarbij het recht op vrije meningsuiting en het recht op vrije vergadering werd ingeperkt. Sindsdien zijn er ook grote protesten ontstaan in het oosten van Oekraïne. De protesten gingen door ondanks de zeer lage temperaturen en het gewelddadige optreden van de politie.

Uit drie verschillende peilingen van december 2013 blijkt dat tussen de 45% en 50% van de Oekraïense bevolking de protesten steunt terwijl tussen de 42% en 50% tegenstander is.[11]

Vanaf 23 januari 2014 werden regioparlementen in West-Oekraïne bezet door Euromaidan-activisten. In Ivano-Frankivsk en Ternopil werd de Partij van de Regio's verboden.[12]

Revolutie[bewerken]

18 februari[bewerken]

Sfeer op het Euromaidan in de namiddag van 18 februari, vlak voor de dodelijke gevechten losbarsten.

Op 18 februari 2014 was er op het Onafhankelijkheidsplein een gewelddadige confrontatie tussen demonstranten en regeringstroepen die leidde tot zeker 25 doden en meer dan 400 gewonden. Het was de bloedigste dag sinds het begin van de protesten in november 2013.[13]

19 februari[bewerken]

Op 19 februari 2014 bevalen de autoriteiten van Kiev de opzet van politiecontroleposten, beperkingen op het openbaar vervoer en schoolsluiting, hetgeen neerkwam op een de facto noodtoestand.[14] Een parlementslid bevestigde in een interview dat de noodtoestand in de praktijk een nationale werking had omdat ieder vervoer naar de hoofdstad ermee werd lamgelegd.[15] In Lviv verklaarden leden van het regionale parlement zich op 19 februari onafhankelijk van de centrale regering in Kiev.[16] In Zjytomyr werd het regioparlement bezet door Euromaidan-activisten, de regioraad van Ivano-Frankivsk nam een motie van wantrouwen aan tegen president Janoekovytsj en ook in andere regio's in Oost- en Zuid- maar vooral West-Oekraïne was het onrustig.[17]

20 februari[bewerken]

Op 20 februari verklaarde minister van Binnenlandse Zaken Vitali Zacharsjenko dat hij een decreet had ondertekend dat toestemming verleende voor het gebruik van echte munitie in plaats van rubbelkogels tegen demonstranten.[18]

Deze confrontaties vonden plaats vlak voordat de drie bezoekende EU-ministers van Buitenlandse Zaken Radosław Sikorski (Polen), Laurent Fabius (Frankrijk) en Frank-Walter Steinmeier (Duitsland) president Janoekovytsj zouden ontmoeten om tot een akkoord te komen met de Oekraïense oppositie.[19] Vóór de vergadering zei Fabius in een interview met BFM TV: "Ons doel is om de Oekraïense regering verkiezingen te laten organiseren. Er is geen oplossing behalve verkiezingen".[20] De onderhandelingen van 20 februari duurden ruim 4 uur, waarna de ministers ook met de oppositie en daarna opnieuw met de president spraken. De Poolse premier Donald Tusk vertelde de media daarna dat Janoekovytsj bereid zou zijn om vervroegde parlements- en presidentsverkiezingen te houden. Er werd ook gesproken over een overgangsregering en een grondwetswijziging. Verder overleg zou een definitief akkoord moeten opleveren.[21]

Na een telefoongesprek tussen de Russische president Vladimir Poetin en Janoekovytsj werd de Russische mensenrechtenombudsman Vladimir Loekin als gezant naar Oekraïne gestuurd om te bemiddelen tussen regering en oppositie op verzoek van Janoekovytsj.[22]

De Europese Unie stelde op 20 februari een visumverbod in en bevroor de financiële tegoeden van de verantwoordelijken voor toepassen van geweld in Oekraïne en een verbod op de export van goederen naar Oekraïne die kunnen worden gebruikt voor repressie.[23][24]

Na drie dagen van gevechten was er in de avond van 20 februari weer relatieve rust in Kiev. Het aantal dodelijke slachtoffers wordt geschat op ruim honderd.[2] Er zijn ook honderden gewonden gevallen. De meer dan honderd dodelijke slachtoffers worden ook wel de "Helden van de Hemelse Honderd" genoemd, waarvoor het het Slavische woord sotnja wordt gebruikt dat zowel honderdtal als compagnie betekent. Op 1 juli 2014 werd te hunner nagedachtenis de presidentiële Orde van de Helden van de Hemelse Honderd ingesteld.[25]

21 februari[bewerken]

In de nacht van 20 op 21 februari werden de onderhandelingen hervat tussen de EU-ministers en Janoekovytsj, waarbij na middernacht de oppositieleiders aanschoven en rechtstreeks met de president, de parlementsvoorzitter en enkele parlementariërs onderhandelden. Ondertussen dreigde de Amerikaanse vicepresident Joe Biden met sancties als het geweld werd voortgezet, gesteund door een resolutie in het Oekraïense parlement die werd aangenomen door een oppositiemeerderheid.[26][27]

In de ochtend van 21 februari meldde de website van president Janoekovytsj tot veler verbazing dat er een akkoord was gesloten, hetgeen niet door de oppositie noch door de bemiddelaars bevestigd werd.[28] De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Timmermans reageerde sceptisch: "Het is even afwachten, want er is al zoveel gezegd door autoriteiten, je weet nooit waar je aan toe bent met die lui."[29] In het Oekraïense parlement kwam het tot een opstootje.[30] 's Middags bleken de meeste oppositiegroepen, waaronder de drie parlementaire partijen en enkele demonstrantengroepen, te hebben ingestemd met het akkoord; de meest radicale groepen bleven echter het onverwijld aftreden van de president eisen.[31]

Janoekovytsj tekent het moeizaam bereikte akkoord.

In de namiddag werd de inhoud van het akkoord openbaar gemaakt, met als hoofdpunten een grondwetswijziging die de macht van de president inperkt, een binnen tien dagen te vormen overgangsregering van nationale eenheid en vervroegde presidentsverkiezingen uiterlijk in december 2014.[32] Ook kwam er amnestie voor alle protesteerders.[33] De Russische diplomaat Loekin zei dat het vredesproces vordert, maar had zijn handtekening voorlopig nog niet onder het akkoord gezet; de EU-ministers prezen beide partijen en de EU en de NAVO verwelkomden het compromis, dat door de Verchovna Rada met 386 stemmen vóór, 0 tegen en 1 onthouding werd aangenomen.[34][35] Volgens de meeste betogers op het Onafhankelijkheidsplein ging het akkoord echter niet ver genoeg en moest Janoekovytsj meteen opstappen; oppositieleider Klytsjko werd door hen uitgefloten.[36][37] De radicalen onder hen stelden Janoekovytsj een ultimatum om vóór zaterdag 22 februari om 10:00 af te treden, anders zou nieuw geweld volgen. De emoties liepen hoog op toen de doodskisten van omgekomen demonstranten over het Maidan werden gedragen.[38]

Het parlement bepaalde dat oppositieleidster Joelia Tymosjenko uit gevangenschap moest worden vrijgelaten en stuurde minister Zacharsjenko weg.[39][40]

In de late namiddag waren honderden agenten van de oproerpolitie, die al maandenlang de presidentiële regeringsgebouwen bewaakten, verdwenen om een aanval van betogers met gestolen wapens uit Lviv te voorkomen. De Poolse minister Sikorski was verbaasd omdat dit geen onderdeel van het akkoord was.[41] President Janoekovytsj bleek volgens geruchten die later bevestigd werden in de avond van 21 februari van Kiev naar Charkov te zijn gevlucht.[42][43] Hoewel hij de volgende dag in een toespraak voor een lokaal televisiestation in Charkov beweerde gewoon naar een gepland partijcongres te gaan, nog steeds president was en niet van plan om het land te verlaten,[41][44] bleek later dat hij in alle haast was vertrokken uit zijn residentie "Mezhyhirya",[45] waarbij hij en zijn entourage in korte tijd probeerden een groot aantal documenten te vernietigen door verbranding of door ze in een meer te gooien.[46]

22 februari[bewerken]

Tymosjenko spreekt het Euromaidan toe.

De volgende morgen trad parlementsvoorzitter Volodymyr Rybak af (formeel om gezondheidsredenen),[47] en bleken behalve Janoekovytsj de meeste ministers te zijn verdwenen. Parlementariër Oleksandr Toertsjynov verklaarde: "Het enige nog wettige orgaan is de Verchovna Rada – dus wij zijn hier vandaag om te stemmen. De grote taken voor vandaag zijn: stemmen voor een nieuwe voorzitter, premier en minister van Binnenlandse Zaken."[48] De Verchovna Rada stemde in met afzetting van de president, organisatie van de presidentsverkiezingen op 25 mei 2014, de benoeming van Toertsjynov tot parlementsvoorzitter en Arsen Avakov tot minister van Binnenlandse Zaken.[49] Oppositieleidster Joelia Tymosjenko van de Vaderlandpartij werd in de namiddag vrijgelaten uit de gevangenis in Charkov.[50] 's Avonds kwam Tymosjenko aan op het Euromaidan en sprak tienduizenden mensen toe, door wie zij zowel met gejuich als gefluit werd onthaald. Haar optreden werd ook gezien als aftrap van haar campagne voor de vervroegde presidentsverkiezingen op 25 mei.[51]

23 februari en verder[bewerken]

Op 23 februari werd de nieuwe parlementsvoorzitter Toertsjynov ook tot waarnemend president benoemd.[52]

Op vele plaatsen in Oekraïne zijn sinds november minstens 40 standbeelden van Lenin, die nog herinneren aan de tijd van de voormalige Sovjet-Unie, omvergetrokken.[53] Elders, zoals in Charkov, verzamelden pro-Russische betogers om andere Leninstandbeelden te beschermen.[54] Nieuwsgierige burgers vergaapten zich nabij Kiev aan de villa Mezhyhirya en de enorme rijkdommen op het landgoed van de gevluchte Janoekovytsj. Op het Onafhankelijkheidsplein en elders werden de gevallen doden van de afgelopen week herdacht.[55]

Op 24 februari werd een arrestatiebevel tegen de afgezette president uitgevaardigd wegens het plegen van "massamoord op vreedzame burgers".[56] Het parlement heeft op 25 februari te kennen gegeven hem voor het Internationaal Strafhof in Den Haag te willen brengen.[57]

In Kiev benoemde het parlement Arseni Jatsenjoek op 27 februari tot premier van een overgangsregering. De gevluchte Viktor Janoekovytsj heeft op 28 februari vanuit Rusland verklaard dat hij zich nog steeds beschouwt als president van Oekraïne, maar zijn rol is uitgespeeld.[58]

Nasleep[bewerken]

Krimcrisis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Krimcrisis voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De onrust verplaatste zich op 26 februari van Kiev naar de Krim in het zuiden. De meerderheid van de bevolking van dit schiereiland, dat tot 1954 bij Rusland hoorde, is (pro-)Russisch en tegenstander van de machtswisseling in Kiev. Voor Rusland heeft de Krim een groot strategisch belang als basis voor de Zwarte Zeevloot. Afscheiding van de Krim dreigt.[59]

Op de Krim hebben op 27 februari tientallen gewapende mannen het parlementsgebouw in de regionale hoofdstad Simferopol bezet. Ze hesen de Russische vlag.[60] Twee vliegvelden bij Simferopol en Sebastopol zijn bezet door Russische militairen. Ook het gebouw van de Oekraïense staatstelevisie in Simferopol is door een pro-Russische militie of Russische militairen bezet. De acties zijn bedoeld is om "de positie aan de Zwarte Zee te behouden". De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties komt in New York bijeen vanwege de Krimcrisis.[61][62]

Pro-Russische opstanden in Oost-Oekraïne[bewerken]

In navolging van de gebeurtenissen op de Krim begonnen er ook in het oosten van Oekraïne pro-Russische opstanden die door Russische overheid werden gesteund.

Internationale reacties[bewerken]

  • Vlag van Rusland Rusland: premier Dmitri Medvedev liet op 24 februari 2014 weten het nieuwe bewind in Kiev niet te erkennen: "Het is moeilijk voor ons om met zo'n regering samen te werken, maar sommige andere landen denken daar anders over. Het lijkt me een dwaling om een regering die via een gewapende opstand aan de macht komt, wettig te noemen". Ook verklaarde hij: "De levens van Russen en de Russische belangen in Oekraïne staan op het spel".[63]
  • Vlag van Europa Europese Unie: het Europees Parlement nam op 27 februari 2014 een resolutie aan, waarin het zei nog steeds open te staan voor de associatieovereenkomst en zelfs een Oekraïens EU-lidmaatschap, zolang Oekraïne zich houdt aan de voorwaarde van democratische en grondwettelijke vrijheden, de rechten van minderheden respecteert en een rechtsstaat garandeert. Op korte termijn moeten er vrije en eerlijke presidents- en parlementsverkiezingen plaatsvinden, de EU moet Oekraïne helpen met corruptiebestrijding, economisch herstel en hervormingen. Separatisme dient niet te worden aangewakkerd, maar de rechten van de Russische minderheid moeten wel gewaarborgd blijven. Rusland dient de territoriale integriteit van Oekraïne te respecteren.[64]
  • Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten: president Barack Obama verklaarde op 28 februari 2014: "Gedurende deze hele crisis zijn we duidelijk geweest over één fundamenteel principe: het Oekraïense volk verdient het recht om zijn eigen toekomst te bepalen. Samen met onze Europese bondgenoten hebben we opgeroepen tot een einde aan het geweld en Oekraïners aangemoedigd om een koers te volgen waarin zij hun land stabiliseren, een regering smeden met een brede basis en dit voorjaar nieuwe verkiezingen houden."[65]
  • Vlag van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie NAVO: secretaris-generaal Anders Fogh Rasmussen meldde op 1 maart 2014 in een tweet: "Rusland moet Oekraïnes soevereiniteit, territoriale integriteit en grenzen respecteren, ook met betrekking tot de beweging van Russische troepen in Oekraïne." In een andere schreef hij: "Dringende behoefte aan de-escalatie in de Krim. NAVO-bondgenoten blijven de ontwikkelingen nauwgezet in de gaten houden."[66]

Zie ook[bewerken]